De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ongehuwd, maar niet eenzaam

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ongehuwd, maar niet eenzaam

10 minuten leestijd

'Ik leef alleen, toch ben ik nooit eenzaam. Waarom zou ik eenzaam zijn, wanneer ik de Heere heb? ' Deze woorden werden gesproken door een negentigjarige vrouw, die wij niet zo lang geleden bezochten. Haar gezondheidstoestand was bedenkelijk. Ze had ook maar weinig wereldse bezittingen. Maar ze is een voorbeeld daarvan, dat alleen wonen niet gelijkgesteld kan worden met eenzaamheid,

ledere generatie heeft zo haar eigen aanduidingen voor verscheidene soorten van mensen. Teenagers en yuppies zijn woorden die heden ten dage in zijn. Maar in deze tweede helft van de twintigste eeuw zijn weer nieuwe groepen ontstaan. Zo bijvoorbeeld de singles en de eenouder-gezinnen. Natuurlijk zijn zulke mensen er altijd wel geweest, maar nooit in zulk een grote hoeveelheid als tegenwoordig. Het zij nu vrijwillig, gedwongen of door andere nare omstandigheden - een toenemend aantal mensen leeft alleen.

Echtscheidingen nemen toe, homoseksualiteit wordt geaccepteerd als een eigensoortige levensvorm. Jongvolwassenen gaan weg uit het ouderlijk huis. Bijgevolg zijn alleenlevende mensen bijna niet meer te tellen. Deze veranderde orde in onze cultuur is zo diepgaand, dat de gehele sociale opbouw verstoord is geworden en grote veranderingen in de wetgeving noodzakelijk heeft gemaakt.

De toptechnische maatschappij en de druk van de financiële nood hebben meer vrouwen er toe gebracht zich op haar carrière te concentreren in plaats van als vroeger zich te geven aan huishouding en familie. De levensstijl in vele westerse landen, maar ook de overheersende redelijke welvaart daar begunstigt de verbreiding van het alleen wonen. Een niet gering aantal mensen kiest niet voor het huwelijk en gaat vaak zijn voorkeur uitspreken voor het groepswonen, om van samenwonen nu maar niet te spreken.

Volgens Amerikaanse statistische gegevens over de jaren 1971-1981 is het aantal eenpersoonshuishoudens met een viervoud toegenomen. Daar komt ook bij, dat veel kinderen slechts met één ouder samenleven. Een op drie kinderen is alleen. In andere hoogtechnische landen is een gelijke ontwikkeling te bespeuren, hoewel het daar naar omstandigheden toch ietwat afgezwakt is.

De alleenlevende vrouw is dientengevolge bijzonder gevoelig voor acute eenzaamheid. Ze beleeft het, dat even oude vrouwen gaan trouwen en eigen huishouding en gezin stichten. In de meeste gevallen hebben de ongetrouwden nog een stil verlangen eens het moederschap te mogen beleven. Zij weten dat zij van Godswege daarvoor een aanleg bezitten. Dat God desondanks een andere weg met haar kan gaan, is overbekend. In een wereld die vergaand op getrouwden is ingesteld, is het voor haar een verzoeking zich niet op haar plaats te gevoelen, ja zelfs te denken dat zij ongewild is.

Nog aldoor wordt de ongehuwde vrouw temidden van het volksleven op een aparte manier beschouwd. Het is nu wel niet zo, dat ze oneer en kwade bejegening ondervindt. Maar anderszins spreekt men over haar als over degene die niet volledig meetelt. Wij hebben de indruk dat deze houding in de laatste jaren aan het verbeteren is. Maar deze omkeer ten goede geschiedt uiterst moeizaam. Hoeveel ook in het ongehuwde vrouwenleven geleden worden kan, bemerkt een ieder, die met open ogen over deze dingen nadenkt. Het komt ons vóór, dat de figuur van de ongetrouwde dochter, die aan het einde van het leven van vader en moeder opdraaien moet voor de verzorging van haar ouders minder nadrukkelijk bestaat. Maar dat deze situatie geheel verdwenen is, durven wij allerminst te beweren. Te vaak hebben wij meegemaakt, dat deze dochter geheel ombemiddeld achterblijft, en dat de overige broers en zusters zich om haar niet bekommerden. Trouwens, vader en moeder verzuimen dan ook vóór haar een financiële regeling te ontwerpen. Wat een diep leed is hier vaak ondervonden! Men moet zich van de barmhartigheid van de overige gezinsleden ook maar niet al te veel voorstellen.

In eenvoudige volkskringen werden zulke oudere dochters dan vaak een hulp in het gezin van de een of andere broer of zuster. Het was dan al heel wat als het goed ging. Ik ben, zo zei ons eens een ongehuwde vrouw, maar werkster geworden. Er schoot mij niets anders over na de dood van mijn vader en moeder. Maar, zei deze levenswijze vrouw: ik heb het gedaan met vaders en moeders God en ik ben niet beschaamd geworden. Er ligt in het leven van deze vrouwen vaak een stille tragiek. Evenzeer hebben wij daar ook een schat aan levenservaring opgemerkt, die maar al te weinig wordt gebruikt.

Trouwen is ook niet alles. Wie veel in het leven rondziet, weet, dat menige huwelijkskeuze op uiterst lichtvaardige gronden gebeurt. Onzuivere motieven geven de doorslag en als dan iemand nooit tot een trouwdag komt, om wat voor reden, dan ook, is het ons niet toegestaan daarover laatdunkende gedachten te hebben. Veeleer hebben wij juist te zien welk een eer de Heere aan deze vrouwen geeft. Het is ons in deze kolommen niet te doen om oneerbare dingen te bespreken - zij zijn er ook. Maar wij willen eenvoudig bepeinzen tot welk een hoog niveau ook de ongetrouwde vrouw wordt geroepen.

De apostel Paulus vooral had bevrediging en vervulling in zijn ongehuwde staat. Enige van de indrukwekkendste persoonlijkheden van de mensheid, mannen en vrouwen, waren ongehuwd. De zendingsgebieden zouden zeer sterk ontvolkt zijn geworden, wanneer er geen bijdrage was gegeven aan het zendingswerk door ongehuwde vrouwen. Wie weet trouwens vandaag ooit naar waarde te schatten, wat bijvoorbeeld een onderwijzeres kan betekenen voor een kind, en wat een kinderarts kan bijdragen aan het welvaartspeil van een zendingspost?

In zijn behandeling van het thema over de ongehuwde staat blijkt nergens dat een mens van minder waarde is omdat hij alleen blijft. In het zevende hoofdstuk van de eerste brief aan Korinthe acht Paulus het goed, indien ongetrouwden en weduwen, evenals hijzelf, ongehuwd blijven. Maar hij erkent óók op dit punt, dat zijn ideaal niet altijd kan gesteld worden. Indien de genoemden de gave der onthouding niet hebben, dan moeten zij trouwen. Dat is beter dan door de hartstochten te worden verteerd.

Vervolgens is Paulus van oordeel, dat het wegens de tengenwoordige noodtoestand, die zij is, dat elk ogenblik de gelovige aan vervolging kan bloot staan, goed is ongehuwd te zijn. Dat betekent niet, dat een gehuwde ontbinding van zijn huwelijk moet zoeken, maar wel, dat wie geen vrouw heeft, niet naar een huwelijk moet uitzien. Om verkeerde gevolgtrekkingen uit het voorafgaande te voorkomen - men kwam in die tijd licht tot een leven van ascese - zegt Paulus nadrukkelijk, dat wie trouwt niet zondigt. Alleen maar, zulken moeten rekenen op allerlei moeilijkheden naar het vlees en die wil de apostel met zijn raad hen besparen. Op een gegeven ogenblik zegt de apostel, dat het gelukkiger is dat een weduwe ongehuwd blijft. Niet merkt hij dat op als een absoluut bevel van 's Heeren wege. Maar de apostel is van mening dat zij zich dan meer kan toewijden aan de dienst van God. Dit is het persoonlijk gevoelen van Paulus. Dat is niet zonder bijzondere waarde. Want in tegenstelling met anderen weet hij zich verlicht door de Geest des Heeren. De inspiratie heeft hij hier niet op het oog.

Trouwens, ook onze Heere Jezus Christus Zelf heeft Zich op het punt van het ongehuwd blijven duidelijk uitgesproken. In het negentiende hoofdstuk van Mattheüs wordt gezegd, dat men zijn vrouw onder geen beding, uitgezonderd dat van overspel, van zich mag laten. De discipelen komen dan tot de gevoltrekking dat het dan maar beter is in het geheel niet te trouwen. Het huwelijk is immers zo vaak een juk en zelfs een mislukking. De Heere Jezus gaat dan hun gedachtenwereld zuiveren en zegt, dat een huwelijk ons verboden kan zijn door een natuurlijke ongeschiktheid; door onbekwaamheid ten gevolge van verminking en bovendien nog door een derde oorzaak. Dat is door vrijwillige onthouding om zich beter aan de dienst des Heeren te kunnen wijden. Bij dit laatste is het evenwel noodzakelijk bewust met alle beslistheid af te zien van alle huwelijksgeluk. Er mag geen weifeling in het hart zijn, waarbij de begeerte naar het huwelijk niet geheel overwonnen is. Het is duidelijk, wat hier is bedoeld. Er zijn mensen die zo gedisciplineerd en gemotiveerd zijn, dat zij in staat zijn ongetrouwd te blijven en de Heere evenals hun medemensen zonder afdwaling te kunnen dienen. In de kerkgeschiedenis met name zijn er veel heerlijke voorbeelden van zulke mensen. Ongetrouwden moeten dus nooit denken, dat zij minderwaardig of van tweede rang zijn.

Helaas, niet alle ongetrouwden kunnen hun situatie in dit bijbels licht zien. Het is niet ongewoon dat zij hun levenslot met dan van anderen vergelijken, die na hun dagelijks werk in een gezin vol leven en vertier terugkeren, terwijl bij hen nooit iemand hen verwacht. Veelal is het wegens uiterlijke omstandigheden niet mogelijk of zelfs niet raadzaam te trouwen. Voor anderen is er nooit een gelegenheid gekomen. Misschien zelfs een veelbelovende relatie verbroken. Aanvaarding geeft dan vrede doorgaans, hoewel hier anderen tegenin zullen gaan.

Interessant is hier allicht de levenservaring van een jonge vrouw van begin dertig jaar, die juist voor de tweede maal met verlof ging van het zendingsveld. Ze sprak open en bloot van haar verlangen naar een levensgezel en bekende, dat het een grote strijd voor haar geweest was de voortdurende eenzaamheid als ongetrouwde in de zending te aanvaarden. Toen nu de tijd van verlof naderbij kwam, besloot zij de zaak realistisch aan te pakken en eens voor al daarmee in het reine te komen. Ze zei tot zichzelf: Welnu, het schijnt dat je 'overgebleven' bent. Niemand wil met je trouwen, wat je ook bidt. Je doet maar het beste dit als onveranderlijk te aanvaarden en je op je werk te concentreren'. Zo gauw ze nu haar ongetrouwd zijn had aanvaard en verwerkt, dat dit Gods goede en heilige wil voor haar was, legde zich het oproer in haar binnenste neer en vond ze vrede. Ze legde getuigenis daarvan af, ging in vrede naar huis, ofschoon ze ook voortaan alleen bleef.

Men moet natuurlijk erkennen - zo gemakkelijk als het lijkt, gaan de dingen niet altijd, maar het is wel waar, toen ze eenmaal bewust het ongetrouwd zijn had geaccepteerd, keerde de vrede in haar hart terug. De vrede Gods had de oude eenzaamheid uitgedreven. Nu kon ze zich met alle liefde weer aan haar levenstaak wijden. Trouwens, er is nog een aspekt, dat aandacht verdient. De eenzaamheid van gescheiden huwelijkspartners is vermoedelijk veel bitterder dan die van de ongetrouwden. Bij de gescheidenen komt nog een groot aantal andere factoren in rekening, vooral wanneer er van kinderen sprake is.

Gewoonlijk denkt en leert men, dat het huwelijk Gods ideaal voor mannen en vrouwen is en het behoeft geen betoog, dat dit de normale situatie is. Maar in onze hedendaagse wereld kan dit ideaal niet verwerkelijkt worden - vooral niet voor christinnen, omdat er niet genoeg mannen zijn, die echt christen zijn. Zo blijft het vanzelf onmiskenbaar, dat er vrouwen ongehuwd blijven. De evangelist Philippus was met vier dochters gezegend. Allen waren ongetrouwd. Maar dat weerhield hen er niet van te profeteren en vruchtbaar in haar dienst te zijn. Zij waren beroemd in de oudchristelijke kerk. Dit alles mag zeker andere ongetrouwde vrouwen bemoedigen, die niet zeker zijn van hun positie in de kerk. Hun dienst bestaat uit meer dan thee te schenken aan mannen. Het gaat er alleen maar om in het gebed aan God te vragen dat die plaats ons wordt aangewezen, waar wij voor de Heere vruchtbaar kunnen zijn. Ook al doen wij dan ons werk in de stilte, 't maakt niet uit. De glans van het moment is in het werk des Heeren niet van belang. Wat sporen trekt door de jaren heen, dat heeft blijvende waarde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ongehuwd, maar niet eenzaam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's