Vergrijzing en het levend geld
Uit de informatienota voor de hervormde synode
'Het gaat achteruit met de kerk.' Dit is een veel gehoorde uitspraak wanneer gesproken wordt over de huidige en toekomstige ontwikkeling van de kerk. Op papier zijn er steeds minder leden en in de praktijk blijkt de kerkgang en het aantal dopen en belijdenissen af te nemen. Gemeenten moeten samenvoegen of federeren omdat ze te klein worden, gebouwen worden afgestoten, etc. Sprekend over de toekomst valt ook heel gauw het woord vergrijzing. En sprekend over het levend geld wordt de dreiging gevoeld van het moment, waarop het allemaal heel snel minder zal worden, namelijk als de oudere generatie die nu nog geeft, uitgestorven zal zijn.
In opdracht van de Generale Financiële Raad heeft de Begeleidingscommissie voor de statistiek een onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkelingen van het ledenbestand en van het levend geld. Op basis van de ontwikkelingen van de afgelopen jaren zijn prognoses gemaakt tot het jaar 2015. Gedegen onderzoek is nodig om het beleid van de kerk niet te baseren op vooronderstellingen en emoties, maar op de meting van de reële ontwikkelingen.
Onderstaand een samenvatting van de bevindingen van de Begeleidingscommissie voor de statistiek.
a. Vergrijzing van het ledenbestand in de periode 1971-1994
Op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, van het KASKI en van de SMRA zijn de volgende gegevens verzameld over de afgelopen jaren.
(tabel niet opgenomen, zie daarvoor De Waarheidsvriend van 27-6-1996)
De conclusie uit deze cijfers moet zijn dat sinds 1971 de gehele Nederlandse bevolking vergrijst. In 1971 was de NHK al grijzer dan de gehele Nederlandse bevolking en de vergrijzing is sindsdien onder de hervormden sterker geweest dan onder de gehele Nederlandse bevolking. Dat geldt ook voor de belijdende leden.
b. Ontwikkeling van het ledenbestand tot 2015
De SMRA geeft jaarlijks een overzicht van het ledenbestand onderverdeeld in leeftijdscategorieën van 5 jaren. Door het overzicht van 1995 te vergelijken met het overzicht van 1990 kan per leeftijdscategorie en per lidmaat/doophd/geboortelid geanalyseerd worden wat de toename is geweest door geboorte, overkomst, * doop en belijdenis en wat de afname is geweest als gevolg van sterfte, uitschrijving, doop (bij geboorteleden) en belijdenis (bij doopleden).
Door de gevonden toe-en afnamepercentages de komende jaren door te trekken kan de volgende prognose gegeven worden van het ledenbestand.
(tabel niet opgenomen, zie daarvoor De Waarheidsvriend van 27-6-1996)
Bovenstaande prognose die volgens deskundigen volgens een aanvaardbare methode tot stand gekomen, leidt tot de conclusie dat bij gelijkblijvende omstandigheden het totaal aantal leden der kerk af zal nemen van 2.6 miljoen in 1990 tot 1, 4 miljoen in 2015. De afname is het sterkst onder de overige leden (bijna 75%). Het aantal lidmaten daalt in deze periode met 40% en het aantal doopleden met ruim 30%.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's