Een nieuwe nood in onze samenleving en dus in de gemeente
Zielszorg in gereformeerde zin (1)
Op 7 mei 1996 hield ds. G. de Fijter, Vriezenveen, in 'De Schakel' te Nijkerk een inleiding op de studieontmoetingsdag, belegd door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond voor studenten in de theologie, die hun Dl examen hebben gedaan en predikanten, die hun eerste gemeente dienen. Het thema was 'Zielszorg in gereformeerde zin'. De opzet was: 1. Een nieuwe nood in onze samenleving. 2. De christelijke gemeente en de zielszorg. 3. Het eigenlijke van de zielszorg. 4. De zielszorg en de bijzondere ambten. 5. De zielszorg in de praktijk. Het gebodene is bewerkt voor publicatie en wordt in drie afleveringen geplaatst
Bij velen is het evenwicht tussen draagkracht en draaglast verstoord vanwege een — wat ik zou willen noemen - nieuwe nood in onze samenleving.
Ambtsdragers en gemeenteleden ontmoeten in toenemende mate mensen die beschadigd zijn.
Die nieuwe nood kan in de volgende trefwoorden gekarakteriseerd worden:
— ontwrichte mensen;
— psychisch en emotioneel beschadigd;
— moreel gewond;
— geestelijke nood;
— verkeerde keuzen in hun leven;
— bittere tegenslagen - werk/werkloosheid, voortzetting van een bedrijf (landbouw-veeteelt etc), wat generaties in de familie was, maar nu weg moet;
— het stapelt zich maar op in hun leven. Waar komen we die mensen dan tegen? Overal! Binnen de gemeente, aan de rand van de gemeente, over de rand van de gemeente heen.
De apostel Paulus zegt in Rom. 8: Wij weten dat het ganse schepsel tesamen zucht en tesamen als in barensnood is tot nu toe' (Rom. 8 : 22).
In het wij weten ligt opgesloten: ook wij delen mee in het zuchten van de schepping. Daarin ligt ook: het meelijden.
Maar ook geeft dat wij weten aan: ook wij worden getekend in onze eigen zwakheid als de bestaanswijze van alle gelovigen zolang de volkomen verslossing uitblijft. Daarom komen we de mensen die ik u schets overal tegen. Ook onder ons. Diakenen, ouderlingen, predikanten in hun ambtelijke werk.
Maar ook 'gewone' gemeenteleden staande in hun ambt van alle gelovigen. Wie met de ogen van Christus in deze tijd staat, . heeft weet van de grote nood.
Maatschappij
Veel van die nieuwe nood hangt samen met de maatschappij waarin wij leven.
Het culturele/maatschappelijke/religieuze leven kent kennelijk zijn uitvallers; mensen die het niet redden, die op een dood spoor zijn gekomen.
En dat juist in een verzorgingsstaat als Nederland waar we voor bijna iedere situatie een loket hebben geopend.
Voor iedere 'bijzondere situatie' is er bijna een groep van gelijkgestemden.
Het leven is moeilijk. Voor sommigen meer dan voor anderen. Echter iedereen ervaart dat het ganse schepsel tesamen als in barensnood is. Wij zijn zeer kwetsbare mensen. We leven in een gebroken wereld waarin heel veel gewelddadig is. Het is moeilijk om met elkaar in een goede relatie te blijven. Zelfs met hen die ons het liefste zijn.
Ik noem u vier voorbeelden, om het bovenstaande wat concreet te maken, uit de praktijk van predikanten.
1. De EO-nazorg belde een dominee op met de vraag of het goed was dat zijn naam doorgegeven werd aan een jonge vrouw (31 jaar, getrouwd en twee kinderen van 10 en 8 jaar) uit zijn regio die in een poging tot zelfmoord de polsen had doorgesneden. Uit de contacten die daarna volgden, bleek dat ze weinig op de kerk betrokken was. Wel thuis een bijbel had, daaruit las, zelf bad, maar geen kerkgang kende. In de contacten van die predikant - overigens buiten mijn eigen gemeente - was het gesprek heel open. Na verloop van tijd werd het contact voortgezet door de predikant in het woongebied van de betreffende mevrouw. Door allerlei omstandigheden verhuisde zij vervolgens naar een andere plaats. Daar was er geen contact meer met de kerk. Onlangs heeft deze mevrouw zich in haar flat verhangen. De predikant die via de EO-nazorg vele gesprekken met haar voerde, heeft het gevoel dat hij gefaald heeft.
2. Het tweede voorbeeld dat ik noemen wil is het bericht naar een predikant dat een jongen uit de gemeente - uit een meelevend gezin - tegen z'n ouders heeft gezegd dat hij homofiel is en graag daarover een gesprek met hun predikant wil hebben. Want hoe valt het feit dat je anders bent dan anderen binnen de familie, binnen de gemeente. Hoe moet dat allemaal?
3. Het derde voorbeeld betreft de huwelijksmoeilijkheden van een gemeentelid. Trouw in de kerk met het hele gezin. Inmiddels heeft de predikant een groot aantal uren doorgebracht in een vorm van zeer intensief pastoraat omdat men niet wil dat er - wat wij noemen - 'professionele hulp' wordt bijgeroepen. Volgens die familie is de dominee nog de meest veilige persoon in die moeilijke gezinssituatie.
4. Als vierde voorbeeld noem ik de contacten van een predikant in een incest-situatie. Het gezin is op de kerk betrokken. De betreffende predikant vertelde mij dat hij samen met het RIAGG zorg voor het gezin draagt. Zijn positie is een belangrijke omdat het geloof in die situatie het cement is waardoor alles in het gezin nog bijeen is. Vanuit het geloof wordt daar het voordeel van de twijfel gegeven.
Naast deze vier voorbeelden zou ik nog allerlei situaties op kunnen noemen van moeiten die zich in het leven van mensen voordoen: een soort rampen waardoor mensen nauwelijks of niet verder kunnen: kanker, dementie, invaliditeit, het einde van een betaalde baan, verlies van hen die je lief waren. En daarbij het zicht op je eigen dood. In al deze dingen wordt de kwetsbaarheid van ons mensen duidelijk.
Vooral wordt duidelijk dat de predikant in een veelheid van complexe situaties terechtkomt, die nadrukkelijk afwijken van het rustige beeld van huisbezoek aan de gezinnen: zo mogelijk één keer per jaar samen met de ouderling. Die tijd lijkt voorgoed voorbij te zijn.
De christelijke gemeente en de zielszorg
Het is de roeping en de taak van de christelijke gemeente om temidden van die wereld met z'n nieuwe nood een thuis, een plaats van geborgenheid en veiligheid te zijn. Een plaats waar zorg en aandacht is voor elkaar. Dan valt dus de eerste verantwoordelijkheid niet op de schouders van de predikant, maar van de gemeente.
Het Nieuwe Testament is daar overduidelijk in, wanneer het spreekt over de gemeente als het Lichaam van Christus met de vele leden die elkaar gegeven zijn, in het bijzonder met het oog op de zwakke leden (denk aan het boek van wijlen prof. Versteeg 'Oog voor elkaar').
De ambten en gaven zijn gegeven om oog voor elkaar te hebben.
In het bijzonder uiteraard het opzicht (pastoraat) en de dienst (diaconaat).
Maar we mogen ook denken aan de dienst van de weduwen binnen de gemeente en de dienst der barmhartigheid naar buiten.
Het is de roeping van de gemeente om als Lichaam van Christus ook afspiegeling te zijn van Zijn werk: redding van wat verloren is, behoud van zondaren, genezing van zieken, uitdrijven van boze geesten, innerlijke genezing van beschadigde mensen. Zo gemeente zijn:
— in het Woord, de boodschap van vergeving, in de oproep tot boete en in de pastorale zorg;
— en in de daadwerkelijke dienst door een 'thuis' te zijn en door zorg en aandacht te bieden.
Kortom: het gaat om de gemeenschap der heiligen als een helende gemeenschap.
Ik ga hier nu niet in op de vraag hoe die gemeente er dan uitziet; dus ik ga niet in op de vragen van de staat en stand van de gemeenteleden.
Ik heb het over de christelijke gemeente waarvan ik meen dat zij geroepen is in het bonte leven van alledag door haar manier van zijn te illustreren dat zij deel heeft aan het werk van de Heere Jezus Christus.
Dat zal de belijdenis van die gemeente behoren te zijn (Hand. 2).
De gemeente heeft nl. primair de taak om de ander nabij te zijn. De ander te begeleiden. Ik kies bewust voor het woordje begeleiden.
In de 'grote Van Dale' lees ik over begeleiden: iemand op zijn weg vergezellen.
Op zijn of haar levensweg. Het leven wordt dan vergeleken met een weg die je aflegt, een tocht die je maakt. Die tocht is zeer verschillend. Soms gaat het makkelijk, dan weer moeilijk. Er zijn saaie vervelende stukken en dan weer is wat je meemaakt uiterst boeiend.
Op die levensweg is het van groot belang dat er anderen zijn die met je meegaan, die je begeleiden.
Wat heb je het soms nodig, dat een ander je ondersteunt, je een arm of een hand geeft.
Waarom gaan we om die hand steeds naar een van de vele loketten, die onze samenleving heeft geopend?
Waarom komen - ook gemeenteleden - zo weinig, of pas in een heel laat stadium bij de gemeente, de ambtsdragers, de predikant terecht met de nood van hun leven? Ook daar ligt een nieuwe nood. Velen menen dat symptoombestrijding werkelijk bevrijding impliceert...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's