Globaal bekeken
Uitspraken van Luther zijn altijd de moeite waard om te lezen, zowel om de inhoud als de stijl, maar soms ook door de alledaagse dingen die hij aanroert. In De Wachter Sions citeerde F(lorijn) te S(cherpenzeel) hem uit zijn brieven, die hij schreef vanuit De Coburg, vanwaar hij zijn geloofsgenoten, die voor de Rijksdag te Augsburg verschenen, adviseerde.
'Luther zat daar op De Coburg en dat hij zich toch wel eenzaam voelde, blijkt onder andere uit het gegeven dat hij zijn brieven nogal eens ondertekende met de toevoeging "uit de woestijn". Hij had het trouwens wel in meer opzichten minder goed naar zijn zin. Zo liet bijvoorbeeld zijn gezondheid nogal eens te wensen over Hij had veel last van zware oorsuizingen, waardoor hij regelmatig niet kon werken.
In een brief van 12 mei schreef hij: "Mijn hoofd begon vol geraas, ja vol donderslagen te raken en als ik niet direct met werken was gestopt, was ik flauwgevallen, hetgeen ik de afgelopen twee dagen nauwelijks kon voorkomen. Zo is het nu al de derde dag dat ik geen enkele letter kan of wil zien. Ik merk dat het niet meer gaat zoals ik het zou willen, de jaren gaan zich laten gelden."
In een brief van 23 september is het: "Van al de tijd dat ik hier geweest ben, is bijna de helft verloren gegaan door gedwongen lediggang, zo heftig en hardnekkig is mijn hoofd gefolterd en gekweld door een gedreun, of beter gezegd een gedaver, als een orkaan."
Het was niet de enige kwaal. Luther, die toen 46 jaar oud was, voelde zich een oud man; vooral omdat hij ook nog last had van nierstenen, angina pectoris, jicht en hardlijvigheid; dit alles naast de slapeloosheid, mede door de hoofdpijn en oorsuizingen. Hij werd er wel eens kortaf door, zoals blijkt uit een brief, die hij op 5 juni aan zijn vrouw schreef.
Luther had een bril gekregen en hoopte dat hij daardoor wat beter kon lezen. Het werd een teleurstelling. Katharina "mijn allerliefste huisvrouw" kreeg de volgende opdracht: "Zeg tegen meester Christiaan dat ik van m'n leven nog nooit zo'n waardeloze bril gezien heb als die met zijn brief is meegekomen. Ik kan er geen steek doorzien."
In deze moeilijke dagen putte Luther vooral troost uit de verzen van de Psalmen die hij met krijt op de muren van zijn kamer had geschreven. Daaronder was het Schriftwoord dat hem zo bijzonder na aan het hart lag. Psalm 118 : 17: Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des Heeren vertellen". Over de 118e Psalm schreef Luther ook een parafrase, een verklaring waarbij alles in het licht geplaatst werd van zijn belijdenis: de rechtvaardige zal alleen uit het geloof leven. Een citaat uit het geschrift:
"Dit is dus een vrolijk vers en het zingt er lustig op los: Zijt Gij niet wonderbaar, liefderijk God, Die ons zo wonderbaar en zo vriendelijk regeert? Gij verhoogt ons, als Ge ons vernedert; Gij maakt ons rechtvaardig, als Ge ons tot zondaren maakt; Gij voert ons ten Hemel, als Ge ons doet treuren; Gij maakt ons vrolijk, als Ge ons laat schreien; Gij doet ons zingen, als Ge ons laat wenen; Gij maakt ons sterk, als we lijden; Gij maakt ons wijs, als Ge ons tot dwazen maakt; Gij maakt ons rijk, als Ge ons armoe schenkt; Gij maakt ons tot heren, als Ge ons dienstbaar maakt. En zo zijn er nog talloze andere wonderen, die alle in dit vers zijn samengevat en die door de christenheid bij menigte geroemd worden met deze korte woorden: 'Ik dank U, dat Ge mij verootmoedigt, maar mij ook weer helpt'."'
Hier volgen ook enkele Luthercitaten uit een recent verschenen boekje van prof. dr. P. J. Boendermaker 'Lezen in de lijn van Luther' (7 meditaties met citaten uit preken van Maarten Luther'), uitgegeven bij Boekencentrum, Zoetermeer.
Over de liefde in 1 Cor. 13:
• 'Daarmee, beste vrienden, daarmee is het hier slecht gesteld, van die liefde merk ik bij niemand iets, ik zie duidelijk, dat jullie God ondankbaar geweest zijn voor zulke schatten en gaven als Hij jullie in maar een paar jaren puur als geschenk heeft gezonden.
Jullie kunnen mooi praten over de leer die jullie gepredikt is, over het geloof en zelfs over de liefde, maar is het zo bijzonder erover te kunnen praten, zelfs een ezel kan zijn liedje leren zingen - zouden jullie dan niet over wat je geleerd is je woordje kunnen doen? Mlaar lieve mensen, het rijk Gods, waartoe wij behoren bestaat niet "in woorden, maar in kracht" (1 Kor 4 : 20) en in de daad, in werken waarin je je moet oefenen.
God wil geen hoorders alleen, geen napraters, maar navolgers en dat dan dus in het geloof, door de liefde!
Want het geloof zonder de liefde is niet genoeg, ja het is geen geloof, maar een schijngeloof, zoals een gezicht datje in de spiegel ziet geen echt gezicht is, het lijkt alleen maar je gezicht..'
Erkele losse citaten:
• 'Christen zijn is geen grapje, want we hebben een groot rijk tegen ons, we zouden steeds in gevaar zijn, als God met zijn genade niet aan onze kant zou staan.'
• 'Duivel, je hebt je ambt bij de mensen verspeeld, nu zal ik jou het leven nemen. Je hebt je muil te wijd opengesperd en te veel tegelijk willen hebben - zo richt God de boze.'
• 'Als ik sterf, als een beer mijn hoofd opvreet, een vis mijn buik, een wolf mijn hand, al ga ik in duizend stukken, toch weet ik, dat ik het eeuwige leven zal hebben.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's