Boekbespreking
Dr. P. Buitelaar, Geloofsbevinding in de prediking. Een speurtocht naar verantwoorde bevinding in hervormd-gereformeerde preken, uitgeverij Boekencentrum, 1996, 216 pag., ƒ 42, 50
Hoe bevindelijk is de prediking in de kringen van de Gereformeerde Bond? Met die vraag heeft dr. P. Buitelaar zich intensief beziggehouden. De vrucht van zijn onderzoek is zijn proefschrift, verdedigd aan de Vrije Protestantse Universiteit van Brussel. De titel maakt direct al duidelijk dat de schijver meer wil dan een beschrijving geven van wat bevindelijke prediking is. Als er sprake is van een 'speurtocht naar verantwoorde bevinding in hervormd-gereformeerde preken', dan wordt het duidelijk dat het zijn bedoeling is dat er een oordeel wordt gegeven over het bevindelijk karakter van de preken die onderzocht zijn. Buitelaar kiest ervoor om te spreken over 'geloofsbevinding' in onderscheid van 'bevinding' zondermeer, een woord dat bij hem kennelijk een te breed karakter kan krijgen. Hij definieert zijn toetssteen als volgt: 'Geloofsbevinding komt op uit de Schriften en is de gelovige beleving van de gemeenschap met en de kennis van God in Christus door de Heilige Geest, die getoetst wordt in het concrete leven onder strijd en aanvechting en die consequenties heeft voor het leven in deze wereld'.
Behalve dat er een honderdtal preken in het licht van dit begrip wordt beoordeeld, biedt deze studie naast directe homiletisch onderzoek ook enkele algemene inventariserende hoofdstukken o.a. over de hervormd-gereformeerden als religieuze groepering, over de bijbels-theologische begrippen die wezenlijk zijn voor geloofsbevinding en over de verschillende definities die in de gereformeerde traditie gehanteerd worden als het om de bevinding gaat.
De kern van de studie bestaat uit de analyse van een vijftal preken die volgens Buitelaar kenmerkend zijn voor eenzelfde aantal categorieën van hervormd-gereformeerde prediking. Hier rijzen wel enkele vragen bij zijn methode. Waarom was het niet mogelijk om aan te geven van wie de vijf preken afkomstig waren? Wellicht was het ook goed geweest als de 95 overige preken, voor zover ze in publicaties zijn na te gaan, met vindplaatsen waren vermeld. Nu is het niet mogelijk voor de lezer om met de schrijver mee te lezen en een zelfstandig oordeel te vormen. Wij weten immers niet welke preken aan zijn conclusies ten grondslag liggen. Wij weten ook niet waarom hij de vijf voorbeelden gekozen heeft, die hij integraal weergeeft. Waren het de beste uit de onderscheiden categorieën, of juist de minste? De vragen die aan de preken worden gesteld zijn duidelijk. De preken worden bevraagd op de structuur, op de cesuur, het onderscheidelijke element, de taal, het mensbeeld, het spreken over het geloof en de wijze waarop het concrete leven aan bod komt. Het hanteren van de criteria die de schrijver benut, het recht doen aan de tekst in de exegese, de stijl en woordkeus en duidelijkheid, behoort ook bij een bredere beoordeling van de prediking dan alleen op het begrip 'geloofsbevinding'. Wellicht had de speurtocht juist in de analyse nog wat meer toegespitst kunnen blijven op het bevindelijke element. Het viel mij overigens op, dat de twee preken die er in de beoordeling van Buitelaar het beste van af kwamen, een duidelijke structuur hadden van een thema en drie punten.
Het is duidelijk dat de schrijver de voorkeur geeft aan een prediking waarin het geloofsbevindelijke element opkomt uit de Schriften, waarbij in verbondsmatige gang toch recht wordt gedaan aan Bijbelse onderscheiding en waarin het concrete leven niet uit het gezichtsveld verdwijnt. Zijn studie wil vanuit een hartelijke verworteling in en verbondenheid met de hervormd-gereformeerde traditie een pleidooi zijn voor een dergelijke prediking. Aan het eind van zijn studie spreekt hij over een blijvende speurtocht om duidelijk te maken wat het bevindelijke geheim van de prediking ten diepste is. Voor de lezers is deze studie een goede aansporing om vanuit de Schriften, als predikers of als hoorders, te blijven zoeken naar datgene wat de prediking tot een appellerend getuigenis maakt. Mooi vond ik wat in dat verband geschreven werd over 'een door de Geest doorgloeide prediking' (blz. 198). Het gaat om een dóórgloeien waarin de Geest scheiding maakt tussen het goede en kwade, een doorglóéien, waardoor er warmte komt en een 'doorgloeien' als uitstraling naar buiten toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's