De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Roeping voor het Noorden?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Roeping voor het Noorden?

10 minuten leestijd

Bestaat er een bijzondere roeping tot het ambt voor het Noorden van ons land? Op die vraag heb ik nooit in het openbaar een antwoord hoeven geven. Wel op de vraag of ik 'in mijn hart gevoelde dat ik wettig van Gods gemeente, en mitsdien van God zelf, tot deze heilige dienst - het ambt van predikant - geroepen was'. Bij de bevestiging in een gemeente moet een dienaar des Woords immers antwoorden op deze eerste bevestigingsvraag. Daar heb ik 'Ja, ik van ganser harte' op gezegd en dat zeg ik nog.

De Heere heeft mij de begeerte in het hart gelegd Hem te mogen dienen in het ambt en Hij zorgde ervoor dat er gemeenten waren in het zuiden, in het midden, en ook in het noorden van ons land, die mij beroepen hebben om hun predikant te zijn. Toen ik dan in een gemeente in het Noorden bevestigd werd, voelde ik mij in die gemeente en niet zozeer in een landstreek geroepen. Daarom zou mijn eerste antwoord op de vraag 'Bestaat er roeping voor het Noorden? ' in eerste instantie 'nee' zijn. Goed roept mensen tot het ambt, niet alleen dat van predikant, in de plaatselijke gemeente.

Toch ligt die gemeente in een bepaald stukje van de Wijngaard des Heeren. En arbeiders in die Wijngaard hebben de roeping om niet ieder voor zich, maar samen te werken op de plaats die hun door de Wijngaardenier is toebedeeld. Het is voluit bijbels om de gemeenten in een bepaalde landstreek toch min of meer als een eenheid te beschouwen. In Galatië liggen verschillende gemeenten, die mochten ontstaan als Gods zegen over de prediking van de apostel Paulus op zijn eerste zendingsreis. Zij krijgen later van de dienaar van het Evangelie gezamenlijk een brief: de brief aan de Galaten. De apostel heeft, door die ene brief aan hen allen te schrijven, de Galatische gemeenten doen gevoelen dat zij bijeenhoren en voor elkaar ook verantwoordelijkheid dragen. Opmerkelijk is ook dat Paulus in zijn laatste brief er nog melding van maakt dat Krescens naar Galatië gereisd is en Titus naar Dalmatië, ook een landstreek (2 Tim. 4 : 10). Landstreken hebben door hun geografische ligging, door hun gezamenlijke economische belangen, hun geschiedenis en hun volksaard, toch vaak iets van geestelijke eenheid.

Barre Noorden?

Toen mijn vader mij bevestigde in de gemeente van Onstwedde, liet hij zich in een toespraakje uit de mond vallen de uitdrukking: Het barre Noorden'. Dat komt natuuriijk door Psalm 89 : 6 'Gij schiep het barre Noord' en 't zoele Zuiden saam...' Veel andere sprekers haakten daar direct op in om te zeggen dat dat echt niet waar is dat geestelijk gezien het Noorden zo'n barre landstreek is. Dat woord 'bar' heeft alleen met het klimaat te maken. In Groningen is het bijna altijd een paar graden minder in de winter, dan in de rest van het land. Er staat in de onberijmde psalm trouwens niets over barheid van het Noorden. Er staat immers alleen maar: Het Noorden en het Zuiden, die hebt Gij geschapen.' Dichters, ook psalmberijmers, nemen vaak de vrijheid kwistig met bijvoeglijke naamwoorden te strooien. Laten wij oppassen niet in dezelfde fout te vallen en te doen alsof het kerkelijke Noorden van Nederland bestaat uit gemeenten, die allemaal even 'bar', of kil zouden zijn. Het is in Israël zo, dat het Noorden, Galilea dus, de meest vruchtbare streek van het land is. Geestelijk wordt deze streek echter vaak aangeduid als het 'Galilea der heidenen', de streek die zo ver weg ligt van het Heiligdom dat de mensen slordig waren in hun kerkelijke trouw, dat verbindt het noorden van Nederland enigszins met het bijbelse Galilea. Maar, laten wij niet vergeten, dat de Heere juist daar gewoond en gepredikt heeft. Het is geen 'van God vergeten' landstreek, integendeel. De profetie van Jesaja ging over Galilea in vervulling: Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien.' (Matth. 4 : 16).

Nu ik meerdere jaren een gemeente in het Noorden dienen mag, heb ik inderdaad het gevoel niet alleen mijn eigen gemeente te mogen dienen in het Woord, maar toch ook de landstreek, die op Galilea lijkt. Hier liggen de problemen wat anders dan in het westen of zuiden. Hier is de rechtzinnigheid niet zo dik gezaaid. Hier is door de vloedgolf van de vrijzinnigheid in de vorige eeuw en de daaraan verbonden afscheidingen, de Nederlandse Hervormde Kerk veel verder uiteengeslagen als bijvoorbeeld in de landstreek van mijn vorige gemeente. Het gaat hier niet om grote getallen. Maar mag je Noord-Nederland daarom bar noemen? Nee, werkelijk niet. In sommige opzichten is het geestelijk klimaat hier heel wat milder dan in de landstreken aan de zee. De trouw, waarmee men tracht gemeente te zijn, en de bediening van het Woord probeert in de richting van de belijdenis te krijgen, of te houden, mag best een voorbeeld heten voor andere delen van ons land. En de polarisatie, die elders in onze kerk zoveel verdrietigs teweeg brengt, gaat grotendeels aan het Noorden voorbij. Ik durf onze landstreek in ieder geval niet meer 'bar' te noemen en vraag niet om medelijden met hen, 'die op verafgelegen posten staan'.

Van elders

Dat brengt mij dan gelijk op een andere zaak. De meeste van de orthodoxe predikanten komen in het Noorden van elders. Zij wonend dus ver van familie en thuisgemeente. Dat is er, menselijkerwijs gesproken, de reden van dat velen er maar betrekkelijk kort staan. Al zijn de afstanden in onze tijd minder belangrijk dan vroeger, toch is het verloop behoorlijk groot. Iemand, die meer dan tien jaar een gemeente dient, is een uitzondering. Zou de Heere daar een bedoeling mee hebben dat predikanten zich geroepen voelen om juist buiten hun eigen vertrouwde landstreek Gods Woord te gaan verkondigen? Ik ben er vast van overtuigd dat het antwoord hierop ja' moet zijn. Als de dienaar van het Woord van elders komt, dan wordt daarin toch ook duidelijk dat het God is, Die Zijn Woord doet uitgaan. In de Schrift komt het immers ook heel vaak voor dat de Heere iemand van elders doet komen om Zijn woorden te verkondigen. En dan denk ik niet alleen aan Jona, die naar het verre Ninevé moest reizen. Maar ook aan een profeet als bijvoorbeeld Amos. Hij was een eenvoudige herder en landbouwer in het Tweestammenrijk, maar de Heere riep hem tot profeet voor het Tienstammenrijk, het Noorden dus. Hij zegt het zelf, als hij wordt weggestuurd door de priester Amazia: Ik was geen profeet, en ik was geen profetenzoon; maar ik was een ossenherder, en las wilde vijgen af. Maar de HEERE nam mij van achter de kudde; en de HEERE zeide tot mij: Ga heen, profeteer tot Mijn Volk Israël' (Amos 7 : 14 en 15). De Heere Jezus heeft zelf gezegd en ervaren dat een profeet in eigen vaderland niet geëerd wordt. Zijn woord in Nazareth wordt terzijde geschoven met de woorden: Is deze niet de zoon van Jozef? ' Overigens mogen predikanten in het Noorden soms op wonderlijke wijze zegen op hun arbeid ondervinden en overkomt hen niet dat, wat Amos en ook Christus is aangedaan: zij werden weggezonden, zelfs veracht. Maar dat van elders komen geeft ook wel eens problemen. Er is een groot taalverschil in ons land en predikanten, die naar het noorden geroepen worden, hoeven heus geen Fries of Gronings te leren, maar zij doen er goed aan hun gemeenteleden het gevoel te geven dat zij gerust hun eigen taal spreken mogen. Met name de ouderen hebben immers heel veel moeite zich, aangaande de tere dingen van het geloofsleven, in een andere dan hun dagelijkse taal uit te drukken. Bij de roeping voor het Noorden hoort ongetwijfeld ook het gevoel voor taal of dialect.

Trouw op post blijven

Er speelt zich in de Schrift nog een geschiedenis in het Noorden van het Heilige Land af, waaruit wij iets leren kunnen over 'roeping voor het Noorden'. Ik bedoel de geschiedenis van Legio, die bezeten was geweest en door de Heere wonderlijk genezen. Hij vroeg aan de Heere of hij mee mocht in het schip om naar de andere kant van het meer te gaan. De Heere Jezus liet het hem niet toe - zo staat er - en gaf hem de opdracht: 'Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft... en hij ging heen en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hen Jezus gedaan had. (Markus 5 : 19 en 20). Prof. Graafland heeft jaren geleden op de zendingsdag dit bijbelgedeelte uitgelegd met het oog op de roeping tot inwendige zending. De opdracht, die de Heere geeft, ligt soms dichterbij dan wijzelf zouden willen. En daarin ligt m.i. opgesloten dat de Heere hen, die de neiging hebben zelf hun standplaats uit te kiezen, soms terugwijst en zegt: Blijf maar stil op je post'. De Heere heeft ook hier in het Noorden Zijn volk en Zijn belofte ligt er: in het nieuw Jeruzalem zullen zij van alle kanten komen, dus ook uit het Noorden van Nederland.

Om allerhande reden is het soms wel eens moeilijk in een wat dunner bevolkt en geestelijk niet zo rijk bedeeld gebied te moeten arbeiden. Oppervlakkigheid en onbegrip kunnen een mens wel eens laten verzuchten: 'zou het elders niet eenvoudiger zijn om de Heere te dienen? ' Soms zou je bij de mensen meer kennis en meer ernst willen zien. De verleiding is dan groot te denken dat het elders beter zal zijn en voorbij te zien aan de zegeningen, die de Heere in eigen gemeente geeft. Daarom denk ik vaak aan de man uit Dekapolis en al de keren dat ik door een gemeente uit een andere hoek van ons land geroepen werd, groeide toch weer de overtuiging: ik mag en moet op de plek blijven, waar de Heere mij aan verbonden heeft. Of die band nog eens doorgesneden wordt, God weet het. Maar tot de tijd dat de roeping kennelijk elders ligt, moeten wij maar trouw op onze post blijven en bidden dat de Heere er nog meer roepen wil om ook in dit stukje van de Wijngaard het nodige werk te doen.

In de vorige eeuw stond in Onstwedde de bekende ds. H. E. Gravemeijer. Hij diende de gemeente zelfs twee keer en heeft door trouwe Schriftuitleg een spoor getrokken dat nog zichtbaar is. Hij is de gemeente voorgegaan in respect voor het gezag van Schrift en belijdenis en liet daarin veel zegen na. Uit zijn boekje over de gelijkenis over het onkruid tussen de tarwe ontleen ik deze bemoediging: 'De akker is de wereld, troostvol woord! Wat nu nog een woeste wereld is, een akelige, nare wildernis, waar tegenwoordig niet één goede halm staat, daarvan is naar dit Zijn woord nu nog te hopen, dat het eens een akker worde met goed vruchtdragend zaad. Dat, waar nu de overste dezer wereld nog de overhand heeft, de Heere daar Zijn rijk en Zijn kinderen zal hebben. Alle koningen zullen zich voor Hem nederbuigen, alle heidenen zullen Hem dienen en hij zal heersen van de zee tot aan de zee en van de rivier tot aan de einden der aarde' (Ps. 72). En bij die einden der aarde hoort ook het Noorden van Nederland. Daar mag en moet het goede zaad gezaaid worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Roeping voor het Noorden?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's