Boekbespreking
F. A. van Lieburg, Profeten en hun vaderland. De geografische herkomst van de gereformeerde predikanten in Nederland van 1572 tot 1816, uitgeverij Boekencentrum, 1996, 400 pag., ƒ 60, - .
Het proefschrift van F. A. van Lieburg is in een aantal opzichten een opmerkelijke prestatie. In de eerste plaats is het een dissertatie van de hand van een historicus, van wie men zou kunnen denken dat hij zich al voldoende gekwalificeerd had. Het respectabele aantal van 7 boeken en 50 overige publicaties op het gebied van de (kerk)geschiedenis dwingt respect af. Er zijn professoren die deze 'productie' gedurende hun gehele hooggeleerde loopbaan niet halen. Er gingen dus al heel wat proeven van wetenschappelijke bekwaamheid aan dit proefschrift vooraf Zo gezien heeft het dus iets van 'mosterd na de maaltijd', die overigens nog uitstekend smaakt. Het tweede wat opvalt is de omvang van het onderwerp. Er zijn wel lijvige studies gewijd aan één enkele historische persoonlijkheid. Van Lieburg heeft er echter niet tegenop gezien om alle 12.580 predikanten die de Gereformeerde Kerk in de Nederlanden gediend hebben tussen 1572 en 1816 tot zijn onderwerp van onderzoek te nemen. Hij heeft een repertorium samengesteld waarin van alle predikanten die hij heeft kunnen vinden de naam, geboorte- en sterfdatum en de standplaatsen te vinden zijn. Deze predikantenlijst zal hij in eigen beheer uitgeven en geldt als bijlage bij zijn proefschrift. Een volgende bijzonderheid is dat het boek eigenlijk alleen het eerste hoofdstuk bevat van wat het eigenlijk had moeten worden. Hij had de intentie om veel meer gegevens over de predikanten van zijn onderzoek te verwerken dan hij nu gedaan heeft. De gestelde termijn waaraan hij zich als assistent in opleiding had te houden vroeg echter om een afronding, en vandaar dit boek. In dit 'eerste hoofdstuk' gaat het alleen over de geografische afkomst van de predikanten. Waar kwamen ze vandaan, wat was het 'vaderland' van de 'profeten' van de Reformatie, en waar zijn ze ook gebleven? De lezer hoeft niet bang te zijn dat het een saaie opsomming is geworden van gegevens, zoals een burgerlijke stand die verzamelt. De tabellen waarmee het boek gevuld is kunnen op het eerste gezicht wellicht afschrikken, het verhaal dat erbij verteld wordt is echter van een dermate grote levendigheid dat dit boek zich laat lezen als een boeiende geschiedenis van de predikantenstand in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Van Lieburg verstaat de kunst om een grote hoeveelheid feiten op een anekdotische wijze aan ons op te dissen. Zijn stijl is in de goede zin populair, soms zelfs enigszins 'turboachtig'. Wie verwacht in een eerbiedwaardige studie over predikanten bijvoorbeeld een woord als 'relishopper' (iemand die nogal eens ter kerke gaat buiten eigen gemeente), dat ik ergens tegenkwam. Ook doet het wat merkwaardig aan om het verschijnsel dat er een remmende en stimulerende werking van de 'beroepingsmarkt' uitging op het getal van proponenten vergeleken te zien met de zogenaamde 'varkenscyclus'.
Vanuit de wijze waarop hij zijn betoog lardeert met toepasselijke illustraties uit de vele voorbeelden van predikantenlevens wordt duidelijk dat hij op een trefzekere wijze beschikt over een gedegen kennis van de kleine feiten en grote lijnen van de periode waarmee hij zich heeft beziggehouden. Nergens verdrinkt zijn verhaal in de feitjes, die door de goede structuur van de studie het betoog niet verdringen. Van Lieburg doet mij in zijn stijl van geschiedschrijving sterk denken aan zijn leermeester Van Deursen, die in zijn boeken op een bijzondere boeiende manier de geschiedenis tot leven weet te brengen. Ik moest bijvoorbeeld denken aan Van Deursens boek over het Hollandse dorp Graft. Telkens weer begint de schrijver zijn hoofdstukken midden in een concrete historische tekening, waarna hij zijn gedachtegang in algemenere zin ontwikkelt en afrondt. Dat maakt zijn verhaal zo boeiend en leesbaar. De ontmoeting met de personen die het tijdsbeeld bepalen is levendig en aansprekend. Ieder die van goede geschiedschrijving houdt kan hier zijn hart ophalen.
Het is onmogelijk om het vele wat dit boek te bieden heeft samen te vatten. Al gaat het hier niet om kerkgeschiedenis als zodanig, toch is het duidelijk een waardevolle bijdrage tot kennis van een zo belangrijke periode van onze vaderlandse kerkgeschiedenis, waarvan nog zoveel in de schaduw ligt. Juist in een tijdsgewricht waarin er zoveel te doen is over de toekomst van de 'Vaderlandse Kerk' kan deze studie ons helpen om een scherper beeld te krijgen van het verleden, waarop men zich soms 'niet gehinderd door historische kennis' op ongenuanceerde wijze beroept. Het is mij opnieuw duidelijk geworden hoe federatief de Nederlanden waren, en dus ook de diverse ressorten van de Vaderlandse Kerk. Van Lienburg laat zien dat de predikanten lokale en gewestelijke grenzen overschreden en zo me de een belangrijke bevorderende factor zijn geweest voor de eenheid van de Nederlandse natie. Er bestond een spanning tussen gewestelijk particularisme en het intemationele van calvinisme. De kerkelijke eenheid in de zin van confessie en kerkorde was de staatkundige eenheid voor. Men kon zonder problemen van Friesland naar Zeeland beroepen worden. Al wilde plaatselijke begunstigers de proponenten wel aan hun lokale verplichtingen houden, toch waren de dienaren van het Woord vrij om het Woord te dienen, waar ze zich maar geroepen wisten. Dat neemt overigens niet weg dat in werkelijkheid de regionale gebondenheid wel een belangrijke factor was blijkens het feit dat veel proponenten niet ver van hun geboorteplaats hun eerste gemeente dienden.
Er zijn nog meer opvallende dingen te noemen. Bijvoorbeeld dat het internationale karakter van de predikanten duidelijk tot uiting komt in het opmerkelijke feit dat een tiende deel afkomstig was uit de Duitse landen. Verder was het voor mij een nieuw gegeven dat de 'mobiliteit' van de predikanten veel minder was dan wel eens wordt gedacht. Veel predikanten waren als de pastoors uit de voor-reformatorische tijd, die hun hele ambtsperiode in één gemeente doorbrachten. Er wordt ook duidelijk gemaakt dat de meeste predikanten afkomstig waren uit een stedelijk burgerlijk milieu. Predikanten die in dorpen geboren werden, waren voor een aanzienlijk deel predikantskinderen.
Er zou nog veel meer interessants te noemen zijn, maar ik wil het hier bij laten en hoop dat allen bij wie de belangstelling is gewekt het boek zelf ter hand zullen nemen. Ze hoeven zich door tabellen, percentages en getallen niet te laten hinderen, en de vaktechnische terminologie van de sociale geschiedenis hoeft echt niet af te schrikken om dit boeiende verhaal over 'Profeten en hun vaderland' met genoegen te lezen. Wij zien overigens met belangstelling uit naar het vervolg. Dit 'eerste hoofdstuk' smaakt naar meer. Van harte aanbevolen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's