De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een impressie uit het COGG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een impressie uit het COGG

Herinneringen en verwachtingen

13 minuten leestijd

Gaarne voldoe ik aan het verzoek van dr. ir. J. van der Graaf om een keer gastschrijver te zijn in de Waarheidsvriend, het blad dat ik al vele jaren met grote belangstelling en vaak met instemming lees.

Laat ik mezelf even aan u voorstellen.

Schrijver dezes, drs. W. Kats, woonachtig te Apeldoorn, is emeritus predikant van de Gereformeerde Kerken (de GKN). Van huis uit ben ik 'samen op weg' met de Geref. Bond: mijn hele familie van moederskant behoort ertoe. Mijn grootvader heeft lang geleden veel betekend voor de stichting van de hervormde kapel (GB) te Kerkenveld (Alteveer), de plaats waar ik opgroeide, tevens lid werd van de Geref. Kerk aldaar, omdat mijn moeder met mijn vader mee was gegaan (volgens een oude gewoonte: de vrouw volgt de man!). In mij groeide de begeerte predikant te mogen worden (vooral door actieve deelname aan de JV, de jongelingsvereniging) en dat is via Kampen I gelukt. Ik diende de kerken van Lexmond, Tiel, Goes en Apeldoorn en was steeds met vreugde bezig met de rijkdom van de Schriften en vanuit trouw aan het belijden der kerk. Beloofd is beloofd! Wellicht mede daarom benoemde de generale synode mij in 1968 tot deputaat Eenheid Gereformeerde Belijders, waardoor ik aan het COGG mocht gaan meedoen; dus nu al bijna 30 jaar; en na het vertrek van de actieve secretaris, ds. J. H. Velema (CG), nu als nestor! Dat was de reden voor de vraag van br. Van der Graaf om mijn herinneringen en verwachtingen eens op papier te zetten voor de Waarheidsvriend. Wat ik als een bijzondere uitdaging beschouw. In Credo (van het Confessioneel Gereformeerd Beraad) doe ik dat wel vaker, maar dit keer heeft het voor mij toch een speciaal karakter, vanwege de verbondenheid met de diepste bedoelingen van de Geref. Bond, ook zeer verwant aan die van de CV (de Confessionele Vereniging), en in de hoop een kleine bijdrage te mogen leveren aan de gezamenlijke strijd voor 'de weg van het belijden', onbekrompen en ondubbelzinnig (zoals Groen van Prinsterer poneerde).

Het COGG

Over het onstaan en over de bedoeling van het Contactorgaan van de Geref. Gezindte hoef ik niet breed uit de weiden. Br. J. van der Graaf heeft dat in dit blad diverse malen gedaan. Het is sinds 1963 een bescheiden platform waar mensen uit verschillende kerken en groepen elkaar regelmatig ontmoeten; met officiële afvaardiging vanuit de Chr. Geref. Kerken, de Geref. Kerken, de Ned. Geref. Kerken, uit de Geref. Bond en de CV in de Ned. Hervormde Kerk, terwijl op persoonlijke titel leden van de Geref. Gemeente meedoen (voorheen ook steeds een lid van de Geref. Kerken Vrijgemaakt; er is nu weer een verzoek tot hen uitgegaan om via deputaten te participeren). Alle deelnemers willen staan op de basis van de gereformeerde belijdenisgeschriften, en vandaaruit contact met elkaar oefenen; om elkaar beter te leren verstaan en om 'op deze wijze dichter bij elkaar te komen' (statuten, art. 2). Alles vanuit de visie van Groen van Prinsterer, dat er een (hervormde of) gereformeerde gezindheid is binnen èn buiten de Hervormde Kerk (1837). Men mag elkaar na Afscheiding(en) niet loslaten. Blijven moet 'de bede om hereniging in waarheid' (consensus, 9, H. B. Weijland).

Variatie

Toen ik aantrad was ds. L. Kievit (GB) voorzitter van het COGG, als opvolger van de eerste preses, dr. N. H. Ridderbos (GKN). Latere voorzitters, die ik meemaakte, waren ds. H. Rijksen (GG), ds. G. Jansen (NGK), ds. J. H. Velema (CGK), dr. K. Runia (GKN), ds. L. J. Geluk (GB), ds. Z. G. van Oene (NGK), terwijl sinds kort ds. D. Quant (CGK) vaardig presideert, met drs. C. Blenk (GB) als secretaris. Uit deze rij namen blijkt al hoe groot de variatie binnen het COGG was en is, terwijl de kerken dus in volgorde een voorzitter leverden. En steeds waren de besprekingen broederlijk, soms zelfs vriendschappelijk, ook wel eens vermoeiend en teleurstellend (door de geringe concrete resultaten) en toch altijd zinvol vanwege groeiend begrip; soms zelfs met waardering voor elkaar, al zaten de deputaten van de GKN nogal eens in de beklaagdenbank. Daarbij probeerden we de geuite kritiek zo goed mogelijk te beantwoorden, hoewel soms vanuit een lijden aan de kerk. Maar ook andere leden hadden daarmee te maken vanwege interne verdeeldheid in eigen kerk of groep. Des te opvallender is een zin uit het slot van de al genoemde consensus: 'Als wij intussen menen ieder in de eigen kerk op onze post te moeten blijven, beloven we elkaar, dat we aldaar tegen elke ontsporing waardig en ondubbelzinnig zullen waken en zo nodig getuigen' (12). Op deze wijze is het mogelijk de gesprekken voort te zetten, in verbondenheid met de confessie van de Reformatie, die we allen hoogachten.

Resultaten?

Maar... als er nu niets wordt bereikt? Vrij duidelijk meende br. Van der Graaf in de Waarheidsvriend van 30 mei (de toespraak op de GB-vergadering, 29-5), te moeten concluderen: De Geref. Gezindte is 'een alibi om aan de kerkelijke nood te ontsnappen, een gewetenssusser...'. En 'verder is er kerkelijk gezien niets goeds van te zeggen'. Nu is het COGG de Geref. Gezindte niet, echter wel een vertegenwoordiging ervan. Verder werd er terecht bij gezegd: kerkelijk gezien... Nadat ik er in een COGG-vergadering toch enig bezwaar tegen aantekende, heeft Van der Graaf er in het nummer van 13 juni een uitvoerige toelichting op gegeven, met de erkenning dat hij de consensus, die bereikt werd, ook best had kunnen noemen. 'Maar men moet zich met zo'n consensus ook weer niet te rijk rekenen.' Want 'geen verdeelder wereld dan de gereformeerde wereld'. Helaas moeten we met dit laatste instemmen. Ik weet maar al te goed hoe weerbarstig de situatie is. Al in de 50-er jaren ervoer ik het als een teleurstelling dat een gezamenlijke zangavond in mijn eerste gemeente (van Geref. en GB) op basis van wederzijdse (h)erkenning, niet kon doorgaan door bezwaren van een GB-kerkenraad. In mijn tweede gemeente (Tiel) werd mijn vrijgemaakt-geref. collega bekritiseerd door zijn mensen, omdat wij een vriendschappelijke relatie onderhielden. In de 60-er jaren was er diepgaand bilateraal contact tussen deputaten CGK en GKN (uit het COGG), wat helaas niet veel opleverde behoudens enig begrip voor elkaar, terwijl de Geref. Kerken destijds nog volop orthodox waren. Toen een S.o.W.-delegatie (ds. B. J. Aalbers en ds. D. N. Wouters) eens het COGG bezocht heb ik voorgesteld een waarnemer uit onze kring in de Raad van deputaten te benoemen om zo mee te denken over een goede belijdende koers. Stel u voor: ds. J. H. Velema samen met ir. Van der Graaf bezig aan een nationaal-gereformeerde kerk. Een kairos-moment: een gunstige gelegenheid iets dappers te doen. Er was geen meerderheid voor. Jammer! Hoewel begrijpelijk als men de interne situatie van de kerken kent. En van een consensus werd gezegd: die hebben we al in de art. 27-29 van de NGB.

Dag der kleine dingen

We bleven doorvergaderen met landelijke conferenties, waar interessante onderwerpen werden besproken. Steeds met een oproep uit de deelnemerskring: laten we elkaar proberen te vinden op de weg naar meer eenheid. Maar terug in de COGGbijeenkomsten (in Apeldoorn) gebeurde er niets mee... Ieder zat met vragen binnen de eigen kerk, en met 'vleugels', die vastgehouden moesten worden. Zo waren er gevoelens van teleurstelling, verdriet en wanhoop. Vandaar dat ik de teneur van de artikelen van br. Van der Graaf zo goed begrijp; zelfs als hij het heeft over 'de onmogelijkheid' van de Geref. Gezindte. In die geest sprak dr. B. Wentsel ook op de COGG-conferentie: Laten we in vriendschap naast elkaar leven.

En toch wil ik de 'dag der kleine dingen' niet verachten. We kunnen de Geest door lijdelijke opmerkingen weerstaan, waarschuwt van 't Spijker in De Wekker. Er zijn immers enkele lichtstralen. Het voortduren van de broederlijke contacten is op zichzelf al waardevol. Ontmoetingen zijn niet zonder betekenis. Elkaar beter begrij­ pen kan leiden tot een veranderende, positieve houding ten opzichte van elkaar. Is dat niet gebleken in de totstandkoming van de unaniem aanvaarde 'ecclesiologische consensus', een visie op de kerk vanuit de Schriften!? Nee, te rijk wil ik me niet rekenen; maar ik ben toch wel voldaan over het feit dat dit mogelijk was, en dat nu verdere besprekingen van deze 'Apeldoornse stellingen', met enthousiasme voorbereid en verdedigd door drs. C. Blenk, in het COGG en in het land zullen volgen. De Heilige Geest wil misschien dit begin van toenadering gebruiken. Wat bij mensen onmogelijk is, is toch bij God wel mogelijk! (Luc. 18 : 27) Of, zoals men het vroeger wel zei: nze onmogelijkheden zijn Gods mogelijkheden! Er kan toch een geestelijke 'wende' komen, het vallen van muren, een wonder van vernieuwing.

Prof. dr. W. van 't Spijker riep ons tijdens de COGG-conferentie (11 mei) op om alvast een Convent van Kerken te vormen! Je kunt natuurlijk zeggen: het is onmogelijk dat dit in elkaar 'gespijkerd' wordt (ds. J. H. Velema in Koers). Een reële taxatie maakt dit duidelijk. Maar zouden we niet een poging moeten doen, biddend en werkend, in gelovige verwachting en hopend verlangen, in liefdevolle aanvaarding van elkaar? Dit mag in een kerk van Christus toch geen theorie zijn? Vanuit Zijn gebod en belofte (Joh. 17!), vanuit de paulinische opdracht (1 Cor. 3; Ef. 4) mogen we dapper zijn (Zwingli; Van 't Spijker), en zoeken naar eenheid in waarheid. De tijd dringt. De secularisatie schrijdt voort. De kerkverlating gaat door. Jongeren haken af. Genoeg redenen om dwars tegen negatieve gevoelens en blokkerende toestanden in te gaan. Zou de God van de hemel het ons niet doen gelukken, als wij als knechten ons opmaken, en niet meer breken maar bouwen (Neh. 2)? En zou dit alles niet in te passen zijn in de ontwikkelingen van het S.O.W.-proces? Daar wil men toch ook een belijdende kerk? KO-art. I, 1-10. Daar is de Heilige Schrift toch ook de enige bron en norm voor verkondiging en dienst, I, 3? Daarbij wordt de Drie-enige God beleden, I, 3, en Jezus als onze Heer en Verlosser, I, 2, 6. Tussen haakjes: als deze kerkorde zou worden verworpen, zal een eventueel volgende m.i. niet meer dit belijdend karakter hebben. Volgens prof. dr. L. J. Koffeman zijn er bij S.o.W. wel mogelijkheden, dat (een deel van) de Geref. Gezindte alsnog mee gaat doen, met aangepaste KO-formuleringen. Ds. S. Kooistra (Confessioneel, NH) heeft al vaak in het Hervormd Weekblad gevraagd om deelname van 'de kleine kerken' van hetzelfde Huis! Prof. dr. K. Runia heeft dikwijls gesproken van twee concentrische cirkels in de oecumene: de kleinere kring van de Geref. Gezindte en de grotere kring van de S.o.W.-kerken. Ze sluiten elkaar volgens de GKN niet uit, maar in. Samen in de Naam van Jezus!

Hoe verder?

Het zou mij bijzonder verheugen als het COGG na meer dan 30 jaar in de kracht van de Geest zou kunnen komen tot het wonder van 2000!

In de volgende vergadering hopen we prof. Van 't Spijker te ontvangen. Hij kan dan zyn voorstel om een Convent van Kerken te vormen, nader toelichten. Hoe komen we concreet verder? Immers, de situatie is zo gecompliceerd. Binnen zijn eigen Chr. Geref. Kerken zijn spanningen tussen de vleugels, wat bleek bij docentenbenoemingen vorig jaar door de synode. Er was daarover bij velen teleurstelling, zelfs bitterheid, het verwijt van kerkpolitiek. Hoe zullen de Vrijgemaakt Geref. Kerken reageren? Er is onlangs een klein stapje in de richting van de chr. gereformeerden gedaan! Maar de Ned. Geref. Kerken worden verdacht van te grote vrijheid inzake het belijden en het Schriftgezag, met ook aanvaarding van het diakenambt voor de vrouw. Terwijl er toch in een aantal plaatsen al samenwerking is tussen NGK en CGK; wel met veel vragen daarover bij kerkelijke vergaderingen. Hoe de GKN te zien die in de laatste 25 jaar bepaalde ontwikkelingen doormaakten, en die het SoW-proces steunen! Welke meningsvorming zal er zijn in de Geref. Bond?

Hoe dit alles te combineren onder de koepel van een Convent van Kerken? En van de nog wijdere kring van het S.o.W.proces? Er zal veel te bespreken zijn. Maar als we echt willen en dapper zijn kan er een wonder gebeuren, volgens de Verbondsbeloften bij vernieuwing en terugkeer tot eenheid in waarheid, sola scriptura.

We gaan in het COGG ook het boek van drs. L. van Driel bespreken over de Geref. Gezindte (tussen Verlichting en Godsverduistering). Hij sluit zich aan bij de onderscheiding van sociologen (Dekker en Peters) tussen orthodox-gereformeerden, bevindelijk-gereformeerden en modem-gereformeerden. Ook de laatste sluit hij geenszins uit omdat ze de moed hadden de vragen van de moderne tijd niet te ontwijken. De tijd is nu rijp, zegt hij, om samen te gaan werken vanuit het belijden, ondubbelzinnig en onbekrompen (Groen!). Ds. Quant zal de discussie erover begeleiden. Zou het passen in het voorstel van Van 't Spijker?

Ontwikkeling

Se regionale vergaderingen en de landelijke conferenties gaan door. Het COGG heeft nu ook een pr-functionaris, br. G. Centen. Kerkenraden en gemeenten gaan hopelijk zich samen bezinnen op de bijbelse consensus over de kerk. Aan de basis (plaatselijk) leeft toch de christelijke gemeente. Als er nu maar veel gebed is, met schuldbelijdenis èn bereidheid tot dienst, gevolgd door actie in de dunanüs, de kracht van de Geest, met de Schrift open op tafel.

Als we ons zó inzetten, heb ik toch verwachting van het COGG. Zeker, er zijn nog vele problemen. De kerkelijke verdeeldheid is weerbarstig. Soms: oveel hoofden, zoveel zinnen. Maar als we onze gedachten nu eens gevangen laten nemen door de boodschap van de Schriften, die ons stimuleren tot een eenvoudig geloof in de overwinning van Christus? Dan is onze arbeid toch niet vergeefs (1 Cor. 15 : 58)! De apostel Paulus spreekt van de homologia: het naspreken van de apostolische overlevering en de actualisering ervan (brengt dat in toepassing, Filip. 4 : 9). Als we ons nu eens als GB, als CV, als CGB, met vele anderen, ook in de Geref. Gezindte, op die Weg (Hand. 24 : 14, 22) begeven. Zie ook ons pinksterappèl 1989, met het oog op S.o.W., opgesteld door de drie organisaties, en aan de kerkelijke vergaderingen gericht.

Ik wil niet wanhopen! Dan heb je geen leven. We hebben de kerk nodig als mater fidelium, als moeder van de gelovigen (Cyprianus, Calvijn, Kuyper, Hoedemaker, Schilder). Van die Moeder blijven we houden, ook al is ze op momenten ziek en zwak, en zelfs ontrouw. We doen dit in onze eigen kerk (soms met heimwee), èn in het COGG. Als kinderen van die éne Moeder (Graafland) zijn we door één familieband verbonden. Laten we elkaar niet buiten de deur zetten, maar de band trouw, liefdevol en met regelmaat onderhouden.

Met open oog voor zonden en gebreken, maar ook vergevingsgezind. In gezamenlijk schuldbelijden (Dan. 9), maar tevens met de gezindheid van Jezus Christus (Filip. 2 : 5), niet slechts vanuit eigen belang, maar ook in dienst van de ander (4), nedering en zachtmoedig, de eenheid des Geestes bewarend door de band van de vrede (Ef. 4). Een hoge roeping! Onmogelijk? Van ons uit wel. Vanuit de kerkelijke situatie gezien ook. Heel triest. En toch hoopvol. Er is een bijbels nochtans (Ps. 73 ; 23; Hab. 3 ; 17-19). Dus gaan we verder; ook in het COGG. Veni Creator Spiritus: om, Schepper Geest! Maranatha. Zo houden wij vast aan de eenheid van de algemene kerk (Institutie, IV, 9). Op hoop van zegen...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een impressie uit het COGG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's