Boekbespreking
Henk Vroom, Religie als ziel van de cultuur. Religieus pluralisme als uitdaging, uitgave Meinema, Zoetermeer 1996, 184 blz., ƒ 32, 50.
De titel vormt meteen de centrale stelling van dit boek: religie is en, blijft de ziel van de cultuur, ook in onze pluralistische tijd. En ieder die in de samenleving verantwoordelijkheid draagt, doet er goed aan daar rekening mee te houden. 'Religie' moet dan overigens wel heel breed opgevat worden. De auteur - hoogleraar godsdienstwijsbegeerte aan de VU - kan ook het humanisme eronder scharen. In feite spreekt hij dus over levensbeschouwingen in het algemeen, en niet slechts over religies (het is m.i. verwarrend dat hij beide termen min of meer als synoniem wil hanteren, p. 7).
Vroom bedoelt dus: levensbeschouwelijke tradities vormen de ziel van de cultuur. Wie de reikwijdte ervan wil beperken tot het privé-terrein, berokkent de samenleving op den duur ernstige schade. Want niet alleen hebben we, zoals nu algemeen weer ingezien wordt, gemeenschappelijke normen en waarden nodig; daarnaast is ook ontontbeerlijk, en dat wordt veel minder, algemeen erkend, dat er een 'gemeenschappelijke horizon' is. Normen en waarden zijn immers niet los verkrijgbaar, ze liggen ingebed in veel bredere idealen en zingevende perspectieven, die per definitie levensbeschouwelijk van aard zijn. Daarom zouden religieuze overtuigingen een veel grotere plaats moeten innemen in het publieke debat dan momenteel het geval is. We zouden elkaar in de samenleving kritisch maar welwillend moeten bevragen op de basisinzichten die autochtonen en allochtonen vanuit hun eigen godsdienstige tradities meebrengen.
Een religie is namelijk, zo betoogt prof. Vroom, primair een 'dynamische configuratie van basisinzichten' (70), die mensen leren de werkelijkheid op een bepaalde manier te beleven. Zulke basisinzichten worden voortdurend bijgesteld, beïnvloeden elkaar over en weer, en kunnen elkaar in verschillende religies ook overlappen.
Een religie is dus bepaald geen sluitend systeem van theoretische leerstellingen. Het gaat in religies niet zozeer om waarheid, maar veel meer om wijsheid. 'De mens is beeld van God' is bijvoorbeeld een heel wijs christelijk basisinzicht. Maar ook andere religies hebben zo hun waardevolle inzichten. Daarom moeten we bereid zijn van eikaars fundamentele inzichten te leren. We moeten er in elk geval oprecht nieuwsgierig naar zijn, en dat is volgens Vroom nog veel te weinig het geval. Hij heeft hier forse kritiek op de overheid, die ons op dit punt in onverschilligheid voorgaat: 'De liberale ideologie van de neutrale staat is... niet veel beter dan de communistische regimes die eveneens een blinde vlek hadden voor geloof' (124)1 En Vroom komt met een concreet advies om dit te verhelpen: laat de overheid een 'Raad voor Religies en Levensbeschouwingen' instellens onderverdeeld in allerlei secties. Daar kan dan het gesprek tussen aanhangers van verschillende godsdiensten, o.a. over hun diepste motieven, structureel gevoerd worden.
Kennelijk is de organisatiedrang van Kuyper dus nog altijd niet uitgewoed, denk je onwillekeurig bij het lezen van zo'n advies. Trouwens, heel dit boek is in zekere zin het produkt van een aan de eisen des tijds aangepast kuyperianisme; hier en daar (m.n. in hfdst. 6) lijkt de tekst zelfs weggelopen uit het huidige CDA-program. Dat Christus een centrale plaats in de cultuur dient in te nemen zoals Kuyper wilde - daarmee kunnen we vandaag niet meer aankomen. Maar met religie als ziel van de cultuur nog wel! Eveneens geheel volgens neocalvinistisch procédé (vgl. Kuyper, Hepp, Kuitert) deelt Vroom z'n werk in in een algemeen en een specifiek-christelijk deel, en laat hij beide mooi op elkaar aansluiten. Alleen is het algemene deel wel erg overheersend geworden: 6 van de 8 hoofdstukken!
Vroom oordeelt dan ook buitengewoon positief over wat niet-christelijke religies en levensbeschouwingen zoal te melden hebben. Weliswaar ziet hij in dat we er niet aan ontkomen kritisch te oordelen over allerlei religieuze verschijnselen en opvattingen (hfdst. 3). Maar desondanks spreekt hij zeer eenduidig en massief in positieve zin over religies als de islam, het hindoeïsme etc. Dat komt denk ik mede doordat de waarheidsvraag systematisch ontweken wordt - het gaat immers niet om waarheid, maar om inzicht Terwijl de gedachte dat de religies met afgoderij te maken hebben (Calvijn) al helemaal uit het vizier verdwenen lijkt.
Wel worden in de laatste hoofdstukken kerken en christelijke organisaties opgeroepen tot een ondubbelzinnig christelijk getuigenis. Bij verwatering en veralgemenisering van hun christelijke identiteit is uiteindelijk niemand gebaat, stelt Vroom terecht. Al met al een boeiend boek, dat (net als Kuyper indertijd...) nu eens instemming oproept, dan weer tot tegenspraak prikkelt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's