Boekbespreking
Met harp en al. Psalmen van David, in de vertaling van Pieter Oussoren en getoonzet door Gert Oost, voor studie, meditatie en gebed en om te zingen in kloosterlijke stijl, uitgave Boekencentrum, Zoetermeer 1995, 231 pag., ƒ79, 50.
In de Anglicaanse kerk worden bij het morgenen avondgebed de onberijmde Psalmen gezegd of gezongen. Vooral dat laatste heeft onder ons grote bekendheid gekregen. In belangrijke mate hebben cd's met opnamen van de koren van het King's College en het Saint John's College uit Cambridge daaraan bijgedragen. Het rooster is zo opgezet dat binnen het tijdsbestek van één maand alle 150 Psalmen aan de beurt komen. Elke dag heeft zijn eigen Psalmen. De precieze indeling is te vinden in het Anglicaanse kerkboek, het Book of Common Prayer. Wie zich aan dit rooster houdt, raakt met alle Psalmen vertrouwd.
Zo wordt het geloofsleven bijbels gevormd. Helaas zijn de aantallen mensen die dit gebruik praktiseren gering. Maar het gaat wel door. In elke kathedraal. Dag aan dag.
Voorwaarde voor het onberijmd zingen van de Psalmen is een ritmisch gelede vertaling. Die geeft onze Statenvertaling niet. Dat is een Bijbel om (hardop) te lézen en te horen. Vandaar in oude Statenbijbels die schuine streepjes. Zij verdelen de tekst in kleine stukjes. Bij elk streepje even wachten en dan weer verder lezen. De Engelse tegenhanger van de Statenvertaling is de 17e eeuwse King James Bijbel. Deze biedt evenmin een ritmisch gelede vertaling. Het zingen van de onberijmde Psalmen zou dan van de baan zijn geweest. Mede daarom werd in de diverse uitgaven van het Book of Common Prayer (1549, 1552, 1662) gebruik gemaakt van de Psalmvertaling van Miles Coverdale uit de Great Bible (1539). Deze Psalmen, weergegeven in prachtig klassiek Engels, waren niet alleen geschikt om te lezen maar ook om te zingen. Daar was echter één nadeel aan verbonden. Ze waren niet vertaald uit de oorspronkelijke, Hebreeuwse Bijbel maar uit de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament. Dus een vertaling van een vertaling. Dat verklaart de afwijkingen van de oorspronkelijke tekst.
De kerk uit de tijd vóór de Reformatie kende ook het gebruik van het zingen van de onberijmde Psalmen. Dat gebeurde vooral in de kloosters. Het Latijn van de Vulgata, nog steeds de officiële Bijbel van de Rooms-Katholieke Kerk, leende zich daar uitstekend voor.
Een ritmisch gelede vertaling van de Psalmen kan niet zo maar even uit de grond gestampt worden. Daarom is in de Lutherse reformatie het Psalmboek als geheel uit de liturgie verdwenen.
Wel heeft Luther een aantal Psalmen geparafraseerd. Het bekendste voorbeeld is 'Een vaste burcht is onze God'. Calvijn heeft het probleem opgelost door de Psalmen te laten berijmen. De melodieën die daarvoor werden gecomponeerd bevatten gregoriaanse en joods-synagogale elementen. Zo bleef de aansluiting op oude tradities intact. Dat in Geneve de Psalmen op populaire volkswijsjes werden gezongen, is een denigrerende en in haar oorsprong waarschijnlijk antireformatorische opmerking.
Daarom dwingt de poging van Oussoren om van de Psalmen een ritmisch gelede vertaling te geven, respect af. Hij is niet de eerste die zo'n onderneming waagt en dit werk is ook niet zijn eerste poging. In 1989 verscheen reeds zijn De Stem van David. Bij de vertaling volgt hij de concordantie of ideolecte methode. Dezelfde woorden uit het Hebreeuws worden zoveel mogelijk weergegeven door dezelfde woorden in het Nederlands. Hij weet zich daarbij geïnspireerd door de vertaalmethode van Martin Buber. Ook de Statenvertaling volgt de concordante methode. De tekst vraagt daar ook om. Door het gebruik van dezelfde woorden worden bepaalden verbanden gelegd. In parafraserende vertalingen zijn die verbanden niet meer te herkennen. Een te waarderen bijzonderheid is dat de auteur zich in de alfabetische Psalmen houdt aan het abc van de oorspronkelijke tekst. Alle verzen van het couplet Alef van Psalm 119 beginnen dan ook met een a, van het couplet Beth met een b, enzovoort. Dat geeft een kunstmatige indruk, maar dat is met de Hebreeuwse tekst eveneens het geval. Het leven uit het geloof is van a tot z leven uit de Tora. Als illustratie volgt nu de 'z' van Psalm 119:
Zij nadere, mijn jammerklacht, tot uw aanschijn, o HEER;
schenk mij inzicht, naar uw woord.
Zij kome, mijn smeking, tot uw aanschijn;
zoals Gij hebt toegezegd, ontruk mij.
Zingen zullen mijn lippen uw lof uitbundig,
als Gij mij uw wetten leert.
Zo zal mijn tong uw toezegging beantwoorden
want gerechtigheid is elk van uw geboden.
Zij uw hand daar om mij te helpen,
nu ik voor uw ordinanties heb gekozen.
Zeer diep verlang ik, o HEER, naar uw heil,
uw Torah is mijn verkwikking.
Zal mijn ziel leven, zij zal U loven,
uw rechtsregels zullen mij helpen!
Zo ik verdwaald ben, als een schaap verloren,
kom dan uw dienaar zoeken,
want uw geboden zal ik nooit vergeten!
Een ritmisch gelede vertaling van de Pslalmen zou mij meer aanspreken wanneer zij zou aansluiten bij het taalcoloriet van de Statenvertaling.
Dat zou eenheid van stijl geven in de gelezen en gezongen teksten. Wat mij stoorde was dat de HEERE en de Gezalfde des HEEREN hier en daar worden aangesproken met 'jij'. De invloed van de vertaalmethode van Martin Buber (als we bij Buber al over een vertaalmethode mogen spreken!) blijkt uit het grote aantal Hebraïsmen in de Nederlandse tekst. De 'rechte offers' zijn geen 'offers van oprechtheid' (Ps. 4 : 6). De eerste vertaling zegt iets over de offers: de worden gebracht volgens de regels van de Tora; de tweede vertaling zegt iets van de offeraars: ze zijn oprecht. Dat laatste is echter niet aan de orde. Het gebruik van Hebraïsmen leidt ook tot een eigen jargon dat als een 'derde taal' tussen de gevende en ontvangende taal wordt ingeschoven.
Zo'n 'tussenstop' blokkeert het 'getrouwelijk overzetten' dat de Statenvertalers voor ogen stond. Tot dat 'eigen jargon' zijn uitdrukkingen te rekenen als 'manszonen', 'zoon van Adam', Adams zonen', 'gemeenschappen' als de volkeren zijn bedoeld, 'Jizraeel', terwijl het toch heel gewoon over Israël gaat, en de omschrijvingen van de heilige NAAM: Die-zal-komen', 'Die-er-zijn-zal', 'de Aanwe-zige'. De meest voor de hand liggende omschrijving 'Die-is' ontbreekt echter. Zit daar een theologische visie achter? Direct aan het begin van de Tora of Onderwijzing wordt ons geleerd wat we tegenwoordig zouden omschrijven als een theologische metafysica. Daar grijpen de Psalmen op terug: laat de heidenen weten dat zij mensen zijn (Ps. 9 : 21b). De Psalmen zijn op muziek gezet door Gert Oost. Wat hij schrijft over de geschiedenis en de huidige praktijk van het zingen van onberijmde Psalmen zal zeker de belangstelling hebben van koordirigenten en kerkorganisten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's