Theoloog van de crisis (1)
Dietrich Bonhoeffer
In de hervormde gemeente te Wezep werden enkele lezingen over het thema Navolging gehouden. Eerder plaatsten we de lezing van drs. J. Harteman over navolging bij Jodocus van Lodenstein. Nu volgt in enkele afleveringen de lezing van drs. W. Dekker over Dietrich Bonhoef
Slechts 39 jaar werd hij. Geboren in 1906 stierf hij 39 jaar later op 9 april 1945, vermoord vanwege zijn aandeel in het verzet tegen Hitler. Ik wil proberen u een kleine indruk te geven van de betekenis van deze theoloog in zijn tijd, de uitstraling, die zijn theologie toen en later gehad heeft en waarom het van betekenis is, dat we ons ook nu nog in zijn werk verdiepen.
Bonhoeffer was afkomstig uit een liberaal, aristrocatisch milieu, door hemzelf vaak omschreven met het woord 'burgerlijk'. Een woord, dat vandaag bij ons geen goede klank meer heeft, geassocieerd wordt met bekrompen, hetgeen dan tegelijk het verval aangeeft van de eens zo grootse burgerlijke cultuur van West-Europa.
Deze burgerlijke cultuur van de 19e eeuw kreeg een grote dreun bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Heel de beschaving werd aan flarden geschoten op de slagvelden van Verdun. Het kwam voor de familie Bonhoeffer ook heel dichtbij doordat een van de twee broers van Bonhoeffer, die vrijwillig dienst genomen hadden in het keizerlijke leger, sneuvelde nog voordat hij het front had bereikt. Dat gaf een geweldige schok in de familie Bonhoeffer, natuurlijk ook in verband rnet het persoonlijke verdriet, maar niet minder omdat een harmonieuze wereld van aristrocratisch, burgerlijk denken ineenstortte.
Het feit dat Bonhoeffer theologie ging studeren had zeer zeker te maken met deze schokkende ervaringen. De crisiservaring riep de vraag naar God op; iets waar merkwaardigerwijs Bonhoeffer later zo tegen zal fulmineren: God, die ter sprake komt aan de randen van het bestaan, is niet de God van de bijbel. Die wil juist midden in het volle leven gediend worden.
Maar zonder de schokervaring van de dood had het niet zo voor de hand gelegen dat de liberale Bonhoeffer theologie was gaan studeren. Er was in zijn milieu nauwelijks sprake van kerkelijk meeleven. (Ik moest toen ik me hierin weer verdiepte even denken aan Bolkestein: zelf geloof ik er niet zo veel van, maar godsdienst is wel heel nuttig voor de maatschappij.)
In 1927 schrijft hij zijn proefschrift: Sanctorum communio. Een dogmatisch onderzoek naar de sociologie van de kerk. Nu de samenleving is kapotgegaan, verwacht Bonhoeffer dat de kerk een soort nieuwe samenlejving zal kunnen vormen. In de kerk gaat het om gemeenschap met God en met elkaar. De van huis uit weinig kerkse Bonhoeffer lijkt nu alle kaarten op de kerk gezet te hebben. De kerk is naar haar roeping een voorbeeldige samenleving, een blauwdruk van Gods bedoelingen met de mensheid.
Veel verwachtingen van de kerk dus, in de hoop dat die kerk voorbeeldig zal kunnen zijn voor een wankelende cultuur.
Hij wordt nu een jaar vicaris in de Duitse gemeente van Barcelona, waar zich het crisisgevoel omtrent de cultuur sterk doorzet en waar de kerk hem ook niet dat lijkt te bieden wat hij ervan hoopte en verwachtte. In 1929 wordt Bonhoeffer professor in Berlijn. De crisis in de cultuur zet zich door in de vorm van grote depressie en werkloosheid, opkomend Nationaal-Socialisme, dat in 1933 zou leiden tot de machtsovername van Hitler.
Bekering
Dit alles laat Bonhoeffer niet onberoerd, maar het meest ingrijpend is in deze tijd het jaar studieverlof 1930/1931 in New York. Hij sluit een hechte vriendschap met de zwarte student Frank Fisher en wordt zo van zeer nabij geconfronteerd met het zwarte proletariaat in Harlem, de negerwijk van New York. De biograaf van Bonhoeffer, Eb. Bethge, situeert rond deze tijd, waarin hij Bonhoeffer oog in oog ziet treden met de lijdende mens, Bonhoeffers bekering tot Christus. In ieder geval: hij is anders uit Amerika gekomen dan hij erheen ging. Solidariteit met het slachtoffer: zwarte, arbeider, jood, vormt van nu voortaan de sleutel tot zijn ethiek.
Hij gaat hierna wel weer wat doen aan de universiteit, maar tegelijk werken in de arme wijken van Berlijn. Een toekomst als liberaal academicus en theoloog is niet meer denkbaar vanaf dit moment.
Van nu voortaan komen sociale bewogenheid, maatschappijkritiek en cultuurkritiek samen. In 1932 zegt hij in een voordracht: 'Het Avondland heeft een mens voortgebracht, die zichzelf alleen weet te handhaven door de ander te doden, hetzij economisch, hetzij militair. Het Westen is de cultuur van fabrieken en oorlogen'.
En het christendom? Dat deelt volgens Bonhoeffer geheel in deze crisis, omdat het geheel met de cultuur verweven geweest is. Maar dit cultuurchristendom loopt ten einde. In januari 1934 schrijft hij aan zijn broer dat zich steeds meer de overtuiging aan hem opdringt, 'dat het in het Westen met het christendom afloopt - in elk geval in zijn gestalte en interpretatie die we tot nog toe gekend hebben'. Hij wil nu graag een reis maken naar India, naar het Oosten, waar het overigens nooit van gekomen is, maar het geeft aan hoezeer hij is gaan wanhopen aan het Westen.
Het christendom is zelf deel van het probleem. Toch ziet Bonhoeffer geen betere weg in de crisis van de tijd dan te zoeken naar vernieuwing van de kerk en van het christelijk geloof. Er loopt een lijn van zijn proefschrift Sanctorum communio naar zijn praktische inzet voor de kerk op velerlei manieren sinds zijn reis naar Amerika. Zeker loopt er ook een lijn naar zijn leiderschap van het seminarie in Finken walde in 1934. Hier wil ik nog iets dieper op ingaan, omdat hier ook het boek Navolging onstaan is.
Navolging
In 1933 is het crisisgevoel dat begonnen was bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bij Bonhoeffer sterker geworden dan ooit, omdat sinds 31 januari 1933 Hitler aan de macht is. In Hitler stierf een cultuur, de burgerlijke aristrocatische cultuur en doofde een droom, die van de vreedzaam ontplooibare humaniteit. Bonhoeffer zoekt nu een nieuw houvast in een nieuwe concentratie op de Schrift en in de Schrift in het bijzonder op Jezus Christus en de radicale navolging van Hem. Het is duidelijk, dat hiervoor geen plaats is binnen het vigerende christendom, dat restloos achter Hitler staat, maar Bonhoeffer hoopt dat er wel plaats voor is binnen de zogeheten 'Bekennende Kirche', een tegenbeweging in de kerk, die begint met een eigen opleiding van predikanten aan een seminarie. Bonhoeffer wordt in 1934 als directeur gevraagd van dit seminarie van de Bekennende Kirche in Finkenwalde. In dit seminarie ontstaat zijn boek Navolging, dat opgebouwd is uit colleges over de Bergrede.
Het seminarie is tegelijk een soort kloostergemeenschap, waar Bonhoeffer poogt in spirituele vormgeving en praktisch communaal leven gestalte te geven aan de navolging, het geheel en al op Christus en zijn roep tot gehoorzaamheid, gericht zijn. De wereld wordt door Bonhoeffer vergeleken met een zinkend schip. Dat moet je niet nog proberen te redden, maar dat moet je verlaten want zinken doet het toch. Bonhoeffer schrijft: 'Hoe ouder de wereld wordt en naarmate de strijd tussen Christus en Anti-Christ ontbrandt, des te grondiger probeert dan de wereld zich van de christenen te ontdoen'. Door hen naar Finkenwalde te verdrijven bijvoorbeeld.
De christen is voor Bonhoeffer nog steeds solidair met deze wereld, maar dan slechts in zijn voorbede en zijn plaatsvervangend lijden. De terugtocht in Finkenwalde betekent niet voor Bonhoeffer: je niet meer met de nood van de wereld bezighouden. Integendeel. Juist in deze jaren heeft hij zich consequent ingezet voor de vervolgde joden. Dat betekende voor hem ook: navolging.
In genoemd boek schrijft hij dan ook dat het vroomste gebed, de meest correcte godsdienst, de dapperste belijdenis (Barmen!) tegen de christelijke gemeente getuigt als zij 'de door de wereld verachte en onteerde geen teken gegeven heeft van de liefde van Jezus, die leven behouden, dragen, beschermen wil'.
Hier stop ik met het geven van een overzicht van Bonhoeffers ontwikkelingsgang, omdat het ons hier vooral te doen was te schetsen in welke setting Navolging gelezen moet worden. Globaal kan van Bonhoeffers verdere ontwikkeling gezegd worden, dat hij in het boek dat hierop volgde, zijn Ethik weer meer oog gekregen heeft voor het feit, dat God ondanks alles ook nog in de wereld buiten de kerk werkte. Je kunt in het vervolg bij Bonhoeffer eigenlijk iets terugvinden van het woord van Abraham Kuyper: De wereld valt mee en de kerk valt tegen. Wat dat laatste betreft: Bonhoeffer raakte steeds meer teleurgesteld in de Bekennende Kirche, die veel minder radicaal was dan Bonhoeffer wilde, bijvoorbeeld wat betreft solidariteit met de joden, en ook raakte hij teleurgesteld in de oecumenische beweging, die geen keuze wilde maken tussen Deutsche Christen en Bekennende Kirche. En wat het eerste betreft: het verzet tegen Hitler, dat uiteindelijk leidde tot een aanslag op Hitler, waar Bonhoeffer bij betrokken was, ontstond in de liberale, burgerlijke bovenlaag van legerofficieren en anderen, een cultuur, die Bonhoeffer eigenlijk als mislukt had afgeschreven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's