De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vreemdeling in Jeruzalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vreemdeling in Jeruzalem

9 minuten leestijd

In vakantietijd kan men zich de betekenis van vreemdelingschap nog weer eens te beter voorstellen. Mensen gaan kortere of langere tijd van huis, maar zijn op hun vakantiebestemming nooit helemaal thuis. Het eigen huis, met allen, die tot de intieme levenskring behoren, vergeet men niet. Thuis blijft trekken en op een bepaald moment is het weer genoeg. Dan is het weer tijd om naar huis te gaan. Elders is men toch maar een vreemde.

Het is in dit leven een groot geschenk eigen huis en haard te hebben. Dat mogen we ons ook temeer realiseren in een wereld, die miljoenen ontheemden telt, mensen die altijd in den vreemde moeten verkeren. Nergens thuis.

Er zijn in deze tijd van het jaar twee soorten volksverhuizingen in de wereld, een vrijwillige en een verplichte. In dat licht bezien staat vreemdelingschap in vakantietijd niet in verhouding tot vreemdelingschap vanwege ontheemding. De bijbelse vreemdelingschap heeft dan ook eerder met ballingschap te maken.

Jeruzalem

Het element van de vreemdelingschap krijgt bijzondere dimensies en heeft verschillende aspecten, wanneer men Jeruzalem bezoekt. Er is geen stad ter wereld, waar het hele jaar door zoveel nationaliteiten samentreffen. Uit alle landen van de wereld is er een regelmatige toestroom van duizenden mensen naar Jeruzalem. Er zijn weliswaar grote variaties in die toestroom. Direct na de laatste verkiezingen daalden de boekingen naar Jeruzalem bijvoorbeeld dramatisch (zie Globaal Bekeken). In dat verband was het overigens opvallend, dat èn tijdens de dienst, die ik op zondagmorgen in de graftuin bezocht, èn tijdens de dienst in de Schotse Kerk, met als voorganger de kersverse ds. C. van den Boogaard, de belangstelling massaal was, met hoofdzakelijk jongeren.

Maar in welke tijd men ook in Jeruzalem komt en welke crisissituatie er ook is, er zijn altijd duizenden vreemdelingen. Niet alleen mensen van uiteenlopende nationaliteiten, maar ook aanhangers van verschillende godsdiensten, al of niet christelijke sekten en bewegingert ballen er samen. Maar allen zijn er vreemdeling. Soms treft men er ook 'vreemdelingen' van dien aard, dat ze vanwege overspannen heils-en toekomstverwachtingen tot een vreemdsoortig gedrag komen. Maar de meeste vreemdelingen bezoeken Jeruzalem toch omdat er kennelijk een speciale bekoring uitgaat van de stad, die in de Schriften de navel der volkeren wordt genoemd en een lastige steen voor alle volkeren (Zach. 12); een stad ook waarheen de volkeren zullen optrekken (Zach. 14).

Vreemdelingschap doet zich in Jeruzalem ook in ander opzicht voor. De joden weten er zich thuis. Ze mochten terugkeren naar hun thuisland. De vestiging van de staat Israël in 1948 is zelfs religieus beleefd als 'het begin van het uitspruiten van de messiaanse verlossing'. Maar tegelijkertijd raakten anderen ontheemd, bewoners van het voormalige Palestina raakten - hóe men ook de oorzaak ervan wil duiden - vervreemd van eigen huis en haard. Eigendommen werden onteigend. Daarom, zolang er voor hen geen echte oplossing komt in het vredesproces, dat gaande is, voelt men zich vreemdeling in eigen huis. In politiek opzicht althans, want het kan niet ontkend worden, dat velen, met name in Jeruzalem, voor eigen huis en haard in persoonlijke zin een betere situatie hebben dan vroeger, voor 1948. Maar politiek gezien ervaart men de toekomst vooral na de laatste verkiezingen als weer veel meer onzeker.

Vreemdeling

Maar dan nu de diepere vreemdelingschap in Jeruzalem. Die is van tweeërlei aard. Men kan in Jeruzalem verkeren en vreemdeling zijn inzake datgene wat er zich in de diepere zin van het woord afspeelde en nog afspelen zal.

De (nu staande) uitdrukking 'vreemdeling in Jeruzalem' werd overigens het eerst op Jezus toegepast, t.w. door de Emmaüsgangers, die Hem immers vroegen of Hij dan niet wist wat er gebeurd was die dagen aangaande 'Jezus de Nazarener'. Maar Jezus keerde de rollen om. Hun eigen ogen waren nog gesloten voor de Opgestane. Als zodanig openbaarde Jezus Zich aan hen met de vermaning: O, onverstandigen en tragen van hart om te geloven al het­ geen de profeten gesproken hebben!... En begonnen hebbende van Jezus en van al de profeten, legde Hij hun uit in al de Schriften wat van Hem geschreven was' (Lukas 24 : 25, 27). De Grote Vreemdeling in Jeruzalem maakte hun bekend, dat zijzelf kennelijk nog vreemdelingen waren aangaande Zijn eigenlijke werk. En hier ging het dan nog wel om discipelen! De Opgestane was zelfs voor hen nog de Verborgene.

Zo heeft Jezus telkens weer, ontdekkend in alle toonaarden gezegd tot de zonen en dochteren van het eigen huis, tot de religieuze leiders van het volk met name, dat ze, terwijl de messiaanse beloften voor hun ogen werden vervuld, zij vreemdelingen in Jeruzalem waren aangaande de belofte, die zij in de vervulling ervan niet verstonden. Het is aangrijpend als men het totaalgetuigenis van het Nieuwe Testament, alleen al van de Evangeliën, op zich laat afkomen. Hoe vaak en diep is daar niet sprake van het niet-verstaan van de betekenis van Christus' komen in deze wereld door Zijn eigen volk.

Hij was gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Uitgeworpen in Nazareth.

Johannes kreeg in de gevangenis, op de vraag aangaande het mandaat van Jezus, uit diens eigen mond, via twee discipelen van Johannes te horen, dat kreupelen wandelden, doden zelfs werden opgewekt en - vooral! - dat aan armen het Evangelie werd verkondigd (Mt. 11 : 5). Maar deze tekenen van Zijn messianiteit werden door het volk niet verstaan. Vreemdelingen in Jeruzalem, dat was het wat Jezus constateren moest van degenen, die Zijn broeders waren naar het vlees. Ze bleven 'vijanden aangaande het Evangelie', zou Paulus later moeten zeggen; hoewel - nochtans - beminden om der vaderen wil.

Dat alles geldt tot vandaag. Zowel het laatste, de onberouwelijkheid van Gods verkiezing, als het eerste, het deksel dat op hun aangezicht ligt, moeten we ook vandaag in de ontmoeting van de kerk met Israël ten volle laten staan, omdat het in het Aangezicht van Jezus Christus nog ten volle van kracht is. In Jeruzalem zijn diegenen, die er hun aardse thuis hebben, na eeuwenlange ballingschap, nog steeds vreemd aan Jezus, met uitzondering van de Messiasbelijdende joden.

Zo kan dat - het zij terzijde gezegd - overigens toch ook gelden voor mensen, die de christennaam dragen en zich in de directe lichtkring van het Evangelie bevinden, maar nochtans geestelijk 'vreemdeling in Jeruzalem' zijn. Omdat men niet verstaat de dingen 'die des Geestes Gods zijn'.

'Want is het dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe dat Hij ook mogelijk u niet spare', waarschuwt Paulus (christenen uit) de heidenen (Rom. 11 : 13, 21).

Op doorreis

Mediterend, met uitzicht op de stad Jeruzalem, beseft men tenslotte vooral ook, dat er juist ook voor de Christgelovige, voor de mens, die niet vreemd is aan Christus, een laatste en beslissende dimensie is aan de vreemdelingschap. Het is de vreemdelingschap van Abraham, die inwoner was in het land der belofte als in een vreemd land. Hij had de belofte nog wel niet verkregen, maar die wel van verre gezien, en geloofd en omhelsd. Maar hij heeft nochtans - samen met andere heiligen onder het Oude Verbond - beleden 'gast en vreemdeling op de aarde' te zijn (Hebr. 11 : 13). Abraham heeft beleden 'vreemdeling en bij-woner' te zijn (Gen. 23 : 4). Altijd op doorreis. Het beste moest nog komen. 'Want hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is' (Hebr. 11 : 10).

Het neerdalende Jeruzalem

Ook het aardse Jeruzalem kan het laatste niet zijn. Johannes zag op Patmos 'de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit de hemel van God' (Openb. 21 : 10). Het aardse Jeruzalem, met de muren en de poorten is maar voorspel. Johannes komt, hoezeer hij ook beelden van de aardse stad gebruikt, beelden te kort om de heerlijkheid van de nieuwe stad te tekenen. 'Als gouden de portalen zijn, hoe zullen dan de zalen zijn', dichtte Jacqueline van der Waals.

De vreemdelingschap van de gelovige is dan ook gekenmerkt door heimwee naar het betere, dat nog uitstaat. In de overdenking van het toekomende leven heeft dat een plaats. Eenmaal zal de vreemdelingschap vergeten zijn. Eenmaal zal de gebrokenheid van het bestaan achterhaald zijn. Maar de heerlijkheid van de nieuwe stad zal daarom zo groot zijn omdat deze alle persoonlijke dimensies en beperkingen te boven gaat. Johannes zag het neerdalende Jeruzalem niet alleen in haar concrete luister (vers 10) maar ook in het perspectief van de nieuwe hemel en de, nieuwe aarde (Openb. 21 : 2) en als zodanig in het perspectief van de definitieve vernieuwing, het definitieve herstel van alle dingen.

En vooral: de tabernakel Gods zal bij de mensen zijn. God Zelf zal bij zijn volk wonen, de tranen van alle verdrukten zullen afgewist zijn. Geen ontheemden meer. Het rijk van vrede en gerechtigheid breekt aan. De volken, die zalig worden, zullen wandelen bij het stralendste Kaarslicht, dat ooit heeft geschenen, het Licht van het Lam. En de koningen zullen de eer en heerlijkheid van Jeruzalem daarin brengen.

Deze verwachting is geen zoethoudertje, geen opium van het volk, zoals ooit Karl Marx de mensheid bedriegelijk voorhield. Wat hebben zijn heilsprofetieën intussen anders dan onheil gebracht!

De geschiedenis leert, dat deze aarde een tranendal blijft, met hier en daar opgerichte tekenen van het betere, dat komt. Maar er is sprake van leven en sterven met gegronde verwachting! Verwachting van dat betere is geen heilsegoïsme maar perspectief op een rijk van vrede en gerechtigheid, dat, door de weeën van de geschiedenis heen, eenmaal in alle luister zal doorbreken. God zal dan zijn alles en in allen. En de Christgelovigen, die nu nog door een spiegel in raadselen zien, zullen kennen zoals ze gekend zijn.

Zicht

Met het zicht op het aardse Jeruzalem kan men de vreemdelingschap vanuit allerlei gezichtshoek overdenken.

Met het oog op het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel zal neerdalen, beseft men te meer, dat we slechts op doorreis zijn. Maar wie heimwee heeft, komt thuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vreemdeling in Jeruzalem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's