Boekbespreking
J. van Baal, Boodschap uit de stilte/Mysterie als openbaring. 150 biz. ƒ 24, 90. A. F. Droogers (red.). Boodschap uit het Mysterie; reacties op de visie van J. van Baal. 138 blz. ƒ 29, 90. Beide boeken zijn uitgegeven bij Ten Have, Baarn.
Prof. J. van Baal (1909-1992) was vele jaren gouverneur van Nieuw-Guinea, later godsdienstantropoloog en nog later hoogleraar culturele antropologie in Amsterdam en Utrecht. Zijn boek (het eerstgenoemde) werd eerder afzonderlijk als twee deeltjes uitgegeven, respectievelijk in 1985 en 1990, en nu dus postuum gebundeld.
De kernvraag van het boek is: Is religie product van de mens of product van openbaring? In eerdere jaren ging VanBaal uit van de gedachte dat godsdienst een menselijk verschijnsel is: men kan aan religieuze ervaringen interessante kennis ontlenen omtrent mensen die ervaringen hebben, maar geen kennis omtrent God. In latere jaren komt hij daarop terug. In 'Boodschap uit de stilte' zegt hij: Jezus is een mens, die in de stilte van de woestijn een geweldige mystieke ervaring heeft beleefd, waardoor hij het Mysterie (God) herkende als Vader, die hem, als Zoon, met een boodschap naar de mensen stuurde. Wat we uit het Nieuwe Testament van Jezus weten is gekleurd door de eerste christengemeenten. Enerzijds verzet Van Baal zich tegen Schillebeeckx, die veel teksten uit het Nieuwe Testament elimineert, en tegen Schweitzer en diens 'Geschichte der Leben Jesu Forschung'. Anderzijds zegt hij dat er gegronde reden is om de verhalen over geboorte en afstamming van Jezus en vele wonderverhalen als latere inpassing en legende te beschouwen. Bedenkingen heeft hij ook tegen de nieuwtestamentische gedachte van Jezus als het offer voor de zonden. Jezus is het paaslam en het paasoffer is bij uitstek een feestoffer en geen verzoeningsoffer. Wat Jezus' verdere leven betreft: Hij was een mysticus die dikwijls de stilte zocht en telkens naar de eenzaamheid terugkeerde om in de stilte te bidden.
Deel 2 van zijn boek, 'Mysterie als openbaring', begint met de tekst van Jeremia (20 : 7): Gij hebt mij overreed, Heer, en ik heb mij laten overreden. Gij zijt mij te sterk geweest.' Van Baal zegt daarin: Religie is gevolg van openbaring. Daarbij kunnen we echter niet spreken van één bepaalde openbaring, zodat één religie de ware zou zijn. De openbaring, die religie tot gevolg heeft, ontvangt de mens in de stilte. Zo ging het met zieners en profeten en ook met Jezus. Omdat in onze tijd door radio, tv, fabriekslawaai, de gejaagdheid van het leven enz. de stilte bijna geheel weg is, kwam het tot het moderne ongeloof waarin voor het Mysterie (God) geen plaats meer is. In een naschrift, getiteld 'leren zien', zegt hij de gedachte te hebben nog te aarzelend te zijn geweest. Hij zou de werkelijkheid van het Mysterie (God) nog sterker willen onderstrepen.
Het tweede boek, 'Boodschap uit het Mysterie', is het resultaat van een studiedag over het werk van Van Baal, gehouden in het najaar van 1993 aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, van de hand van een negental hoogleraren en docenten, voor het merendeel uit het vakgebied van Van Baal. Het bestaat uit drie delen: een biografie van Van Baal, reacties op diens visie op de rol van de stilte, en vier opstellen over zijn visie op het Mysterie. De reacties van prof. dr. W. B. Drees en dr W E. A. van Beek zijn zeer kritisch.
Mij raakten vooral de laatste twee bijdragen, die elkaars tegenvoeters zijn: die van prof. dr. L. Leertouwer, die Van Baals gedachten afwijst, en die van prof. dr H. M. Vroom. De laatste, hoogleraar godsdienstwijsbegeerte aan de VU, neemt het voor Van Baal op. Hij zou nog een stap verder willen gaan dan Van Baal. Van Baal is blijven staan bij de gelijkschakeling van alle religie. Vroom kan daar niet in meekomen, want 'als het beeld van God als een liefhebbende Vader waar is, dan zijn andere godsbeelden minder helder of zelfs onwaar'. Vroom zegt: Godsdienstwetenschap kan niet onder de waarheidsvraag uit, ook al is die vraag (hoogst waarschijnlijk) niet deinitief te beantwoorden. Maar terughoudendeid ten aanzien van de waarheidsvraag betrachen is iets anders dan de waarheidsvraag schrappen. Vroom pleit ervoor om echt te luisteren, dat wil zeggen, goed proberen te begrijpen wat de ander bedoelt en daarbij zich voor te stellen wat het zou inhouden als het waar of niet waar is. Hij eindigt zijn bijdrage met de opmerking: 'Aldus blijken de grenzen tussen godsdienstwetenschap, godsdienstwijsbegeerte en theologie minder scherp dan vaak wordt aangenomen.'
Beide boeken zijn geen gemakkelijke kost. Ze zijn echter uitermate boeiende lectuur voor hen die zich nader in de vraagstelling van het verschijnsel religie wil verdiepen. Ik miste het uitgangspunt van de bijzondere openbaring, de Heilige Schrift, die zich immers aandient met goddelijk gezag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's