Een wonderlijke overwinning
'Ga heen, sterk u; en bemerk, en zie, wat gij doen zult; want met de wederkomst van het jaar zal de koning van Syrië tegen u optrekken' 1 Kon. 20 : 22b
Achab overwint. De eerste oorlog met Syrië wordt gewonnen, van menselijke zijde ongedacht, onverwacht en wonderbaar. Gods gang leert ons: Het briesend paard moet eindelijk sneven, / Hoe snel het draav' in 't oorlogsveld; / 't Kan niemand de overwinning geven; / Neen, de HEER' der heren; / Doet ons triumferen' (Ps. 33 : 9 ber.). Kennen we dat? Niet strijden in eigen kracht, maar in Gods kracht? Ondervinden we, dat de HEERE leidt, door onze onmogelijkheden heen? Weten we ervan, dat onze verlegenheid Gods gelegenheid is?
Kijken we zo terug op de geschiedenis van ons land en volk, met name in onze eeuw? Maar we mogen daar gerust heel Europa in betrekken. Denk met name aan de Tweede Wereldoorlog en de tijd erna. Hoe heeft de HEERE West-Europa gezegend in de tijd na 1945. Hij heeft gered uit de goddeloze en anti-christelijke macht van het fascisme. Mede door de inzet van vele strijders, die zich geroepen wisten te strijden vanuit het christelijk geloof. Op de slagvelden, in tanks en in vliegtuigen zijn psalmen en gezangen gezongen. Ontroerend! Vertederend! Na die tijd een grote bloei! Zoals in de tijd van Achab de vrucht van Elia's optreden, zo heeft ons land een opleving gekend, ook kerkelijk en politiek. Vele vruchten! Met name uit de eeuwen daarvoor! De HEERE heeft tijd gegeven om er mee tot Hem te komen om Hem daarvoor te danken. En hoe zijn we daarmee omgegaan? Leeft bij ons dankbaarheid vanwege het leven in een land van vrede en welvaart, in het bijzonder als we worden geconfronteerd met oorlogsellende uit alle delen van de wereld? Leven wij bij het Woord van onze God? Grijpt dat ons aan? Of hebben wij het Woord van God verloren door onze luxe, onze welvaart? Doen wij mee aan de hebzucht en het individualisme van deze tijd? Zoiets als: 'Als wij het maar goed hebben'? Halen, hebben en houden? Ikke, ikke ikke? En zijn we daarmee de HEERE kwijtgeraakt? Vervreemden wij ons daarmee van het geloof van onze grootouders?
Hoe is dat bij ons? Als je het kerkelijk leven gadeslaat moetje helaas tot de conclusie komen, dat het nogal eens is, 'dat een familie in drie generaties van trouw-kerkelijk nogal eens afglijd naar vijandig-kerkelijk. Let u dan nu echter niet op een ander, maar op uw eigen positie ten opzichte van de HEERE.
Het gaat er niet om het verleden te veridealiseren! Ook toen was er het nodige te stellen. Maar deze tijd, met de achteruitgang van het kerkelijk leven heeft ons toch wel veel te zeggen! De kerkverlating neemt gigantische proporties aan! 't Was ook een kenmerk in de tijd van Achab. En daar gold, dat zelfs op de zwaarste middelen, die de HEERE gebruikte om hen tot inkeer te brengen, geen acht werd gegeven. Met name het koningshuis van het tienstammenrijk - waaruit Achab stamt - zien we langzaamaan wegglijden.
Er wordt dan wel eens gezegd: 'Het is altijd wat geweest'. En dat is waar. We mogen het verleden niet verheerlijken, maar laten we wel leven in het besef, dat de Heere Jezus hier op aarde heeft gevraagd: 'Als ik wederkom, zal ik ook geloof vinden op de aarde? '. Dat is de vraag: 'Is het geloof in u? Zijn u lampen brandende? '. Geldt van u, dat dat voor u de laatste dingen zijn?
Voor Achab geldt dat niet. Hij spreekt na de eerste zegening van de overwinning geen dankwoord tot de HEERE. Ook is er geen dankdienst voor hen, die daarvoor staan. Er is een voortgaan in blindheid. En dat wordt erger. Vandaar een nieuw woord door de mond van de profeet gesproken: 'Bewapen je opnieuw, want volgend jaar zal koning Benhadad weer terugkomen om nogmaals te proberen het land te veroveren'. Een politieke boodschap van de profeet. En ze komen weer. Benhadads hovelingen hebben hem geraden, dat Israels goden berggoden zijn en dat hij daarom Israël in de vlakte moet aanvallen. Daarom valt hij het jaar daarop Israël aan in de vlakte bij Afek. Het leger van Israël wordt ons geschilderd als schijnbaar machteloos. Het is als twee geitenkudden gelegerd tegenover de overmacht van Syrië. Hoe zal dat aflopen? !
Ja, Achab, heb je nu niet geleerd, dat je de HEERE moet zoeken? Dat je Hem in alle dingen moet kennen? Krimpt je hart niet ineen? Roept je ziel niet tot de HEERE? ... We lezen er niets van. Het vervolg van de geschiedenis doet ons vermoeden, dat hij net als anders heeft gehandeld.
Wat een uitredding wederom. De man Gods treedt vooruit en spreekt het Woord des HEBREN: 'Daarom, dat de Syriërs hebben gezegd: 'De HEERE is een God der bergen en niet een God der laagten', zo zal Ik al deze grote menigte in uw hand geven, opdat gij weet, dat Ik de HEERE ben' (vs. 28). Gods lankmoedigheid over koning Achab! Onder andere ook door de hoogmoed van de Syriërs - of beter: hun bespotting van God - , die bestraft moet worden. En Israël vernietigt de menigte van legermachten. Velen denken de dood te ontkomen door te vluchten. Ze komen in Afek terecht - een stad ten oosten van het meer van Galilea. Daar komen velen van hen om. Syriërs zijn niet meer, Achab leeft. Een wonder! Opnieuw gaat de roep tot bekering uit, opdat Achab zal weten, dat de HEERE God is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's