De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk een wonder (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk een wonder (2)

9 minuten leestijd

Ik geloof één heilige, algemene (katholieke), christelijke kerk. Een vorig keer schreef ik dat dit wel iets meer inhoudt dan dat wij lid zijn van de plaatselijke en de landelijke kerk.

De kerk zoals bedoeld in het geloofsartikel is wereldwijd. Het woord 'katholiek' wil dat ook zeggen, hoewel het niet beperkt moet worden tot alleen maar die betekenis. Niet alleen de omvang, maar ook de hoedanigheid van de kerk wordt door het woord 'katholiek' aangegeven. Nooit of te nimmer mag er smalend over de katholieke kerk gesproken worden. Want deze kerk komt op uit het welbehagen Gods. Aan deze kerk is de waarheid Gods toevertrouwd. Gehéél de waarheid Gods als een genadig geschenk!

Wie derhalve op de kerk schimpt of haar zelfs veracht, mag er wel goed van doordrongen zijn wat men doet. Ten diepste randt men de waarheid Gods aan met als gevolg dat God Zelf van Zijn eer wordt beroofd.

De kerk geeft ons zoveel! Zij geeft ons het volle heil in Christus. Met wat de kerk ons geeft, kunnen wij leven en sterven.

Zowel Cyprianus als Calvijn heeft gesproken over God als hun Vader en de kerk als hun moeder. Wie de kerk als moeder minacht, kan geen deel hebben aan God de Vader. Op een lyrische wijze spreken beiden over de kerk als moeder. Aan haar borsten - zo zeggen zij - hebben zij het volle heil ingedronken. Het is niet verwonderlijk dat zij om die reden zo hoog van de kerk opgeven.

Trouwens, dat is niet alleen van toepassing op de eerder genoemden. Ook de vertegenwoordigers van de vroege kerk (de eerste vijf eeuwen) hebben niet nagelaten om het grote goed dat de Heere in de kerk heeft geschonken aan te geven.

Twee vertegenwoordigers van de vroege kerk wil ik voor het voetlicht halen om aan te geven, hoezeer het geloofsartikel over de kerk voor hen een aangelegen zaak was.

Cyrillus

Wanneer Cyrillus precies geboren is, is ons niet helemaal bekend. Men houdt ons voor dat dit ongeveer in 315 na Christus is geweest. Wel is zijn sterfjaar bekend. Men noteert daarvoor 386 na Christus. Hij moet dus ongeveer 71 jaar oud zijn geworden.

Sinds 348 was hij bisschop van Jeruzalem. Een veelbewogen leven heeft hij gekend. Omdat hij de strenge Ariaan Acacius bestreed, werd hij driemaal afgezet en verbannen. Zijn laatste ballinschap duurde zelfs II jaar. Toch klaagde hij niet één keer. Hij had zijn verbanning graag over voor Zijn Heere en Heiland. Ook was het hem een eer om zich in te zetten voor de zuivere leer van het Woord Gods.

Van deze Cyrillus is ons bekend dat hij veel heeft geschreven. Van zijn geschriften zijn het meest bekend de 23 catechesen. Dit zijn toespraken over het christelijk geloof. Achttien van deze catechesen werden gehouden in de vastentijd voor Pasen voor de aanstaande dopelingen c.q. belijdeniscatechisanten. Aan de hand van de Geloofsbelijdenis geven zij een korte uiteenzetting van de geloofsleer in preken.

Sterke nadruk legt Cyrillus in één van die toespraken op de heiligheid van de kerk, maar ook laat hij het niet na om breedvoerig uiteen te zetten dat de kerk katholiek (algemeen) is.

Heel de leer des heils

Het is niet mijn bedoeling om alle punten op te sommen waarvan Cyrillus heeft gezegd dat zij de katholiciteit uitmaken. Ik wil slechts de meest saillante punten noemen die ook in onze tijd actueel zijn. Daarmee zeg ik niet dat de andere punten niet actueel zijn, maar binnen een beperkte artikelenreeks als deze kan niet alles genoemd worden.

In een van zijn toespraken (doopcatechese) noemt Cyrillus de kerk katholiek, omdat zij continu (voortdurend) heel de leer des heils aanwijst, die een ieder behoort te kennen. Ook bij Calvijn treft men in z'n Institutie eenzelfde gedachte aan.

Heel de leer des heils! De vroege kerk in de persoon van Cyrillus legde er alle nadruk op. Ik meen dat het niet verkeerd is als dit ook in onze tijd gebeurt. Want wordt van alle kansels wel altijd heel de leer des heils verkondigd? Komen op een evenwichtige manier alle stukken van het geloof wel altijd aan de orde?

Om een voorbeeld te noemen: krijgt de heiligmaking een even gróte plaats in de prediking als de rechtvaardigmaking van de goddeloze door het geloof om niet?

Ik meen dat W. H. Velema niet ten onrecht eens heeft geschreven, dat in vergelijking met de rechtvaardigmaking van de goddeloze door het geloof de heiligmaking (de ethiek) er maar slecht afkomt.

Wanneer er gezegd wordt dat heel de leer des heils aan eenieder verkondigd dient te worden, dan behoort daarin de heiligmaking van het leven evenzeer een plaats te hebben. Naar de mening van Cyrillus is de kerk ook katholiek, omdat zij elk mensenras aan de godsdienst onderwerpt. Wat bedoelt hij daarmee? Hij wil daarmee zeggen dat jongeren en ouderen, ongeacht het ras, zullen worden ingewonnen voor Jezus Christus.

Te denken valt bij zo'n uitspraak aan de wereldwijde taak van de zending. Zonder te zien naar het ras waartoe iemand behoort, mag en móet men geconfronteerd worden met het heilig Evangelie.

De verkondiging van de heilsleer waar ook ter wereld zal pas in het eschaton (bij Jezus' wederkomst) een einde hebben. Tot dat tijdstip móet de verkondiging van heel de heilsleer in de wereld doorgang hebben.

Ook op de zendingsterreinen: heel de heilsleer. Wij behoeven er niets van achter te houden. De Heere heeft ervan gezegd dat Hij Zijn welbehagen uitvoert. Expliciet staat ervan geschreven, dat Zijn welbehagen door Zijn hand gelukkig en gelukkend voortgaat.

Heel de heilsleer, opdat een ieder Jezus Christus als de Zaligmaker van zondaren leert kennen.

Héél de heilsleer! Dat wil zeggen dat het Woord gepaard gaat met de Daad. Ook dus op de zendingsvelden. Woord en daad. Getuigenis en Dienstbetoon gaan samen op. Het zijn twee componenten die met de gehele heilsleer te maken hebben. Componenten die wel verwisselbaar zijn, doch niet inwisselbaar.

Wie mocht denken dat dit bovenstaande erg leeft onder ons, vergist zich enigszins. Het blijkt onder andere uit het feit dat een gemeente soms enthousiaster reageert als er een bijdrage wordt gevraagd voor de 'Daad' als voor het 'Woord'. De toerusting van predikanten en evangelisten spreekt minder aan dan wanneer er gecollecteerd wordt voor een waterput of voor de bouw van een timmerfabriek.

Ik denk een ogenblik - terwijl ik het bovenstaande schrijf - aan G. Boer. Hij kon de dingen nog al eens kernachtig onder woorden brengen. In een preek over Elia aan de beek Krith waar de raven de handhaver van Gods wet eten brachten, zegt hij met het oog op de zending in ons eigen land en daarbuiten: 'Wij moeten tot de mensen uitgaan met in de ene hand het Getuigenis en in de andere hand de Daad'. Hongerige magen moeten inderdaad gevuld worden. Ook is het niet verkeerd als de levensstandaard van velen op hoger peil wordt gebracht. Maar als wij de mensen alleen maar 'brood' voor het lichaam schenken, onthouden wij hen het Brood des levens. Van dit Brood heeft Jezus Zelf gezegd dat wie daarvan zal eten het eeuwige leven zal hebben.

Brood èn voor de tijd èn voor de eeuwigheid gaan samen.

Welmenend

Cyrillus kan het niet nalaten om de katholiciteit van de kerk voor het forum van de wereld te belijden.

Van de kerk zegt hij onder andere dat zij ekklesia heet. Zij roept allen en zij brengt allen bijeen. Ook voor Cyrillus geldt: geen heil buiten de kerk.

Wat mij bij z'n uitspraak bijzonder opviel was het gegeven dat in de verkondiging een ieder zonder onderscheid tot het heil geroepen moest worden.

Noch het ras noch wie men is speelt een rol. Tot een ieder mag het welmenend aanbod der genade uitgaan. Of om het met één van de gebroeders Erskine te zeggen: Jezus Christus mag aan de voeten van een ieder worden neergelegd. Aan eenieder mag verkondigd worden: 'Als u Jezus Christus als Zaligmaker voor uw leven begeert, u kunt Hem krijgen'.

Het is opvallend dat het welmenend aanbod van genade in later eeuwen zo'n twistappel is geworden, terwijl dit in de vroege kerk en ten tijde van de Reformatie in geen geval zo was. Trouwens, ook ten tijde van de Nadere Reformatie was men in de prediking, ondanks een zogenaamde classificatie, ruimer dan dit in de negentiende en de twintigste eeuw vaak het geval is.

Persoonlijk denken wij dat het een van de kenmerken, eigenschappen van de katholiciteit van de kerk is als het zaad der wedergeboorte ruim en welmenend wordt uitgestrooid. Wat dat betreft hebben wij het Woord mee als het ons zegt: 'Zaait aan alle wateren'. Ook heeft de Zaligmaker kort voor Zijn afscheid, aan de kerk de opdracht gegeven om het Evangelie te prediken aan alle creaturen. Dat is: aan eenieder!

Eenieder mag het Evangelie horen. Eenieder mag vernemen dat de Heere het wèl meent als Hij Zijn Zoon aanbiedt. Dit laatste kan in de katholieke kerk niet algemeen genoeg gesteld worden. Want dan denk ik aan de stem uit de hemel bij de Jordaan. Wanneer de Heiland gedoopt is, wordt er een stem van Boven gehoord. Een stem die onder andere zegt: 'Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik mijn welbehagen heb'. God heeft welbehagen in Zijn Zoon en om die reden heeft Hij een welbehagen in mensen. En het is op een andere plaats in de Schrift dat de Heere dan ook zegt: 'Hoort Hem'! Wie de stem van de Zoon van de levende God hoort (gehoorzaamt) zal leven, eeuwig leven.

Ik kan mij niet helemaal aan de indruk onttrekken dat in een bepaalde sector van kerkelijk Nederland het welmenend aanbod der genade in de prediking nog altijd een brandende kwestie is. Met name allerlei publicaties in de afgelopen maanden doen mij dit denken.

Laat ik er dit van zeggen: Als de Heere welnemend zegt dat Hij geen lust heeft in de dood van de goddeloze, maar dat Hij daarin lust heeft dat de goddeloze zich bekere en leve, zouden dan wij als dienaren om Jezus' wil minder welmenend spreken? Dat mag toch niet! Dat kan toch niet! Het is wellicht niet helemaal goed gedacht, maar toch denk ik wel eens: Hoe meer het welmenend aanbod van genade uitgaat in de prediking van het Woord, hoe meer de gemeente erachter komt dat behouden/zalig worden geen werk van ons is, doch dat het enkel en alleen Gods werk is.

Ekklesia

Terecht merkt Cyrillus op dat de naam ekklesia in de Schrift voor verschillende zaken staat aangegeven, doch daarover een volgend keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk een wonder (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's