De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

Uit de laatste rondzendbrief van de Nederlandse zaakgelastigde in Ethiopië, drs. J. Bos, het volgende:

'Ooit gedacht dat een Afrikaans land een staatshoofd heeft, die zich bewust calvinist noemt? Wel, een tijdje geleden bracht ik een beleefheidsbezoek aan het nieuw verkozen staatshoofd hier, dr. Negasso Gidada. Na het uitwisselen van de gebruikelijke beleefdheidsformules en een uiteenzetting van mijn kant over het Nederlandse beleid t.a.v. Ethiopië, vertelde hij zijn persoonlijke levensverhaal. Zijn vader groeide op in West-Ethiopië, dicht tegen Soedan aan. Toen de streek door een epidemie geteisterd werd, riep de gouverneur een Amerikaanse zendingsarts uit Soedan te hulp. Die kwam, deed zijn werk, maar keek ook goed rond. Hij werd getroffen door de openheid en intelligentie van de blinde vader van de huidige president. Hij beloofde zelfs een brailleleraar te zullen werven in de VS en die naar de streek te sturen. Tekenend voor de persoonlijke aandacht, die in de zending aan individuele mensen worden gegeven, kwam de man zijn belofte na. Na verloop van tijd (alles speelt ver voor WO II) verscheen een brailleleraar annex evangelist (of omgekeerd) en hij begon zijn werk met dr. Gidada's vader te ontwikkelen. Een zendingskerkje met Amerikaans-calvinistische invloeden ontstond en toen tijdens de Italiaanse bezetting alhier alle Amerikaanse invloeden wegvielen, bleek de oude Gidada de kerk met grote kracht in stand gehouden te hebben. De zoon doorliep lagere en middelbare school bij de Mennonieten (Doopsgezinden), Bijbelschool bij de Reformed en werd doctor in de geschiedenis in Frankfurt. In de communistische periode hier sloot hij zich bij de verzetsbeweging aan en nu Is hij dus staatshoofd van Ethiopië. Hoewel ik het in stukken en brokken eerder gehoord had, was ik toch verrast door dit verhaal.'                                

In het blad 'Voor onderweg' (Kerk en Israël) was een aantal uitspraken van "Joden en jodengenoten over Jezus' van vroeger en nu bijeengebracht. Men wil in bepaalde joodse kringen wel aan Jezus' grote (joodse) kwaliteiten toekennen. Maar een Verlosser? Dat niet! Hier volgen vier uitspraken:

• 'Al deze dingen met betrekking tot Jezus dienen er slechts toe om de weg voor Koning Messias te bereiden, en de hele wereld voor te bereiden God eenstemmig te dienen.'

Maimonides

• 'Jezus was geen wezen dat uit de hemel neerdaalde, maar iemand die hemelse hoogten bereikte.

Hij was niet een God wie op aarde liep als een mens maar een mens die met God op aarde wandelde.

Hij was niet een God die menselijk leefde, maar een mens die goddelijk leefde... Hij hoort aan ons toe - niet aan de kerk - hij, de mens, de Jood, de profeet.'

Wise

• 'Wij zijn bijzonder trots op onze Einstein, op onze Heinrich Heine en Sigmund Freud, maar trotser zouden wij op Jezus moeten zijn. Maar als de beroemdste zoon van Israël zo lang in het jodendom is doodgezwegen, dan ligt de schuld daarvoor bij de kerk - door dwangmaatregelen die het geloof met het zwaard opdringen en dat gaat nu eenmaal niet.'

Pinchas Lapide

• 'Jezus is voor het joodse volk, een grote leraar van ethiek en een kunstenaar in het vertellen van gelijkenissen... Als er ooit eeg dag zal komen waarop zijn gedragscodes ontdaan zijn van de omhulling van wonderen en mystiek, dan zal het Boek van de levenspraktijk van Jezus een van de kostbaarste schatten in de literatuur van Israël voor alle tijden zijn.'

Klausner

Op 12 juni II. vierden ds. en mevr. Van Heyst in Ommen hun 50-jarig huwelijksjubileum. In Ecclesia (Vrienden van dr H. F. Kohlbrugge), het orgaan waaraan ds. Van Heyst zovele jaren nauw verbonden was, stond de toespraak, die dr. W. Aalders op die dag in Ommen hield. Hoewel het gehéél zeer lezenswaardig is, volgt hier een deel ervan:

'(...) Het echtpaar Van Heyst in Ommen is zo vele jaren in veler leven geweest een vast punt met de vertrouwdheid van het gewone. Eigenlijk onvoorstelbaar dat het er eens niet meer zou zijn. Het leven is broos en vergankelijk. De dichteres Ida Gerhardt heeft die vertrouwdheid van het gewone èn zijn vergankelijkheid eens verwoord op een wijze dat mevrouw Van Heyst het ook zou hebben kun nen zeggen:

Ik hoor de melkboer, bezig bij het hek,
de flessen wisselen in het flessenrek.
"Morgen, mevrouw", zegt hij: "'t Is anders fris".
Ik neem het rek en berg het wisselgeld;
't Is altijd goed, ik ga het maar niet na.
Toch onbegrijpelijk dat ik nog besta:
Ik word straks zesenzeventig, welgeteld...

Zulke ervaringen horen bij mensen die hun 50-jar feest mogen vieren. Zij hebben meer verleden dan toekomst. De levensexpansie, de levenstaak is goeddeels volbracht.

Terugziende op dat verleden van Ommen, van het Kerkblaadje, van de Vriendenkring, zoek ik naar een beeld: Wat is het geweest al die jaren? En dan dringt zich aan mij op het beeld van een tuin. Het is een beeld dat in de Nederlandse literatuur vaak voorkomt. Al in Valarius' Gedenck-clanck. En bij Cats, bij Huygens, bij Revius. Maar ook bij Bilderdijk, Beets en Staring, zelfs bij Kohlbrugge in één van zijn brieven. De Nederlander heeft behoefte aan een tuin; hij ziet ook zijn land als een tuin. Historici als Fruin, Huizinga en Van Winter hebben daarop gewezen. Volgens Huizinga drukt de tuin karakteristieke wijze het cultuurideaal van de Nederlander uit en hij betreurt het dan ook zeer dat het beeld in de negentiende eeuw op de rommelzolder is beland.

De Nederlander zoekt geen parken en paleizen, maar de beschutting en beslotenheid van een afgeperkt gebied: een tuin! Op wapens, muntstukken en zegels vinden wij het beeld terug: een cirkelvormig omheining van uit tenen gevlochten horden met daarbinnen een zittende vrouwenfiguur, die de hand opheft naar Jehova als bewaarder en redder van Israël. "Auxilium nostrum in nomine Domini, Onze hulp is in de naam des Heeren" (Psalm 124:8). Dat beeld met die vrouwenfiguur is door de Staten officieel aangenomen in plaats van de Bourgondische leeuw. De tuin drukt het vaderland uit, de zittende vrouw - met de vrijheidshoed op en het zwaard in de omhooggerichte hand het Nederlandse volk. Zo was de tuin het ideaalbeeld van de Hollandse cultuurbeleving. Erachter lag de herinnering dat de vijand was verdreven en de tuin gesloten. Nu kon in deze veilige ruimte het leven zich vrijelijk ontplooien: land en stad, kerk en maatschappij.

En hoe heeft het zich ontplooid! Waren wij niet een wijkplaats voor vluchtelingen en ballingen? ! Ontleent daaraan ook niet de Amsterdamse Jordaan zijn Franse naam? Joden, Hugenoten en Puriteinen vonden hier een veilige tuin, waar het leven goed was. Zo stond in Haarlem een huis met op een gevelsteen: "In 't soet Nederland" en aan weerszijde op een zandstenen band: "lek blijf getrouw" en "lck wijck niet af".

Eigenlijk is het beeld van de tuin een zeer bijbels beeld. Het roept associaties op met Israël als land overvloeiende van melk en honing, met Bethlehem met Boaz en Ruth, met David als hij als zwerver zijn verlangen uitroept: "Wie zal mij water te drinken geven uit Bethlehems bronput? " Ook Gethsémane was een tuin. En de hof van Jozef van Arimathea. Erachter ligt de notie van het paradijs.

Altijd en overal waar het geloof zich verwerkelijkt in het gewone, dagelijkse leven, daar rijst het beeld van een tuin voor ons op. Iets daarvan heeft zich ook gerealiseerd in Ommen, in de Vriendenkring, het Kerkblaadje. Een veilige wijkplaats voor kerkelijke vluchtelingen en ballingen, een Jordaan. (...)'

Het diaconiehuis op Vlieland

Tijdens zijn vakantie op de Waddeneilanden, bezocht Aart Peters, diaconaal consulent, het diaconiehuis op Vlieland. Onder de indruk kwam hij van het bijzondere en intensieve diaconale werk enkele eeuwen geleden op dit eiland. Waar een klein eiland groot in kan zijn!

De volgende toelichtingen op het diaconiehuis geven er iets van weer:

* 'Voor een kleine gemeenschap als Vlieland ken ze een betrekkelijk groot Diaconiehuis. Hier ontfermde men zich over de wezen en de ouden van dagen zonder inkomsten. Hoofdbron van bestaan op het eiland was de zee: vrijwel de gehele mannelijke bevolking ouder dan 12 jaar bestond uit zeelieden. De gevaren van het werk op zee weerspiegelden zich in een betrekkelijk hoog percentage weduwen en wezen.

De zorg voor de armen werd bekostigd uit de opbrengsten van octrooien, ledere schipper die terugkeerde van een behouden vaart was het Diaconiehuis een ton rogge of een bedrag van zes gulden schuldig. Ook een deel van de opbengsten uit bekeuringen kwam aan de armenzorg ten goede. Bij verzoening na vetes, bij huwelijken en bij begrafenissen werden vrijwillige bijdragen in de armenbus gestopt. Daarnaast was er nog de "Konijnenpacht" voor de jacht op konijnen in de duinen en het "Putjesgeld" voor het halen van water uit een van de putten aan de voet van het duin.

De bouw van het Diaconiehuis werd mogelijk gemaakt door een ruime schenking van predikant  Abraham Ursinus in 1632. Na enkele uitbreiding kreeg het gebouw in 1678 zijn huidige vorm. Tot 1950 bleef het als armenhuis in gebruik.' Bron: ANWB.

* 'In dit gestigt worden behoeftigen bedeeld; man en vrouwen. Mildt met liefdadigheid den armen aanschouwen. De wees die ook zijn woning heeft dit gestigt. Betoon gij weldadigheid het getuigenis aller pligt. Zij allen bidden u vriendelijk wanneer zij zijn in nood. Om eenen milden gift, en God om dagelijks brood.'

Anno 1732... en vandaag nog hoogst actueel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's