De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het christelijk onderwijs op doortocht in de tijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het christelijk onderwijs op doortocht in de tijd

Bij de aanvang van het nieuwe seizoen

11 minuten leestijd

De scholen zijn weer begonnen. Kinderen worden door hun ouders weer afgeleverd of opgehaald. Drommen fietsers bepalen voor en na schooltijd weer het straat-of wegbeeld.

Ieder jaar weer staat een nieuwe generatie kinderen aangetreden, die voor het eerst naar school gaan. En jongeren trekken voor het eerst wat verder van huis naar een school voor voortgezet onderwijs.

Zowel de eerste gang naar school alsook de eerste gang naar een vervolgschool is een ingrijpend, soms emotioneel gebeuren in het leven van een kind of van een jongere. Bij ouderen komt in deze tijd van het jaar ongetwijfeld soms het beeld op van vroeger, toen men zelf die eerste gang maakte of komen herinneringen op aan hoe het toen was.

Laat ik mij als zodanig ook even overgeven aan een terugblik.

Geborgenheid

Heel vaak komt mij te binnen de boeiende en gelukkige periode, waarin ik de middelbare school in Rotterdam bezocht. Het was nog een ongedeelde christelijke middelbare school. Alle kerken en modaliteiten binnen de kerken waren er vertegenwoordigd, zowel onder de leerlingenpopulatie als onder het docentenkorps. Leerlingen van buitenkerkelijken huize waren er niet of nauwelijks.

Het schoolleven was verder redelijk overzichtelijk. Geen groepsindelingen, alleen maar de stromingen A en B op de HBS en de indeling alfa en beta op de in die jaren op genoemde school gestarte gymnasiumopleiding. Vanaf klas twee, toen de splitsing tussen HBS en gymnasium in werking ging, trok men met dezelfde klasgenoten op, waarvan er elk jaar een paar achterbleven en waarbij zich enkelen van een hoger leerjaar voegden. Het gymnasiumklasje, waarvan ik deel uitmaakte, herbergde, wat de alfa afdeling betreft, nogal wat aankomende theologen van allerlei slag en soort. Ze hebben later elk zo hun plek gekregen in het kerkelijk leven.

Later ben ik me meer en meer gaan realiseren hoe intensief, door die gemengde schoolbevolking, toen al aanraking met andere visies was, die nuttig was voor het latere leven. Er was geen sprake van eenvormigheid of eenkennigheid. De geschakeerdheid van het latere leven diende zich al aan.

Uiteraard botsten toen al overtuigingen, die gegeven waren met kerkelijke achtergronden. Maar er was grote openheid naar elkaar. Men bevroeg elkaar op zondagsviering en verdere punten van de levensstijl. Maar de gesprekken gingen ook dieper dan alleen de levensstijl, ze gingen van tijd tot tijd ook over de prediking, over het hart van het geloof. Over kleding ging het nooit. Vanuit welke kerkelijke kring de leerlingen ook kwamen, aan de kleding was het niet te merken. Ieder was gewoon gekleed, een beetje naar de rnode van de tijd. Eén keer per jaar was het spannend. Het betrof de jaarlijkse schoolavond. Niet ieder ging daar met evenveel vrijheid heen. Dat had te maken met de culturele breedte van zulke avonden.

De leraren vormen een verhaal apart. Ook wat het lerarenkorps betreft was er sprake van grote overzichtelijkheid. Je kwam tijdens de hele schoolperiode zo ongeveer dezelfde docenten tegen. Wel waren alle docenten kerkelijk meelevend, als was hun kerkelijke achtergrond heel verschillend. Ik bewaar intussen de beste herinneringen aan tal van docenten uit allerlei kringen, die behalve hun vakkennis ook iets overdroegen van wat ze in hun leven verworven hadden aan inzichten en levenswijsheid. Het was ook nog de tijd, dat de klassieke talen in ere waren. Onderwijs daarin en in de verwante geschiedenis van de klassieke oudheid droeg in niet geringe mate ook bij tot de vorming.

Nee, ik ga hier niet idealiseren. Er waren ook in die tijd ondermaatse, middelmaatse en bovenmaatse docenten. Maar er was sprake van overdracht van waarden, die boven het eigene van een bepaalde kerk uitgingen. Nu zou ik natuurlijk kunnen wijzen op diegenen, die later naar buiten toe naam hadden. Ik noem nog eens mijn vermaarde leermeester (de latere prof. dr.) Cebus Cornells de Bruin, de man van de Statenvertaling. Maar ook aan de kennis de wijsheid van anderen denk ik met dankbaarheid terug. Ik zou als zodanig ook kunnen noemen de godsdienstdocenten, uit onderscheiden kerken, die nog op mijn netvlies en in mijn geheugen gegrift staan om wat ze meegaven. Levendig herinner ik me, dat een der docenten een keer vroeg wie wist wat een 'oude schrijver' was. De volgende les nam ik ter illustratie 'De redelijke godsdienst' van Wilhelmus a Brakel mee. Daar ging het dan verder die les over.

Hoe het ook zij, de school was een door alle geledingen heen herkenbare christelijke school. Het docentenkorps was een christelijk docentenkorps. Ik draag er de beste herinneringen aan mee. De school had in die tijd, naast het ouderlijk nest, iets van geborgenheid, maar dan geborgenheid in openheid naar anderen, om te leren op eigen wieken te vliegen.

Verschuivingen

Ik kan niet van binnenuit beoordelen hoe het nu is. Elke generatie zal ongetwijfeld eigen herinneringen hebben, met positieve en negatieve ervaringen als het om het genoten onderwijs gaat. Maar de wijzigingen in het onderwijs, de verschuivingen ook zijn in de afgelopen veertig jaar ingrijpend geweest. En dan bedoel ik niet allereerst - hoewel óók - de technische inrichting van het onderwijs. Alles is onoverzichtelijker, massaler ook geworden, terwijl veranderingen en vernieuwingen elkaar snel opvolgden.

Ik bedoel echter vooral een drietal zaken: deconfessionalisering, democratisering, en reformatorisering.

Allereerst de-confessionalisering. In de zestiger en zeventiger jaren begonnen de discussies over de grondslag van de christelijke school. Ze liepen min of meer parallel met de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken inzake binding aan de belijdenis(geschriften). In de Gereformeerde Kerken lag grosso modo de bakermat van de christelijke school. Met de christelijke school is in de vorige eeuw immers de zuilvorming begonnen.

In de Gereformeerde Kerken begon ook de ontworteling van de protestants-christelijke zuil. Discussies over de grondslag van de school, met als gevolg grondslagwijzigingen, waren symptomen van een proces van secularisatie. De gevolgen zijn niet uitgebleven. Langzaam maar zeker voltrokken zich wijzigingen in de schoolpopulatie. Leerlingen kwamen niet meer per sé uit protestants christelijke gezinnen. Op den duur verschenen ook kinderen uit gezinnen van allochtonen binnen de school, die ook hun eigen cultuur en godsdienst mee inbrachten en wijzigingen teweeg brachten in de doelgerichtheid van de school.

Het docentenkorps behoefde in veel gevallen óók niet meer helemaal kerkelijk meelevend te zijn. Bij de Vrije Universiteit, de moeder van alle christelijk onderwijs, kwam het zelfs zover, dat een percentage van twintig procent kerkelijk meelevende docenten (vandaag) genoeg werd geacht. Uiteraard heeft deze hele ontwikkeling grote invloed gehad op de inhoud van leerprogramma's.

Hier valt intussen niet te generaliseren. Vele protestants-christelijke scholen, met name scholen voor basisonderwijs hielden koers. En vandaag ziet men zelfs het verschijnsel, dat er hier en daar ook weer koersombuigingen vallen waar te nemen bij het voortgezet onderwijs, dank zij groepen leerlingen, die zich ervoor inzetten het christelijk karakter van de school te verstevigen. Er is dan zelfs sprake van evangelisatie onder de schoolbevolking, met positieve resultaten.

Dan was er de democratisering. De democratiseringsgolf van de zeventiger jaren liet ook het onderwijs niet ongemoeid. Alle geledingen binnen de school moesten inspraak hebben. De werkbaarheid werd er door bemoeilijkt. Maar sindsdien hebben docenten ook aan 'status' verloren ten opzichte van leerlingen. Her en der voltrok zich een ontwikkeling van: 'zeg-maar Piet' De leraar moest vooral één zijn met de jongeren. Vandaar de spijkerbroek en de coltrui.

Maar binnen een steeds meer de-confessionaliserende school kwamen ook niet-christelijke geledingen om hun rechten, was het niet formeel dan toch wel feitelijk. Mede daardoor verkleurde de christelijke school op veel plaatsen.

Die sterke democratiseringsgolf is wel voorbij. De wal móést hier en daar het schip wel keren. Maar intussen hebben mede daardoor ingrijpende veranderingen plaats gevonden, die ook de identiteit van de school diep raakten.

En dan de reformatorisering. Deze was ongetwijfeld mede een gevolg van bovengenoemde ontwikkelingen. Maar dat was niet de enige oorzaak. De oorzaak lag ook in de opkomst van een eigen zuil, die te maken had met de emancipatie van een volksdeel. Toen het proces van het stichten van reformatorische scholen eenmaal op gang was gekomen - ik laat de Vrijgemaakt Gereformeerde stroom, als van eigen karakter, hier buiten beschouwing - was er geen houden meer aan. Het moest opeens overal, met weer als gevolg dat er een leegzuigende werking van uitging op andere protestants-christelijke scholen, zowel wat betreft docenten als wat betreft leerlingen. En vervolgens versterkte de ene ontwikkeling - de reformatorisering - de andere, de de-confessionalisering.

De reformatorisering bracht tegelijkertijd met zich mee een toenemend aantal identiteitskenmerken. Zaken, die vroeger niet aan de orde waren op de christelijke school, kregen meer en meer nadruk. Daarbij treden nu ook in toenemende mate spanningen op. Dat blijkt alleen al wanneer men verslagen leest van de toespraken, die werden gehouden bij de opening van de diverse reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs. Het gaat dan met name om gedragsregels, kledingvoorschriften vooral. Een en ander heeft ook te maken met voortgaande polarisatie in de Gereformeerde Gezindte. In het laatste nummer van De Wachter Sions (Gereformeerde Gemeenten in Nederland) kwam L. M. P. Scholten al te spreken over rechts-en links reformatorisch. Er wordt ook al gesproken van sub-zuilen binnen de zuil. De reformatorische gezindte is verre van een eenheid.

Te vrezen is, dat door dit alles de fragmentarisering van het christelijk onderwijs nu ook verder voort zal gaan. Ook binnen de reformatorische zuil kan ieder weer om eigen rechten komen. En er is nu eenmaal in dit land vrijheid van onderwijs.

Verdeeld

Intussen vertoont het geheel van het christelijk onderwijs geen verheffend beeld. Het pendelt tussen liberalisering en verstarring. Maar intussen is het christelijk onderwijs versplinterd. Ik ben niet voor niets begonnen met mijn eigen middelbare schooltijd in herinnering te roepen. Ik heb de 'goede, oude tijd' nog meegemaakt, toen er nog van een grote mate van eenheid sprake was.

Voor welk schooltype men vandaag ook kiest, feit is dat mensen, die tot eenzelfde kerk of, eenzelfde gemeente behoren, wat het onderwijs betreft ook meer en meer gescheiden zijn gaan optrekken of optrekken, mét het gevolg dat alleen al daardoor grote(re) verschillen aan de dag gaan treden in de gemeente.

Feit is ook, dat de ontmoeting met 'anderen' op de middelbare school vandaag veel minder tot z'n recht komt dan vroeger. Dat geeft versmallingen. Dat zal ook consequenties hebben voor later. Aan toekomstige dominees bijvoorbeeld zal het dunkt me óók te merken zijn welk soort vooronderwijs ze hebben genoten, zowel inhoudelijk alsook met betrekking tot de ontmoeting met anderen.

Roeping

Intussen, de christelijke school is er nog. De christelijke school is op doortocht in de tijd. En zo heeft 'nochtans' ook vandaag de christelijke school een hoge roeping. Niet om leerlingen louter gedragsregels aan te praten, maar om ze op te leiden tot leerjongeren van Christus, voor kerk, staat en maatschappij.

Dat betekent dat de christelijke school ook vandaag vooral school met (op) de Bijbel zal zijn. Als zodanig sprak ir. M. Houtman zeer behartigenswaardige woorden bij de opening van het schooljaar van De Driestar te Gouda. Het verslag dienaangaande in het R.D. stond onder de kop 'We moeten elkaar geen angstverhaal aanpraten.'

Dat is op zich al wezenlijk. Hoe gemakkelijk kan het negatieve, en een daarmee gepaard gaand angst(doem)denken gaan overheersen. Houtman zei dit overigens tegen de achtergrond van het feit, dat 'onze vrijheden en mogelijkheden nog steeds van een ongekende weelde (zijn) wanneer we die met andere plaatsen in de wereld vergelijken'. Hij waarschuwde er overigens voor 'te denken dat het wel meevalt met de secularisatie, een gevaar dat mensen in een beschermde omgeving lopen'.

Houtman liep echter kennelijk niet in de fuik de secularisatie te willen indammen met aangescherpte gedragsregels, die voor leerlingen een juk kunnen vormen wanneer ze niet in vrijheid worden gepraktiseerd. Hij citeerde Luther: 'een goede schoolmeester is een heiland van vele mensen'. Hij kwam op voor een school waar de Schrift regeert, maar besloot met te zeggen, dat hij nergens het doel van het christelijke onderwijs mooier verwoord vindt dan in vraag en antwoord 1 van de Catechismus van Geneve: 'Wat is de bestemming van ons leven? Dat wij God, door Wie wij zijn geschapen, kennen.'

Zo zijn we bij het hart van de zaak. Het gaat om levend geloof. Alle onderwijsgevenden, op welke post zij ook gesteld zijn, mogen zich geïnspireerd weten om met dit doel in het onderwijs bezig te zijn. Want zo alleen zal ook vandaag aan jongeren de rechte geborgenheid kunnen worden geboden. Dan komt de rest van zelf. 'Vreest God en doe watje wilt', zei Luther.

Dan leidt christelijke vrijheid zeker niet tot losbandigheid. God dienen gaat dan van harte, op alle plekken waar Hij roept. Maar in die vrijheid mag er ook sprake zijn van openheid, om breed te verweren wat ons in onze kerkgeschiedenis, in de profane geschiedenis en in de cultuur is gegeven. Christus, de zin der geschiedenis en daarom het hart van de christelijke school!

Ga met God, wil ik zeggen tot alle onderwijsgevenden, nu de taak weer roept.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het christelijk onderwijs op doortocht in de tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's