Saulus...
Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: k ben Jezus, Dien gij vervolgt. (Hand. 9 : 4b, 5a)
Voor de derde maal verschijnt een jongeman in het zoeklicht van de gewijde geschiedenis. Eerst is hij er bij de terechtstelling van Stefanus, een man 'vol des Heiligen Geestes'.
Toen was hij nog een lijdelijke toeschouwer. Verder geeft hij acte de presence bij het drama van de vervolging. Nu doet hij van zich spreken als actieve leider van het werk der verwoesting. En daar heeft hij succes. De gemeente van Christus uiteengejaagd en verstrooid. Dat was nu juist zijn bedoeling.
Er valt een naam: Saulus van Tarsen. Angstaanjagende naam voor de slachtschapen van Christus. Zoals hij ten diepste is, zo doet hij. De innerlijk verwoeste wordt door één begeerte gedrongen: verwoesten. Door de zonde verworden mens, gaat uit om stuk te maken de grote werken Gods. Hij kan niet verdragen dat de Kerk van de Nazarener uitbreidt. Diep is zijn overtuiging dat de sekte van de Nazarenen oppositie voert tegen Mozes en derhalve tegen God. Dat is godslastering. Saulus neemt het hoogemstig op. Van halve maatregelen is hij niet gediend. Hij wil heel de zaak uitroeien. Mannen en vrouwen, alles en iedereen. Daar is hij heel principieel in. Het is wrang, maar in dat opzicht is hij resoluut. Een man van temperament, maar ook van karakter.
Maar... de zondedienst drukt ook op resolute karakters het stempel van ontaarding: Saulus was een 'heer', maar gedroeg zich als een 'beest'. De mens in dienst van Satan, is geen meester, maar willoos werktuig in de dienst van de hel. Pas op, hij blaast dreiging en moord. Saulus op jacht... op enigen die van die weg waren.
Is de sektarische revolutie te Jeruzalem onderdrukt en heeft de sekte der Nazarenen daar geen publieke betekenis meer, de weggespatte vonken van de gedoofde brand hebben elders voedsel gevonden. De wasdom van het Woord Gods. Het zaad waait over naar andere velden. Daar had de man in kwestie niet mee gerekend. Nu niet, tenminste! Saulus acht zich van Godswege geroepen op iedere plaats, waar verdachte rook opgaat, ogenblikkelijk in te grijpen.
Zijn inquisiteursogen zien scherp: Het smeult in Damascus.
Een konvooi reist naar de stad met die naam. De grootste ketterjager uit de geschiedenis gaat vooraan. Hij leidt zelf de operatie. Neen, de gewelddadige dood van de getuige des Heeren Stefanus heeft hem niet verbroken. Saulus verhardde en verhardt zich. Bijna bereikt hij de stad Damascus... en dan gebeurt het.
Een lichtflits uit de hemel omschijnt hem. God zendt Zijn bevel op aarde; Zijn Woord loopt zeer snel. 'Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? De stem des HEEREN is met kracht. De vervolger wordt thans vervolgd. Saulus zakt door zijn knieën en wordt tegen de grond gesmakt. Deze mens kan kennelijk slechts door een buitengewoon genadewonder, machtiger dan de schepping van hemel en aarde tot inkeer en omkeer gebracht worden. Het 'gewone' genademiddel was door Saulus verworpen, vertrapt. Ware Filippus tot hem gekomen, om hem Jezus te verkondigen, Saulus zou hem terstond gearresteerd, in de boeien geslagen en meegevoerd hebben naar de gevangenis.
Wie temt het redeloos gedierte, dat de ziel van Gods tortelduif naar het leven staat? Dat doet de Meester Zelf. In hoogsteigen persoon.
Wie zijt Gij, Heere? Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.
De bekering van Saulus. Een wonder van Godswege. Waarom doet God hem niet omkomen? Waarom verbrandt deze jongeman ter plekke niet onder Gods toorn en gramschap? Hij heeft het er naar gemaakt, nietwaar?
Maar Saulus leeft nog en hij zal leven. Waarom? In zijn bekering is Jezus. Ware dat niet het geval, Saulus zou ter plaatse vergaan zijn. Ik ben Jezus!
De wijze waarop de Heere deze man roept tot Zijn kudde, is anders dan de wijze waarop Hij de discipelen riep bij Zijn optreden als Messias. Tot Simon, Johannes, Levi sprak de zachte maar sterke stem alleen: Volg Mij! En het was genoeg.
Tot Saulus komt de stem als een ratelende donder. De stem trilt van toorn, want de Herder heeft Zijn gemartelde schapen lief. Komt Saulus aan de schapen, dan raakt hij aan de Meester. Daarom grijpt de Meester in. Hij vraagt niet: Waarom vervolgt gij Mijn Kerk, maar waarom vervolgt gij Mijl
Een Saulusbekering. Sommigen hebben daar een voorliefde voor. Ze weten niet wat ze begeren. Moet het dan zover met u komen? En bent u dan zo'n verharde tegenstander van de Heere Jezus? Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen. Let op Zijn Woord en de prediking ervan.
En Saulus... Hij vraagt. Standaardvraag van de tot zichzelf gekomen zondaar. Wie zijt Gij, Heere? Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Waarom vervolgt gij Mij? En dan... in de toorn gedenkt Hij des ontfermens. Eeuwige zondaarsliefde brandt op Zijn lippen.
Saulus waarom toch? Wat heb Ik u misdaan? Zeg het eens. Of aangaande Mijn schapen? Hebt u er iets op aan te merken?
De vervolger staande gehouden. De heiligheid Gods werpt een zondaar neer. Eeuwige zondaarsliefde raapt hem weer op.
Tegenstanders worden met God verzoend. Goddelozen worden veranderd in vrienden en metgezellen van allen die Zijn naam ootmoedig vrezen.
Hoe dat gaat? Door Zijn Woord, door Jezus Zelf. Door Zijn niet te begrijpen mededogen voor aan lager wal geraakten. Liefde voor tegenstanders. Uitnemend en eeuwig van aard. Ontsproten aan de dageraad des heils.
Saulus, hij liep tegen de lamp. De ontmoeting met Christus. Een verbrokene blijft achter en over. Inkeer gevolgd door de grote ommekeer. En de zondaar, ... hij leeft. Kent u Hem ook? Neen, ik vraag niet naar de wijze waarop u Hem leerde kennen, - immers Timotheüs ging een andere weg dan deze man van Tarsen - maar kent u Hem? Zijn Naam, Zijn werk. Al overwonnen in uw verzet? Uw stellingen opgeblazen? De vlag reeds gehesen. De handen omhoog... Gena o God, gena hoor mijn gebed. Hoor, hoe een boet'ling pleit.
Ik ben Jezus... De verkondiging van Zijn naam, doet hen vragen: Wie zijt Gij? Nu was het Saulus... in zijn gevolg een schare die niemand tellen kan. Hoe ook getrokken, hun geestelijke bagage is enerlei. De naam van Hem, die tegenstanders overwint. Zij zullen in Zijn naam zich al den dag verblijden.
Nog is het genadetijd. Gelooft Zijn heil en troostrijk Woord. Het is u hard de verzenen tegen de prikkels...
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's