De hervormde gemeente te Melegföldvar
Dit jaar viert men in Hongarije het feit, dat 1100 jaar geleden de Hongaren zich in Europa vestigden en sindsdien als volk zijn blijven wonen. Hongaren wonen behalve in Hongarije onder meer ook in Slowakije, Servië en Roemenië. Wat dat laatste land betreft: hier vindt men de meeste Hongaren in Transsylvanië. De Hongaarse minderheden in de voormalige communistische buurlanden van Hongarije hebben geen gemakkelijk bestaan. Ook vanuit Nederland zijn er diverse kerkelijke contacten met Hongaarse gemeenten. Om een beeld te schetsen van het kerkelijk leven in een hervormde dorpsgemeente in Transsylvanië, heeft ds. Tunyogi Lehel een artikel geschreven. De inhoud van het artikel wordt onverkort weergegeven. De beoordeling van de situatie is geheel voor rekening van de auteur. Wel wordt hier en daar enige verduidelijking gegeven in een afwijkend lettertype door ds. K. F. W. Borsje, die regelmatig contact onderhoudt met diverse predikanten in Hongarije en Roemenië, onder andere met ds. Tunyogi. Voor de duidelijkheid: in het Hongaars noemt men eerst de familienaam en vervolgens pas de 'voornaam'.
1. Inleiding
Een van de bekendste bisschoppen van de hervormde kerk van Transsylvanië, Makkai Sandor, zei over de relatie tussen nationaliteit en kerkelijke gezindheid: 'De Hongaarse natie en het lidmaatschap van de hervormde kerk is 100% dezelfde'.
Het idee van één volk in één staat gaat in Transsylvanië niet op, omdat de bevolking - vanaf het eerste begin - gemengd is: hier wonen voornamelijk Roemenen, Hongaren en Duitsers. Dit feit - in relatie met de kerkelijke groeperingen - betekent: orthodox = Roemeens; katholiek = voornamelijk Hongaars; evangelisch-luthers = Duits of Hongaars; unitarisch = Hongaars; hervormd (calvinist) = Hongaars.
Het is omstreden welke bevolkingsgroep oorspronkelijk in Transsylvanië leefde. Aan het begin van onze jaartelling woonden er de Daciërs. De Roemeense regering propageert, dat deze Daciërs de voorouders zijn van de huidige Roemenen en dat daarom Transsylvanië vanouds Roemeens gebied is. De Hongaren daarentegen brengen naar voren, dat zij de oudste rechten hebben in deze streek en dat de aanwezigheid van Roemenen slechts berust op bevolkingspolitiek vanuit Boekarest, die ertoe geleid heeft, dat steeds meer Roemenen in Transsylvanië zijn komen wonen. Tot de Eerste Wereldoorlog en gedurende de Tweede Wereldoorlog was Transsylvanië deel van Hongarije. De Duitse bevolkingsgroep bestaat uit nazaten van Duitsers, die vanaf de 12e eeuw naar deze streken gehaald waren om het land te cultiveren en om de Duitse invloed te versterken.
In Melegföldvar (een opvallend gegeven, iedere plaats heeft twee of drie namen: Roemeens, Hongaars, Duits: Melegföldvar is de Hongaarse naam, de Roemeense luidt: Feldioara) is de bevolking van ongeveer 300 gezinnen voor 55% Roemeens en 45% Hongaars. Ongeveer 55% is lid van de Orthodoxe of Grieks Katholieke Kerk en bijna 45% van de Hervormde of Rooms-Katholieke Kerk.
Er is in het dorp sprake van wederzijdse beïnvloeding van de bevolkingsgroepen. Zo worden diverse gebruiken overgenomen. Bijvoorbeeld rondom begrafenissen: de nachtwake, de afscheidstoespraak voor de overledene en het begrafenisfeest.
Melegföldvar ligt zeer geïsoleerd. Genoemde gewoonten worden gehandhaafd, zonder dat daar enig rationeel argument tegenin te brengen is. Zo gezien is een geïsoleerde ligging een nadeel, daar de bevolking blijft leven bij primitieve denkbeelden en gewoonten. Vanuit het standpunt van het geloof is een geïsoleerde ligging echter een voordeel, daar het tot gevolg heeft dat men in de traditie vasthoudt aan het oorspronkelijke zuivere calvinisme. De taak van de predikanten in dezen is om de vreemde niet-calvinistische gewoonten te bestrijden en de bevolking de ware leer van de Reformatie bij te brengen.
2. De geografische ligging van Melegföldvar
Het dorp Melegföldvar is gelegen in het district Kolozs (Hongaars voor Cluj), kerkelijk district Dés (Dej). Naar de steden Kolozsvar (Cluj, Klausenburg) en Dés is het respectievelijk 60 en 50 kilometer.
Nabijgelegen dorpen zijn: Kapor (Copru) in het oosten, Gyeke (Geaca) in het zuidwesten, Feketelak (Lacu) in het westen, Büza in het noordwesten en Katona (Catina) in het zuidoosten.
Hoewel Melegföldvar niet ver van de grote steden ligt, wordt het reizen zeer bemoeilijkt daar de toestand van de 'wegen' zeer slecht is. Daarom is het dorp ook zo geïsoleerd.
Het is opvallend, dat ds. Tunyogi consequent de Hongaarse namen voor steden en dorpen gebruikt. Op landkaarten en richtingsborden zal men echter steeds de Roemeense benamingen zien. Sommige atlassen geven naast de Roemeense namen ook de Hongaarse weer. Dit zijn in geen geval Roemeense atlassen.
3. Iets over de geschiedenis van Melegföldvar
Oorspronkelijk was het dorp gelegen in een gebied genaamd Nyerges, ongeveer 2 kilometer van de huidige locatie. In ongeveer 1300 werd het dorp naar de huidige positie verplaatst. In 1359 was de naam Felduar, in 1460 Fewldwar, in 1463 Halyogalja en vanaf 1667 Melegföldvar. In 1603 werd de bevolking door het leger van generaal Basta uitgemoord. Slechts drie personen overleefden deze gebeurtenis.
Na een opleving van Melegföldvar vermoordde het Tartaarse leger de bevolking en gedurende de onafhankelijkheidsoorlog onder Rakóczi Ferenc II werd het dorp weer verwoest.
Basta was in 1598 door de Habsburgers aangesteld, om de Reformatie in Transsylvanië tegen te gaan en stevig onder Oostenrijks gezag te behouden. Het vorstenhuis Rakóczi streelde in deze periode naar een zelfstandig Transsylvanië met een vooraanstaande positie voor de Hervormde Hongaarse Kerk.
In de 20e eeuw, tijdens de tweede wereldoorlog tussen 1940 en 1945 was Melegföldvar deel van Hongarije. De grens lag vlak langs het dorp. Na 1945 werd Melegföldvar net als geheel Transsylvanië, deel van Roemenië. Het feit, dat Melegföldvar gelegen was nabij de grens, ofwel in het vroegere grensgebied, heeft ertoe geleid, dat we hier te maken hebben met wederzijdse beïnvloeding van culturen met als gevolg gemengde gewoonten en opvattingen.
4. Levensomstandigheden
De manier van leven in Melegföldvar is te omschrijven als: 'Door stof en modder'. Zoals ik reeds zei, het dorp ligt niet ver van grote steden, maar het is nauwelijks bereikbaar vanwege de toestand van de wegen en het verkeer. Er is geen busverbinding met Kolozsvar (Cluj), alleen vanaf het naburige dorp Katona. Er rijdt dagelijks wel een bus naar Szamosüjvar (Gherla). Maar op veel dagen komt deze autobus gewoonweg niet opdagen. Vandaar dat er weinig of geen contact is met de beschaving. Dit is een van de redenen, waarom men blijft bij de oude, primitieve levensgewoonten. Het is nauwelijks mogelijk hier enige verandering in aan te brengen. De bevolking accepteert geen veranderingen.
Elektriciteit bereikte Melegföldvar in het midden van de jaren zeventig. Gas is er nog niet. Men is begonnen een gasleiding aan te leggen, maar zonder veel resultaat. Er is geen vooruitzicht, dat de zogenaamde wegen zullen verbeteren.
Mensen kijken gewoonlijk geen televisie, luisteren niet naar de radio (ook al hebben sommigen deze apparaten wel), lezen geen boeken en kranten. De meesten kunnen niet schrijven, zelfs niet hun eigen naam.
4.1 Onderwijs
In Melegföldvar is een basisschool met de klassen 1 tot en met 8. Er wordt in het Roemeens onderwijs gegeven. Tot voor kort waren er nog Hongaarse klassen, maar vanwege het kleine aantal kinderen zijn deze opgeheven. In een gebouwtje van de kerk is, met hulp vanuit Vriezenveen, een ruimte ingericht als klaslokaal. Elke zaterdag krijgen Hongaarse kinderen hier godsdienstonderwijs. Dit is heel belangrijk, daar het merendeel van de kinderen niet correct Hongaars kan spreken of schrijven en als zij hun moedertaal verliezen is de kans groot, dat zij hun eigen nationale identiteit zullen kwijtraken.
4.2 Middelen van bestaan
De belangrijkste middelen van bestaan voor de bevolking van Melegföldvar zijn akkerbouw en veeteelt.
Begin jaren '90 is er landbouwcoöperatie gevormd met hulp vanuit Vriezenveen. De werkzaamheden van deze coöperatie zijn echter gestopt, daar er geen juridische helderheid bestaat rondom de eigendomsrechten van het materiaal.
Sommige personen hebben hun eigen landbouwmachines en zij werken op hun eigen grond. Vanaf het moment, dat men het land weer in eigendom teruggekregen heeft, leeft men meer en meer voor zichzelf zonder rekening te houden met anderen.
5. De gemeente pastoraal gezien
Tussen 1904 en 1995 werd de hervormde gemeente van Melegföldvar gediend door 15 predikanten. Ik ben de zestiende. In drieëneenhalfjaar heb ik de gelegenheid gehad om de leden van de gemeente enigszins te leren kennen. Ik zei 'enigszins', want telkens weer krijg ik goede en slechte verrassingen voorgeschoteld. Ik kan niet een eenduidig pastoraal overzicht van de gemeente geven, alleen enkele situaties, die ik tot op heden ben tegengekomen.
De gemeente telt 304 leden. Bijna iedereen is familie van elkaar, maar men treedt niet op als eenheid. Ik ken in Melegföldvar sommige families, die niet tegen hun eigen familieleden spreken vanwege onenigheid over het land of over eigendommen. Iedereen wantrouwt iedereen. Zelfs in de kerkenraad zijn grote meningsverschillen. Het gebeurt vaak, dat men meteen na een kerkdienst, of zelfs na de viering van het Heilig Avondmaal zonder enige schaamte verder gaat met de onderlinge ruzies.
Naar mijn mening is dit het resultaat van het zeer grote egoïsme. En de oorzaak van dit grote egoïsme is te vinden in het verleden, toen de bevolking van Melegföldvar bestond uit lijfeigenen. Nadat men land in eigendom had gekregen, heeft men alles in het werk gesteld om te behouden, wat men verkregen had.
Een ander zeer groot probleem is het alcoholisme. Melegföldvar is beroemd vanwege de zogenaamde 'palinka', een zeer sterke drank (60%) gestookt van vruchten of graan. Gedurende de winter, als de bevolking niet zoveel werk kan doen als gewoonlijk, drinkt bijna iedereen. Chauffeurs moeten in deze periode extra goed opletten, omdat men de gewoonte heeft om midden op de weg in slaap te vallen. Het kerkbezoek is op doordeweekse dagen 1-2% van de gemeente, op zondagen 25% en gedurende de feestdagen 50%.
Het grootste deel van de bevolking is oud, er zijn slechts weinig jonge mensen. Er zijn ongeveer twintig kinderen. De oorzaak is, dat de jonge mensen om een baan te vinden naar de steden verhuisd zijn. Zij komen alleen nog maar terug om hun ouders te bezoeken.
Elk jaar is het aantal mensen, dat begraven wordt groter dan het aantal dopelingen. De bevolking wordt kleiner in getal. Veel huizen staan leeg. De jeugd komt nog wel terug voor hun bruiloft. Maar daarna gaat men terug naar de stad.
De plaats en taak van een predikant in Transsylvanië is anders dan die in Nederland. Naast het pastorale werk is de predikant onder meer heiast met het beheer van de gemeentegoederen. Deze kerkvoogdelijke taak mag kerkordelijk niet door leden van de kerkenraad worden gedaan. Ook maatschappelijk is de predikant, vooral in de kleine dorpen, een centrale liguur.
5. Epiloog
Het doel van mijn artikel is de situatie van de hervormde gemeente te Melegföldvar naar voren te brengen aan de leden van de gemeente te Vriezenveen en hierdoor de relatie tussen de beide gemeenten te verstevigen.
Ik heb mijn eigen visie op de situatie gegeven, maar ik heb geprobeerd dit zo objectief mogelijk te doen. Ik hoop dat de onderlinge verbondenheid tussen onze beide gemeenten op de best mogelijke manier voortgang zal vinden.
Tunyogi Lehel
predikant van de hervormde gemeente Melegföldvar/Feldioara, Roemenië
Hoewel dit artikel in eerste instantie is hedoeld voor de gemeenteleden te Vriezenveen is het als voorbeeld ook nuttig om in hredere kring gelezen te worden. Vanuit Vriezenveen zijn al tijdens het communistische regiem enige contacten gelegd. Deze contacten zijn na de omwenteling geïntensiveerd en uitgebreid. Naast het sturen van hulpgoederen wordt vooral gewerkt aan - de wederzijdse pastorale ondersteuning vanuit de overtuiging, dat de hulpverlening steeds tweezijdig moet zijn: vanuit de rijke en vrije westerse situatie kunnen wij onze steun geven. Vanuit een geschiedenis van armoede en onderdrukking kunnen wij van onze zusters en broeders aldaar leren wat het is om kerk te zijn in een samenleving, die van gelooT en godsdienst niets wil weten. Het publiceren van artikelen over en weer vormt een onderdeel van deze wederzijdse ondersteuning.
K. F. W. Borsje
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's