De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herauten van het kruis: hun triomf en tragiek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herauten van het kruis: hun triomf en tragiek

11 minuten leestijd

De twee gebroeders Erskine zijn onder ons vooral bekend vanwege hun preken, die vertaald via diverse uitgaven voor velen tot zegen zijn geweest. De rijke inhoud van de beloften Gods, de evangelische gloed van een rijke Christus voor arme zondaren, het krachtige appèl in de aanbieding der genade, de levende verbondsomgang met de Heere, dat alles maakt dat hun prediking grote ingang vond onder velen in Schotland en daarbuiten. Tot op de dag van vandag worden hun preken gele­zen en functioneren ze als een heilzaam correctief tegen verbondsautomatisme enerzijds en dominantie van de uitverkiezing anderzijds.

Wie waren echter de twee predikanten die als broeders in dubbele zin, door de band van het bloed en de gemeenschap van het ambt, voor velen tot zegen mochten zijn? De amateur historiscus L. J. van Valen, die al heel wat waardevolle studies over de kerkgeschiedenis van Schotland en Engeland op zijn naam heeft staan, geeft daar in zijn jongste pennevrucht antwoord op. We leren de Erskines kennen als mannen van hun tijd, die in rapport met de ontwikkelingen van hun eeuw in grote trouw dienaren zijn geweest van het Goddelijk Woord.

Mannen van hun tijd

Dat de Erskines mannen van hun tijd waren is in één oogopslag te zien. Wie hun portretten, die op de voorkant van het boek prijken, bekijkt, ziet twee ernstige gezichten. De gewichtigheid van de roeping om het Evangelie recht te snijden, straalt af van hun gelaat. Ook is er wellicht iets van een verschil in karakter te zien tussen de twee. De oudere broer Ebenezer lijkt meer een evenwichtige leider en organisator te zijn, zoals blijken zal in de latere kerkstrijd waarin de Erskines zullen komen te verkeren. Ralph is meer een gevoelsmens, hij was ook een hartstochtelijk dichter. Zij waren zo te zien ook echte achttiende-eeuwers. De deftig verzorgde kleding en vooral de modieuze pruiken geven ons het beeld van een ander klimaat dan dat van hun geestelijke voorvaders, in wier voetsporen zij wilden gaan. Ze waren niet wars van de cultuur. Dat werd ook toen niet altijd begrepen. Dat blijkt wel uit de kritiek die Ralph van een eenvoudige ouderling ontving omdat hij viool speelde.

Ze waren mensen van hun eeuw en stonden binnen de ontwikkelingen van de kerk en het volk van Schotland op een breuklijn van de tijd. De diepe indrukken van een periode van beproeving waarin de kerk vervolgd werd door de Stuarts, die Christus domein met koninklijke macht wilden dwingen onder een bisschoppelijke heerschappij, waren er al in hun jonge leven. Vader Henry Erskine, afkomstig uit een Schots adellijk geslacht, behoorde tot de honderden predikanten die vanwege hun bijbelse en reformatorische overtuiging werden afgezet. De hartstochtelijke ijver voor een kerk waarin Christus alleen de heerschappij mocht hebben was hen als het ware reeds met de paplepel ingegeven.

Het typische theocratische Schotse adagium van de 'Covenants', de verbonden, zal heel hun leven door in de kerkelijke strijd een grote rol spelen. Zelf leefden de twee broeders in een tijdperk waarin ze tot hun teleurstelling moesten ervaren dat de nawerking van de 'Glorious Revolution', die een bevrijding bracht van de 'roomse' der Jacobieten, toch niet die vrijheid van de kerk had opgeleverd die er was gehoopt. Het was ook de tijd van het opkomende verlichtingsdenken, dat zich in kerk en theologie steeds meer liet gelden ten koste van de reformatorische genadeleer.

Evangelische vroomheid

Een woord dat in deze dubbelbiografie een grote rol speelt is 'vroomheid'. 'De prediking en het pastorale werk van de Erskines werden gedragen door hun diepe vroomheid.' Uit de dagboeken komt de verborgen omgang met de Heere duidelijk openbaar. In hun prediking is de centrale betekenis van de persoon en het werk van Christus overal tastbaar en wordt er sterk aangedrongen om met alle onwaardigheid de toevlucht te nemen tot Zijn enige gerechtigheid. De waarde van de beloften als de enige rustgronden voor het geloofsleven is onmiskenbaar. Hoe diep bevindelijk het geloofsleven en de prediking van de Erskines ook waren, nooit mocht de ervaring de belofte van de eerste plaats verdringen.

Het waren vooral de zogenaamde 'avondmaalstijden' die van grote betekenis waren voor het geestelijke leven in Schotland. Daarbij mochten ze duizenden bereiken met hun evangelische prediking. De zegen bleeft daarop niet uit.

Het geestelijke klimaat was ook in hun dagen zorgelijk. Toch was er in het gewone dagelijks leven meer directe toegankelijkheid voor de dingen van het Woord dan in onze tijd van secularisatie. Wie kan zich vandaag de dag nog voorstellen dat een paar werklieden langs de kant van de weg een dominee herkennen en hem dringend vragen om op staande voet voor hen een predikatie te houden? Toch kon dat Ebenezer Erskine zomaar overkomen. Hij gaf uiteraard direct gehoor aan dit preekaanzoek, en het werd de hoorders tot rijke zegen:

Ook het gezinsleven was het toneel van waarachtige godsvreze. Bij huiselijk geluk en leed werd in alles de afhankelijkheid van de Heere geoefend en Zijn nabijheid ervaren.

Strijd en scheiding

Een groot deel van de biografie is gevuld met de droeve geschiedenis van de kerkelijke strijd in het Schotland van de achttiende eeuw, die uiteindelijk in 1733 in een afscheiding escaleerde. Dè Erskines staan bekend als de vaders van de zogenaamde 'Secession', de eerste grote kerkscheiding in Schotland. Reeds jarenlang was er het geding van de Moderates (gematigden) en de Evangelicals (niet te verwarren met wat wij tegenwoordig 'evangelischen' noemen) over de genadeleer. De eerstgenoemden wilden wél in de gereformeerde traditie staan, maar kwamen steeds meer onder de invloed van het rationalisme. Ook was er een wettische moralistische trek in hun theologie die de mens met zijn vrome werken, met het oog op de zaligheid, steeds meer ruimte gaf, ten koste van de genade. De Evangelicals daarentegen wilden van harte blijven bij de leer van vrije genade, zoals die in de Reformatie was doorgebroken. Bij de zogenaamde 'Marrow-controversy', het theologisch conflict dat oplaaide rond de nieuwe aandacht voor het boek van Fisher The Marrow of Modern Divinity stonden de Erskines vooraan. De 'marrow-men' werden beschuldigd van antinomianisme, het ontkennen van de waarde van de wet, vanwege het feit dat ze opkwamen voor het Evangelie van vrije genade alleen door Christus en Zijn gerechtigheid. Ze werden door de heersende stroming in de kerk uiteindelijk veroordeeld. Toch leidde dit leergeschil over het hart van het heil nog niet tot afscheiding. Het zorgde er echter wel voor dat de polarisatie binnen de kerk van Schotland zo groot werd dat het wel mis moest gaan. De aanleiding waardoor het in 1733 daadwerkelijk tot een breuk kwam was een kerkrechtelijke strijd. De Erskines en hun medestanders wilden opkomen voor de kroonrechten van Christus. Vandaar dat ze het onverdraaglijk vonden dat het zogenaamde 'patronaatsrecht' van kracht was, waardoor landheren in Schotland de mogelijkheid hadden het beroepingswerk te beheersen. Zo kon het voorkomen dat ze dwars tegen de presbyteriale regering van de gemeente in, een predikant konden opdringen. Het protest tegen dit patronaatsrecht leidde ongelukkigerwijs, door een hard standpunt van de Assembly, tot schorsing van de Erskines en hun medestanders. Deze schorsing werd door hen niet aanvaard, waarna men meende zich zelfstandig kerkelijk te moeten organiseren, met als gevolg: afscheiding en een dramatische verwijdering van allen met wie ze in de kerk van Schotland voorheen verbonden waren. Het heeft nog jaren geduurd voordat de afzetting van de predikanten en de vormgeving van de Secessionkerk definitief waren. Vanuit de wijze waarop de schrijver de ontwikkelingen beschrijft wordt op aangrijpende wijze duidelijk hoezeer de afscheiding in Schotland een weg was zonder terugweg. Toen de Assembly terugkwam op de beslissingen en berouw kreeg over de harde koers die men tegen de bezwaarden had ingenomen, was er toch geen verzoening meer mogelijk. Hoewel de Assembley zelfs de bezwaren tegen het patronaat wilde overnemen, wilden de Erskines c.s. niet van een vergelijk weten. De kerk wilde immers de verbonden niet meer herstellen, en daarom bleef men afgescheiden.

Geen weg terug

Een argument dat voorheen wel een geestelijke zorg was geweest, maar nooit een reden om de kerk te verlaten, werd nu een wapen om niet terug te komen op de beslissing zich van de kerk af te scheiden. Dat is de tragiek van de afscheiding, die in eigen isolement opgesloten, zich steeds meer verhardt. Wie deze geschiedenis leest, met in het achterhoofd de crisis van de erfenis van de Reformatie in onze Lage Landen bij de zee, kan zich afvragen of dit toen zo wel nodig was geweest. De geestelijke kloof lijkt in onze dagen nog veel afgrondelijker te zijn als toen. Het geding is nu, veel meer nog dan het - niet onbelangrijke - geschil over de kerkregering toen, de strijd over waarheid en leugen. Het gezag van de Schift Zelf staat op het spel. En een synode die zich verootmoedigt is helaas heden ten dage in geen velden of wegen te bekennen. Was er dan echt geen weg terug meer? Hier wordt duidelijk dat afscheiding een 'way of no return' is. Alle begrijpelijke redenen voor de afscheiding wettigen toch niet het verabsoluteren van het eigen kerkelijke leven, zoals dat door de Erskines c.s. plaatsvond na 1733. De geestelijke verwijdering van broeders die niet meegingen was bijzonder pijnlijk. Dat kwam op een zeer verdrietige manier aan het licht in de verhouding met de Engelse opwekkingsprediker Whitefield. Waar het ging om de prediking van het Evangelie en de leer der genade waren de Erskines en Whitefield het hartelijk met elkaar eens.

De Erskines haalden Whitefield als vriend en broeder binnen in Schotland en lieten hem in hun kerken voorgaan. Omdat Whitefield echter niet mee kon gaan met hun afgescheiden exclusivisme, verbraken ze de band der gemeenschap. En toen de Heere rijke vruchten ging geven, door geestelijke opwekkingen binnen de gevestigde kerk van Schotland, konden de afgescheidenen niet anders dan dit werk veroordelen. Wat een diepe tragiek!

De treurnis van een afscheiding die een eigen leven ging leiden zette zich ook binnen de kerk van de Seceders voort. Onbegrijpelijk hoe een op zich toch niet zo cruciaal geschilpunt over de reeds lang bestaande 'burgereed' die men in Schotland moest zweren - juist met het oog op de handhaving van de protestantse religie! - na vijftien jaar al tot een nieuwe breuk binnen de eigen gelederen leidde. Daarbij werden, n.b.!, de Erskines door de meerderheid van hun kerk in de ban gedaan. Zelfs een zoon van Ralph werkte mee aan de censuur op zijn vader. En toen de schoonzoon van Ebenezer van de vergadering thuiskwam vertelde hij zijn vrouw zomaar plompverloren dat ze haar vader hadden geëxcommuniceerd... Teleurstelling, strijd, verdeeldheid in eigen gelederen, het maakte de levensavond van de Erskines er niet lichter op. Toch hebben ze tot het laatste toe mogen volharden in de dienst van het Evangelie. Alle kerkelijke tragiek heeft gelukkig niet ongedaan kunnen maken dat ze in hun dagen bij duizenden vanwege hun evangelieverkondiging zeer geliefd bleven, en nog steeds zijn ze dat bij allen die de schat van het Evangelie van vrije genade hebben mogen ontdekken in hun preken en erdoor tot Christus zijn geleid. Van Valen merkt overigens op dat de Erskines in hun eigen vaderland toch relatief minder waardering hebben gevonden dan in andere landen. Dat heeft waarschijnlijk toch met hun separatistische handelwijze te maken gehad. Aan het slot van het boek wordt de verdere weg van de Secession Church getekend, die in de volgende eeuw helaas in een heel ander theologisch vaarwater terecht kwam dan de 'vaderen' ooit hadden kunnen vermoeden. Van Valen concludeert dat door een proces van hereniging en liberalisering van de theologie de rijke traditie van deze kerk verloren ging.

Van Valen heeft ons een waardevolle en boeiende biografie gegeven van twee begenadigde dienaren van het Evangelie in Christus' kerk. Bij alles wat we lezen is veel dat tot heilige jaloersheid kan wekken, er is ook wat verdrietig maakt. De triomf van het Evangelie is aangevochten door de tragiek van kerkstrijd. Wij kunnen geen vergelijkingen trekken, de kerkelijke en maatschappelijke situatie waarin de Erskines leefden verschilt sterk met die van onze dagen. De tegenstelling van waarheid en leugen lijkt nu veel feller als toen. Wat bepaalt hoelang we nu kunnen en mogen blijven staan om de wacht te betrekken bij de gereformeerde waarheid? Het geding om de ordeningen van de kerk of de positie van de Belijdenis van kerk? Wie dit boek met aandacht leest, in welk kerkverband hij of zij zich ook bevindt, heeft veel stof tot overdenken, maar vooral ook tot gebed, of de Heere Zich nog over Zijn kerk wil ontfermen.

N.a.v. L. J. van Valen, Herauten van het kruis, 1995, Den Hertog B.V., Houten, 374 pag., ƒ52, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Herauten van het kruis: hun triomf en tragiek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's