De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk een wonder (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk een wonder (4)

10 minuten leestijd

De ware kerk is de katholieke kerk! Zij wordt gekenmerkt door drie eigenschappen. In haar wordt aangetroffen de zuivere bediening van het Woord en van de Sacramenten alsmede de handhaving van de tucht.

In de volgorde waarin zij in artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staan geschreven, moeten wij ze óók laten staan. Sommigen leggen veel ijver aan de dag voor een zuivere kerk. Alle nadruk valt derhalve op de handhaving van de tucht. Nu zeg ik niet dat dit laatste onbelangrijk is. Toch wil ik wel graag de zuivere bediening van het Woord en van de Sacramenten daaraan vooraf laten gaan. Ook moet niet vergeten worden dat er met name in de prediking tucht wordt uitgeoefend. Ik denk in dit verband aan de voorbereidingspreek voor de bediening van het Heilig Avondmaal. Wanneer deze preek in overeenstemming is met het Woord Gods, weet een ieder heel goed of er toegang tot de heilige dis van Godswege wordt verleend of niet.

En verder moet een kerkenraad de tucht zien te handhaven. Hij moet dat echter niet doen op een juridische, doch op een medische manier. Hier ga ik nu verder niet op in, omdat ik in een vorige artikelenreeks dit uitvoerig heb gedaan. Toen ging het over het Heilig Avondmaal. De - enige opmerking die ik hierover nog maak is dat een kerkenraad of een ander college, dat gemachtigd is om tucht uit te oefenen, een pastoraal hart dient te bezitten. Welk college dan ook, maar het moet er altijd op uit zijn om de ander voor Christus te winnen en niet alleen maar om de zonden te bestraffen.

De tucht is niet onbelangrijk, omdat zij de zuiverheid van de katholieke kerk betreft. Geweerd moet worden alles wat het belijden van de kerk weerspreekt of in handel en wandel daartegen ingaat. De vraag is en blijft wel: hoe gaan wij als kerkenraad te werk. Worden als het ware de messen geslepen om iemand 'af te maken' of leeft er in het hart: Wij zullen ons uiterste best doen om onze naaste weer op het rechte spoor te brengen.

Christus alleen

Met de katholiciteit van de kerk heeft ook alles te maken dat Christus alleen als Koning wordt erkend. Geen paus of een kerkenraad heeft het voor het zeggen. Christus zegt: Ik alleen! Inderdaad, Hij alleen heeft het voor het zeggen!

Ook is het zo - en dat heeft met de uniciteit van Christus te maken - dat men alleen door het geloof in Hem zalig kan worden. Er is géén andere Zaligmaker! Hij alleen heeft Zijn leven gegeven tot zaligheid van zondaren. Er is geen zaligheid buiten Je­zus Christus om. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Er is slechts één weg en niet meerdere wegen. Jezus, Jezus alleen! Dat Hij alleen de Weg is, wordt ons meer dan eens in de Schrift voorgehouden. Hij mag dat zijn! Hij kan dat zijn! Hij móet dat zijn! God de Vader heeft Zijn eniggeboren Zoon aangewezen om de Weg te zijn.

Samengevat stel ik: buiten Jezus is geen leven, doch een eeuwig zielsverderf. Het is goed om vast te houden dat Jezus alleen de weg is. Soms hoort men wel eens spreken over een twee-wegenleer. Er zou voor Israël een andere weg zijn dan de Weg, d.i. Jezus Christus. Ik denk dat de apostel Paulus ons in de Romeinenbrief toch iets anders leert. Hij houdt zowel de jood als de Griek voor dat het heil alleen in het geloof in Jezus Christus bestaat. Voor jood èn heiden is er alleen in Jezus Christus leven, eeuwig leven.

Het bovenstaande mag in onze tijd wel temeer onderstreept worden. En dan denk ik niet alleen naar de kant van Israël toe. Ik heb niet minder het oog op de andere godsdiensten, waarmee wij in onze multiculturele samenleving worden geconfronteerd. Hoe vaak wordt een ambtsdrager op huisbezoek toegevoegd dat al die godsdiensten een kern van waarheid in zich hebben. Het kan toch niet zo zijn dat al die mensen verloren gaan omdat zij een godsdienst aanhangen die met Christus als Zaligmaker geen rekening houden.

Het gebeurt zelfs wel dat er door gemeenteleden wordt gezegd, dat alle godsdiensten een deel van de waarheid bezitten en dat alle delen bij elkaar de volle waarheid is:

Het zal duidelijk zijn dat dit van grote onkunde getuigt. De Schrift kent men niet, maar ook de belijdenisgeschriften van de kerk kent men niet.

Soms verbaast men zich als ambtsdrager over de onkunde bij hen die iedere zondag onder een prediking zitten die in overeenstemming met de Schrift en de belijdenis is. Te vrezen valt dat deze onkunde in de toekomst alleen nog maar zal toenemen, tenzij men de Schriften onderzoekt en nauwkeurig nagaat wat de belijdenisgeschriften over Jezus als Verlosser en Koning van de Kerk zeggen.

Hoewel in geen van de belijdenisgeschriften het woord 'syncretisme' (vermenging van godsdiensten) wordt gebruikt, wordt over de zaak zéker gehandeld. Om een voorbeeld te geven denk ik aan Zondag 11. Vraag 29 luidt: 'Waarom wordt de Zone Gods 'Jezus' dat is. Zaligmaker, genoemd? ' Het antwoord is: 'Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost; daarbenevens, dat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken ofte vinden is.'

Te denken valt ook aan artikel 21 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. In dit artikel wordt er gesproken over de voldoening van Christus, onze enige Hogepriester voor ons. Halverwege dit artikel horen wij Guido de Brés dan zeggen: 'Daarom zeggen wij wel terecht met Paulus 'dat wij niet anders weten, dan Christus en Dien gekruisigd; wij achten alle dingen voor drek, om de uitnemendheid der kennis van Christus'; wij vinden allerlei vertroostingen in zijn wonden en hebben niet van node enig ander middel te zoeken of uit te denken om ons met God te verzoenen, dan alleen 'deze enige offerande, eenmaal geschied, door welke de gelovigen in eeuwigheid volmaakt worden'. Dit is ook de oorzaak, waarom Hij door de engel Gods genaamd is Jezus, dat is Zaligmaker, 'vermits Hij Zijn volk zal zaligmaken van hun zonden'.

De weg tot de Weg

Christus en Zijn offer zijn uniek! Hieraan valt niet te tomen! Wie dit wel doet, berooft Christus van Zijn eer en doet Zijn offer te kort.

Ik schreef: Christus alleen is de Weg. Maar hoe zit het met de weg tot de Weg? Is deze weg ook uniek? Ik denk inderdaad te mogen zeggen dat de weg tot de Weg ook uniek is, hoewel ik daarbij aanteken dat de weg tot de Weg niet voor een ieder altijd dezelfde is. Zoals er geen twee bladeren aan een en dezelfde boom gelijk zijn, zó worden er geen twee mensen op een en dezelfde manier tot de Weg d.i. Christus geleid. Bij een Lydia is het er anders aan toegegaan dan bij een Paulus. Ook de discipelen werden nogal op een verschillende manier geroepen. Bij een Samuel werd de vreze Gods reeds in zijn jeugd aangetroffen, bij een Abraham op latere leeftijd.

De weg waarlangs men tot de Weg werd geleid, was heel verschillend. Zo is dat ook nu nog! Maar is er dan geen sprake van herkenning als men tot Christus wordt geleid? Ik zou dit niet durven ontkennen. Op de kruispunten zal men elkaar ontmoeten en herkennen. En als u mij vraagt wat die kruispunten zijn, denk ik aan onze Heidelberger. Helder en duidelijk wordt daarin een drietal kruispunten genoemd: ellende, verlossing en dankbaarheid. Ook zijn er andere kruispunten te noemen: missen, zoeken en vinden. Wel onderstreep ik: het gaat om het 'in Christus zijn'.

Hoe verschillend de weg tot de Weg kan zijn, maar 't gaat uiteindelijk om De Weg. Om Jezus alleen! Ds. J. F. Paauwe citeert in zijn nagelaten preken nogal eens Johannes 3 : 36: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem'.

Verschillend zijn de wegen tot de Weg. In die wegen moeten de dienaren des Woords in de prediking niet al te zeer blijven steken. Ook moeten zij niet één weg als de meest juiste weg tot de Weg beschouwen. Zij moeten Jezus Christus maar als het allesbeheersende middelpunt in de prediking stellen. De Heere Zelf leidt langs allerlei wegen tot de Zoon.

Hoe het verder ook zij: alle uitverkorenen worden in de tijd getrokken vanuit de duistemis tot Gods wonderbaar licht. Wie anders is het wonderbaar licht dan Jezus Christus die ons van God is geschonken tot een volkomen zaligheid.

De kerk een wonder

Het zal duidelijk zijn dat de kerk niet is opgekomen uit de schepping. In het paradijs was er geen kerk nodig. Althans niet in de zin waaronder wij dit verstaan. Adam en Eva loofden God. Deze lofprijzing was volmaakt. Zij was - om zo te zeggen - met de schepping meegegeven. Helaas... de lofprijzing werd onderbroken. Wij hielden op God te prijzen, omdat wij naar de tegenstander van God luisterden. Wij wilden als God zijn en maakten vanwege deze 'hubris' (hoogmoed) een ongelooflijk diepe val.

Toch heeft de Heere ons tóen niet losgelaten. Om het eens anders te zeggen: Hij heeft tóen aan de eerste mensen de kerk gegeven.

Van de kerk kan men daarom zeggen dat zij na de val dateert. Zij is erbij gekomen na de val van Adam.

Van meet af aan is de kerk verbonden met het offer. Met name: het offer der verzoening. Dat was airede zo gesteld met de kerk onder de oude bedeling. Immers, alle offers wezen heen naar het offer dat eens op Golgotha gebracht zou worden.

Trouwens, alle ware leden van kerk onder de oude bedeling hebben geleefd van het offer op Golgotha. Het mag dan geweest zijn op een voorschot, maar dan toch van dat unieke offer op het kmis. Alle gelovi­ gen hebben Christus gekend, ook al was het dan Christus in de belofte. Echter... het was de volle Christus.

In deze Christus, van God gegeven, wordt alles gevonden. Wij horen de apostel Paulus zeggen, dat in Christus de volheid van de Godheid lichamelijk woont. De apostel Johannes zegt het weer anders. In Zijn Evangelie horen wij hem zeggen: 'Het Woord is vleesgeworden en het heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader), vol van genade en waarheid'.

Zowel Paulus als Johannes hebben hiermee de compleetheid (volledigheid) van Christus als Zoon van God willen uitdrukken.

Alleen van Christus is als zodanig te spreken. Nooit of te nimmer van ons. Wij zijn van huis uit vleugellam geslagen. Zelfs als wij genade bezitten, kan nog niet gezegd worden dat wat wij doen of wie wij zijn compleet is.

Als er van enige compleetheid van ons gesproken kan worden, dan is dit alleen van toepassing op onze genadestaat. Doch let wel: deze wordt buiten ons gevonden, in Christus. In Zijn Zoon ziet God ons compleet aan. Van deze compleetheid geldt dat zij door Christus is verworven alsmede dat wij alleen daarmee voor God kunnen bestaan.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk een wonder (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's