De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk een wonder (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk een wonder (5)

10 minuten leestijd

Een vorige keer schreef ik dat het heil - door Christus verworven - compleet is. Hieraan behoeft niets meer te worden toegevoegd. Dat geldt zowel voor de verlossing van één enkele persoon als voor die van het gehele universum. Wie door Christus wordt verlost, wordt volledig verlost. Voor al de Zijnen is er een eeuwige gelukzaligheid.

Ook zal het in het eschaton (de dag van Jezus' wederkomst) geopenbaard worden dat er in het universum geen enkele stoornis meer te zien zal zijn. Het complete heil gaat over alles en iedereen. Onder 'iedereen' moet verstaan worden allen die het heil in Christus deelachtig zijn.

Alles in Christus

Hierboven wees ik erop dat alles in Christus is. Wanneer dit zo uitdrukkelijk wordt gesteld, is dat geen kleinigheid. Daarmee wordt gezegd: Christus is alles! Ook wil ik daarmee aangeven dat er geen heil buiten Christus is. Het kan niet anders of zo'n duidelijke stellingname roept ergernis op. In onze tijd wellicht nog meer dan voorheen. Wel teken ik daarbij aan dat wij niet moeten vergeten, dat ook de apostelen ergernis hebben opgeroepen, toen zij die ene Naam verkondigden die onder de hemel tot zaligheid is gegeven.

Het woord van Simeon is in vervulling gegaan. Tot Maria zei hij: 'Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken dat weersproken zal worden'.

Van geen enkele tijd kan men zeggen dat er geen mensen waren die over Jezus gestruikeld zijn. Zij vonden het te pretentieus dat in Hem alleen alle heil wordt gevonden. Naast Jezus - zo meenden zij - bestonden er nog wel andere Verlossers. Personen die met evenveel recht konden zeggen: 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven'.

Tegen deze meningen heeft de katholieke kerk zich altijd moeten verdedigen. Steeds opnieuw heeft zij de uniciteit van Christus aan de orde moeten stellen. En wellicht dat wij in onze tijd dit nog meer moeten doen. Want hoe wordt met name in onze multiculturele samenleving de uniciteit (vrij vertaald: Christus alleen en géén ander) van de Zoon van God aangevochten. Steeds opnieuw dient de kerk daarop alert te zijn. Maar dat niet alleen: zij zal ook adequaat daarop moeten reageren. Zowel vanaf de kansel als op de catechisaties. Wat betreft de catechisaties denken wij in het bijzonder aan onze jonge mensen. Zij leven in een wereld waarm Jezus Chnstus één van de velen is. Als Verlosser is Hij niet uniek. Er zijn - zo wordt gezegd - ook anderen die tot het heil kunnen leiden. Op velerlei manieren kan het heil worden aangereikt. Daarvoor heeft men Jezus Christus niet nodig.

Christus niet nodig. Wat is het nodig dat onze jongeren op de catechisaties wordt voorgehouden: Christus alleen! Hij alleen als de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij alleen als onze enige troost in leven en in sterven. Hij alleen als onze Heere en Heiland in goede en in minder goede dagen. Hij alleen als wij nog midden in het leven staan, maar ook als wij straks door het dal van de schaduwen des doods heen moeten.

Christus is alles! Hij alleen! Wie daaraan door genade mag vasthouden, zal ondervinden dat Hij een Heere is, van de Vader verordineerd, die altijd nabij is.

Als afsluiting van dit gedeelte stel ik dat men - als men eigen hart kent - van de ergernis (het skandalon) in de wereld niet zal opkijken. Van huis uit wordt er in ons aller hart ergernis gevonden tegen het Evangelie. En in het bijzonder tegen Jezus Christus, 't Is een Godsdaad in ons leven als die ergernis is weggenomen. Dan zijn wij - om het eens ouderwets te zeggen - voor Jezus Christus ingewonnen. Dat beseffend, zullen wij ook gaarne proberen anderen in te winnen voor het heerlijk Koninkrijk Gods.

In een van de gemeenten die ik diende, hoorde ik op huisbezoek eens iemand zeggen: 'Omdat de Heere het heil aan mij heeft kunnen geven, kan Hij het aan een ieder doen'. Deze broeder had zich leren kennen - evenals de apostel Paulus - als de grootste der zondaren. In de gunning kon het bij hem voor een ieder.

Wanneer dit zó in ons hart leeft, zullen wij op de plaats waar de Heere ons gesteld heeft Zijn getuigen zijn, zoals Hij ook van Zijn Kerk heeft gezegd: 'Gij zult mijn getuigen zijn'.

Moeite
Wie lid is van de katholieke kerk d.i. de kerk die de Heere vergadert door Zijn Woord en Geest, moet niet denken dat men altijd een gemakkelijk leven leidt. Wellicht dat ik zelfs moet schrijven dat het leven van een katholiek christen helemaal niet gemakkelijk is. O zeker, ik weet dat er tijden kunnen zijn waarop er heilig geluierd (Van Ruler) mag worden. Dat zijn tijden waarin er gerust wordt aan het Vaderhart Gods. Tijden waarin gezegd wordt: 'Weg wereld, weg schatten; gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel ben. Ik heb alles verloren, doch Jezus verkoren; Wiens eigen ik ben'.

Wat kan het goed zijn onder de bediening van het Woord. Wat kan men als het ware de hemel proeven als men het Heilig Avondmaal viert. En ook dit is waar: wie eenmaal de hemel heeft geproefd, kan nooit meer genoeg hebben aan de aarde. Want hier beneden is het niet! Het ware leven, lieven, loven is maar waar men Jezus ziet. Wat kan het goed zijn in de verborgen omgang met God. Goede en kostelijke tijden kunnen er in het leven des geloofs zijn.

Echter... ook andere tijden. Wie kent niet tijden waarin alles dor en doods is? Ik zeg niet dat alle kinderen Gods hiervan weten, maar sommigen zijn ermee op de hoogte wat het inhoudt geestelijk verlaten te zijn. Hetzij door eigen schuld of omdat de Heere wil zien wat Hij aan Zijn kinderen heeft. Wat kan in dit laatste geval geestelijke verlating dan een beproeving zijn. .

Maar er is nog iets waarmee een katholiek christen, een kind des Heeren, mee te maken heeft. Ook dat wil ik niet verzwijgen. Op huisbezoek zal iedere ambtsdrager wel eens gehoord hebben dat iemand zei: 'meneer, als ik maar bekeerd ben, dan ben ik er. Er behoeft dan met mij niets meer te gebeuren'. Hoe schromelijk vergist iemand zich als men dit zegt.

Nooit of te nimmer zijn wij er op deze aarde. Nooit kan iemand zeggen: ik ben bekeerd. De bekering is een proces. Een einde aan dit proces zal er komen als Gods kind thuiskomt en een plaats krijgt aan de bruiloft des Lams.

Wel kan men zeggen, zoals J. van Sliedregt in z'n 'Naar Schrift en Belijdenis; ons voorhoudt, dat er sprake is van een eerste bekering. Onder dit laatste zou ik willen verstaan het welbehagen des Vaders om Zijn Zoon in ons te openbaren. Hoewel ik mij daarbij niet vastpin aan een bepaald tijdstip, stel ik wel dat men heel goed weet als men Christus in het geloof omhelst. Gods werk geschiedt niet in een hoek!

Maar zijn wij er dan als onze ziel Christus liefelijk heeft omhelsd? Zijn wij er dan als wij uit Gods mond hebben gehoord: 'Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid? '

In Christus bezitten wij alle heil! Alleen moeten wij niet vergeten, dat ook al zijn wij in Christus wij nog altijd mensen zijn. Mensen van vlees en bloed. Mensen die zoals Kohlbrugge terecht heeft onderstreept vleselijk zijn, verkocht onder de zonde. Als wij iets in een dagelijkse bekering moeten leren is het wel ootmoed. Van Augustinus is het bekend dat hij gezegd heeft dat een katholiek christen niet zoveel meer behoeft te leren. Men behoeft slechts ootmoed en nog eens ootmoed te leren.

Een katholiek christen sterft aan zichzelf. En dat iedere dag opnieuw. Dat sterven is een zaak die geheel en al tegen het vlees ingaat. Niettemin: wie sterft aan zichzelf, vindt steeds meer het leven in Christus. Kostelijk als in het hart leeft: 'Hij moet wassen, ik minder worden'. En dat minder worden is niets anders dan sterven. Wat zeker is: de Heere heeft een katholieke kerk met daarin een volk dat sterft. Gods volk bestaat uit stervenden en niet uit strevenden.

Met beide benen in de wereld

Wat kan men het goed hebben in de kerk. Wat kan er met het gehele hart aan de Avondmaalstafel worden gezongen: 'Hier weidt mijn ziel met een verwonderend oog'. Maar daarbij blijft het niet.

Heb ik in het bovenstaande iets geschreven over het geestelijk leven, het naar binnen gekeerde, er is ook een buitenkant.

Na de zondag komt de maandag. Ons werk vraagt weer aandacht. Het kan zijn dat wij ons werk hebben in een volslagen geseculariseerde omgeving. Op maandag weet men er bij wijze van spreken alleen maar te vertellen, hoe er op zondag is gevoetbald. Dat er ook nog een kerk is en dat er op zondag nog altijd meer mensen naar de kerk gaan dan dat er in de voetbalstadions komen, daarover hoort men geen woord. De kerk is naar de rand van de samenleving verschoven. Voor zeer velen zelfs al over de rand heengegaan en verdwenen.

Hoe in zo'n omgeving als katholiek christen te staan? Dat is nog niet altijd zo eenvoudig. Misschien vergeten wij dat als dominees wel eens als wij staan te preken. Dat wij in de preek wel nadruk leggen op de rechtvaardigmaking van de goddeloze door het geloof om niet, maar daarbij de heiligmaking vergeten.

Ooit zei eens een gemeentelid tegen mij: 'Het zou voor jullie als dominees goed zijn om ook zo nu en dan eens op de werkvloer van de gemeenteleden te verschijnen om te horen en te zien waar zij werken'. Misschien is zo'n opmerking niet eens onterecht. Want wat weten wij van onze gemeenteleden van maandag tot en met vrijdag af? Hoe kunnen wij ons inleven in hun situatie als wij daarvan nooit kennis hebben kunnen nemen? Ik denk dat met name tijdens het vicariaat veel meer kennis moet worden genomen van de werksituatie van gemeenteleden. Misschien is het ook wat voor het studieverlof van de predikanten om bijvoorbeeld een maand in een of meerdere bedrijven mee te lopen. Het valt mij namelijk op dat steeds meer leden van de Tweede Kamer kennis nemen van de situatie waarin mensen verkeren. Ook in de afgelopen vakantie hebben sommigen twee weken van hun vakantie hieraan gegeven.

Hoe het ook zij: de omgeving en 3e situatie van een katholiek christen is op maandag een 'gans andere' dan die op zondag. Wat een ergernis (skandalon) kan er opgeroepen worden als men toch ook op de werkvloer christen wil zijn. Wat kan er tegen de kerk geschopt worden als men in eenvoudige bewoordingen blijft vasthouden dat er buiten de kerk en met name buiten het Hoofd van de kerk geen heil is. Wat kan men op allerlei manieren worden dwarsgezeten als men de naam van Koning Jezus hoog wil houden. Hoe houdt men het vol als belijden óók lijden inhoudt. Daarover graag een volgende keer. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De kerk een wonder (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's