De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bewaar het pand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bewaar het pand

Openingswoord Kerkenradendag

9 minuten leestijd

Wij zijn hier bijeen in onrust over onze kerk. Jarenlang is reeds gehandeld en gesproken over de vorm en het fundament. Er is nu een kerkorde in ontwerp. Het ligt om zo te zeggen alles in de startblokken gereed, maar het startsein moet nog worden gegeven.

Zeeën van woorden zijn gesproken, tal van vergaderingen werden gehouden. Terwijl bij de tempelbouw van Salomo geen hamerslag werd gehoord, is hier sprake van veel gedruis en geluid. Dat is een gevaarlijk teken. Er is teveel menselijk werk aan. De Heilige Geest daarentegen werkt in de stilte. Geluiden van afscheiding werden reeds gehoord. Optimistische klanken daartegenover vernomen.

Wij menen dat er ook plaats is voor een ingetogen bezinning. De Heere is de Eigenaar van onze Nederlandse Hervormde Kerk. Zijn Woord moet dus de norm zijn van ons denken. Zij, die vertrouwen op het vriendelijk gelaat van hun God, behoeven zich niet te bekommeren over het gefronste voorhoofd van de wereld. Wereldse methoden en wereldse handelingen passen ons niet. Maar des te meer is het gepast te beginnen met een moment van aandacht voor Gods Woord. Wij willen een paar ogenblikken nadenken over het Woord van Paulus uit 1 Timotheüs 6 : 20a: bewaar het pand u toebetrouwd! Twee opmerkingen willen wij daarbij maken. Vooreerst de aard van dat pand en vervolgens de zorg voor dat pand.

Wat is dat voor een pand, waarvan Paulus spreekt? Dat is een deposito waarover wij de vrije beschikking niet hebben. Het is niet ons eigendom, maar het is ons toebetrouwd, opdat wij er zorgvuldig over moe­ ten waken, zo heeft de Heere onze God aan mensen de bediening van het Evangelie toebetrouwd. Hij gaf ons de Nederlandse Hervormde Kerk, de belijdenis, het onderricht, de dienaren, de ambten. Ja, Hij gaf ons in de loop der historie vele kostbare schatten van van stoffelijke en geestelijke aard in die kerk.

Wij zijn met een kostelijke erfenis in de wereld gesteld. Ieder mens ontvangt een erfenis. Wij werden geboren in een bepaalde familie, in een bepaald geslacht. Wij kregen zonder ons toedoen ons vaderland, onze taal, onze opvoeding. Wij kregen de sfeer van onze kerk mee; wij kwamen onder haar cultuur.

Wij kwamen voor het overgrote deel door de bedding van die kerk onder de schaduw van het christendom. Door haar werden we bekend, met de bijbel en de psalmen. Deze inventaris kregen we zomaar mee. Wij hoorden van gedragslijnen daar voorgeschreven. Door middel van vader en moeder raakten wij daarmee bekend. Realiseren wij ons wel hoe groot deze erfenis is? Wat hebben wij daarmee gedaan?

Wij moeten beginnen daarvoor dankbaar te zijn. Dat gebeurt niet altijd dadelijk. Veel mensen maken in hun leven een periode mee van tegenzin en verzet. Ze gevoelen die geestelijke erfenis als opgedrongen. Waarom nu juist zo geloven en zo leven? Menig mens moet vaak veel omwegen maken eer men de diepte en de houdbaarheid van het overgeleverde kan waarderen.

Het SoW-proces geeft ons veel onrust. Het geeft ons ook veel te denken. Wij kunnen echt geen optimistische gedachten over dit proces koesteren. Maar het is bij alles wat er in te laken valt wel een uitdaging aan ons. Leven wij zelf wel uit de erfenis waarin wij werden opgevoed? Kennen wij wel de belijdenis, die wij eens door ons jawoord bevestigden? Wanneer deze belijdenis en dit erfgoed alleen maar uit gewoonte wordt aanvaard, dan zal het in de storm der tijden geen stand houden. Gewoontechristendom vervaagt en verbleekt onherroepelijk. Behoudzucht uit gehechtheid aan het verleden alleen kan niet blijven bestaan.

Als wij het goed zien, betekent het SoW-proces een groot gevaar van vervaging. Niet alleen voor de deelnemende kerken zelf, maar ook voor ons. Het zal er daarom op aan komen standvastig te blijven in hetgeen wij belijden. Zelf te staan voor hetgeen wij anderen voorhouden. Vervaging is als een olievlek. Die grijpt steeds verder en steeds dieper om ons heen. Het is als een draaikolk. Wie eenmaal wordt meegesleurd door zijn geweld, komt onherroepelijk om.

Op dit punt zijn wij ten aanzien van onze gezindte niet zeer optimistisch. Er is zo nodig een oriënteringspunt. Dat hebben wij juist in de Schrift, in het Evangelie aangereikt gekregen. Dat is in Jezus Christus aangewezen. In Hem zouden wij moeten wortelen, op Hem rusten, in Zijn genade leven. Hoe langer hoe dieper door Zijn Geest gegrepen moeten worden. Met dat pand geestelijk werkzaam zijn. Maar wat constateren wij nu in onze kring?

In de eerste plaats een ontstellend individualisme. Dat is in de predikantenwereld gaande. Maar het geschiedt ook in de gemeente. De perforatie viert hoogtij ook in gemeenten waar men het allerminst zou verwachten en waar het ook tevoren nimmer was. En het is juist dat individualisme dat een geestelijke band onmogelijk maakt. Het bevordert de versnippering der gemeenschap en levert ons over aan een wereldse vorm van denken.

Wij zijn daarmee geen voorstanders van een massale collectiviteit, een doemdenken van de grote hoop. Ons kerkvolk heeft daar zeker onder ons geen aanleg voor. Maar een soepele band der gemeenschap zou de weerbaarheid verhogen. Het zou opscherpen in de gemeenschappelijke strijd.

In de tweede plaats wijzen we op een namenloze versnippering. Het zal duidelijk zijn, dat deze een gevolg is van het individualisme. Zo drijven wij langs elkaar heen op de rivier van het leven en schampen soms danig tegenelkaar aan. Juist de vertroebeling van het SoW-proces zou in eigen boezoem meer samenbinding moeten verwachten.

Wanneer deze twee verschijnselen geen halt wordt toegeroepen zal SoW onder ons een ruïne tevoorschijn roepen. Wij bedoelen geen lievigheid of enerleiheid aan de lopende band, maar wij willen staan voor schouder aan schouder. Wil onze hopeloos verdeelde kerk nog toekomst hebben, dan zal dat - voor zover wij kunnen zien - niet komen uit grote samenklontering van grove eenheden, maar uit opwassen in Christus alleen.

Wij moeten dan niet beginnen van boven. Maar van beneden. Gevoed door het pand van het Evangelie. Hetzelfde leven uit één Geest.

Maar er is nog een tweede gedachte over dat pand. Wij zouden ook nog aanwijzen de zorg voor dat pand. Paulus zegt het in onze tekst: o Timotheüs, bewaar het pand u toebetrouwd. Bewaren moet worden opgevat in de zin van bewaken. Het Evangelie en alles wat daaruit opkomt moet bewaakt worden. Daar ligt dus de gedachte in, dat er vijanden zijn die ons het willen ontroven.

De Boze probeert ons dat alles te ontfutselen en daar voor de levende waarheid ons de dodende leugen in de hand te stoppen. Hoe zullen wij nu dat pand het beste en het veiligste bewaken?

Wij moeten het niet alleen bewaren in ons huis. Een bijbel in ons huis is wel een groot voorrecht, maar het is niet alles. Er ligt nog zo geen waarborg in, dat het Evangelie macht over onze ziel heeft gekregen en dat wij in Christus geborgen zijn. Een louter formalistisch christendom biedt een voedingsbodem voor een pure verwereldlijking. U weet trouwens zelf ook wel wat een seculariserende tendenzen in de gemeente werkzaam zijn. Wij hebben niets aan dood kapitaal. Bewaken wil zeggen, dat men met hetgeen ons gegeven is aan geestelijk goed werkzaam moet zijn. Erft u een gebruiksvoorwerp, een antieke kast of zoiets, dan kan men dat stuk ergens neerzetten en je hoeft er verder niets aan te doen. Maar zou u een stuk bouwland erven, dat moet daarop gewerkt worden!

Zo is het bovenal met een geestelijke erfenis, die men meekrijgt. Die kan niet als een boek in een kast worden gezet. Ze moet in het leven worden verwerkt.

Hoe zullen wij ons nu verzetten tegen de horizontaliserende tendenzen van het SoW-proces? Door trouw te blijven aan de aanspraak Gods in het Woord. Door te luisteren naar Gods stem. Door gedoopt te zijn en zich dat later in te denken. Door in beslag genomen te worden voor de zaak van God. Alle vlotte moderniteiten lopen daarop dood. Voor ons besef betekent weglopen en afscheiden ontrouw.

Weet u, het bewaken van dat pand kan men treffend weergeven met de woorden van het oude doopformulier: deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest aanhangen, betrouwen, lief te hebben van ganser ziele, van ganser gemoede en met alle krachten, de wereld te verzaken, onze oude natuur te doden en in een nieuw Godzalig leven te wandelen.

Een bewaking van dat pand ligt dus ook in het geestelijk gebruik, met ziel en hart en zinnen. Dan weet u tevens, dat het pand laten liggen ontrouw is.

Wij erkennen en beweren daarmee, dat juist het Samen op Weg-proces een veel te ondiep, een oppervlakkig proces is. Het laat liggen wat verklaard was en het tast niet naar wat in de diepte moest verbinden. Het geneest de breuk op het lichtst door te administreren wat nog veel scheiding vertoont. Integendeel - bewaken van het pand betekent ook je te vernederen voor eigen schuld en kerkeschuld en te pogen tot verbetering te komen, hoe moeilijk dat ook is.

De zorg voor het pand ons toebetrouwd ligt dan ook in blijven en waken, in toezien en attent zijn. Wel in verloochening en geduld. Bovendien ook in gedurig gebed, opscherping. Je mag ook noemen: doorzuren, aanstippen, tijdbewaken, studeren, de waterstand in de gaten houden telkens weer.

Wij zeiden zoeven: wij moeten dat pand bewaren in ons huis. Het is veel, maar niet alles. Er is nog een betere weg: wij moeten dat pand bovenal bewaren in het heiligdom van het hart. Daar is het veilig. Daar openbaart het zijn krachtige werking tot vernieuwing van het leven. Zo bewaren wij het zaad het beste in de diepte van de aarde. Daar is het wel voor het oog verborgen, maar belooft steeds een nieuwe oogst en een nieuw leven. Wij huiveren voor het SoW-proces. Wij hebben er nauwelijks verwachting aan.

Maar als nieuw leven in het hart ligt, dan zullen wij verwonderd staan over wat God in een mensenleven doet. Helaas, helaas dat wij bij het dreunen van de optocht der kerken deze dingen nagenoeg niet horen!

dr. A. van Brummelen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bewaar het pand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's