De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

In een periodiek troffen we het volgende over 'De kat', overgenomen uit 'De agenda 1996 van "Franciens katten"':

'Over geen enkel dier is zoveel geschreven en gefilosofeerd als over de kat, het meest geliefde en verguisde huisdier Want... je houdt van katten of je haat ze... Bijgeloof: In Engeland brengt een kat die het toneel oploopt, geluk. Met een acteur, die zo'n kat weg durft te jagen, of nog erger, durft te schoppen, zal het slecht aflopen.

In de vijfde eeuw na Christus werden de katten in China zó gewaardeerd, dat ze de titel 'Tama" kregen, wat "Juweel" betekent. Ze kregen deze titel als dank voor hun dienstbaarheid aan de mensen, oftewel voor het ratten-en muizenvrij houden van de voorraadschuren.

De heilige Agatha leefde in de derde eeuw na Christus. Zij was, tot de Katholieke kerk katten als afgezanten van de duivel ging beschouwen, de schutspatroon van alle katten. Haar naamdag was 5 februari.

Katten slapen gemiddeld zestien uur per dag. Kittens en oudere katten slapen nog langer. Dat betekent dat een kat van twaalf jaar acht jaar van zijn leven geslapen heeft.

De Oudnoorse godin Freya was de moeder van het leven en de godin van de vruchtbaarheid. Ze reed langs de hemel in een wagen, die getrokken werd door twee prachtige grote katten.

Vroeger waren er in het grote paleis van Sint Petersburg driehonderd katten in dienst. Ze werden daar gehouden om de voedselvoorraden en de kostbare, in leer gebonden boeken van de bibliotheek te beschermen tegen muizen.

In het Oude Egypte geloofde men dat katten mensen tegen boze geesten konden beschermen. Daarom gaven ze hun overledenen amuletten in de vorm van een kat mee, om hen tijdens de reis naar het hiernamaals te behoeden voor slechte geesten. Toen een enthousiaste jongeman aan Aldous Huxley vroeg wat je moest doen om schrijver te worden, antwoordde de oudere schrijver hem als volgt: koop een stapel papier een pen en inkt en twee katten.

Het is bewezen, dat een kat in huis een goede invloed heeft op de gezondheid van mensen. Wanneer je een kat aait geeft dat een kalmerend effect en kan dat zelfs de bloeddruk verlagen!

Napoleon, Hitler en Julius Ceasar hadden alledrie last van ailurofobie, wat wil zeggen, dat ze doodsbang voor katten waren.

Ook de componist Brahms had een hekel aan katten: hij schoot met pijl en boog op elke kat, die langs zijn raam liep.

Op donderdag 19 september II. verdedigde drs. W. H. Th. Moehn, hervormd predikant te Aalburg, aan de Theologische Faculteit van de Rijksuniversiteit te Utrecht zijn proefschrift, getiteld 'God roept ons tot Zijn dienst', 'een homiletisch onderzoek naar de verhouding tussen God en hoorders in Calvijns preken over Handelingen 4 ; 1-6 : 7'. Promotor was prof. dr. M. J, G. van der Velden, die zei dat de commissie 'met genoegen' had kennis genomen van het proefschrift. We feliciteren 'de jonge doctor'. Hier volgt de oppositie van prof. dr. W. Balke, op de dag zelf benoemd tot hoogleraar in de Calvinistica aan de Theologische Faculteit van de Stedelijke Universiteit van Amsterdam (eveneens: roficiat!).

'Geachte promovendus

Het is voor mij een buitengewoon genoegen om op dit moment met u van gedachten te wisselen over uw proefschrift. Wij hebben immers in de uitgave van de daaraan ten grondslag liggende tekstuitgave van Calvijns preken op zo'n bijzonder gelukkige wijze samengewerkt. Uw capaciteiten vonden onmiddellijk waardering bij het equipe van het Institut de l'histoire de la Reformation a Geneve en het resultaat: de tekstuitgave van de 44 preken van Calvijn over de Handelingen in deel 8 van de Supplementa Calviniana ligt daar als een monument. Het verdient een heel bijzonder compliment dat u op jonge leeftijd zich zo snel hebt ingewerkt in het reformatieonderzoek en dat u zich daarin nu reeds erkenning en een eigen plaats hebt verworven op internationaal niveau.

Nu uw boek vanmiddag op deze tafel ligt, beleven wij dit als een bekroning. Uw werkstuk is een belangrijke bronnenstudie en een verrijking van onze kennis. U bent op zeer zorgvuldige en verantwoorde wijze met uw bronnen omgegaan en bent op even zorgvuldige en verstandige wijze uw weg gegaan met betrekking tot de "mèr a boire" (zee om uit te drinken, red!) van de secundaire literatuur over Calvijn.

Er zijn 2 punten waarover ik met u zou willen debatteren.

• Met de intrigerende kwestie van het Nicodemitisme, bevinden wij ons in het hart van de reformatorische praxis pietatis (praktijk der godsvrucht, red.). Calvijn beschouwde deze beweging als een van de meest gevaarlijke voor de doorwerking van de reformatie. Dat het voor Calvijn om een zeer aangelegen punt ging, bewijst zijn zorg om samen met de andere reformatoren hierin een lijn te trekken en daaraan danken wij immers zijn enige brief aan Luther Calvijn heeft nooit dat principe van culus regio elus religio (het gebied waartoe men behoort bepaalt de godsdienst die men aanhangt, red.) heeft geaccepteerd. Want voor hem is ware religie aan geen grenzen gebonden. O.a. op grond van Calvijns trop grande rigueur in deze rekent men Calvijn niet tot de zogenaamde irenici in de 16e eeuw. Men trekt de lijn van Erasmus via Bucer en Melanchton naar Grotius. Ik denk bv. aan Posthumus Meijes in zijn bijdrage "Le developpement de l'irenisme au 16e siècle", u ongetwijfeld ook bekend. M.i. ten onrechte, want Bucer en Melanchton hebben Calvijn gesteund. Immers verschillende tractaten tegen de Nicodemieten werden gepubliceerd met de conseils (adviezen) van Bucer en Melanchton. En ook de latere zogenaamde irenici als Taffin en Junius stonden eveneens in Calvijns lijn. U hebt zich uitvoerig verdiept in het vraagstuk van de Nicodemieten en geeft daarover een interessant hoofdstuk.

• En vervolgens de mondigheid van de hoorders. Het is een zware grief van Calvijn tegen het pausdom van zijn tijd dat door de nalatigheid van de pastores het kerkvolk niet tot de ware mondigheid gebracht wordt en dat zij blijven steken in prima infantia (eerste beginselen). Zij zijn geroepen het volk in de Schrift te onderwijzen en door de prediking de wasdom van het geloof te bevorderen. Men vindt dat o.a. in Calvijns commentaar op Efeze 4. U wijst er terecht op (blz. 309) dat dezelfde Geest, die de prediker het donum interpretationis (gave van de interpretatie) verleent, tegelijk is de Spiritus discretionis (Geest van de onderscheiding), waardoor de hoorder tussen waar en vals leert onderscheiden. Daar is niet de kerkenraad mee bedoeld maar de gehele gemeente. Onder de prediking vertoeven is voor Calvijn dus niet een passieve consumptieve houding, maar een kritische activiteit, waaruit de mondigheid blijkt. U hebt daarover interessante passages geschreven, ook in vergelijking met Luther. Daaruit blijkt m.i. dat er in de verhouding van ambt en gemeente wel het een en ander verschoven is, en dat bv. het zogenaamde "zitten op de leer", zoals men dat vaak als een taak van de ouderling omschrijft, niet echt reformatorisch is. Het zuiver houden van de leer was een taak van de predikanten onderling. De ouderling was samen met de predikanten nauw betrokken bij de tucht over de gemeente en zijn taak was niet primair gericht op de predikant.'

De afdeling van de Gereformeerde Bond te Lekkerkerk bestaat in oktober 40 jaar. J. P. Teeuw, één van de mannen van het eerste uur, schreef een gedenkboekje, onder de titel 'Van mannenvereniging tot deelgemeente'. Uit dit boekje de volgende passages, over het begin en het eind van de evangelisatie:

• De eerste diensten in de school

'Het werd 25 november 1956. Op de avond van deze zondag zou de eerste dienst gehouden worden in de hal van de school, met als voorganger de heer Van Woerden. Met spanning werd die eerste dienst tegemoet gezien.

De stoelen waren de dag ervoor klaargezet. Het preekgestoelte stond op het podium en bestond uit drie inklapbare schotten, waarachter een tafel met lessenaar was geplaatst. Op de lessenaar lag bij gebrek aan een kanselbijbel een gewone huisbijbel. Het lokaal achter het podium deed dienst als consistoriekamer.

Even half zeven kwamen de eerste kerkgangers binnen, wat onwennig en aarzelend.

Daarna volgden al gauw meerderen en na een goed kwartier waren zelfs alle stoelen bezet Vanuit de lokalen moesten nog stoelen worden aangesleept om de laatste binnenkomers een zitplaats te geven. De medewerking van de predikanten was verblijdend. De predikbeurtenlijst had al snel weinig open plaatsen meer. Op de zondag na de eerste dienst, dat was 2 december 1956, ging 's morgens voor ds. J. Smit van Groot-Ammers en 's avonds ds. J. v. d. Haar van Waddinxveen.

Veelal werd de morgen-en avonddienst van een zondag door dezelfde predikant vervuld. Dat hield ook verband met de reisgelegenheid. De vervoersmogelijkheden waren wel wat anders dan vandaag, een groot deel van de predikanten bezat in die jaren nog geen auto. Men kwam dan des zaterdags met het openbaar vervoer, logeerde hier en vertrok weer op maandagmorgen, meestal per eerste gelegenheid.'

• Het Venster

'Vanaf 1 juni '85 heet de Deelgemeente Hervormde Gemeente 't Venster

Een naam waar wèl de gescheurdheid en verdeeldheid van één kerk in tot uitdrukking komt, maar waardoor we toch gemeente mogen zijn, met de ambtelijke bediening van Woord en sacrament. En dat is van onschatbare waarde.

Als besluit memoreren we de blijde dag, 31 augustus 1986, waarop ds. P. Molenaar, komende van Amersfoort, als eerste predikant van de Hervormde Gemeente 't Venster, intrede in de gemeente mocht doen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's