In het diensthuis van de regentenkerk
H.J. Lam
Op de vorige week gehouden triosynode lagen vijf rapporten ter tafel over de arbeidsorganisatie binnen SoW. Ds. H. J. Lam (Den Ham) zei daarover het volgende:
De bestudering van de voor ons liggende eindrapportage van de stuurgroep heeft mij allereerst verootmoedigd. Ik ontdekte dat je als dominee toch niet overal verstand van hebt. Het is goed van tijd tot tijd zulke ontdekkingen te doen. Dat houdt je klein.
De vraag is echter of dit besef van kleinheid op dit moment moet uitmonden in zwijgzaamheid. Ik denk van niet. Er zijn namelijk enkele dingen, enkele vragen, die mij naar aanleiding van deze rapporten van het hart moeten.
Wat me dan van het hart moet, is antithetisch van aard. Graag zou ik constructiever hebben gesproken. Maar op grond van wat er bij ons op tafel ligt, lukt me dat niet. Wellicht ben ik in de ogen van de voorzitter van de stuurgroep nu een Samaritaan*, een Sanballat bijvoorbeeld, of een Tobia, die het waagt wat van Nehemia's muren te zeggen. Het zij zo.
De voorzitter heeft al de nodige excuses gemaakt met betrekking tot de uitgebreidheid van de rapportage. Het getal van 450 bladzijden is al meer dan eens genoemd. Zelf had ik de rapporten nog willen wegen. Onze weegschaal was echter zoek.
Uit een scala van vragen, die bij mij leven, wil ik de volgende vragen stellen:
1. Is het verantwoord rapporten of tafel te leggen, die qua inlezen en bestudering zoveel aanslag doen op iemands tijd? Dat geldt niet alleen van deze rapportage; dat geldt ook in het algemeen. Wij als synodeleden zijn geroepen om te besturen en verantwoordelijkheid te dragen. Maar is dat op deze manier mogelijk? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik zelf de lezing op een gegeven moment heb gestaakt.
2. Is het geloorloofd om het spreken over de kerk en haar organisatie in dergelijke tweedimensionale managementtaal te vatten?
3. Mag je de rapporten vergelijken met de lintjes en lusjes van de tabernakel, die in het Oude Testament in al hun uitvoerigheid beschreven worden? Of is dit toch iets anders? Mij bekruipt het bange gevoel van wel. Kunt u het begrijpen, als ik zeg dat ik het gevoel heb dat wij, als gemeenteleden, als kerkleden, als synodeleden, weer teruggeleid worden in het diensthuis van de regentenkerk van de vorige eeuw, waarbij de reglementenbundel vervangen is door beleidsplannen en de regenten de deskundigen zijn?
Door dit alles worden we nog meer gedwongen uit te spreken: 'Ik geloof een christelijke kerk'. Luther zei: 'Sancti Latent', de heiligen zijn verborgen. Maar ligt het op ónze weg dat te doen? Moeten de producten van onze kerk ons doen zingen wat we bij de opening zongen: 'Bewaar Uw kerk, zij is benard'?
* De zinsnede over de Samaritaan was ingegeven door de opmerking van mr. G. H. O. van Maanen, de voorzitter van de stuurgroep. Hij zei zaterdagmorgen, bij de presentatie van de rapporten, dat men vorig jaar ter opening van één van de vergaderingen van de stuurgroep las uit Nehemia 4, waar boven staat: 'Voortzetting van het werk ondanks tegenstand'. Enkele teksten werden ook door hem geciteerd, o.a. vers 6. - Waar sloeg dat op? Kwam de tegenstand niet van een groot aantal hervormde classes, die zich geen recht gedaan voelden vanwege de wijze, waarop hun consideraties m.b.t. de nieuwe kerkorde waren weergegeven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's