Globaal bekeken
In een speciaal nummer van Woordwerk over 'literatuur in Zuid-Afrika', onder de titel 'Ons knoop mekaar se veters vas' (zie Aankondigingen in dit nummer) troffen we Psalm 65 : 7 in de berijming van Totius en Psalm 65 : 5 van Cloete:
• Totius
Die stroom van God wat neergestraal het
deur volle hemelsluis;
die voor waarin die graan gedaal het,
waar nou die koring ruis;
die druppels van die halm verkwik het;
die weekheid van die kluit -
dis alles soos die Heer beskik het,
Hy seen en - dit spruit!
• Cloete
U maak ons koringlande vrugbaar,
die grond is week gereën,
sag deur die kluite loop die ploegskaar,
oorvloedig is U seen.
Vol water is die groot riviere,
die grasvelde staan ruig,
daar 's volop weiding vir die diere,
die aarde sing en juig.
Bij de Arbeiderspers, Amsterdam verscheen een prachtige biografie over Michiel Adriaenszoon de Ruyter van Ronald Prud'homme van Reine.
Uit dit boek volgen hier twee gedichten, het eerste een 'memorabel' gedicht van Gerardt Brandt, geplaatst onder een portret, dat gemaakt is door Hendrik Bary; het tweede een gedicht van een zekere Leentje de Haan, door Multatuli opgenomen in zijn Ideeën als 'een geslaagde parodie'.
• Gerardt Brandt
Aenschouw den Heldt, der Staeten rechterhandt,
Den redder van 't vervallen vaderlandt;
Die in één jaer twee groote koningkrijken
Tot driemael toe de trotse vlag deedt strijken:
Het roer der vloot, den arm daer Godt door stee
Doorhem herleefde vrijheit en de vree.
• Leentje de Haan
Hy is op een toren geklommen.
En heeft daar touw gedraaid.
Toen is hy op zee gekommen.
En werd met roem bezaaid.
Hy wou 't er niet by laten.
En heeft Saleh geveld.
Toen hebben heren Staten
Hem aangesteld als held.
Toen Is hy aangekomen
In 't roof ziek Engeland.
Dat heeft hy zonder schromen
Belegerd en verbrand.
Hy heeft veel christenslaven
Met vryheid overstrooid.
Toen hebben Neerlands braven
Zyn glazen ingegooid.
Tot afschrik van verraders
Toen hy de zee bevoer,
Was zyn naam bestevader,
Zyn vrouw was bestemoêr
Hy gaf de eer den Here,
En was als Christen groot.
Toen kreeg hy door zyn kleren
Een kogel, en was dood.
Hier volgt tenslotte wat geschreven wordt over de laatste dagen van De Ruyter:
'Zijn predikant Westhovius stond hem bij in het gebed en met het voorlezen van psalmen uit de bijbel. De Ruyter herhaalde de woorden van diverse psalmen ettelijke malen, met name psalm 119, vers 71 "t Is mij goet, dat ick verdruckt ben geweest, opda ick Uwe insettingen leerde". Zij waren een grote troost voor hem tijdens zijn pijn lijden. Hij dacht oo aan het lot van de andere gewonden en van de vloot in het algemeen. Tijdens de slag bad hij al:
"Heere, bewaar 's Lands vloot. Spaar genaadiglijk onze officieren, matroozen en soldaaten, die voor een klein geld zooveel ongemaks en gevaars uitstaan. [...] Heere, geef nu een gewenschte uitslag in mijne zwakheid, gelijk gij Uwen volke gaaft toe ik sterk was, opdat het blijke, dat wij alles door U doen, en dat Gij 't alleen doet, zoowel door zwakken als kloeken, zoowel door weinigen dan door veelen."
Toen Westhovius opmerkte dat eenieder met verdriet zag hoeveel pijn De Ruyter leed, zei hij: "Aan dit ellendig lichaam is weinig geleegen, als de kostelijke ziel behouden word. Mijn pijn is niet te achten bij d'onuitspreekelijke smert en smaad, die on ze Heiland onschuldig leed, om ons van d'eeuwig pijn te verlossen". Hij riep God aan: "Geeft mij de lijdzaamheit tot een sterkte mijner ziele, opdat ik mag volstandig [standvastig] blijven tot den einde toe; nadien de lijdtzaamheit doch meer overwint dan de kracht". Hij droeg zijn officieren op de gewonde matrozen goed te verzorgen en beklaagd zich, conform zijn plichtsgetrouwheid, dat hijzelf werkeloos moest blijven: "Ach dat ik hier zoo legge moet, en dat ik 's Lands dienst niet kan betrachten" Lang niet iedereen werd in De Ruyters kajuit toegelaten. De Spaanse bevelhebber De la Cerda weigerde hij te ontvangen. Hij noemde hem een "poltron' (schurk). Toen een bezoeker van zijn ziekbed De Ruyter beklaagde, omdat zijn familie en vrienden niet aanwezig waren om hem te verzorgen en te steunen, wilde deze daar niets van weten. Hij antwoordde:
"Ik ben hier op de post daar mij God geroepen heeft; en wil hij mij ook uit dit leeven roepen, ik ben gereed en bereid. Mijn beminde vrouw en lieve kinderen zouden mij moogelijk met hunne droefheit noch bezwaaren. Zij zouden mij nu niet zien dan met bittre traanen, en ik hoop hen te vinden in d'eeuwige vreugde".'
Uit het jubileumnummer van het Katwijkse Kerkblad 'Over de Oude Kerk (1946-1996), waarin allerlei stukjes uit het verleden de revue passeren, volgen hier twee stukjes:
• Anonieme brieven
'We zijn in Katwijk gewoon er een eigen mening op na te houden.
We denken er zelfs niet aan om zo maar alles te slikken, wat de dominé's beweren of de kerkeraad gelieft te besluiten.
En daarom spreken we graag nu en dan een woordje mee over wat er op 't kerkelijk erf gebeurt. Het kom wel voor, dat we helemaal geen begrip hebben van de zaak, waarover we mee denken te moeten praten.
Toch nemen we ook dan geen blad voor onze mond en zijn we desondanks maar zo vrij om er een oordeel op na te houden. Dat oordeel is meestal tegelijk "vooroordeel" en "veroordeling".
Wij, Katwijkers, hebben nu eenmaal een critische geest en zijn wat gauw en fel in ons zeggen. Men moet ons dat maar niet al te zwaar aanrekenen. In dit licht bezien is het helemaal geen wonder, dat we ons nog al eens geroepen gevoelen om onze dominé of iemand anders uit de kerkelijke functionarissen - heet van de naald - een briefje te schrijven.
In dit briefje, dat meestal nog gepeperd is, kunnen we gelukkig zo echt prettig ons hart eens luchten over alles en nog wat, waar we het niet mee eens zijn. Het is zo'n prachtig middel om onze gal eens uit te spuwen en de dominé met heel z'n kerkeraad of wie we maar de neus menen uit te moeten vegen, eens op hun nummer te zetten.
En het allermooiste daarbij is, dat we niet eens behoeven uit te kijken, wat we eigenlijk schrijven. Of de inhoud verre bezijden de waarheid en de toon alleszins beneden peil is, wie, die er ons iets om maken kan?
Want - en als u het soms nog niet wist dan willen we het geheim nu wel verklappen - we schrijven onze boze briefjes altijd anoniem. Dat betekent dat we ons epistel niet met onze naam ondertekenen. Dat vinden we te gevaarlijk. De geadresseerde mocht ons eens ter verantwoording roepen en on uitdagen om onze "dikke" en "prallende" woorden waar te maken. Het lijkt ons veel verstandiger om te ondertekenen met: "Een belangstellend gemeentlid" of iets dergelijks.
Liefst voegen we daar ook nog aan toe: "Uit naam van talloos velen". Dat klinkt wat indrukwekkende. Een onleesbare handtekening gaat desnoods ook nog. Als we tenslotte maar buiten schot blijven. Want we zijn niet sportief genoeg om te kaatsen en de bal terug te verwachten. Eén ding zouden wij anonieme briefschrijvers, echter wel eens graag willen weten. Men zegt, dat onze naamloze briefjes in de regel ongelezen in de prullemand verdwijnen. Is er iemand, die ons daaromtrent voldoende kan inlichten?
Hij schrijve ons per kerende post aan het volgende adres:
De Heer en Mevr N.N. Belangstellend gemeentelid X straat Y te Z
(Een schrijver uit 1948. Toch zo nu en dan "niftig en ruifelig"? )
• Gedwongen huweiijken en (Anonieme brief uit 1947)
'Een anonieme briefschrijver meende de kerkeraad het verwijt te moeten maken, dat hij gedwongen huwelijken kerkelijk laat bevestigen zonder voorafgaande openbare schuldbelijdenis. Deze dappere aanklager, die zelfs zijn naam niet durft te noemen wordt uitgenodigd zich bekend te maken, opdat de kerkeraad hem kan meedelen:
a. dat nimmer een gedwongen huwelijk kerkelijk is of wordt bevestigd dan nadat voor een commissie uit de kerkeraad is gebleken is, dat men zo'n misstap oprecht betreurt. Deze regel geldt voor ieder zonder aanzien des persoons.
b. dat de kerkeraad een half jaar geleden reeds het besluit heeft genomen, dat geen berichten over afgelegde schuldbelijdenis meer zullen gepubliceerd, omdat hij het onjuist acht, dat zij, die voor God en de vertegenwoordigers der gemeente hun zonde hebben erkend, daarna nog eens publieke voor ieders oog aan de schandpaal worden gezet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's