De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vreemdeling in ons midden (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vreemdeling in ons midden (3)

8 minuten leestijd

In een vorig artikel hebben wij enkele gegevens uit het Oude en Nieuwe Testament, die ons onderwerp betreffen, naar voren gebracht. Israël werd opgeroepen tot een humane en barmhartige behandeling van de vreemdelingen die onder hen werkten. Uitbuiting en onderdrukking werden streng veroordeeld. De zegeningen als de rustdag en de maaltijden ter gelegenheid van de oogstfeesten waren ook voor hen. De Israëlieten dienden door hun liefderijke houding iets zichtbaar te maken van de barmhartigheid van God, die henzelf eens uit het diensthuis in den vreemde bevrijd had.

We zagen eveneens dat uit Jezus' woorden blijkt dat uit de houding tegenover de vreemdeling uitkomt of er sprake is van een dood of levend geloof. In zijn verkeren onder Zijn volk, doorbreekt Jezus ook de grenzen: heidenen mogen door geloof en bekering komen tot Zijn volk en behoren tot Zijn Koninkrijk.

De vraag is nu wat ons dit alles te zeggen heeft. Wat betekent dit nu voor de praktijk? Voor onze houding ten aanzien van de vreemdeling vandaag?

Allerlei vooroordelen

In een eerder stadium noemde ik Petrus, waar hij dat visioen kreeg (Hand. 10). Zijn beeld moest veranderd worden, zijn blikrichting, de manier waarop hij tegen de etnische minderheden aankeek. Moet ons beeld ook niet veranderd worden? Wordt het beeld dat wij van buitenlanders hebben niet vaak bepaald door de veelal niet christelijke media? Zijn er vaak niet allerlei vooroordelen?

Hiervoor signaleerden wij al iets van onlustgevoelens. In de jaren '70 en '80 werden de allochtonen uitermate positief bejegend. Zo positief zelfs dat er vaak sprake was van 'doodknuffelen'. Kritiek op welk aspect van de vreemdelingen ook werd niet geaccepteerd. Maar die houding is wel radikaal veranderd. Er klinken allerlei kritische geluiden.

Het is merkwaardig dat wij 'nuchtere Nederlanders', geneigd zijn dingen op te kloppen, wanneer dat in onze kraam te pas komt. Wel, als het dan over de 'vreemdelingenkraam' gaat, dan komt er kennelijk heel wat te pas. Er zijn nogal wat verhalen die over de vreemdelingen de ronde doen. Er is meermalen sprake van vooroordelen, evengoed onder christenen. Ik noem enkele van die uitspraken:

- Buitenlanders komen hier alleen maar om van onze sociale voorzieningen te profiteren.

- Als ze werkloos zijn, kunnen ze beter teruggaan naar hun eigen land in plaats van onze belastingcenten op te maken.

- De overheid geeft moslims in alles hun zin, en bouwt moskeeën voor hen bij de vleet.

- Veel buitenlanders hebben criminele neigingen.

- Ze zijn lui en onbetrouwbaar.

- Er komen nog steeds bosjes buitenlanders en asielzoekers ons land binnen, er zijn helemaal geen beperkingen.

- Zij willen zich niet aanpassen en hun integratie is slechts een schone droom die nooit een werkelijkheid zal worden.

Dergelijke kregen kun je regelmatig horen. Wij moeten ons wel afvragen of zulke zwart-wit uitspraken wel te rijmen zijn met een christelijke levenshouding, en of ze wel in overeenstemming zijn met de waarheid.

Is het bv. rechtvaardig om mensen die hier 20 of 30 jaar lang keihard gewerkt hebben, en daarmee onze economie uit het slop hebben geholpen, die bovendien ook hun belasting en premies betaald hebben, maar terug te sturen zodra ze werkloos of arbeidsongeschikt raken?

Is het eerlijk om buitenlanders bij voorbaat als onbetrouwbaar of zelfs crimineel te bestempelen? Het gevoel dat er veel mis is in Nederland, bv. waar het de afgenomen werkgelegenheid betreft of toegenomen criminaliteit en woningnood, daar zoekt men nogal eens een gemakkelijke verklaring in de aanwezigheid van buitenlanders, die slechts 5% van de totale bevolking van dit land uitmaken.

Zijn alle buitenlanders dan zulke aardige mensen? Ik denk dat wij moeten zeggen dat overal en onder alle bevolkingsgroepen mensen zijn die niet deugen.

Er is inlangs door een topman van het openbaar ministerie op gewezen dat vreemdelingen oververtegenwoordigd zijn onder onze gevangenisbevolking. Dat laatste is waar. Er zijn gevangenissen waar 80% van de gedetineerden uit kleurlingen bestaat. Dan gaat het echter niet over de asielzoekers, maar vooral om mensen die zelf (of waarvan de ouders) uit Nederlandse gebieden in de West komen (de Antillen bv.) of die als buitenlandse werknemers hier gekomen zijn. De criminaliteit onder deze groepen heeft weer alles te maken met het feit dat zij in onze samenleving behoren tot de laagst opgeleiden en het feit dat onder hen de werkloosheid erg hoog is, en dat de aanpassingsmoeilijkheden aan onze cultuur groot zijn.

Onze houding

Dit jaar verscheen er een boekje van G. van der Stouw onder de titel Paradijs der lage landen. De schrijver wil vanuit een bijbelse visie op 'de vreemdeling in de poort' het Nederlandse vreemdelingenbeleid onder de loep nemen. Hij vraagt zich af of Nederland wel het tolerante 'paradijs' is dat het vaak pretendeert te zijn. Hij wijst erop dat 'de vreemdeling in de poort' vandaag vooral de vluchtelingen zijn. Zij komen vanuit allerlei achtergronden = we kennen ze als vluchtelingen voor het oorlogsgeweld, politieke en economische vluchtelingen. De schrijver wil zich op dit moment niet om een beoordeling over de rechtmatigheid van hun aanwezigheid hier wagen. Ze zijn er, daar kunnen we niet omheen. In een niet gering aantal gevallen zijn ze nog ziek ook. Ziek van heimwee bijvoorbeeld. Hij stelt dat asielprocedures ingewikkeld zijn, de bureacratie in het vreemdelingenbeleid maakt nogal wat zieken. Voor hen die vanuit geweldsituaties moesten vluchten zijn er ook nog de syndromen van marteling, seksueel misbruik, psychrische onderdrukking.

Wat zijn er, aldus nog steeds de schrijver, in onze directe omgeving veel vreemdelingen met een steen in hun maag! Wat verlangen zij naar iets als 'balsem' voor hun gevoelens, (h)erkenning en nabijheid. Die balsem wordt over het algemeen niet aangereikt door professionele hulpverleners, hoezeer zij zich ook inzetten. Blijft voor ons de vraag - inderdaad een vraag voor christenen - hoe groot de afstand tussen de vreemdeling en de gemeente van Christus is. Wordt daar niet de balsem uit Gilead (Jer. 8 : 22) bewaard?

Ik zou een zevental punten willen noemen, die bepalend dienen te zijn voor onze houding.

1. Laten wij proberen op een onbevooroordeelde manier naar buitenlanders te kijken. Dus zonder vooroordelen.

U zult moeten toegeven: dat valt niet mee. Anderen spiegelen wij gauw aan onze opvattingen. Maar wat is het belangrijk vreemde mensen en gebruiken meer onbevangen tegemoet te treden door hen niet aan onszelf te spiegelen, maar onszelf ook aan hen. Wat kunnen wij van hen leren, waar zitten wij wellicht zelf op een doodlopende weg? Wanneer we dit in praktijk brengen, kunnen wij genuanceerder denken, zonder onszelf of de ander te idealiseren of tot norm te verheffen.

2. Laten wij belangstelling tonen.

God wil dat wij de gemoedsgesteldheid van de vreemdelingen leren kennen. Dat betekent dat wij ons moeten verdiepen in hun situatie; dat we hen niet louter als 'bekeringsobject' moeten beschouwen, maar in het geval de ander moslim is, oog hebben voor de mens achter de moslim.

Ik weet van gemeenteleden dat ze zelf contact zochten met een familie in, , een asielzoekerscentrum, daar op bezoek gingen en hen uitnodigden in hun eigen huis. Op deze wijze gaan deuren en harten open.

Een goed middel om ons in te leven in hun situatie is ook allerlei lectuur (inclusief de Koran), tijdschriften, artikelen over moslims. Ik noem in dit verband een stuk werk dat opgezet is onder de naam Evangelie en Moslims. Dit gaat uit van de IZB, de GZB en de Morgenlandzending. Ook andere kerken van gereformeerde signatuur zijn hierbij betrokken (Chr. Ger. en Ned. Ger.). Prima lectuur is daar voorradig, waardoor wij meer bekendheid krijgen met de geestelijke leefwereld van de ander. Contacten met de leiders van een moskee zijn een mogelijkheid om binnen te komen in de leefwereld van de vreemdeling. Daarbij moeten we tegelijk niet vergeten dat er ook nogal wat christenen onder hen zijn. Vooral vanuit het zwarje Afrika zijn er nogal wat christen-vluchtelingen hier gekomen. Eveneens uit het grensgebied van Turkije, Irak en Syrië. In Eisen (een buurtschap bij Rijssen) is elke zondagmorgen een gezin van christen-Turken in de dienst aanwezig, waardoor allerlei contacten met leden van de gemeente zijn gegroeid.

3. Ons inzetten als overheid, maar ook individueel voor sociale activiteiten.

Wanneer het gaat over moslims is het onze roeping hen het evangelie door te geven (daarover in een volgend artikel), maar we dienen hen niet enkel als bekeringsobject te zien. Het zijn medemensen met dezelfde menselijke eigenschappen en behoeften als wij. Wij dienen in ons christelijk getuigenis aandacht te besteden aan de totale mens, en niet alleen aan zijn ziel.

Enkele praktische mogelijkheden zijn: het geven van taallessen, of naai-en breilessen aan buitenlandse vrouwen. Het geven van computerlessen aan jongeren. Contacten leggen door een stuk hartelijkheid, vriendschap, een stuk gastvrijheid te tonen. Gastvrijheid, herbergzaamheid is één van de kenmerken van een christen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vreemdeling in ons midden (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's