De kerk een wonder (6)
Heeft een levend lid van de katholieke kerk het altijd gemakkelijk? Het zal nog wel bekend zijn, dat ik een vorig keer een ontkennend antwoord gaf. O zeker, er is vreugde in de Heere! Hoe vaak wordt er in de Schrift, met name in de Psalmen, gesproken over de blijdschap des geloofs. Het is geen best teken als men altijd klagend over de aarde gaat. Zo houdt de Schrift ons het geloofsleven niet voor.
De Heere schenkt de Zijnen blijdschap om Wie Hij is, om wat Hij heeft gedaan (o.a. de heilsfeiten) en om wat Hij doet in het leven. Ook kennen zij soms een stille vreugd over wat de Heere voor hen nog bewaart, maar wat geschonken zal worden bij de wederkomst van Zijn Zoon. Echter... naast vreugde kan er moeite, zorg en verdriet zijn. Wat kan het geloof worden aangevochten. Wat kunnen de wereld en de duivel daarop een aanvallen doen. Wat kan er een strijd zijn met het goddeloze vlees. Immers, wij moeten maar nooit vergeten dat wij geen gearriveerde mensen zijn als de Heere ons genade heeft bewezen. En steeds opnieuw genade bewijst. Ook worden wij geen vrome mensen in de zin dat er nooit meer op ons iets zou zijn aan te merken. Steeds opnieuw moet ons goddeloze vlees gekruisigd worden. Steeds opnieuw is er strijd tegen allerlei zonden.
Voorbeelden
Er zijn jongeren en ouderen die van jongs af aan erg driftig zijn. Zijn ze nu van hun drift af als zij door een oprecht geloof Christus zijn ingelijfd? In geen geval. Wel zullen zij met Gods hulp tegen de drift strijden, maar dat zij die helemaal kwijtraken in hun leven is niet waar.
Niet al Gods kinderen zijn altijd even vriendelijk. Er zijn er die een lastig humeur hebben met wie het - om die reden - moeilijk is om te gaan. Zij kunnen knap lastig zijn voor hun omgeving. Maar... zal dat dan nooit veranderen? Ongetwijfeld zal er iets aan veranderen, maar een totale verandering vindt pas plaats als de Heere de Zijnen thuishaalt.
Trouwens, ik moet bij dit alles nog een opmerking maken. Wie in 'nieuwigheid des levens' wandelt, zal inderdaad laten horen en zien welke grote macht de Heere in zijn leven heeft. Ook gebeurt het wel dat bepaalde zonden in het leven niet meer zo'n rol spelen als voorheen. Toch moet men niet denken, dat bijvoorbeeld een boezemzonde dan altijd overwonnen is. Jarenlang kan een bepaald kwaad liggen slapen of onderdrukt worden, maar plotseling blijkt dat het kwaad waarvan men dacht dat het verdwenen was weer springlevend is.
In het pastoraat ontmoette ik eens iemand die op zondag graag ging kijken naar zijn favoriete voetbalclub. Hij was zelfs zo'n voetbalfanaat dat hij z'n club overal nareisde waar deze ter wereld ook moest spelen. Dit alles deed hij net zolang, totdat de Heere hem trok vanuit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Tóen taalde hij niet meer naar voetballen. Zijn favoriete club zwoer hij af. De Heere en Zijn heilige geboden waren alles voor hem geworden.
Hij ging enigszins op Maarten Luther gelijken. Ooit heeft Luther eens van zichzelf gezegd dat men alleen maar Christus bij hem vond als men hem opensneed. Natuurlijk, dat was plastisch uitgedrukt, maar het tekent ons toch wel wie het voor het zeggen had in zijn leven. Christus, Christus alleen!
Zoals bij Luther was het ook bij mijn gemeentelid. Hij ging in Christus' kracht zijn huis reformeren, maar ook zichzelf. Echter. .. toen hij na een aantal jaren dacht dat er in hem geen lust meer naar het voetballen werd gevonden, schrok hij. Het is dat zijn vrouw hem tegenhield, maar anders zou hij op zondagmiddag opnieuw zijn schoenen hebben aangetrokken om naar het voetbalveld te gaan.
Ik wil met het bovenstaande maar zeggen, dat wij erg voorzichtig moeten zijn met te denken, dat bepaalde zonden in ons leven altijd voor de volle honderd procent verdwijnen. Men zal mij niet horen zeggen, dat de Heere niet bij machte is om een onbedwingbare lust naar het een of ander totaal weg te nemen. Maar de Heere doet niet altijd alles wat Hij kan. Hij kan ons ook wel eens iets - al is het in afgeslankte vorm - laten om ons klein te houden en om te zien wat Hij nu eigenlijk aan ons heeft. Wat zeker is: het leven van een levend lidmaat van de heilige katholieke kerk is een strijdend leven.
Samenleving
Hierboven schreef ik - heel globaal - hoe het leven van een christen eruit ziet. Vreugde en droefheid, overwinning en verlies is zijn deel. Echter, het leven van een kind des Heeren kent niet alleen een naar binnengekeerde, doch ook een naar buitengekeerde kant.
Men mag het op zondag wel eens goed hebben onder de bediening van het Woord en de Sacramenten, maar men verkeert niet altijd in de kerk.
Op maandag vraagt het werk weer alle aandacht! Neemt men op Gods dag zijn plaats in in de gemeente Gods, op maandag en andere dagen van de week staat men met beide benen midden in de wereld. Anders gezegd: men neemt zijn plaats in, in de samenleving.
Op allerlei manieren is deze samenleving bont geschakeerd. Wat niet tegen te spreken is: onze samenleving is totaal geseculariseerd. Dat wil zeggen dat het wereldbeeld van de meeste mensen niet verder strekt dan het hier en nu. Het is - om zo te zeggen - een gesloten wereldbeeld. Dat houdt onder andere in dat met God en Zijn dienst vrijwel geen rekening meer wordt gehouden, omdat het oog niet verder reikt dan deze wereld.
Gelet op de statistieken die onlangs zijn uitgekomen, zal het er in de toekomst niet beter op worden. Steeds minder zal het aantal mensen worden dat in de toekomst op zondag nog een of andere kerk zal bezoeken. Dit gegeven houdt niet in dat men a-religieus zal zijn. Dat in geen geval. Maar men zoekt geen relatie met de God en Vader van onze Heere Jezus Christus via de kerk.
Het moet gezegd worden dat men dit ook buiten de kerk niet doet. Men heeft wel een religieus gevoel, maar dat wordt niet gevuld door de 'reine leer' van de Schrift. Het zal bij zeer velen zijn wat Willem Kloos ooit eens dichtte: 'Ik ben een god in 't diepst van mijn gedachten'.
Welnu, in zo'n samenleving die niets meer van God en Zijn dienst wil weten staat de christen. Daarin verricht hij zijn arbeid. Hij doet dit als christen. De meerwaarde van het werk van een christen is niet alleen dat hij werkt om aan het eind van de maand een salaris te ontvangen, doch dat hij dit doet tot Gods eer.
Wie herschapen wordt, wordt altijd tot Gods eer herschapen. Als het goed is zal een werkgever ook altijd zien of hij met een christen heeft te maken of niet. Een christen heeft hart voor God en omdat hij dit heeft, heeft hij ook hart voor z'n werk. Zet ik met dit te schrijven een christen niet al te zeer op een voetstuk? Ik dacht het niet. Ik laat slechts zien waarin een christen zich onderscheidt - ook in z'n werk - van een niet-christen.
Het komt - zoals ik schreef - in het werk dus uit dat men christen is. Dat kan een heel getuigenis zijn als men laat merken dat men juist in z'n werk een christen is.
Alleen... het christen-zijn houdt nog wel iets meer in. Het gaat niet enkel in de daad op.
Getuigen
Wij horen de Zaligmaker dit zeggen: 'Gij zult mijn getuigen zijn'. Getuigen heeft toch ook iets met spreken te maken. Met name wat betreft het spreken over de goedheid van God, dat Hij alzo lief de wereld heeft gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, doch het eeuwige leven hebbe.
Getuigen heeft hiermee te maken dat wij de boodschap van de Bijbel doorgeven: in daad en in woord; in woord en in daad!
Getuigen wil zeggen dat wij op de werkvloer of waar dan ook 'zielen begeren in te winnen' (Von Zinsendorff) voor Koning Jezus en dat wij voor de geboden Gods opkomen. Ik moet zeggen dat dit alles nog niet zo eenvoudig is.
Doorgaans is het gemakkelijker om vanaf de kansel in een besloten ruimte de gemeente daartoe in de prediking op te roepen dan dat een gemeente werkelijk getuigt in de wereld. Soms kan er veel schroom zijn om te getuigen. Wij zijn niet allen zo vrijmoedig als die broeder die in het ziekenhuis lag en die, toe hij herstelde, langs ieder bed in het ziekenhuis liep en aan de patiënt vroeg: 'Kent u de Heere Jezus als uw Zaligmaker? ' Sommigen gingen op zijn vraag in, anderen daarentegen lachten hem weg. Zij dreven onder elkaar de spot met hem. Niettegenstaande liet hij zich daardoor niet ontmoedigen. Hij ging door met te getuigen van zijn enige troost in leven en in sterven. Door sommigen werd hij 'de zendeling' genoemd. Maar hij was een echte zendeling. Meer dan die dominee die met zijn gemeentelid aan het einde van het gesprek niet eens een stukje uit de Bijbel las en een gebed deed.
Er kan schroom zijn! Daarom: een vrijmoedige geest móet ons gegeven worden. Wordt zij ook geschonken? Dat gebeurt inderdaad! Op het gebed geeft de Heere een hart en een mond om te spreken. Wel zeg ik daar direct bij dat het de een veel gemakkelijker zal afgaan dan de ander ook al ontvangt men genade om te getuigen.
Maar als het nu niet mogelijk is om te spreken? Als men het een aantal keren geprobeerd heeft om goed te spreken van de Heere en er wordt steeds opnieuw de spot mee gedreven? Wat dan? Wat moet men dan doen? En dan denk ik bijzonder aan hen die niet alleen zelf worden bespot, maar die het door de ziel gaat als zij vernemen dat Christus wordt bespot. Laat niemand denken dat dit laatste niet gebeurt. Deze dingen gebeuren en komen helaas dagelijks voor.
Maar wat in bovengenoemde situaties te doen? Dan kan er een tijd zijn dat men beter kan zwijgen dan spreken. Van belang is dan om erop alert te zijn, wanneer er zich een mogelijkheid voordoet om te getuigen. Dat kan zijn door een voorval in de wereld of in de directe omgeving. Ook geeft een sterfgeval soms aanleiding om het een en ander te zeggen. Ook al zijn de mogelijkheden op het werk soms spaarzamelijk, zij zijn er wel. Dan moeten de kansen door God ons gegeven ook aangegrepen worden. Dan is het een 'must' om te laten horen dat wij een levend lid van de katholieke kerk zijn, d.i. de kerk die de Heere vanaf Adam door Zijn Woord en Geest vergadert ten eeuwige leven.
Zo heilig groot en goed
Dat bij het getuigen ook wel eens het 'neen' zal moeten doorklinken, zal duidelijk zijn. Een levend lidmaat van de gemeente des Heere kan niet met alles meedoen. Hij moet wel eens 'neen' tegen dit of dat zeggen, en dat niet omdat men zo conservatief is, doch omdat men niet wil zondigen tegen Gods gebod. Want is dat wel een levend lidmaat van de ene heilige katholieke kerk die met alles meedoet wat de wereld doet en bij wie Gods eer, Gods Naam en Gods dag niet in het hart staat gegrift? In onze tijd spreekt men niet meer zoveel over de kenmerken van het geloof. Maar als ik er één mag noemen, zeg ik: Dit is een kenmerk van het ware geloof, wanneer de inzettingen en de rechten des Heeren niet alleen ons vermaak zijn, maar ook van kracht op alle terreinen van het leven. (Slot volgt.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's