De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk een wonder (7, slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk een wonder (7, slot)

11 minuten leestijd

Men verwondert zich erover als men ziet wie er deel uitmaken van de ene heilige algemene christelijke kerk. Van huis uit zijn zij allen vijanden van God. In geen van hen werd iets gevonden dat voor God kon bestaan. Ook werd er in niemand enig vermogen of enige kracht gevonden om tot God terug te keren. Allen die deel uitmaken van de ene heilige algemene christelijke kerk zijn door de Heere geroepen. Zij zijn zodanig geroepen dat zij niet alleen wilden gehoorzamen, maar ook móesten gehoorzamen. Ondanks hun verzet bogen zij voor de Heere. Met heel hun hart gingen zij het zeggen: 'Ik zal U al mijn liefde waardig schatten; wijl (omdat) Gij mijn rechterhand wilde vatten'. Van deze gehele kerk die van eeuwigheid is uitverkoren en in de tijd door de Heere is geroepen zal tot in der eeuwen het loflied zijn: 'Niet ons, o HEERE, niet ons, maar Uw Naam alleen zij alle lof en eer gegeven'.

Kenmerken

Wij leven in een tijd waarin niet zoveel meer wordt gesproken over kenmerken. De vrees daarvoor kan ik wel enigszins verstaan. Het gevaar is groot dat meer de christen in het middelpunt komt te staan dan Christus, het Hoofd van de ene heilige algemene christelijke kerk.

Ook is men in het verleden er niet altijd aan ontkomen om van allerlei gestalten die kenmerken werden genoemd een grond te maken.

Laat ik duidelijk zijn: de enige grond is Christus. Terecht zegt een lied: 'Niets o Jezus dan Uw bloed, wast en reinigt ons gemoed'.

Met het bovenstaande wil ik maar zeggen dat wij met allerlei kenmerken erg voorzichtig moeten zijn. Zeker dienen wij bevreesd te zijn als daarmee een grond in de mens wordt gelegd.

Dit alles houdt evenwel niet in alsof er nooit over kenmerken gesproken zou mogen worden. Wanneer zij door de Schrift ons worden voorgehouden en wanneer onze belijdenisgeschriften in overeenstemming met de Schrift daarover spreken, is het niet verkeerd om ze in een bepaald verband te noemen. Met dit laatste wil ik zeggen dat zij genoemd worden in de context waarin zij een plaats hebben.

Bij de behandeling van het onderwerp 'de ene heilige algemene christelijke kerk' denk ik aan artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In dat artikel wordt een aantal kenmerken opgesomd die eigen zijn aan de ware kerk, d.i. de ene heilige algemene christelijke kerk.

Maar blijft het bij die kenmerken? Een ieder die dit artikel enigszins kent, zal op de hoogte zijn dat er in dit artikel niet alleen over de kenmerken van de ware kerk wordt gesproken, doch ook over de merktekenen (kenmerken) van de christenen.

Het valt ons op dat er een aanzienlijk aantal wordt opgesomd. Men kan de christenen kennen uit de volgende merktekenen: '... te weten uit het geloof, en wanneer zij, aangenomen hebbende de enige Zaligmaker Jezus Christus, de zonden vlieden en de gerechtigheid najagen; de ware God en de naaste liefhebben; niet afwijken, noch ter rechter-noch ter linkerhand, en hun vlees kruisigen met zijn werken. Alzo nochtans niet, alsof er nog geen grote zwakheid in hen zij, maar zij strijden daartegen door de Geest al de dagen van hun leven; nemende gestadig hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heere Jezus, in dewelke zij vergeving hunner zonden hebben, door het geloof in Hem'.

De vraag voor een ieder van ons is of wij ons herkennen in wat onze Nederlandse Geloofsbelijdenis ons hier voorhoudt.

Het is van levensbelang (of zoals wijlen G. Boer meer dan eens in z'n preken ons heeft voorgehouden: van eeuwigheidsbelang) of deze geloofszaken in ons leven worden gevonden.

't Is mij niet onbekend dat zij bij de een sterker worden aangetroffen dan bij de ander. Het is mij nu evenwel niet te doen om een groot en sterk geloof of een zwak en klein geloof. De mate des geloofs maakt de Heere uit.

Van belang is of wij de merktekenen van een christen bezitten. Merktekenen die ons door de Geest en het Woord zijn aangereikt.

Wanneer de merktekenen er zijn in ons leven, zal dit ook in de gemeente, in de kerk en in de samenleving te zien en te horen zijn. Over de heiliging van het leven héb ik echter in één van de vorige artikelen iets geschreven, zodat ik daarop nu niet verder inga.

Simul iustus simul peccator

De woorden als kopje gebruikt voor dit onderdeel zijn van Maarten Luther. In de loop der eeuwen zijn het gevleugelde woorden geworden. De betekenis daarvan is (enigszins vrij vertaald): 'Ik ben door God gerechtvaardigd, niettemin ben ik nog altijd een zondaar'. Wie de merktekenen van een christen draagt en door het Woord en de Geest is gevoegd bij de ene heilige algemene christelijke kerk, moet deze woorden van Luther maar nooit vergeten. Het zal juist zijn dat er zich een grote verandering in ons voltrekt als wij deel krijgen aan het offer van Christus. Beter gezegd: aan Christus zelf. Het houdt echter niet in dat wij volmaakte mensen zijn. Wij zijn en blijven zondaar. Om met Kohlbrugge te spreken: wij zijn en blijven vlees!

Zolang wij op aarde zijn, is er van ons goddeloze vlees geen goed te verwachten. De apostel Paulus horen wij dan ook zeggen: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods'. Door genade kwam de apostel er steeds meer achter dat er in hem d.i. in zijn vlees geen goed voor God werd gevonden.

Wanneer er 'goed' voor de Heere bij de apostel was, was dit alleen door genade. Het werd hem door de Heilige Geest geschonken. Vruchten waren er dankzij het werk van de Geest. Vruchten die alleen uit Christus waren.

Wellicht mag ik het zo niet zeggen, maar ik acht hem of haar een goed lid van de ene heilige algemene christelijke kerk te zijn die gestadig (voortdurend) ontdekt wordt aan zichzelf en de toevlucht neemt tot het bloed van Christus. Dit laatste hoort er wel bij. Ontdekking is van belang. Geen bedekking zonder ontdekking. Uiteindelijk evenwel gaat het om de bedekking.

Ik kan het ook anders omschrijven. Naarmate Christus in het geloof toeneemt in noodzakelijkheid, begeerlijkheid en heerlijkheid, naar die mate worden wij kleiner in onszelf. Maar ook verstaan wij des te beter dat er in ons d.i. in ons vlees geen goed woont.

Een christen mag juichen en zijn blijdschap uiten door te zeggen: Ik ben gerechtvaardigd! Al juichend evenwel zal hij ook weten: ik ben nog altijd een zondaar. Weliswaar een zondaar die gerechtvaardigd is, maar toch nog altijd een goddeloze.

't Zal wellicht duidelijk zijn, dat dit in het leven niet alleen een grote strijd geeft, maar dat om die reden ook het 'Maranatha' sterk in het hart kan leven. Onder andere artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis laat ons dit ook lezen,

't Is naar mijn mening niet verkeerd om te zeggen dat men hieraan een katholiek christen herkent, die uitziet naar de wederkomst van Christus.

Ik sluit het niet uit dat juist dit kenmerk helaas maar weinig onder ons gevonden wordt.

Gaven

Onder de christenen wordt veel onderscheid gevonden. Van geen twee kinderen Gods kan gezegd worden dat zij precies dezelfde zijn. Zij zijn heel verschillend van karakter en aard. Hoe verschillend in vele dingen, toch zijn ze hierin gelijk dat zij het leven hebben in Christus. Zowel de rokende vlaswiek als de eikenboom der gerechtigheid. Zowel de bevestigde als de bekommerde. Zowel de verzekerde als de gelovige die het lampje op de rug draagt. Zij allen behoren tot het lichaam van Christus. Zij allen delen in Zijn gemeenschap èn schatten èn gaven.

Het is een vanzelfsprekende zaak dat Zondag 21 allereerst spreekt over de gemeenschap met Christus die de Zijnen kennen. Maar direct daarna wordt er gesproken over de schatten en de gaven. Zij staan terecht op de tweede plaats, hoewel zij van Christus uit niet zijn te scheiden. In het lichaam van Christus is er verscheidenheid van gaven. Er zijn gaven van hoofd, hart en handen. Duidelijk zijn deze gaven op te merken bij de apostelen. Een zeer grote verscheidenheid van gaven toonden zij. Zo is dit ook het geval in de kerk van Jezus Christus. De één heeft de gave van bidden, maar een ander die van troosten. Ook zijn er die de gave van het spreken bezitten, anderen daarentegen die van organiseren. Zo zijn er nog veel meer gaven. Het zijn alle gaven van Christus. Zij zijn door Hem verworven op het kruishout. Met welk doel? Met geen ander doel dan dat Hij die gaven aan Zijn Kerk zou uitdelen.

Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat niet altijd alle gaven op de voorgrond treden. Dat was ook in het verleden niet het geval. Men zou bijna van een dag-en een nachtploeg hebben kunnen spreken. Er waren in de tempel levieten die alleen maar voor de lampen hadden te zorgen. Zij traden bij dit werk volstrekt niet op de voorgrond. Anderen hielden zich op met de offerdienst. Door hun werk kwamen zij meer op de voorgrond.

Ten diepste doet het er niet toe welke gave een kind des Heeren van de Heiland heeft ontvangen. Het gaat erom dat men de hem of haar geschonken gave goed gebruikt. In onze tijd wordt er naar ik meen meer dan voorheen gewezen op de gaven die er in de gemeente schuilgaan. Beter gezegd: die door de Heilige Geest aan de gemeente zijn geschonken. Ik acht het een goede zaak dat dit gebeurt. Het leven van de gemeente wordt daardoor voller, rijker en boeiender. Wel zeg ik: de gaven moeten op de plaats blijven staan waar zij behoren. Van geestelijke gaven kan geen sprake zijn als er geen gemeenschap met Christus is. Die gemeenschap gaat voorop en vervolgens komen de gaven. Maar... als de gaven er uit Christus zijn, laten wij ze dan ook laten functioneren in kerk en gemeente.

Relatie gemeente-kerk

Iemand vroeg naar de relatie gemeentekerk. Hoe hebben wij tegen het geheel van de kerk aan te kijken als gemeente? Moeten wij, als het geheel ons zorgen geeft, de kerk dan maar laten vallen?

Wie onder ons alle artikelen heeft gelezen, heeft tussen de regels door kunnen lezen dat ik niet alleen een pleidooi heb gevoerd om de ene heilige algemene christelijke kerk in het oog te houden, maar ook onze eigen kerk die een gestalte is van het lichaam van Christus. Wij moeten niet vergeten dat wij in het geheel van onze kerk een plaats hebben ontvangen. Een plaats die ons door de Heere is geschonken.

Ook is de grondslag van onze kerk van dien aard dat het belijden van de vaderen daarin wordt gevonden. Ootmoedig mogen wij het geheel van de kerk vragen om zich te houden aan de confessie die in overeenstemming is met de Heilige Schrift.

Wat ook gedaan behoort te worden is het gebed voor het geheel van onze kerk. Hoe vaak per dag heeft de kerk een plaats in onze gebeden? Nu ziet men in onze tijd wel gebeuren dat jongeren en ouderen de kerk verlaten, omdat zij van mening zijn dat zij in zo'n slechte kerk niet kunnen blijven. Zij menen zich te moeten aansluiten bij een groep van gelijkgezinden. Soms zelfs bij een groep van enkel wedergeborenen.

Als ik dat zo zie en hoor, denk ik meer dan eens aan De Labadie. Hij en anderen vormden ook dergelijke groepen. Wat is ervan overgebleven? Niets!

Ook wil ik in dit verband een persoonlijke opmerking maken. Toen mijn mentor ds. G. Boer met mij als vicaris sprak over de vervallen toestand van de kerk (eind zestiger jaren) zei hij: 'Wij moeten maar nooit uit de kerk stappen. Zelfs niet als het gericht over kerk gaat. Wanneer wij de kerk dan uitgaan, nemen wij het gericht Gods mee.' Ik denk dat wij juist in onze tijd met al z'n moeiten en zorgen in het kerkelijk leven dit ter harte dienen te nemen. Zolang wij mogen blijven en voor de waarheid Gods in alle nederigheid kunnen opkomen, dan maar blijven op die plaats die God ons gegeven heeft.

Eigenlijk behoef ik daarover niets meer te schrijven, omdat er op de kerkenradendag in Amersfoort voldoende over is gezegd.

In het zich losmaken als gemeente van het geheel van de kerk, zie ik alleen een neiging naar independentisme (onafhankelijkheid). Maar laat Jean de Labadie en anderen voor ons een teken aan de wand zijn. God heeft ons een plaats gegeven in de Nederlandse Hervormde Kerk. Mochten wij door genade zeggen: mij ook een plaats gegeven in de ene heilige algemene christelijke kerk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk een wonder (7, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's