Prof. dr. W. van 't Spijker over kerkenradendag
In Amersfoort werd op 21 september jl. een bijeenkomst gehouden , waar ruim 1700 leden van de hervormd-gereformeerde kerkenraden present waren. De organisatie moet voortreffelijk zijn voorbereid. De dag was lang te voren aangekondigd. Hij bracht mensen met overtuiging bijeen, sympathisanten van het streven van de Bond, ook twijfelaars en zoekers, die een weg trachten te vinden in het oerwoud van vragen inzake het Samen op Weg van drie Nederlandse kerkelijke gemeenschappen.
De dag bracht enige duidelijkheid in de positie die het hoofdbestuur van de Bond heeft gekozen. De leus die eerder in Putten werd aangeheven, werd in dit samenzijn van de kant van de leiding onderworpen aan een herinterpretatie die verduidelijking van het standpunt inhoudt.
De Puttense onmacht: 'we kunnen niet mee en we kunnen niet weg' werd in Amersfoort een beetje bijgesteld. In ieder geval moest het voor de aanwezigen duidelijk zijn, dat het hoofdbestuur met overtuiging de oproep tot afscheiding, die sommigen er in vernamen, afwees. Geen denken in de richting van separatie. Het is goed, dat deze duidelijkheid werd gegeven.
Niet dat ieder daarmee instemt. Zo is het, blijkens de uitlatingen van sommige woordvoerders van 'Het gekrookte riet', in deze sector van de kerk helemaal nog niet zeker, dat een vorm van afscheiding is uitgesloten. Men vergist zich nauwelijks, wanneer men in de felle reactie op dergelijke geluiden, een zekere vrees ziet optreden, dat mogelijk tóch binnen deze kringen het separatistische denken wortel heeft geschoten. Of is er sprake van een soort van machtsstrijd tussen Bond en Riet? Als dat al zo mocht zijn, dan lijkt het dat de dag in Amersfoort heeft aangetoond, dat de gezindheid om, wat er ook gebeurt, hervormd te blijven, met kracht leeft. Zij lijkt zelfs in kracht gewonnen te hebben.
Wij laten ons niet wegsturen
Wat dit betekent voor de Hervormde Kerk zelf, straks voor de Verenigde Protestantse Kerk, is klaar. Het gereformeerde element zal zich niet laten elimineren. Het verdient dit niet. Het is, juist vanwege de gereformeerde kwaliteit die er in zit, ook nimmer in staat om zich tot zwijgen te laten brengen. De Bond kan de kerk niet verlaten. Zij zal dit ook niet en vrijwel zeker nooit doen. De Verenigde Kerk zal voor een belangrijk deel op het potentieel van de gereformeerden vanuit de Bond zijn aangewezen, waarschijnlijk ook in financieel opzicht, zeker eveneens wat de theologie betreft. Gereformeerde theologie is, wanneer zij gereformeerd blijft, nimmer star, altijd vitaal, indien zij beoefend wordt in rapport met de tijd. Ook in een veranderde kerkelijke situatie zal gereformeerde theologie, aan haar oorsprong getrouw blijvend, iets wezenlijks kunnen betekenen. Méér althans dan die vormen van cultuur-wijsheid, die de Schrift, de genade en de kerk achter zich hebben gelaten. We hebben wat dit betreft geen aarzeling met betrekking tot de toekomst van de bonders in de toekomstige constellatie. Voor al te grote consternatie is er geen reden. Als men de innerlijke spanningen binnen, en tegen de Bond aan, weet te overwinnen, zal er feitelijk gezien niet zo heel veel veranderen.
Ook Leuenberg doet niet veel af of toe
Het klagen over Leuenberg kunnen we zeer zeker begrijpen. De concordie verloochent wezenlijke punten uit de gereformeerde traditie. Het document keert er zich zelfs met zo veel woorden tegen. De gereformeerde identiteit is tot een historische variatie verklaard, die haar confessionele betekenis heeft verloren. Anderzijds zal de Bond ook moeten toegeven dat er erger ketterijen dan de Leuenbergse, en gevaarlijke vormen van heresie, in de Hervormde Kerk zijn opgetreden, die zeer zeker pijnlijk waren voor een gereformeerd mens, maar die echter aan het wezen van hun verblijf in deze kerk, zoals deze reilend en zeilend werd geaccepteerd, geen afbreuk deden. Men kan eenvoudig stellen, dat wie het in een Hervormde Kerk met cultuur-vrijzinnigen kon uithouden, niet al te zeer moet wanhopen aan de mogelijkheden, die zich onder een nieuwe kerkorde voordoen. We herinneren ons de principiële bezwaren die ingebracht werden tegen wat toen de nieuwe, kerkorde werd genoemd. Zij werden vooral in het begin breed uitgemeten. Ze zouden het voortbestaan van de Hervormde Kerk bedreigen. De nieuwe kerkorde was onaanvaardbaar. Maar ze kwam er en er onstond een modus vivendi, een geaccepteerde levenswijze, binnen de Hervormde Kerk tot op de huidige dag. Nu déze komende kerkorde zich aandient, lijkt op eenmaal-die van 1950/'51 zuiver gereformeerd. Zij is het echter niet en zij was het ook niet.
Niettemin bleef er hervormd-gereformeerd kerkelijk leven. We rekenen er op, dat het in de toekomst zal blijven. En in die opvatting heeft het kerkenradenoverleg van 21 september ons versterkt. Er is enigermate duidelijkheid gekomen. Er is een meer strijdvaardige houding waar te nemen. Het 'we kunnen niet vooruit en we kunnen niet achteruit' is wat positiever gevuld. 'We laten ons niet wegsturen.' Dat klinkt manmoedig. Geestelijker lijkt: 'Wie durft weglopen van onder Gods oordelen? ' Het lijkt dieper gezegd, maar het komt op hetzelfde neer: we blijven hervormd. Hoe ook geformuleerd, de boodschap is overtuigend. We kunnen alleen maar blijven en we zullen dat ook, en we zetten alles op alles om samen hervormd-gereformeerd te zijn en te blijven.
Groen van Prinsterer als getuige
Binnen dit geheel werd ook Groen van Prinsterer sprekend ingevoerd. De wettigheid van dit beroep op de confessionele voorman uit de negentiende eeuw werd, als ik goed ben ingelicht, tijdens en na de vergadering aangevochten.
Terecht was de opmerking, dat Groen ook de gereformeerden buiten de Hervormde Kerk op het oog had. Het past precies bij onze tijd, om Groen te citeren in zijn woord: 'Het verlaten van ene Kerk is zonde, wanneer het niet pligt is'. Groen heeft echter wel méér gezegd.
We spreken nu niet over de vraag, of Groen op het moment van zijn spreken, inzake de verhouding van plicht om in de kerk te blijven en de mogelijkheid daartoe, het juiste evenwicht wist te leggen. Zijn pleidooi voor de afgescheidenen kent in ieder geval menige uitspraak, waarin hij het goed recht van de Afscheiding, die plaats vond omdat men gereformeerd wilde blijven, verdedigde.
Groen behoort echter tot de 19e eeuw. Onze eeuw kent weinig of geen afscheidingen. Maar zowel binnen als buiten de Hervormde Kerk ligt er meer dan voldoende bewijs, dat de verdeeldheid onder gereformeerden angstwekkend is. Er is nauwelijks enige historische orde meer in te ontdekken. Wat zal er van de eenheid der hervormd-gereformeerden binnen de Hervormde of Verenigde Protestantse Kerk worden, wanneer er geen gemeenschappelijk front meer gemaakt kan worden tegen het Samen op Weg?
Zo ver is het nu echter nog niet. De kerkenradendag heeft enige saamhorigheid gebracht. Wij blijven wat we waren. We kunnen niet weg, al kunnen we ook niet goed mee komen. Daarom blijft het voor ons bij de status quo. De Bond blijft, zo constateren we, zonder daarover nu in een beoordeling te treden. Zoveel is ons duidelijk. En deze positie beoordelen we nu niet inhoudelijk. We nemen er kennis van, goede nota. Vooral met het oog op twee overwegingen, die in het geheel van de ontwikkeling voor ons niet zonder betekenis zijn.
Geen afgeslankte vaderlandse kerk
De eerste is, dat opnieuw blijkt, hoezeer het een fata morgana was, waaraan de dromers zich prijsgaven, die meenden, dat het 'staande blijven' van de Hervormde Kerk in afgeslankte vorm perspectief zou openen voor de vereniging van alle gereformeerden. Dan zou de 'nationaal gereformeerde kerk' zich kunnen openbaren. Er waren er zelfs die meenden, dat in deze stonde het uur zou zijn aangebroken, waarop de Acte van Afscheiding kon hebben gezinspeeld, waar gezegd werd dat de Hervormde Kerk moest terugkeren tot 'de waarachtige dienst des Heeren'. Deze zinsnede luidt in de Acte van Afscheiding als volgt: de ondergetekenden verklaren: 'dat zij overeenkomstig het ambt aller geloovigen art. 28. zich afscheiden van de gene die niet van de kerk zijn, en dus geen gemeenschap rneer te willen hebben met de Nederlandsciie Hervormde Kerk, tot dat deze terugkeert tot den waarachtigen dienst des Heeren; en verklaren tevens gemeenschap te willen uitoefenen met alle ware Gereformeerde ledematen, en zich te willen vereenigen met elke op Gods onfeilbaar woord gegronde vergadering, aan wat plaatse God dezelve ook vereenigd heeft...'.
Deze regels uit de Acte van Afscheiding herinneren aan de noodzaak van de eenheid der gereformeerde belijders.
De Ulrumse kerkenraad en gemeente verklaart bereid te zijn om de gemeenschap der heiligen te oefenen met alle ware gereformeerden.
Terugkeer tot de waarachtige dienst des Heeren
Allereerst wordt uitgesproken, dat er geen wederkeer mogelijk is, tenzij de Hervormde Kerk terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren. Het ziet er niet naar uit, dat in het huidige proces van eenwording van gereformeerden, lutheranen en hervormden, zich iets afspiegelt van deze terugkeer tot de waarachtige dienst van de Heere. Indien het tot een afscheiding van de bonders zou komen, dan zou met dit gebeuren een radicale verandering optreden. Maar we zouden niet kunnen zeggen, dat daarmee de terugkeer tot de waarachtige
dienst des Heeren gestalte zou hebben gekregen. We zouden te maken krijgen met een uitermate verwarde en verwarrende situatie, die wellicht tot eindeloze samensprekingen zou kunnen leiden zonder resultaat. Indien deze gevoerd werden in de zin, waarop tot nu toe zulke samensprekingen gangbaar waren, dan zou er veel energie
verloren gaan, die beter anders besteed zou kunnen worden. Kortom, deze situatie zou geen soelaas bieden aan hen die wérkelijk uit zijn op eenheid van de gereformeerden in kerkelijke zin. We hadden er een afscheiding bij, mogelijk in een vorm van gecontinueerd 'hervormd leven'. Geen oplossing van het kerkelijk vraagstuk van de kerkelijke eenheid van allen die waarlijk gereformeerd begeren te zijn. Daarom komt het fata morgana waarvan hier boven sprake was, bij ons over als een excuus, om vandaag nog niet te hoevenn doen wat onze hand vindt om te doen, wat onze beide handen zelfs kunnen vinden om te doen. Zulk een droom is nutteloos, zij is gevaarlijk, zij biedt geen enkele grond voor serieuze verwachting. Zij verlamt het leven en doemt tot machteloosheid voor degenen die vandaag een werkelijke roeping hebben.
Meeleven met de Bond
Een tweede overweging onzerzijds betreft het volgende: We leven van harte mee met de worsteling waarin de bonders zijn gekomen. Hun positie is niet de onze. Hun keuze is een andere dan de onze. We kunnen met hen spreken over gereformeerd belijden, gereformeerde theologie, zelfs overeenstemming in een vaag lichaam van
'gereformeerde gezindten'. We kunnen eindeloos veel meer positieve dingen opsommen in onze visie op hen, in onze betrokkenheid bij hun strijd en moeite. Maar dit meeleven met de Bond,vindt plaats buiten de Hervormde Kerk. Wat zij aan strijd beleven binnen de Hervormde Kerk, dat is naar 't wezen van de zaak ook onze strijd buiten de Hervormde Kerk. Déze strijd namelijk: om en vanwege de KERK van Christus. Wij zijn op dit punt zeer terughoudend. We heffen geen vinger op in de richting van de Bond. Niet omdat wij zouden menen, dat hun confessionele positie, kerkelijk gezien zuiver is. Dat is de zaak niet. Maar wij vragen of wij het recht hebben, de bevoegdheid of de innerlijke kracht om in het huidige tijdsgewricht in hun richting een woord te kunnen spreken, dat zich niet onmiddellijk in onze eigen richting beweegt als een vraag aan ons geweten: hoe het komt dat de gereformeerde belijders buiten de Hervormde Kerk zo onderling verdeeld kunnen zijn. Men kan over gezindheden
spreken, vooral wanneer men deze opvat in subjectieve zin, heel anders dan Groen, die daarbij aan grondwettelijk
omschreven godsdienstige groeperingen dacht. De gereformeerde belijdenis gaat echter niet over een gezindte, niet over een gezindheid, niet over een nauwelijks te omschrijven geestesgesteldheid of mentaliteit. De Belijdenis, die wij liefhebben spreekt over een kerk, die daar en daar te vinden is, aanwijsbaar, kenbaar op te zoeken en te vinden.
Werkzame sympathie
De allerbeste vorm om vandaag met de bonders in de Hervormde Kerk in hun strijd mee te leven, is déze dat wij buiten de Hervormde Kerk met allen die de gereformeerde belijdenis liefhebben zoeken te vertonen aan het gehele volk, wat een naar Gods Woord Gereformeerde Kerk is. Een andere manier van meeleven ken ik niet.
Voorshands zit er niets anders op. Dromen zijn hier bedrog. Er is een Woord, er is een belijdenis die uitspreekt, hoe en wat een kerk moet zijn. Er is een volk dat weet van druk en beproeving terwille van het Woord. De tijd is rijp. Mocht zij het niet zijn, dan maakt het Woord die tijd rijp voor een hartelijke gehoorzaamheid. Een mooi citaat: ziende op het gebod, blind in de toekomst. Of hebben wij het geloof ingeruild voor het streven om in de toekomst
te kijken en eerst dan te gehoorzamen wanneer het tijd gunstig is? Het gaat om de eenheid der gereformeerde belijders. En wat kan die eenheid anders zijn dan een werkelijke, dat is een kerkelijke, door Woord en belijdenis genormeerde eenheid?
(De Wekker)
'In wereldse termen heeft de Bond gewoon verloren'
De Gereformeerde Bond blijft. Zelfs het Samen op Weg-proces kan de 'bonders' er niet toe brengen de bestaansreden van de Bond op te geven: De 'verbreiding van de waarheid' van de gereformeerde orthodoxie in een groot, on-orthodox en zelfs vijandig kerkverband. In wereldse termen heeft de Bond gewoon verloren. Ruim een decennium van steeds fellere strijd tegen de plannen voor een nieuwe fusiekerk hebben uiteindelijk niets opgeleverd. De fusie gaat door. Maar de meeste bonders denken niet (hoofdzakelijk) in wereldse termen: 'God heeft blijkbaar iets anders met de Kerk en de Bond voor dan wij dachten', zo is na uitvoerig zelfonderzoek geconcludeerd. De 1700 kerkenraadsleden van 'bondsgemeenten' zaterdag in Amersfoort bijeen, leken door hun nederlaag eerder gesterkt dan verzwakt: '... geen vleselijke macht, geen programs van afscheiding, geen houding van assimilatie, maar geloven op hoop tegen hoop, dat God ons haar - die gereformeerde kerk - in de weg van het recht zal weergeven. Dat is niet "meegaan"! Dat is niet kunnen héén gaan en de kerk prijs geven aan wie er geen recht op hebben', zo gaf secretaris J. van der Graaf dat gevoelen weer. Nederlaag of geen nederlaag, de Bond presenteerde zich zaterdag als een machtige dam tegen afval en verval. Op naar een 'nieuw reveil' in de gemeente, de kerk en de samenleving! De bonders die deze zaterdag elders moesten doorbrengen, omdat ze als synodelid waren afgevaardigd naar de gecombineerde synode van de drie Samen op Weg-kerken moeten zich balling hebben gevoeld. Want het kamp van de 'overwinnaars' is een dorre woestijn vergelijken bij dat van de 'verliezers'. De gereformeerde synodevoorzitter Vissinga mag dan 'de Geest voelen waaien' door de pakken papier over de 'arbeidsorganisatie' van de fusiekerk, daarin staat Vissinga toch vrijwel alleen. Terwijl de bonders zich in hun raadselachtige maar rijke tale Kanaäns over de plaats van de gelovige in de kerk en de plaats van de kerk in de samenleving bogen, hield de triosynode zich uitsluitend bezig met kwesties van management, in het daarbij horende dieventaaltje. Het is op zijn minst tactloos de kruidenierskwesties zo vaak en zo lang op de voorgrond te plaatsen. Tactloos tegenover de 'bonders' maar vooral ook tegenover die leden van de kerk die van 'ambtsdragers' nog morele steun verwachten in deze tijden van krimp en twijfels. In de synodewandelgangen zei een bondsdominee sarcastisch: 'Ik hou mijn mond vandaag. Laten zij maar eens zien wat ze bedoelen met een nieuw elan'. De Nederlandse kerkgeschiedenis is er een van scheuringen. Dat automatisme is door de Bond doorbroken. Nu moeten de orthodoxen, de vrijzinnigen en de midden-orthodoxen voor de verandering eens bewijzen dat ze elkaar werkelijk genoeg te zeggen hebben, al lijken ze niet in elkaars kerk en niet in eikaars God te geloven.
(Kerkredactie Trouw)
Ds. E. Overeem vreest kerkpolitiek Gereformeerde Bond
Zijn er in één weekend twee wonderen gebeurd: èn een geslaagde triosynode èn een bijgedraaide
Gereformeerde Bond? Dan zijn de Samen op Weg-kerken wel erg gezegend. Het kan aan mij liggen, maar ik heb zo mijn twijfels bij deze wonderen. Allereerst de Gereformeerde Bond, die een kerkenradendag had belegd over Samen op Weg. Voortaan wijst de Bond elke gedachte aan kerksplitsing of afscheiding af. De Bond hoort bij de
Nederlandse Hervormde Kerk, zoals hij er altijd bijgehoord heeft. Binnen de kerk moet de waarheid
worden verbreid. Natuurlijk ben ik blij dat het gevaar van er weer een kerk bij te krijgen in Nederland is afgewend.
Maar ik raak de gedachte niet kwijt dat het een handige kerkpolitieke zet betreft. De Bond dreigde in de buitenspelval te lopen. De oppositie van de Bond werd niet meer serieus genomen: wie zich rechts buiten de kerk plaats, heeft geen recht van spreken meer. Nu staat de Bond weer rechtsbinnen. Hij wil voluit meepraten en de kerk niet prijsgeven aan hen die er geen recht op hebben.
Kop van Jut
De Bond is weer binnen. Natuurlijk ben ik blij. Maar ik hoef niet blij te zijn als de positie van de lutheranen binnen Samen op Weg weer ter discussie wordt gesteld. Ik hoef ook niet blij te zijn als de gereformeerden weer als de kop van Jut gaan fungeren voor alles wat er binnen de Hervormde Kerk niet deugt en wat de Bond van binnenuit
niet veranderen kan. Ik geloof nog niet zo in een wonder. Want ik zie voortaan weer structurele oppositie vanuit de
Bond. Als het werk voor Samen op Weg moet drie keer worden overgedaan. Honderden amendementen op de kerkorde en de ordinanties, de nadere regelingen. Pogingen om de geboorteleden theologisch opnieuw te reanimeren en de gedachten van de volkskerk overeind te houden.
De nieuwe kerkorde zal zo hervormd mogelijk moeten wezen, alsof er geen lutheranen en gereformeerden
zijn. Enzovoort. Als er dan toch een wonder is gebeurd, dan dit: gereformeerden en lutheranen zijn niet allang gillend weggelopen!
Voorsorteren
En de triosynode is geslaagd. Een hele serie besluiten is genomen over de toekomstige landelijke bureau-organisatie. We gaan nu alvast in deze richting voorsorteren. En als kroon op dit alles gaat al het landelijke kerkenwerk naar één plek: het voormalig militair hospitaal in Utrecht. Er is goede voortgang gemaakt. Maar het is nog te vroeg om te juichen. Want de oorspronkelijke opzet wordt niet gehaald: een accentverschuiving van het landelijke naar het regionale kerkenwerk. Ik zie het nog als een soort geloofsbelijdenis in een rapport staan: wat plaatselijk kan, moet plaatselijk, wat regionaal kan, moet op regionaal niveau. Wat daar echt niet kan gebeuren, moet landelijk plaatsvinden. Maar nu is alle nadruk op de landelijke bureauorganisatie komen te liggen. Iedereen is daar onmisbaar. En wat echt niet landelijk kan, mag dan nog regionaal. Minstens twintig functionarissen verhuizen naar de provincie. Maar landelijke centrale huisvesting kost miljoenen. Voor verdere optuiging van het regionale kerkenwerk, de dienstverlening om de hoek, zal geen geld meer zijn. De grenzen van de financiële mogelijkheden van de gemeenten zijn bereikt. Er komt echt geen nieuw geld bij voor landelijk of regionaal kerkenwerk. De motivatie van regionale werkers in de kerk daalt. Er komen straks nieuwe taken bij voor de regio: financieel toezicht op de gemeenten. Hervormden en lutheranen kunnen niet zonder. Gereformeerden kunnen er misschien mee leven. Maar de uitgroei van de regionale dienstverlening naar een volwassen zuster van de landelijke dienstverlening zie ik nog niet gebeuren. De regio blijft een stiefkind. Minstens twintig functionarissen naar de regio: het zijn kruimels die van de tafel vallen. Want landelijk blijven er honderden arbeidsplaatsen. Het militair hospitaal met al die bedden is groot genoeg...
Echt wonder
Een wonder zou ik pas vinden: de Bond zet al zijn grote gaven van hart en hoofd con amore in dienst van de nieuwe kerk. Er vindt een aardverschuiving plaats tussen landelijk en regionaal kerkenwerk. Moderamina en secretarissen-generaal houden niet meer krampachrtig aan hun bevoegdheden en gewoonterechten vast en gaan
écht voorsorteren naar de nieuwe situatie. Er komt een nieuw elan bij functionarissen en vrijwilligers, die het kerkenwerk gaan uitvoeren en besturen. Niet meer honderden amendementen bij de kerkorde en de ordinanties, maar de royale erkenning dat hier een knap stuk werk is geleverd waarmee de kerk vooruit kan. Dat wonder
zie ik voorlopig nog niet gebeuren. Het is ook nu niet gebeurd. Ik geloof in Samen op Weg, maar soms is het een aangevochten geloof Het wordt tijd om dat in alle nuchterheid maar eens gewoon hardop te
zeggen.
(Centraal Weekblad)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's