De vreemdeling in ons midden (4)
In een vorig artikel noemden wij al een drietal punten die bepalend dienen te zijn voor onze houding tegenover de vreemdeling. Wij willen deze reeks afronden met nog vier dingen te noemen die we van groot belang achten in onze omgang met hen.
Het evangelie aan hen doorgeven
Het mag niet bestaan dat een buitenlander moet zeggen: ik woon daar nu vijfentwintig jaar, maar ik heb nog nooit iemand iets over het evangelie horen vertellen.
Het evangelie doorgeven door vriendschap. Ik noem dit laatste bewust eerst. Wanneer het namelijk gaat om evangeliseren onder moslims (en velen van de vreemdelingen zijn moslim) dan is het van groot belang om een relatie van vriendschap en vertrouwen op te bouwen. Op die wijze kunnen er openingen komen voor het geven van een persoonlijk getuigenis (1 Petr. 3 : 15) en voor het veranderen van de vooroordelen en misvattingen die deze mensen vaak hebben ten aanzien van de bijbel en van de christenen.
Het is helemaal niet moeilijk om sociaal contact te leggen met moslims. Een vriendelijke groet op straat kan het begin zijn van een relatie. De woorden ahlan wa sahlan (welkom) zijn een sleutel tot het huis van een arabische moslim, en misschien ook wel tot hun hart...
Ik geef u in dit verband iets door uit een verslag van de Arabische Wereldzending (de AWZ) die enige tijd geleden haar 25-jarig jubileum vierde in Amsterdam. In deze stad alleen al (zo werd opgemerkt) wonen 80.000 moslims. Dat betekent dat er meer moslims dan christenen zijn in deze stad. Dat is een geweldig groot werkveld. Sommige deuren in de arabische wereld gaan dicht, maar andere niet. Als wij de arabische wereld steeds moeilijker binnen kunnen komen, komen ze wel naar ons.
Wij moeten deze mensen niet proberen te bereiken met op westerse leest geschoeide evangelisatiecampagnes, maar door ons voor hen open te stellen en daar tijd voor hen te nemen. Het is een wonder als moslims hun hart voor Jezus open stellen. Wie niet gelooft dat zoiets gebeurt moet de getuigenissen van bekeerde moslims maar eens lezen...' Verwezen werd naar het boekje Zo ver het Oosten is van het Westen, van Jo Ruffin, oprichtster van AWZ Nederland. Het evangelie doorgeven door vriendschap... Er blijken tal van manieren te zijn om met moslims in contact te komen. U kunt eens gaan kennismaken met zo iemand in uw buurt. Rond de feestdagen zijn er mogelijkheden om contact te zoeken, b.v. door het aanbieden van een bloemetje, met een bijbeltekst en een uitnodiging. U begrijpt hoe belangrijk vertrouwelijke verhoudingen zijn, hartelijkheid, belangstelling. Zo komt er openheid, ook voor wat u beweegt in uw leven vanuit Christus.
De voorbede
Van grote betekenis is het gebed voor etnische minderheden in ons land. De voorbede in het midden van de aan gemeente en ook persoonlijk van iedere christen voor de doorwerking van het evangelie ook onder moslims. Ik noem hen speciaal omdat de meeste vreemdelingen moslim zijn.
Wij weten van de dreiging van de islam in heel veel landen. Daarvoor hoewen we alleen maar te denken wat zich afspeelt in Algerije, in Egypte en in Iran (om maar enkele namen te noemen). Bijna dagelijks is het moslimfundamentalisme in de pers aan de orde met alle verschrikkelijke uitingen van geweld en terreur. Soms denk je wel eens: is het moslimfundamentalisme niet de harde kern die eigenlijk, als het erop aan komt, trouw is aan, de doelstelling van de islam?
Wie van moslim christen wordt, verdient de doodstraf, zegt de Koran. Dit laatste is in alle duidelijkheid weer naar voren gekomen rond Robert Hoessein uit Koeweit, een zakenman die christen is geworden. En verder: wie zijn leven geeft in de strijd tegen de vijanden van de islam wacht een rijke beloning in de hemel.
De islam is altijd een bedreiging geweest voor het christendom. Daar waar de bakermat van het christendom ligt (in de landen rond de Middellandse Zee) is het christendom vrijwel verdreven sinds de komst van Mohammed in de 6e eeuw! Daarom is het niet niets dat thans de westerse samenleving, die stoelt op christelijke normen en waarden (hoe vervaagd ook in onze tijd) meer en meer doordrongen wordt van islamcultuur. Christelijke cultuur en islamcultuur verdragen elkaar niet. Als zodanig is er alle reden om over de dreiging van de islam te spreken.
Maar we dienen wel te bedenken dat de geestelijke strijd met de islam alleen gevoerd wordt in de kracht van de Geest. Daarin past geen vijandbeeld, maar een eerlijk getuigenis vanuit het evangelie. Een getuigenis dat gedragen wordt door de voorbede.
Geen geestelijke vermenging
Ik wil ook pleiten voor afstand waar dat geboden is. Ik herinner op dit punt aan wat ik in een eerder stadium schreef dat het Oude Testament drie woorden voor vreemdeling kent. Het éne, dat vaak gebruikt wordt (gerim) is positief gevuld. In de beide andere woorden (nokri en zar) klinkt iets anders door. Het is de buitenlander, de vreemde met wie het volk Israël zich bewust niet mocht vermengen. De Heere wilde geen geestelijke vermenging, geen gemengde huwelijken. Dat zou immers het unieke van de dienst van God schaden.
Dit laatste wordt door velen in onze tijd vergeten. Ook het reeds genoemde boekje van G. van der Stouw Paradijs der lage landen (dat ik overigens met genoegen las) vond ik wat lichtvaardig in z'n taxatie van het samengaan van twee mensen met een zo totaal verschillende achtergrond. Wij vergeten vaak dat de moslimcultuur doortrokken is van de religie. En vroeg of laat komen op dit punt tegenstellingen openbaar, waarbij het voor de partner die christen is, praktisch onmogelijk is openlijk het christelijk geloof te belijden.
Onder Israël besefte men dat vermenging het unieke van de dienst van de Heere zou schaden. Ik meen dat dit laatste door velen, ook in de kerk, totaal veronachtzaamd wordt. Men spreekt van een gelijkwaardige dialoog enz. Vandaag bidden christenen zelfs moslimgebeden! Maar de geestelijke kloof, het unieke van Jezus Christus verzwijgt men zo vaak. Het gevaar van verloochening van het unieke van Jezus Christus acht ik levensgroot.
Het is goed dat voorgangers van de gemeente deze noties duidelijk maken aan de gedoopte jongeren. Zij komen in allerlei contacten ook met moslimjongeren in aanraking. Uit ervaring weet ik hoe argeloos en naïef christenjongeren soms zijn. Hoe volstrekt onkundig op dit gebied. Het is onze taak hier duidelijke en zakelijke voorlichting te geven.
Barmhartigheid en gerechtigheid
Als laatste noem ik hier de barmhartigheid en de gerechtigheid. En.dan denk ik vooral aan de vluchtelingen. De liefde die Israels God voor de naaste vraagt, neemt in de houding tegenover de vreemdeling de gestalte aan van de barmhartigheid. Dat is de bewogenheid met het lot van de ander, het zich zijn moeite en leed aantrekken en dienovereenkomstig handelen. Het principe van de opvang en hulpverlening zouden we als barrnhartigheid willen omschrijven. Zo dient ook een overheid te handelen. Tegelijk noemen wij ook de gerechtigheid als het gaat om het vreemdelingenbeleid. De overheid stelt bepaalde regels: ze mag niet iemand toelaten wiens verblijf in strijd is met de aangenomen bepalingen (W. H. Velema).
Vanouds is in verband met het vreemdelingenvraagstuk de barmhartigheid ter sprake gebracht i.v.m. hen die in eigen land geen vrijheid en geen veiligheid hebben. Wij denken dan aan mensen die vanwege hun geloofsovertuiging, vanwege hun politieke opstelling in een atheïstisch totalitair geregeerd land, het ergste van de eigen overheid hebben te vrezen. Zij zijn de godsdienstig en politiek vervolgden. Hun beroep op gerechtigheid wordt in eigen land miskend. We kunnen ook denken aan de vele vluchtelingen vanwege oorlogsgeweld. Dan is er ook sprake van de noodzaak van barmhartigheid.
En tegelijk zijn hier allerlei vragen. Moet deze opname permanent zijn? Zijn er ook grenzen, gelet op de draagkracht van het eigen volk? Is hulpverlening in het land zelf of langs de grenzen van dat land, in de eigen regio niet, een betere oplossing dan het verplaatsen van duizenden en miljoenen?
Hulpverlening die structuren verbetert is een internationale plicht. Dat voorkomt ook dat mensen om puur economische reden zich als vluchteling aanmelden. Men zal heel voorzichtig moeten zijn om deze mensen de status van vreemdeling-vluchteling te geven. Hulpverlening in het land van herkomst is structureel gezien een blijvende oplossing.
Een dergelijke zin is overigens snel neergeschreven. De problematiek die hier ligt is uiterst complex. Maar de zaak waar we hier op stuiten is wel zeer urgent. Ik werd getroffen door een opmerking van Anne van der Bijl, oprichter van de Stichting Open Doors. Zij voorziet een derde revolutie, na die van het communisme en die van de islam. 'De derde zal gevormd worden door de misdeelden, de slaven, de straatkinderen, de armen, de hongerigen. Het kan een opstand worden die niet meer te stuiten is, groter en gevaarlijker dan het communisme en de islam. Het zal de eerste golf van geweld zijn in de volgende eeuw.'
Hulpverlening in deze wereld is niet alleen een zaak van mijnheer Pronk, de minister van ontwikkelingssamenwerking (een bevlogen mens!). Elke christen mag iets van deze bevlogenheid kenmerken. Zorg voor de vreemdeling in ons 'midden, voor de arme en verstoten mensen elders is de opdracht van Godswege aan Zijn gemeente.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's