De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een conclusie (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een conclusie (1)

6 minuten leestijd

'Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der Wet.' (Romeinen 3 : 28)

Rome is een boeiende en bezienswaardige stad. Voor wie houdt van geschiedenis en kunst, valt er veel te zien. Talloze gebouwen, ruïnes en opgravingen herinneren aan een roemrucht verleden, waarin de keizers vanuit Rome de wereld beheersten. Even zovele kerken met schitterende interieurs maken duidelijk dat Rome het centrum is van een wereldkerk. Daar is de Sixtijnse kapel met haar prachtige plafondschilderingen. Daar is de Sint Pieterskerk met haar imposante koepel en haar onderaardse gewelven. Kortom: wie door Rome dwaalt, merkt dat hij oog in oog staat met de fundamenten van onze cultuur. We raken onder de indruk van deze oude, historische wereldstad.

Met de brief, die de apostel Paulus negentien eeuwen geleden schreef aan de christelijke gemeente van Rome, vergaat het ons net zo. Ook die maakt indruk op ons. Wie 'm leest, merkt dat hij oog in oog staat met de fundamenten van ons geloof. - Je zou kunnen zeggen dat de Romeinenbrief ook prachtige plafondschilderingen bevat, een imposante koepel, onderaardse gewelven. - Nu is de stad van de Romeinen al lang niet meer het kloppende hart van de wereld, maar in de brief aan de Romeinen klopt nog altijd het hart van ons geloof, met krachtige slagen.

Dat blijkt uit onze tekst: 'Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der Wet'. - Waarom schrijft Paulus 'wij'? Is dat uit bescheidenheid en bedoelt hij eigenlijk 'ik' ? Of moet het meervoud meer gezag aan zijn woorden verlenen? Nee, hij schrijft 'wij' om aan te geven dat het ook de christenen in Rome aangaat. En we voegen er direct aan toe: het gaat ook ons aan. De apostel is geen nieuwslezer, die er amper belang bij heeft of de radio nu wel of niet aanstaat. Nee, wij zijn ten zeerste betrokken bij hetgeen, waarover de apostel nadenkt. 'Wij.' Ten diepste is het de Heili­ge Geest, Die door dit woord ons levensschip entert en zo bij ons aan boord komt. Hij doet ons ontdekken dat in het Evangelie onze zaak in het geding is. 'Denk eraan: het gaat over u! Vul jou naam in bij het woord 'mens'!

Nu wil Paulus dat we samen met hem een conclusie trekken. 'Wij besluiten', zegt hij. Wat? Wel, 'dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der Wet'. - Gerechtvaardigd: dat is het kernwoord in dit gedeelte (21-31). Negen keer noemt Paulus woorden als rechtvaardig, rechtvaardigheid, rechtvaardigen.

Hij hamert ze er als het ware bij ons in. Want in deze woorden komt onze relatie met God aan de orde. Draait daar niet ons aller leven om? De apostel zit met die verhouding. Want telkens stuit hij op de vraag: hoe kan ik bestaan in de ontmoeting met God? Wat blijft er van mij over, wanneer God en ik geconfronteerd worden? Op deze vragen is zijn theologie gericht, is zijn hart gericht.

Is ons hart er ook op gericht? Onze vragen over de relatie tussen God en ons zien er doorgaans anders uit. Wij zitten er meer mee hoe God van alles kan toelaten. Er is veel, waarover wij met hem nog eens zouden willen doorpraten. Om het wat toegespitster te zeggen: voor Paulus moet de mens zich verantwoorden tegenover God.

Voor ons is het andersom: God moet Zich verantwoorden tegenover de mens. Dat geeft onherroepelijk kortsluiting. Zien we die heden ten dage niet overal aanwezig in kerk en theologie? De vragen van de bijbelse mens en van de moderne mens botsen op elkaar. We ervaren het bij onszelf. Waar - denken wij soms - maakt Paulus zich in vredesnaam druk over? Waarom gaat hij niet meer in op onze vragen? - Toch doen we er goed aan met Paulus mee te denken en het belang van zijn conclusie te onderkennen: 'Wij besluiten dan dat de mens gerechtvaardigd wordt'.

'Gerechtvaardigd' betekent in dit verband: het zich goed tussen God en ons. Nee, niet allereerst van onze kant, maar van Zijn kant. God is niet meer toornig op ons, maar neemt ons aan als Zijn lieve kinderen en erfgenamen. Voor Paulus is dat één groot wonder. Daar kan hij niet over uit. Dat is voor hem een bron van vreugde. Daarom vormen de woorden 'Wij besluiten dan' geen dorre redenering, geen kille constatering. Nee, in die woorden gloeit het vuur van de liefde. Stel je voor: God en mens kunnen het weer samen vinden!

Maar hoe faliekant fout zat het tussen hen. De verhouding was totaal verstoord. In niet-mis-te-verstane woorden heeft de apostel in het voorgaande gedeelte het imago van ons mensen steen voor steen afgebroken; sterker nog: aan stukken geschoten. Lees maar mee: Zij hebben allen gezondigd. En: ieder mens is leugenachtig. Ja, er is niemand rechtvaardig, of verstandig, of die God zoekt. Hun keel: dat is een geopend graf. Hun tongen: daarmee plegen zij bedrog. Hun lippen: daaronder is slangengif. Zo gaat Paulus nog even door. Want dit moet duidelijk zijn: wij kunnen het van onze kant nooit goed maken met God.

Ja maar, Paulus, hoe zit het met de Wet van God? Heeft Hij die ons voor niets gegeven? Als God in Zijn Wet ons vraagt Hem lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf, dan verwacht Hij toch iets van ons? - Nee, zegt Paulus (20-21), zo zit het niet. Want wat de Wet aan het licht brengt, is dit: wij kunnen op geen enkele manier volbrengen wat zij van ons eist.

'Gij zult!' zegt de Wet. Maar wat merken we? Dat we het niét doen. En klinkt het: 'Gij zult niet!', dan doen we het juist wèl. Nee, dat ligt niet aan de Wet, dat ligt nog minder aan God, maar dat ligt aan ons. Wat willen we ook, met zo'n keel en zo'n mond en zo'n tong...

Zo totaal fout zat het dus tussen God en ons. En dat het dan toch weer goed komt! Dat God ons niet bij Zich vandaan stoot. maar dat Hij Zijn armen om ons heen slaat en zegt: 'Ik zie niks geen vuiligheid aan je; geen spoor van schuld kan Ik bij u ontdekken; jou zwarte hart: voor Mij is het brandschoon'. Hier kijken we als het ware omhoog naar één van die magnifieke plafondschilderingen in de Romeinenbrief. Adembenemend! Want: gerechtvaardigd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een conclusie (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's