Verplichtende verbondssluiting in deze tijd?
'Geeft de Heere de hand...'
Op de zondagmorgen na de kerkenradendag van 21 september in Amersfoort diepte ik, net voor de kerkdienst begon, een briefje op uit mijn zak. Het was me op de kerkenradendag aangereikt door ds. J. Geene te Katwijk aan Zee, aan het eind van de middagpauze toen de schriftelijke vragen al waren geïnventariseerd en gerubriceerd. Ik ontdekte het dus pas weer op de zondagmorgen.
Is het vandaag niet de gelegen tijd, de kairos, zo vroeg ds. Geene, om de Heere de hand te geven? Zonder dat hij het aangaf, bedoelde hij kennelijk het Schriftwoord uit 2 Kron. 30 vers 8: '... geeft de Heere de hand, en komt tot Zijn heiligdom...'.
Wat zouden we hebben gedaan, zo vroeg en vraag ik me af, als het briefje aan de orde zou zijn geweest op die zaterdagmiddag in Amersfoort?
Het Schriftgedeelte, waarin de betreffende tekst voorkomt, is indrukwekkend. Hiskia vaardigt een proclamatie uit om het Pascha weer te houden in Jeruzalem. Het was namelijk 'in lang niet gehouden gelijk het geschreven was' (vers 6). De tien afgevallen stammen kregen een uitnodiging om de plechtigheid bij te wonen. Er werden verder brieven gezonden naar Efraim en Manasse, 'met de vrome bedoeling - zegt Matthew Henry in zijn Schriftverklaring - hen terug te brengen tot de Heere, de God van Israël'. Over de oproep 'geeft de Heere de hand' geeft Henry de volgende uiteenzetting:
'Stemt erin toe Hem aan te nemen als uw God. De deuren van het heiligdom zijn nu geopend, en gij hebt de vrijheid binnen te gaan. De tempeldienst is nu hersteld, en gij zijt welkom u daarbij te voegen. Gij zijt kinderen Israels. De God tot wie gij geroepen zijt terug te keren, is de God van Abraham, Izaak en Jacob, een God in verbond met uw eerste vaderen. Uw latere vaderen, die Hem verlaten hebben en tegen Hem gezondigd hebben, zijn overgegeven aan de verwoesting. Hun afvalligheid en afgoderij zijn hun ondergang geworden, zoals gij ziet, vs. 7'.
De Heere de hand geven betekende niet minder dan vernieuwing van het verbond. In engelse vertaling wordt het woord 'yield' gebruikt - 'yield yourselves unto the Lord' - dat wil zeggen: geef u over aan de Heere.
De meerderheid van het volk bespotte intussen de lopers, (vers 10). Maar sommigen verootmoedigden zich en kwamen naar Jeruzalem (vers 11). Velen gebruikten overigens het Pascha, hoewel ze zich niet hadden gereinigd en dus niet volgens de voorschriften handelden (vers 18). Nochtans bad Hiskia voor hen: 'de Heere die goed is make verzoening voor hem, die zijn ganse hart gericht heeft, om God de Heere, de God zijner vaderen te zoeken, hoewel niet naar de reinheid van het heiligdom.' En de Heere verhoorde Hiskia... en heelde het volk! (vers 20)
De verootmoediging van enkelen, in ieder geval van een minderheid van het volk, dat de Heere de hand gaf, leidde tot heling, dat is vergeving, vertroosting en vrede voor het ganse volk.
Vernieuwing
De gereformeerde reformatie heeft zo ook in het Oude Testament de grondlijnen voor de kerk van Christus afgelezen, met name ook als het gaat om het Verbond.
In Schotland kende men zo het covenant. Schotse protestanten sloten met elkaar ooit een verbond, toen Karel I van Engeland een Dienstboek aan de Schotse kerk wilde opleggen, dat, hoewel gematigd van inhoud, te vergelijken was met het Anglicaanse dienstboek. In februari 1638 kwamen toen 60.000 mensen bijeen bij de kerk van Gray Friars in Edinburgh. Na toespraken en een gebed van Alexander Henderson, een bekeerde Anglicaanse priester, tekenden zij uren achtereen het document, een 'Convenant met God', dat in 1640 bij parlementsbesluit tot belijdenis werd verheven. Het greep terug op het Nationaal Convent van 1580.
Zoals er ten tijde van Hiskia sprake is geweest van vernieuwing van het verbond, dat ooit met de vaderen gesloten was - met Abraham, Izaak en Jacob - zo greep men ook in Schotland terug op de erfenis der vaderen. Een nieuwe tijd met nieuwe bedreigingen en nieuwe uitdagingen vroeg om vernieuwing van het verbond, om vernieuwing van het oude, dat in verachting zou kunnen geraken of geraakt was en nieuw leven ingeblazen moest worden. 'Geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom.'
Kloekmoedigheid
Hadden we op 21 september de kairos moeten aangrijpen? Wat zouden we hebben gedaan als het genoemde briefje tevoorschijn was gekomen?
Andere tijden, andere gewoonten. Het gaat hier om de zaak zelve. De vraag was immers niets minder dan een appèl.
We hebben gesproken over datgene wat de Hervormde Kerk vandaag wederrechtelijk wordt opgelegd.
We hebben gesproken over elementen in de grondslag van de kerk, die wordt beoogd, die voor diegenen, die ook vandaag ge-reformeerd willen zijn, niet aanvaardbaar zijn.
We hebben gesproken over de ontrouw jegens de God des Verbonds, waarbij we allen inbegrepen zijn.
We hebben nochtans ook gesprokeh óver en gepleit op Gods voortgaande trouw.
En we hebben elkaar opgeroepen om op post te blijven, om te blijven staan voor het recht van de gereformeerde belijdenis, die niets minder dan een gelóófs-belijdenis is.
Wat de verbondsvernieuwing bij Hiskia ons daarbij leert is, dat de Heere, de God van het Verbond, niet afhankelijk is van een meerderheid van het volk; in die dagen van het kèrkvoïk, want volk en kerk vielen samen. Slechts een minderheid van het volk verootmoedigde zich. Nochtans héélde God het volk.
Is het zo ook niet geweest in de tijd van de Reformatie in dit land? Is ooit een meerderheid echt gereformeerd geweest? Het was altijd een minderheid, die geraakt was door het evangelie van vrije genade. Maar nochtans is in de Reformatie het ganse volk gezegend. Er ging helende werking van de Reformatie uit naar het hele volksleven. Een minderheid gaf de Heere de hand en kwam tot Zijn heiligdom. Een meerderheid was wel bij de kerk betrokken, maar 'niet naar de reinheid van het heiligdom'.
De God van het Verbond rekent echter niet met meerderheid of minderheid maar laat zich kennelijk op de verootmoediging van weinigen verbidden.
Actueel
Zo blijft vernieuwing van het verbond altijd weer een aangelegen en als het goed is ook aangebonden zaak.
De erfenis van de Reformatie is in dit land nooit on-aangevochten geweest. Al spoedig na de Reformatie moest belijdend stelling worden genomen tegen de Remonstranten.
Een Nadere Reformatie was vervolgens nodig, gericht op de noodzakelijke eenheid van leer en leven en op de beleving met het hart van datgene wat met de mond beleden werd.
En in de vorige eeuw nam het Reveil krachtdadig stelling tegen het kerkverwoestende modernisme van die dagen.
De fronten wisselden steeds. Maar telkens ging het - kort en bondig samengevat - om de leer van zonde en genade en daarin om het verzoenings-en verlossingswerk van Christus, om Zijn Middelaarswerk.
Een loutere herhaling van wat in het verleden gezegd was betekende op zich nog geen verbondsvemieuwing. Gereformeerd zijn is telkens gereformeerd worden, en wel in de eigentijdse confrontatie met de aanvallen op de kerk van Christus in het algemeen en op de leer van vrije genade in het bijzonder. Dat vraagt om ge-reformeerd zijn in het hart. De gereformeerde belijdenis is niet alleen een zaak van de leer, en dus van ortho-doxie, maar ook van beleving, dus van ortho-gnosie, het rechte kennen. Zo en dan alleen, in de tweeëenheid van de gezonde leer en de beleving daarvan, zal de gereformeerde beweging vandaag een boodschap hebben in het kerkelijke leven, waarvan vertrouwd mag worden, dat die aantrekkingskracht en overredingskracht heeft.
Ook in de kaalslag van het huidige kerkelijke leven vinden we onze vaste grond en onze kracht in de rechte belijdenis. Zonder het gereformeerde spoor zodanig te verabsoluteren, als zouden er buiten dit spoor geen christenen zijn, geloven we van harte, dat in geen andere traditie de heilzame leer van zonde en genade zo adequaat en zo heilzaam voor de mens is verwoord en beleden als in de gereformeerde belijdenis het geval is.
Transparant
De vraag is hoe doorleefd vandaag de gereformeerde belijdenis is onder al diegenen, die zich gereformeerd noemen. Als we ons vandaag geroepen weten op post te blijven in de kerkelijke ontwikkelingen, is het de vraag of we nog steeds het rotsvaste geloof der vaderen bezitten en de daaruit voortvloeiende hartstocht en bezieling om in de actuele ontwikkelingen het gereformeerde belijden door te vertalen en doorzichtig te maken.
Van tijd tot tijd klinken uit de kerk aanhankelijkheidsbetuigingen: 'we hebben jullie nodig, we kunnen jullie niet missen'. Als het goed is zou men de inbreng van gereformeerden moeten duchten. Het gaat dan immers om de roep om bekering, om het weg doen wat niet is 'naar de reinheid van het heiligdom'.
Staan voor een gereformeerde kerk vraagt vandaag ook om vernieuwing van het verbond. Als zodanig is het Schriftwoord uit 2 Kronieken 30 ook heden een aangelegen zaak. 'Geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom'. De getalsterkte van hen, die nog voluit uit de bronnen van de Reformatie willen drinken, is niet doorslaggevend. Nodig is: trouw aan de belijdenis in een levend geloof. Als zodanig is zéker wel zelfonderzoek nodig over de hele breedte van het gereformeerde leven.
Gemeenschap
Geeft de Heere de hand! Dat kan intussen alleen als we ook elkaar de rechterhand van de gemeenschap geven. Dat deden Jacobus, Cefas en Johannes aan Paulus en Barnabas; 'opdat wij tot de heidenen en zij tot de besnijdenis zouden gaan' (Gal. 2 : 9), zegt Paulus.
Zou de vraag van ds. J. Geene zijn opgepakt in Amersfoort, dan zouden we elkaar de hand hebben moeten geven. Dat is er niet van gekomen. Maar willen we een vertrouwenwekkende boodschap hebben in het kerkelijke leven vandaag, dan kan het niet zonder die gemeenschap.
Wat zou het overigens een bijzondere zaak zijn, wanneer vandaag allen, die echt gereformeerd (willen) zijn, in onderlinge hartelijke gemeenschap elkaar de hand zouden geven, om samen op te trekken in de strijd der geesten. Ik moge hier verwijzen naar het betrokken en behartigenswaardige artikel van prof. dr. W. van 't Spijker in de Wekker over de kerkenradendag, elders in dit nummer overgenomen.
Verbondsvernieuwing, in de zin van beloofde, zelfs gezworen trouw aan de gereformeerde belijdenis vandaag, vraagt onderlinge gemeenschap, zelfs als kerkelijke wegen verschillen. Belijden met de mond heeft consequenties naar elkaar toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's