De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Ter gelegenheid van het negende lustrum van de gereformeerde studentenvereniging CSFR verscheen een feestbundel onder de titel 'Het brood dat wij breken - Om de eenheid van een verdeelde Kerk (uitgave Boekencentrum, Zoetermeer). Aan het eind staat afgedrukt een appèl, ruim 25 jaar geleden opgesteld door een commissie, die beoogde 'het gesprek tussen de kerken aan te wakkeren'. Dit appèl - zo wordt gezegd - is nooit geplaatst door de kerkelijke bladen, hoewel dat wel de bedoeling van de opstellers was (zie ook het hoofdartikel in dit nummer). We laten het ook hier (alsnog) volgen. Het staat onder de titel 'Opdat zij allen één zijn; .

'Zijn er niet dringende redenen voor degenen, die de Gereformeerde religie willen onderhouden, die wensen te leven uit de Heilige Schrift, en die de Gereformeerde belijdenis bewust tot de hunne willen maken, om waar mogelijk elkaar te zoeken, naast elkaar te staan, elkaar te kennen en met elkaar al het mogelijke te doen?

Deze vraag Is ook opgekomen bij enkele jongeren uit de CSFR (vereniging van studenten op Gereformeerde grondslag). Deze vereniging betrekt haar leden uit die kringen waar niet alleen nadruk wordt gelegd op Gods werk vóór de zondaar, maar ook op Zijn werk In de zondaar.

Deze jongeren hebben het verlangen gemeen, de Gereformeerde beginselen te bestuderen, te beoefenen en te verbreiden, ondanks hun kerkelijke gescheidenheid. Dit alles In een strakke binding aan de Schrift en de belijdenis der vaderen.

Het feit alleen al, dat dit mogelijk is, heeft bij hen de behoefte doen groeien, dit bezig zijn ook in een groter verband dan de CSFR gestalte te geven. Daartoe werd door hen een contio gevormd, voorlopig bestaande uit ondergetekenden.

Wij stellen ons geen grote dingen voor, als zouden kerken en groeperingen zo even tot elkaar gebracht kunnen worden. Het is alleen de Heere, die dat doen kan door Zijn Geest. Onze vragen zijn alleen: waar is deze verwantschap te vinden, deze geestelijke verwantschap, die ons, als leden van deze contio, samenbindt? Waar kunnen wij elkaar uit de onderscheidene kerken ontmoeten? Wat kunnen wij met elkaar, maar vooral ook voor elkaar doen?

Daar zijn verschillende redenen voor het stellen van deze vragen. Vooreerst is er de bede van de Heere Jezus in het Hogepriesterlijk gebed, dat zo vaak misbruikte en mishandelde, maar toch zo krachtige woord: "Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij en Ik In U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt". De eenheid van de Kerk, de eenheid van het volk dat God vreest, de eenheid van allen die eenzelfde dierbaar geloof deelachtig zijn, moet zó hecht zijn ais de eenheid van de Vader en de Zoon. En zij moet zich openbaren, opdat de wereld gelove, dat Christus door de Vader gezonden is. Om der wille van de bede van Christus In Zijn lijden, om der wille van het waarachtige leven der kerk, en opdat de wereld daarin het werk Gods in Zijn volk, in Zijn gemeente zien zal, is de eenheid van allen, die Zijn naam beminnen een wel zeer geboden zaak. Eigenlijk hangt het behoren tot de levende Kerk zelfs aan deze eenheid.

Voorts zijn de omstandigheden, waarin het kerkelijk en godsdienstig leven van deze tijd zich bevindt van dien aard, dat wij als gelijkgezinden wel op elkaar aanmoeten! Daar is vooreerst het onheilig eenheidsdringen van allerlei protestantse kerken, die met het aangezicht naar links gericht, elkander zoeken, al maar meer, al maar verder van Gods Woord af, waarbij zelfs kerken van Gereformeerde herkomst hun beginsel schromelijk verloochenen en verlaten. De motivering van dit eenheidsstreven is vaak doorspekt met allerlei puur wereldse argumenten, waaraan het spreken der Schrift totaal vreemd is, getuige ook de steeds bredere en diepere samensmelting van protestantse kerken met de rooms-katholieke kerk.

Tenslotte Is er onder vele jongeren en studenten een al driester revolutionair en anarchistisch woelen.

Door dit alles worden vele jongeren uit onze kringen, vooral ook studenten, met onzekerheid be­ dreigd. Kunt u verstaan dat zij onze kerken gezamenlijk nodig hebben, dat zij u ais ouderen nodig hebben?

Legt u deze oproep, alstublieft, niet naast u neer!!

Wij beogen met dit schrijven een dringend appèl te doen op diegenen, die waarlijk wensen te staan op het fundament der apostelen en profeten, en die daarom ook de Gereformeerde belijdenis zó lief hebben, dat ze geen andere wensen. Want ook in ons kerkelijk leven van alledag is daar nog vaak zulk een zondig naast elkaar heenleven, zulk een weinig beleven van de verborgen omgang met God en van het betrachten van Zijn wil. Door dit alles Is het kerkelijk leven vaak met onvruchtbaarheid geslagen, hetgeen onder andere blijkt uit haar gebrek aan profetisch getuigenis, priesterlijke bewogenheid en koninklijke geloofsmoed.

Laten wij ons hierover verootmoedigen, want dit is in en in verdrietig, en dit smart de Heilige Geest Laten we toch beseffen dat de tijd wellicht niet ver meer is, dat wij door de nood der tijden en de druk van buitenaf in eikaars armen geslagen zullen worden! Laat zulk een dwang voor ons dan niet nodig wezen, maar laat de bede uit het hogepriesterlijk gebed vermogen ons samen te binden.

Laat ons elkaar tot hand en voet zijn door elkaar in onze strijd te kennen en te steunen. Laten wij toch niet profiteren van elkanders kerkelijke wonden en zonden, maar laat ons waarachtig mede-lijden met elkaar, en dat manifesteren door een gedurig en krachtig geloofsgetuigenis aan de werkelijke fronten, waar Gods woord ons stelt.

Laat toch niemand trachten in de vloedgolf van ontkerstening en verwereldlijking, het hoofd boven water te houden door zich te isoleren met enkele geestverwanten in de eigen kerk, maar laten de krachten worden gebundeld. Daar is zoveel onnodige vereenzaming onder ons, vaak spruitend uit slecht gemotiveerd en zondig wantrouwen jegens elkaar De Heere Zelf doe ons elkander vinden in de diepe verwantschap van het allerheiligst geloof, het leven uit de rijkdom van de Schriften en de trouw aan onze belijdenis, die ons dierbaar is.'

ds. C. den Boer ds. M. Baan drs. C. Blenk ds. W. L. Tukker ds. J. Brons ds. L. Huisman Ir. B. J. V. d. Vlies ds. P. den Butter ds. A. Vergunst

Uit dezelfde bundel nemen we ook enkele korte fragmenten over uit interviews, die drs. H. L. J. Ligtenberg afnam als 'het persoonlijke verhaal van mensen' uit de kring van de Geref. Kerken Vrijg. (academicus W. de Gelder, Utrecht), de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (oud. J. van Dam. Hardinxveld) en uit de Hervormde Kerk (G. Brouwer, Huizen).

• W. de Gelder

'Het begrip van een "pelgrimage", dat wij in deze wereld slechts passanten en voorbijgangers zijn, op weg naar het vaderhuis, is in de gereformeerde wereld nooit sterk aanwezig geweest. Want dat zou betekenen dat de wereld om je heen niet belangrijk Is. Dat het slechts het decor Is waarin je je begeeft, en niet meer dan dat. Wel een belangrijk decor misschien, waar je een Interactie mee hebt, maar het Is duidelijk niet meer dan een decor

In de vrijgemaakte wereldbeleving is die wereld geen decor, maar het is het toneel van je leven. Je komt er wel binnen en je gaat er weer uit weg, maar op het moment dat je er bent, ben je geen passant. Neem het woord: "We zijn wel in deze wereld, maar niet van deze wereld". Een vrijgemaakte zal altijd zeggen: "Oké, we zijn niet van deze wereld, maar we zijn er wel in". Iemand die wat meer uit de bevindelijke richting komt, zal zeggen: "Ja, we zijn wel In deze wereld, maar, we zijn niet van deze wereld". Dat is een nuanceverschil, maar er gaat een wereld achter schuil. Een vrijgemaakte zal ook datgene dat uit de wereld op hem afkomt, niet gauw wantrouwend bezien. Als zich eens wat nieuws voordoet, dan zal een vrijgemaakte daar ruimhartig tegenover staan. Een vrijgemaakte zal alle dingen beproeven, en nog eens proeven, en nog eens... en dan in uiterste noodzaak tot de conclusie komen dat het niet goed is. En de bevindelijk gereformeerde zal ook eens iets proeven, maar wel met de gedachte in het achterhoofd dat het wel niet goed zal zijn.'

• J. van Dam

'Degenen, die bij het lezen der Openbaring voornamelijk bij de kanttekeningen blijven, missen (...) veel licht uit die geschriften, die door onze grote Godgeleerden als Voetius, Koelman, Van der Groe enz. ten zeerste werden aanbevolen, 't Komt ons dus voor, dat mannen als Bavinck en Kuyper in deze te rechtlijnig calvinistisch waren, doch onder de oudgereformeerden zijn de geschriften van mannen als Bunyan, Bosten, Durham, Rutherford, Huntington, enz. steeds met grote eerbied en instemming gelezen. Wij weten ook van verscheidene Godzaligen in ons land (ook leraars), die door Gods Geest licht in deze waarheden ontvingen en dat stemde wel overeen met de geschriften der Schotten en Engelsen.

Het werk van C. J. Buijs is zeer belangwekkend, in zoverre hij een grote menigte uitspraken verzamelde van een groot aantal oude Godgeleerden (ook zeer veel Hollandse), aangevuld met sommige degelijke Revell-mannen als Gaussen uit Geneve, enz.

Wijzen wij ten deze nog op de preek van Th. van der Groe over Rom. 11 : 26 (in zijn "Veertien Biddagspreken") en op hem, die we mogelijk wel als de uitnemendste der oudvaders mogen zien, Samuel Rutherford, waar hij schrijft aan Marion MacKnaught: O, hoe heerlijk is het, dat gezicht te zien, hët vrolijkste naast de komst van Christus op de wolken! Onze oudere broederen, de Joden, en Christus elkander te zien omhelzen en kussen! Lang zijn zij van elkaar gescheiden geweest; zij zullen elkaar vriendelijk bejegenen bij de ontmoeting. O dag! Lang verwachte beminnelijke dag, breek aan! O, zoete Jezus, laat mij dat gezicht aanschouwen hetwelk zal wezen als een herleven uit de doden, wanneer Gij en Uw oude volk elkander omhelst!'"

• G. Brouwer

'ik was 29 jaar en had van mijn vader een melkwijk gekregen. Dat was iedere dag half vijf opstaan, koeien gaan melken, en dan de wijk in. En dan zo gauw mogelijk terug om op het bouwland te werken, en in en om de boerderij. (...)

Op een dag in de wijk kwam ik bij twee oude mensen die mij vroegen of ik hun potkacheltje even op de vliering wilde zetten. En toen ik daar was, riep de vrouw mij toe: "Gerrit, er ligt nog een oud boek, dat mag je wel meenemen hoor".

Het was geschreven door ook een boer: Wulfert Floor Ik heb het die avond even ingezien, maar zal st wel dat het over bijbelverklaringen ging, en het was nogal een dik boek ook.

Maar in gedachten liep ik woorden te spreken tot de Heere: "Helpt gij mij door dat examen heen, dan zal ik na afloop iedere avond een bladzijde van dat boek lezen".

Het was een maandagmorgen toen ik het wasfornuis met takkenbossen moest aanmaken, voor warm water voor de was. En wat lag daar tussen de takken? Dat boek van Wulfert Floor. Ik ben ermee naar moeder teruggegaan en die zei: "Verbrand het maar, want de mot zit erin". Toen heb ik het boek een veiliger plaats in de schuur gegeven. (...)

Maar beloften moeten nagekomen worden, dus ben ik op mijn kamertje gaan lezen in dat boek. Na enkele bladzijden gelezen te hebben, voelde ik dat deze man mij volkomen doorzag. Het leek mij wel een waarzegger Ik moest voluit toestemmen wat hij van mij schreef, en dat was niet zo mooi, het was om ziek van te worden.

Hij schreef wat ik bidden moest, en wel: "Heere, kom mijn onmacht en onwil te hulp". En toen geschiedde er iets dat eigenlijk met geen woorden uit te schrijven is; een openbaring van Christus aan het hart, met zo'n licht in een donker hart, en de vrede die gehoord wordt als bij de geboorte van een huilend kind. Met die grote huilbui van ware vrede, kwamen vader en moeder aangelopen. Ze zeiden: "Dat boek mag niet meer gelezen worden". Gelukkig hebben ze het later anders leren zien.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's