De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De belijdenisgeschriften in deze tijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De belijdenisgeschriften in deze tijd

12 minuten leestijd

In de elfde psalm wordt ons een ernstige situatie getekend. Koning David verkeert in groot gevaar. Er schijnt geen plaats meer voor hem te zijn in het land. Zijn raadgevers adviseren hem daarom om zich met de zijnen door de vlucht te redden in het gebergte op precies dezelfde manier als een vogel terstond wegvliegt bij het naderen van de vijanden. David wijst die raad af op grond van zijn Godsvertrouwen. Hij zegt: Ik betrouw op de Heere!

Nu wordt voorts ook de aard van de gevaren getekend. De fundamenten van staat, maatschappij en godsdienst, waarop het volksleven steunt; de rechtsorde, de zedelijke en religieuze beginselen zijn door de bozen opgeruimd. Er heerst anarchie. De goddelozen profiteren er van door de vromen in volle wapenrusting te bestrijden, ja, uit te roeien. En wat kan de rechtvaardige in zulk een chaos uitrichten? Hij is vogelvrij en moet vluchten! Neen, zegt David, wie dit ook doet, ik betrouw op de Heere.

David zoekt zijn kracht in God alleen. U vindt dat breedvoerig uitgedrukt in de verdere gedachten van deze psalm. Het komt hierop neer, dat David blijft op de plaats waar hij thuishoort. In een onschokbaar geloof rekent hij met de alwetende God. Vertrouwt op Hem alleen. Deze levenshouding noemen wij nu belijden. Dat is: uitkomen voor de waarheid op het punt, waar allerwege de tijdgeest tegen ons indruist. Het is dwars tegen de atheïstische geest van de tijd in poneren, dat wij het houden bij de Heere onze God bovenal. Dat is in volledig contrast met de geest van de eeuw. Zulks is de gedurige roeping van iedere christen overal, waar hij woont. Belijden - niet verbloemen of verbergen, maar uitspreken wat wij geloven. Het onderwerp leidt er als vanzelf toe, als wij nu enkele gedachten gaan neerschrijven over de belijdenisgeschriften in onze tijd.

Dus gaan wij eerst nadenken over het ontstaan van die belijdenisgeschriften. De Heere onze God heeft ons Zijn heilig Woord gegeven in het Oude en Nieuwe Testament vervat. Zij vormen het fundament van de profeten en de apostelen, waarop alle christelijke kerken zijn gegrondvest. Daarop immers plaatsen zich die kerken althans in gemeenschap met elkaar. Of ze beweren zich alleszins daarop te gronden. Alle kerken hebben officieel het Goddelijk gezag van de Schrift erkend en als een betrouwbare regel van geloof en leven aanvaard. Over dit dogma is er tussen de christelijke kerken onderling nooit verschil of strijd geweest; de strijd tegen de Schrift als het Woord Gods kwam vroeger ook wel van buiten, van de kant van de heidense wijsgeren zoals Celsus en Porphyrins in de tweede eeuw, maar dagte….1)­ kent binnen de christenheid eerst uit de achttiende eeuw. Voor de kerken geldt dus met recht: Bewaar het pand en toebetrouwd. Daar hebben wij de weg der zaligheid ons in aangewezen.

Maar - nu heeft de gemeente van Christus deze Schrift niet van God ontvangen, om er stil en vadsig op te rusten en nog veel minder om deze schat in de aarde te begraven. Zij heeft integendeel de roeping om dit Woord Gods te bewaren, uit te leggen, te verkondigen, toe te passen, te vertalen, te overpeinzen, aan te prijzen, te verdedigen, in één woord om de gedachten Gods, in de Schrift neergelegd, overal en te allen tijde te doen zegevieren over de gedachten van de mens. Ze moet het Woord Gods zich eigen maken. Vervolgens met die kennis gewapend zich te weer te stellen tegen de geest die onder de mensen heerst. Evenals een leerling op school van een moeilijk boek een gedegen uittreksel maakt en zich zo voor het examen kan voorbereiden en verantwoording kan geven van dat boek - zo vertolkt de gemeente van Christus de Schrift voor het forum van de wereld. Daaraan hebben wij het bestaan van de uitlegkundige wetenschappen, de dogmatiek en vele andere vakken van de theologie te danken.

Op dat punt aangekomen, beginnen de moeilijkheden eerst recht. Want dan wordt gewoonlijk spoedig verschil over de zin van het Woord Gods openbaar. De één ziet dit in het Woord, de ander dat. Er komen gauw dwalingen op ten aanzien van het verstaan van het Woord. Al is toch de Heilige Geest aan de kerk beloofd en geschonken tot een leidsman in alle waarheid, daarmee is de gemeente, noch in haar geheel noch ook in haar bijzondeitieden met de gave der onfeilbaarheid toegerust. Reeds in de apostolische gemeenten deden zich allerlei dwalingen voor, die of in het jodendom of in het heidendom haar oorsprong hadden. En deze zijn alle eeuwen door de twee klippen, waarop de gemeente voortdurend gevaar loopt te stranden en welke zij dus met de meeste waakzaamheid en voorzichtigheid heeft te vermijden.

Tegenover die dwalingen ter rechterzijde en ter linkerzijde ziet de kerk van Christus zich dan genoodzaakt beslist en duidelijk uit te spreken welke de waarheid is, door God in het Woord haar toebetrouwd. Dat doet de kerk, door in kleine of grotere vergaderingen samen te komen en daar vast te stellen, wat op het ene of andere punt naar haar overtuiging als Goddelijke waarheid en dus als leer van de kerk te gelden heeft. De waarheid, die in de Schrift is neergelegd, luidt dus vanzelf bij ieder die haar gelooft en omhelst tot een belijdenis. Dit is de waarheid, die wij uit de Schrift hebben geput. Zo is belijden dus de roeping van alle gelovigen en ook de drang van hun hart. Wie echt gelooft met heel zijn hart en ziel, die kan niet anders dan belijden. Die legt getuigenis af van de waarheid, die hem heeft vrijgemaakt. Ieder gelovige en elke gemeente belijdt dat Gods Woord de waarheid is, voor zover door de Geest daartoe gedrongen. En naarmate nu de dwalingen toenemen, wordt telkens de gemeente weer gedrongen met te groter zorgvuldigheid verantwoording af te leggen van de waarheid naar de Schrift. De mondelinge belijdenis gaat vanzelf in de schriftelijke over. Het verkeren in de tijd roept telkens weer op zich rekenschap te geven van haar positie en haar geloof.

Goed - er is altijd wel bezwaar gemaakt tegen het opstellen van een belijdenis en het handhaven daarvan. Men zei: de belijdenis gaat boven de Schrift uit. Berooft het geweten van zijn vrijheid; houdt de toename van kennis tegen. Maar deze bezwaren zijn onwaar en ondeugdelijk. Ze berusten op een misverstand. Een belijdenis dient niet om de Schrift terug te dringen, maar juist tot handhaving en bevestiging van de Schrift. De belijdenis biedt veiligheid tegen willekeur. De belijdenis wil het spoor helder houden en bewaren. Bewaren tegen wargeesten en dwaalgeesten. Ze houden juist als vaststaande belijdenis het zuivere spoor en zijn steeds toetsbaar ten opzichte van de Heilige Schrift. Wij kunnen ons dus voorstellen dat er telkens punten van weerstand opkomen tegen de Schrift. Nu eens op dogmatisch vlak, dan weer op ethisch terrein. En nu dient de kerk telkens op die bepaalde punten haar houding te bepalen en te formuleren. Ze doet dat door de officiële belijdenisgeschriften, maar ook door middel van herderlijke brieven, boodschappen en andere middelen.

Tot zover dus over het ontstaan van de belijdenisgeschriften. Wij hebben straks beweerd: belijden is uitkomen voor de waarheid op dat punt, waar de geest van de tijd zich kant tegen het christendom. De kerk is immers een bestreden grootheid. Wereld, duivel en eigen vlees houden niet op haar aan te vechten. De kerk verkeert immer op een eiland. Ze moet voortdurend haar positie bepalen en haar afweergeschut gereedhouden.

Welnu, dat was heel duidelijk in de tijd der Hervorming. Het internationale roomskatholicisme stormde op de nieuwe kerk aan., De grote mogendheden van die dagen gebruikten hun macht tegen haar. Door het werk van Luther ging de Schrift open en kreeg de kerk door middel van de Schrift weer heerschappij over de geesten. En zo ontstond in de tijd der Hervorming voor onze kerk een drietal belijdenisgeschriften. De Nederlandse Geloofsbelijdenis in 1559; de Heidelbergse Catechismus in 1563 en tenslotte de Dordtse Leerregels in 1618-1619. Elk van deze belijdenisgeschriften richt zich tegen een bepaalde donkere achtergrond. De Nederlandse Geloofsbelijdenis wil aantonen, dat wij geen valse leer belijden, geen revolutie bepleiten, maar onderdanigheid willen bewaren. De Heidelbergse Catechismus richt zich tegen de pure onkunde. Wil de kinderen van het volk opvoeden in de christelijke leer, terwijl de Dordtse Leerregels zich richten tegen de duidelijke dwaling toentertijd aanwezig in de kerk, met name het remonstrantisme. Samenvattend kunnen wij zeggen: waar echt geloof en dus belijden is, daar komt vroeg of laat ook een belijdenisgeschrift tot stand. Waarom is dit zo? Omdat het geloof nooit een zuivere privé aangelegenheid is. Het geloof zoekt altoos gemeenschap. Het wil ook anderen dienen en winnen.

Derhalve dient een belijdenisgeschrift altijd voor drie doeleinden. Het is eerst een boodschap aan de wereld. Het geloof wil om zich heengrijpen. Het wil het volk en de wereld dienen.. Het geloof kent een zendingsdrang, het moet getuigen. Denk maar aan de martelaars en de vervolgingen. Maar dan is een belijdenis ook een handvest tegen dwalingen. Hij wordt geboren uit de nood van het moment. Hij gaat tekeer tegen dwaalleer en ketterij. Wij belijden duidelijk wat de leer niet is en wat ze wel is. En in de derde plaats geeft een belijdenis een vertolking van de Heilige Schrift op een eenvoudige manier. Wanneer de kerk tegenover de dwaalleer getuigt van het rechte geloof, beroept ze zich op de Heilige Schrift. De Bijbel is immers de norm, waarnaar de kerk zich in leer en leven heeft te richten.

Wij houden ons dus vast aan de Heilige Schrift. Dat is de primaire bron. Maar secundair wordt nu het uittreksel, de weergave van een Schriftdeel. Zo kunnen wij op vaste grond staan. Het uittreksel krijgt natuurlijk geen gezag, het is alleen een gemakkelijk vertrekpunt om paraat te zijn in weer en wind. Het bij de hand te hebben ter verantwoording. Nu zult u verstaan, dergelijke oude belijdenisgeschriften kunnen dienst doen niet alleen ten tijde van hun ontstaan, maar ook daarna. Er loopt een lijn van het verleden naar het heden. Altijd door komt de kerk in kritieke situaties te verkeren. Opeens is er dan een herkenning. Er is een parallellie van toen en nu. Wat toen gezegd is, geldt ook nu. Waarom zouden wij dat oude belijden dan ook nu weer niet gebruiken? Tot zover dus de uitstraüng van zulke belijdenisgeschriften. Ze hadden toenmaals een zin, maar ook heden ten dage.

Het laat zich dus denken, dat wij deze oude geschriften ook voor onze moderne tijd kunnen gebruiken. Vele mensen zeggen: Wat hebben wij nu aan deze oude belijdenissen uit de zestiende en zeventiende eeuw? Het zijn wel eerbiedwaardige documenten uit het verleden, maar wij hebben nu toch een actueel belijden nodig voor de brandmodeme situatie van onze tijd? Mensen, hoe kunnen wij ooit bij zo'n oude belijdenis leven? Dat is de kreet. Och, er zijn maar weinig mensen, die de belijdenis echt kennen. Ze hebben er ook een weerzin tegen. Ze geven veeleer om een actuele en interessante preek. Het deert hen niet of de prediking wel overeenkomstig de belijdenis is.

Wij zouden daartegen willen opmerken: wij moeten eerst eens eerbiedig luisteren naar de stem van het verleden om te weten wat de kerk vroeger beleden heeft, zodat wij gewapend zijn voor het heden. Een scholing in het verleden vormt ons voor het heden en de toekomst. Wij moeten het verleden nooit verachten, maar waarderen. Door het verleden worden wij naar de toekomst gedragen. Anders zijn we alleen maar aan de actualiteit prijsgegeven. Dan is er geen fundament om op te staan. Trouwens, de gevaren en de dwalingen van gisteren zijn ook de gevaren en dwalingen van heden. Juist door je te toetsen aan gisteren ben je gewapend voor vandaag.

Dat betekent dus niet, dat wij als een grammofoonplaat aldoor maar hetzelfde moeten presenteren. Neen, aan de hand van de oude belijdenissen moeten wij de nieuwe uitdagingen beantwoorden. Het oude belijden moet met moderne woorden worden gezegd. Dat vraagt een levende vertolking. Waarin hebben wij dan het oude geluid voor heden nodig? In de actuele uitdagingen voor de moderne christenheid. Wij moeten ons standpunt bepalen ten aanzien van bijvoorbeeld de islam, de charismatische beweging, de huidige ethische vraagstukken en vele problemen meer.

Ziedaar een geweldige opdracht voor de gemeente des Heeren. Het kan ook niet worden ontkend, dat onze kerk in vele opzichten zich ook bezonnen heeft op deze vraagstukken, zij het dan ook dat wij zulks vaak op andere manier hadden gedaan Maar dat doet nu niet ter zake. De stem van de kerk wordt ook in de gemeente zelf door de drukte van het dagelijks leven niet opgemerkt. Weinige mensen lezen en... er worden vaak zo moeilijke woorden gebruikt, dat het gewone gemeentelid de boodschap niet verstaat. Lieve mensen eenvoud is nodig, eenvoud! Het zou al een groot winstpunt zijn, als wij meer en meer geschoold werden in de Heidelbergse Catechismus. Teveel en te vaak wordt dit gouden kleinood veracht. Maar als het ons zou gegeven zijn om dit boekje in aansprekende vorm te vertolken, wat zou dat de aandacht opscherpen, de kennis vermeerderen en het geloof verdiepen. Door de catechismus komen wij vanzelf met de Bijbel in aanraking. Dat vormt en staalt ons in het leven der genade. Uiteraard is de catechismus geen tovermiddel. Maar het is wel gebleken, dat zonder de catechismus het kennispeil is achteruitgegaan. Welnu dan, een volk dat leeft, houdt zijn leerboek in ere!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De belijdenisgeschriften in deze tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's