De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Avondmaalsformulier

Bekijk het origineel

Het Avondmaalsformulier

Belangrijke elementen praktisch belicht (1)

8 minuten leestijd

Opzet

Op verzoek van de redactie willen we een paar belangrijke elementen uit het klassieke Avondmaalsformulier op een praktische manier belichten. Tweemaal denken we stil te staan bij de zelfbeproeving, en verder telkens eenmaal bij het doel van het Heilig Avondmaal, bij de Avondmaalsdienst en bij de dankzegging voor het Heilig Avondmaal.

Zelfbeproeving

De inhoud van het zelfonderzoek wordt in ons formulier heel dicht bij de Heidelbergse Catechismus gehouden. Daarvan getuigt de openingszin van dit gedeelte: 'Opdat wij nu tot onze troost des Heeren Avondmaal mogen houden, is ons voor alle dingen van node, eerstelijk, dat wij ons tevoren recht beproeven.' Terwijl even later volgt: 'De waarachtige beproeving van onszelf bestaat in deze drie stukken.' Daar zal iedereen duidelijk de sporen van zondag 1 in herkennen. Verder bladerend in de Heidelberger, treffen we dezelfde drieslag aan, in antwoord op de vraag: 'Voor wie is het Avondmaal des Heeren ingesteld? ' Zondag 30, vr. 81. Dat is blijkbaar een grondpatroon in onze belijdenissen en formulieren, vanuit de Heilige Schrift.

Bedenken van zonden

Tot het eerste onderdeel van de zelfbeproeving beperken we ons dit keer. 'Ten eerste bedenke een iegelijk zijn zonden.' Je zonden bedenken begint met terug denken. Het is een oproep om je binnen te brengen watje hebt gedaan.

Geven we daar gevolg aan, dan stuiten we op iets opvallends. Ons geheugen voor eigen misstappen is maar zeer beperkt. Het kost inspanning om de eigen zonden in herinnering te roepen. (Dat is met de dingen waar we eer mee denken te behalen wel anders!) Wordt dat bedenken van onze eigen zonden niet van buiten af (door Gods Wet) en van boven af (door Gods Geest) gestuurd, dan zijn we heel gauw klaar.

Feilloos en ondubbelzinnig maakt Gods gebod ons duidelijk, hoe de grote Gebieder ons ziet. Gods wetten doorlichten ons tot in het diepst van onze begeerten (Denkt u aan het tiende gebod). Onder de lamp van Gods wet besterft ons de vraag: 'Wat zit daar nu voor kwaad in? ' op de lippen. In dat heldere licht schrompelt alle zelfgenoegzaamheid in elkaar. Zelfs het beste blijkt met het oog op de zaligheid lang niet goed genoeg. Het is gebrekkig en stuntelig.

Een ieder bedenke voor zichzelf zijn concrete zonden. Worden die door Gods Geest op je netvlies gebracht, dan blijft dat niet zonder gevolgen. Dan brengt dat tot het besef een zondaar te zijn voor God. 'Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht', Jes. 1 : 6. Dan is er instemming met Davids belijdenis: Het is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf, nee, ik ben in ongerechtigheid geboren. Mijn zonde maakt mij het voorwerp van Uw toorn, reeds van het uur van mijn ontvangenis af.'

Eigen zonden

Het is zaak om het gedeelte van de zelfbeproeving in het formulier nauwkeurig te lezen: 'Ten eerste bedenke een iegelijk bij zichzelf zijn zonden.' Bij zichzelf zijn zonden. Wat kan het verleidelijk zijn om tijdens de week van voorbereiding te denken over de zonden van een ander. Hoe zijn wij mensen? We moeten soms lang lezen in Gods Woord om een enkele zonde van onszelf te ontdekken. Terwijl we gewoonlijk helemaal niet in de bijbel hoeven te kijken om de zonden van een ander te zien. Wat we van anderen denken te weten is in onze ogen het allerergste. Wat we zelf aan kwaad doen, is het allerminste. Ook rondom de tafel van het verbond gaat het woord van Jezus op over de onbekende balk en de uitvergrote splinter.

Verdiende vervloeking

Een ieder bedenke ook zijn of haar vervloeking. Zonde aan onze kant roept om een oordeel van Gods kant. Elke zonde is tenslotte aantasting van Zijn majesteitelijke eer? Elke overtreding van Zijn gebod is rebellie tegen Zijn recht op onze volkomen onderworpenheid aan Hem en toewijding aan Hem. Dat laat de hoogste Koning niet zomaar gebeuren. Hij is te rein van ogen, dan dat Hij het kwade zou zien, en de kwelling kan Hij niet aanschouwen. Hab. 1 : 13. God houdt de schuldige geenszins onschuldig. Hij laat geen zonde ongestraft. Hij is zo wars van elke zonde, dat Hij die zonder uitzondering met een eeuwige vervloeking bestraft. Vandaar die aangrijpende woorden: Vervloekt is een ieder die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen.' Gal. 3 : 10.

En Jakobus schrijft: want wie de gehele wet zal houden en in een gebod zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle, 2 : 10. Daarmee wordt alle valse hoop, de straf van God te ontspringen, weggestreept. En blijft er maar een wettige conclusie over: k heb met mijn zonden Gods vervloeking verdiend.

Waar is het goed voor?

Dat kan een vraag zijn. Welk nut heeft het om deze dingen te bedenken? Het antwoord ligt m.i. in de openingszin: Opdat wij tot onze troost des Heeren Avondmaal mogen houden (...). Op het eerste gezicht lijken zondenkennis en vloekkennis niet op troost te rijmen. Maar goed beschouwd, rijmt het wel! Want het doel van de kennis van zonden en vervloeking is niet de kennis van die dingen op zichzelf. Het doel is, dat we in de juiste houding raken voor het Heilig Avondmaal. Opdat is immers een woord, dat het doel aangeeft van iets. Een ieder bedenke (...), opdat hij zichzelf mishage en voor God verootmoedige. Dit bedenken zet een streep door onze hoogmoed! Weg alle zelfbehagerij, en alle eigendunk. Weg alle hoogmoedige nederigheid en nederige hoogmoed. Op het bedenken van zonden en vervloeking breekt de hoogmoed stuk. En dat is hard nodig, wil een gelovige troost hebben uit het Heilig Avondmaal. Zolang we met onszelf weglopen, lopen we heel gemakkelijk zonder Christus. Zolang we nog kans zien om ons hoofd hoog op te heffen, zien we over de zegen van de Tafel van de Heere heen. En laten we dan niet vergeten: Wie niet op de juiste wijze aangaat, brengt het geen voordeel, maar nadeel!

Christuskennis en zelfkennis

In het voorgaande zijn we er stilzwijgend van uit gegaan, dat God Zijn heilige wet gebruikt om ons te overtuigen van onze zonde en van de straf die we verdienen. Maar in het geloof is er nog een Middel, dat onze schaamte over onze zonden nog dieper maakt. En dat is de gekruisigde Christus.

Aan Wie kunnen we scherper aflezen hoe groot de toorn van God is over onze zonden? Op Hem heeft zich Gods rechtvaardige strafoefening in volle omvang ontladen. Alle golven en baren van Gods gramschap gingen over Hem heen. Hoe smadelijk was dat kruis. Dat hangen op een spotheuvel. Tussen de misdadigers. Hoe schrikbarend was het, om omgeven te worden met de duisternis van de Godverlatenheid, drie uren aaneen. En dat in plaats van misdadigers. Voor anderen heeft Christus Gods straf ondergaan. Zijn lichaam werd verbroken, en Zijn bloed vergoten.

Zoveel moest er gebeuren om de zonden van de Zijnen uit te boeten. Zozeer was Gods heilig recht gekrenkt, nee, beschadigd, nee, vertrapt. God kon de zonde niet ongestraft laten blijven. Aangezien Hij volstrekt rechtvaardig is.

God heeft nog liever Zijn Kind gestraft met de bittere en smadelijke dood van het kruis, dan dat het kwaad niet bestraft zou worden. Deze onnavolgbare weg heeft God in Zijn eeuwige liefde uitgedacht om de Zijnen niet te hoeven straffen.

En het stille overwegen van dat bittere lijden van Christus, geeft een gelovige te denken over zijn zonden. Als dat nodig was, hoe groot is dan mijn zondelast? Als Hij er zo diep door moest, hoe diep steek ik dan in het kwaad? Wie zou zich dan niet verfoeien? Zichzelf mishagen? Wie zou daarbij niet heel kleintjes worden voor God... Zo diep kan de wet de gelovige niet brengen!

Zien op Jezus

Wet en Evangelie leren ons samen, dat wij geen draadje weven kunnen aan het kleed van onze zaligheid. En dat er geen draad geestelijke waardigheid door ons kan worden gedragen naar de Avondmaalstafel.

Zo klein geworden, ga je hoog opzien naar Gods barmhartigheid.

Daar wordt het, wat het wezen moet: Dan komen wij niet tot het Avondmaal om daarmee te betuigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn; maar integendeel, aangezien wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, zo bekennen wij daarmee, dat wij midden in de dood liggen.

Dan wordt de Avondmaalsgang voor alles een zien op Jezus. Op Hem Die Zich vrijwillig vernederde. Die vrijwillig de straffende hand van God verdroeg. Die vrijwillig Gods vonnis aan Zich liet volvoeren, ook al had Hij het niet verdiend. Jezus, Die bitter en smadelijk heeft geleden in Zijn onbegrijpelijke goedheid tegenover... mij! Dan word je tot in je ziel gevoed en gelaafd met de zegels van Zijn verzoenend lijden.

Tot onze troost

Dit eerste deel van de zelfbeproeving is nodig. Misschien is het vandaag wel meer dan ooit nodig om dat te onderstrepen. Al haasten we ons wel om erbij te schrijven, dat ons in het Avondmaalsformulier geen maatbeker wordt voorgehouden. Het is niet: zoveel berouw, zoveel smart over de zonden, zoveel tranen, en dan pas is er troost, het aangaan aan de Avondmaalstafel. We worden hier bevraagd op waarheid en niet op hoeveelheid. Op oprechtheid en niet op omvang.

Is er een klein begin van oprechte zelfkennis, dat uitdrijft naar Christus alleen? De nietigheid van het vluchtende geloof hoeft geen belemmering te zijn om deel te nemen. Is ook dit sacrament niet gegeven om het zwakke geloof te sterken? Om te onderstrepen, dat God Zijn hand wendt tot de kleinen. Dat Hij het hart troost, dat schreiend tot Hem vlucht?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Avondmaalsformulier

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's