De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Afscheid prof. dr. G. Dekker

Een dezer dagen heeft prof. dr. Gerard Dekker (65) afscheid genomen als hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit. In diverse publicaties heeft hij aandacht gevraagd voor de ingrijpende gevolgen van de secularisatie op het kerkelijk en godsdienstig leven. Hij deed dat uiteraard vanuit zijn vakgebied de sociologie. Maar dat wil niet zeggen dat we er daarom niet zo serieus op hoeven in te gaan. In het Nederlands Dagblad van 19 oktober stond een uitvoerig portret te lezen over 'Gerard Dekker en het raadsel van de stille omwenteling', van de hand van Willem Bouwman. In 1992 verscheen van prof. Dekker het boek 'De stille revolutie. De ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken in Nederland tussen 1950 en 1990'. In het interview wordt breed ingegaan op de ingrijpende veranderingen in genoemde kerken.

'Als gereformeerde jongeling werd ik aangesproken door de vernieuwingsbeweging van Thijs Booy. Ik ontdekte starheid in de kerk, zag dat het establishment alles bij het oude wilde houden. Het ging niet om een vernieuwing van de theologie, maar om meer mogelijkheden voor de jeugd en om meer openheid naar de hervormden. Dat was onze dominee al te veel. Ik herinner me heftige gesprekken tussen hem en enkele gereformeerde jongelingen uit Naaldwijk, onder wie ik. Landelijk was er vrees voor een nieuwe kerkscheuring. Er werd geschreven dat praten met Booy niet nodig was, omdat hij niet gereformeerd meer was. Tien jaar later, in het midden van de jaren vijftig, zei Booy dat de meeste van zijn wensen waren doorgevoerd. Regels over zondagsheiliging verloren hun scherpte, de ARP was niet meer exclusief, het gereformeerde leven werd vrijer. De veranderingen in de Gereformeerde Kerken zijn snel gegaan. Mede uit vrees voor een nieuwe kerkscheuring, denk ik.

Maar eigenlijk weten we nog steeds niet waarom die veranderingen zich zo snel voltrokken. Het wordt iets duidelijker als je ze breder ziet. Sterker dan in enig ander westers land zijn in Nederland in de jaren zestig vertrouwde vornien en structuren omgezet. Volgens de Amerikaan James Kennedy kwam het, omdat de elite toegaf aan de eisen van de jongeren. Daarom verliepen de jaren zestig in Nederland zo soepel en was de ommekeer zo grondig.

't Is best mogelijk dat zoiets ook in de kerken heeft gespeeld. De leiding was ontzettend bang om mensen te verliezen en gaf daarom toe aan de roep om oecumene en vrijere zondagsbesteding. Allicht heeft de diepe vrees voor een nieuwe kerkscheuring een rol gespeeld. De leiding, werd toegeeflijk, ze gaf toe aan de veranderingszin onder een groot deel van het kerkvolk. De theologen gingen niet voorop, zoals A. M. Lindeboom schreef. Ze begeleidden het proces.

De veranderingen in de gereformeerde wereld kwamen van onderaf. Als de theologen oude inzichten anders formuleerden en soms een andere inhoud gaven, kwamen ze tegemoet aan veranderingen in de achterban. Theologen bevestigden en legden het veranderend gevoelen van mensen vast. Zo belangrijk waren de theologen dus niet. Allicht hebben ze de. veranderingen versterkt. Dankzij de rechtvaardiging van de theologen haalden kerkleden weer opgelucht adem en gingen ze weer een stapje verder. Denk aan het herroepen van de uitspraak van de generale synode van Assen-1926 over het spreken van de slang. Angst speelde daarbij een rol. De kerkelijke leiding wilde hoe dan ook voorkomen dat ze zich vervreemdde van de achterban. Zo konden Kuitert en Wiersinga hun opvattingen blijven uitdragen.

Verder moet je de invloed van de oorlog niet vergeten. Velen van de jongere generatie hadden in het verzet tegen de Duitsers samengewerkt met niet-gereformeerden. Ze leerden de wereld buiten de Gereformeerde Kerken kennen en waarderen. Ze kwamen ineens tot de ontdekking dat ook hervormden en rooms-katholieken, ja zelfs communisten voor een goede zaak stonden en tegen het kwaad vochten. Maar na de oorlog moesten ze terug naar wat ze de enge hokjes van de gereformeerde wereld vonden.

Daarmee hebben ze grote moeite gehad. Omdat de meesten nog jong waren, hebben ze gezwegen - voorlopig althans. Want toen ze omstreeks 1960 waren opgeklommen en tot de leidinggevende generatie behoorden, lid werden van kerkenraden en synodes, lieten ze hun gevoelens wèl spreken en waren veranderingen mogelijk. Ik denk dat dit een voorname factor is in de veranderingen in de Gereformeerde Kerken. Hij paste bovendien in de algehele culturele verandering in de Nederlandse samenleving begin jaren zestig.'

Prof. Dekker schetst hoe de tijdgeest op ons inwerkt, waardoor we ongemerkt de Bijbel anders gaan verstaan. Niemand zegt zomaar ineens, aldus Dekker, laat ik eens anders gaan geloven. Nee, er komt geleidelijk een andere geestesgesteldheid die als het ware in je bloed gaat zitten en die je anders laat denken, anders laat spreken en anders laat preken ook. Het is de tijdgeest die haar werk doet. Dekker toont aan in het veranderde denken over de positie van de vrouw in de gemeente en de samenleving juist in kringen waar tot voor kort op grond van de Bijbel nog heel anders werd gedacht èn gehandeld.

Tijdgeest en wereld

Na in het vorige citaat meer in het algemeen een verklaring te hebben gegeven van de achtergronden waartegen de veranderingen in de Gereformeerde Kerken (syn.) zich hebben voltrokken, schetst hij vervolgens hoe zich de veranderingen in de theologie hebben voltrokken. Veelzeggend staat er als kopje boven dit gespreksonderdeel 'Met de wereld in onderhandeling'.

'Ik heb een hekel aan het woord bijbelgetrouw. Alsof er christenen zijn die ontrouw aan de Bijbel willen zijn. Moderne gereformeerde theologen zijn op hun manier trouw aan de Bijbel. Ze hebben alleen een andere opvatting over de betekenis en de interpretatie ervan. Dat houdt verband met maatschappelijke ontwikkelingen. Gereformeerden stelden zich open voor andere christenen, ze zochten hun kracht niet langer in het isolement. Gereformeerden kritiseerden hun eigen isolement, ze pleitten voor kennisname van wat er leefde bij andersdenkenden. Isolement maakte plaats voor openheid. Dat is het gevolg van hun emancipatie. Waren de gereformeerden eerst eenvoudige mensen in de marge van de samenleving, later kregen ze een universiteit, ze genoten betere opleidingen en ze bekleedden op den duur vooraanstaande posities in de maatschappij. Ze maakten kennis met de cultuur buiten de gereformeerde wereld, ze werden opgenomen in de wetenschap. De Vrije Universiteit werd een volwaardige universiteit, gereformeerden stootten door naar de hoogste regionen van de samenleving.

Als vanzelf maakten ze zich de denkwijzen eigen die daar golden. Die gingen als het ware in hun bloed zitten. Dan duurt het niet lang meer of een gereformeerde hoogleraar zegt: De wetenschap leert ons dat die of deze uitleg van de Bijbel achterhaald is, laten we hem aanpassen. Dat trouwens typisch gereformeerd. Gereformeerden zijn consequent, ze willen niet in twee werelden leven, dus moeten geloof en wetenschap met elkaar overeenstemmen. En zo gaat de traditie met de moderne tijd in onderhandeling, en vervallen oude geloofsinzichten.

Ik denk niet dat het de bedoeling van de verzuiling was om te emanciperen. Het ging erom de eigen groepering te beschermen tegen andersdenkenden; vandaar de eigen organisaties op velerlei gebied. Bovendien moest de verzuiling leiden tot herkerstening van de samenleving. Gereformeerden hadden een Woord voor de wereld. Dus moesten ze zich scholen om het Woord buiten eigen kring te laten horen en te overtuigen. Het onbedoelde gevolg was de economische en culturele verheffing van de groep.

Bij de synodaal-gereformeerden zag je dat in de jaren zestig en zeventig. Nu zie ik het gebeuren bij de kleinere gereformeerde groeperingen, als de vrijgemaakt-gereformeerden en de Nederlands gereformeerden. In het dagelijks leven doen ze mee aan de cultuur van de wereld: Ze kijken naar dezelfde televisieprogramma's, ze werken bij hetzelfde bedrijf, ze lezen dezelfde literatuur. Thuis en in de kerk geldt nog het eigen geloofsinzicht, maar omdat de scheidingswanden tussen thuis en wereld poreus zijn, vormt de eigen overtuiging zich geleidelijk naar die van de Wereld. En zo besloten de vrijgemaakten de vrouwen te laten stemmen en mogen Nederlands gereformeerde vrouwen diaken worden.

Ik vind de verzuiling niet mislukt. Natuurlijk, van de herkerstening van Nederland is niets terechtgekomen. De invloed van het calvinistisch volksdeel tussen beide wereldoorlogen en ook nog na de Tweede Wereldoorlog was groter dan de omvang rechtvaardigde. De minister-president was gereformeerd, de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië was gereformeerd, de president van de Hoge Raad was gereformeerd. Maar iedere tijd vraagt een andere opstelling. De verzuiling takelt nu sterk af Het is de vraag of het nu goed zou zijn om de gereformeerden af te schermen. Afgezien van sommige bevindelijk gereformeerden vinden de meeste gereformeerden van niet. Zij streven naar meer openheid. Dat is het gevolg van hun emancipatie, die mogehjk was dankzij de verzuiling.'

Zoals bekend kan zijn is onlangs over de verzuiling een grondige gedachtenwisseling ontstaan binnen de gereformeerde gezindte. In Dekkers eigen kerken heeft de verzuiling uiteindelijk geen bescherming geboden. Ze heeft veeleer geleid tot de emancipatie waardoor openheid en mondigheid zijn ontstaan met alle gevolgen van dien.

Prof. Dekker geeft de moeite aan die theologen en sociologen soms met elkaar hebben. Wij zijn te ontmaskerend, schat prof. Dekker als oorzaak van die moeite in. 'Theologen zeggen dingen die te mooi zijn om waar te zijn, wij zeggen dingen die te waar zijn om mooi te zijn.' Op grond van honderden interviews die Dekker had met gemeenteleden, durft hij te stellen dat er veel meer anoniem ongeloof in de gemeenten heerst dan anoniem christendom in de wereld. Nogal wat kerkgangers zeggen: Nou ja, ik zit natuurlijk wel elke zondag in de kerk, maar ik onderschrijf echt niet alles wat daar gezegd en gedaan wordt.

Het verdriet van Dekker

Dat staat boven het laatste onderdeel van het gesprek met prof. Dekker.

"Theologen worden opgeleid om herders van de kudde te zijn. Helaas weten ze vaak weinig van de kudde af. Hoe vaak is er geen kloof tussen de leiding van een kerk en de gewone kerkmensen zelf? Vooral bij de grotere kerken zie je dat. Kerkleiders worden managers, ze verleggen hun oorspronkelijke opdracht en daarmee is de kloof met de achterban geschapen. Je ziet het bij Samen op Weg. Je ziet het bij de samenstelling van het Liedboek. De samenstellers luisterden naar elkaar, dus kwamen er melodieën die technisch gezien volmaakt waren, maar die vreemd waren aan het volk. Wat doet een nieuw moderamen van de (synodaal) Gereformeerde Kerken? Zich terugtrekken op de hei om na te denken over de kerk en haar toekomst? Was het maar waar. Nee, het volgt een mediatraining, net als politici dat doen. Ik vind dat afschuwelijk. De praat er liever niet meer over...

Als socioloog word ik soms wat verdrietig. Ik heb grote scepsis, althans ik word erdoor belaagd. Soms krijgt de moedeloosheid vat op me. Een collega zei eens tegen me: "Ik word alleen nog gedreven door cynisme." Ik kan het me voorstellen, hoop er zelf voor bewaard te blijven.

Ik laat me nog altijd drijven door het gevoel dat het beter kan in kerk en samenleving. En het gevoel dat ik daaraan iets kan bijdragen. Ik zou de kerk anders willen structureren.

Ik zit hier in Baarn bij de synodaal-gereformeerde kerk, waar ik me uitstekend thuisvoel. Waarom? Hoe gek het klinkt en hoezeer het me tegen de borst stuit, maar we hebben goede predikanten. Ik zeg het met pijn, want onze kerken zijn toch nog steeds een domineeskerk. Dominees zijn de enige vrijgestelden. Zij spelen een centrale rol in de gemeente. Zij kunnen een kerk maken en breken. In Baarn tref ik het dus goed, maar landelijk heb ik te maken met een bureaucratische kerk die is weggegroeid van het grondvlak. Dat merk ik tijdens spreekbeurten in het land. Daar hoor je de mensen zeggen: "Laten ze het maar uitzoeken daar in de top. Mij zegt het toch niets meer."

Dat vind ik intens jammer en het doet me veel verdriet.'

Wat het weggroeien van het grondvlak van de kerk bij de top vandaan betreft, dat kan eveneens gezegd worden van de situatie in onze eigen Hervormde kerk. Trouwens, veel meer van wat prof. Dekker zegt over de stil voortgaande veranderingen binnen de gereformeerde gezindte, is eveneens van toepassing op de situatie in onze eigen hervormd-gereformeerde gemeenten. En soms denk ik weleens dat we daar nog altijd te weinig echt zicht op hebben en er ook werkelijk rekening mee houden in de manier waarop we leiding geven aan onze gemeenten. De röntgenfoto met de uitleg van de radioloog onthult soms ook ziekteverschijnselen die we niet bij onszelf vermoedden. We voelden ons altijd zo - gezond. Maar ziet, we blijken aan een dreigende kwaal te lijden. Zo is de godsdienstsocioloog soms analyserend bezig ons de realiteit aan te wijzen die minder prettig overkomt dan we hoopten. Er is wel een verschil: een theoloog leeft van de belofte dat Christus Zijn gemeente bewaart. Alleen zijn Gods beloften geen slaappillen die ons de werkelijkheid doen vergeten. Ze houden ons wakker en ze houden ons geestelijk bezig. We zijn onderweg als kerk en nog lang niet thuis, nog lang niet volmaakt. Er blijft (gebeds)werk aan de winkel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's