De actualiteit van Dordt (2)
Gods vrijmacht
Dordt belijdt, dat een 'bepaald aantal' mensen (de uitverkorenen) zalig wordt om de rekkelijkheid en de rekbaarheid van de remonstranten op te breken en te doorbreken en aldus het welbehagen van God te radicaliseren tot in Gods soevereiniteit. Door de remonstranten wordt God immers geen God gelaten!
Het remonstrantisme van alle tijden zocht en zoekt de diepste grond van het heil in de mens en verkondigt dienovereenkomstig een evangelie naar de mens. Maar daarmee is niemand gebaat, laat staan gered!
Om verzekerd te zijn van zijn 'genadestaat' wordt de mens daarbij alle pogingen afgewezen om door te dringen in Gods raad buiten de Schrift om. Ook de reformatoren hadden er geen behoefte aan te speculeren, reden waarom ze vaak verachtelijk spreken over de 'sofisten', die proberen met schijn-of drogredenen hun theologische stellingen te onderbouwen.
Doorzichtig
Niettegenstaande dat handhaafde Luther wél de predestinatie tegenover Erasmus, die deze leer voor het volk maar liever wilde verzwijgen, omdat hij de Schrift op dit punt duister vond.
Vandaag kunt u dezelfde geluiden horen met een beroep op het Schriftwoord: 'De verborgen dingen zijn voor de Heere onze God, maar de geopenbaarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven'. En aldus wordt wat destijds door Erasmus werd gesteld opnieuw verkondigd in de gereformeerde gezindte, ook onder ons. En men weet niet meer dat dit een onterecht gebruik (om niet te zeggen: misbruik) van de Schrift is. Want de predestinatie behoort tot Gods openbaring en geopenbaarde waarheid!
Luther stelde dat de Heilige Schrift hier helder en doorzichtig genoeg was en de helderheid (perspicuitas) van de Schrift behoort mede tot Gods openbaring.
Zo doende leidt de leer van de predestinatie niet tot berustende aanvaarding, maar tot verwonderende aanbidding als de hoogste en heiligste activiteit in antwoord op de grote daden van God.
Het hoogtepunt van de schepping keert nu terug in de herschepping, waar de heerlijkheid van God de spits van de verkiezing en zó van de genade blijkt te zijn.
Daarbij heeft de verkiezing tot doel de verheerlijking van Gods barmhartigheid en de verwerping heeft tot doel de verheerlijking van Gods rechtvaardigheid. De uiteindelijke strekking van de verwerping is daarmee niet de ondergang van de verworpenen, maar de eer van God. En de rechtvaardige veroordeling van zondaren is dan niet het doel van de verwerping, maar het middel! Wie deze zaken niet op theologisch niveau maar op het menselijke vlak hanteert, loopt vast in de humaniteit (menslievendheid/medemenselijkheid). Als men bezwaar maakt tegen het ietwat filosofische begrip met betrekking tot 'het eeuwige besluit van de verwerping' en stelt dat dit in de Schrift niet is terug te vinden, dan moet men bedenken dat het voluit Bijbelse begrip van 'Gods raad' geen besluiteloosheid kan inhouden.
Katholiek
Altijd theologiseert Dordt vanuit God naar de mens en nooit omgekeerd, want dit laatste is remonstrantisme, al verschijnt het soms in een rechtzinnig gewaad. Het gaat ook vandaag om niets minder dan verzoening door voldoening. Dan zijn we bij God terug. En dan zijn we waar we van nature niet wezen willen. En dat is nu juist genade. De genade, die de kerk der eeuwen heeft beleden en ook vandaag zal belijden, wanneer ze de katholiciteit van die kerk wil behouden.
Vrij spel
De remonstranten stelden dat Christus niet in de plaats van de uitverkorenen is gestorven, maar 'hun ten goede'. Zodoende werd er een 'afstand' geschapen, waardoor die zondige mens 'vrij spel' kreeg en nu uit eigen beweging op deze welwillendheid van God kon ingaan.
Het offer van Christus werd zó tot prikkel of motivering om hierop eveneens welwillend te reageren.
Maar zo komt Christus als Plaatsvervanger niet daar, waar de zondaar is, nl. in zijn " dood-zijn (doodsstaat).
Dit kan en mag ook niet voor de remonstrant, want op de een of andere wijze is hij nog wat en kan hij nog wat. In ieder geval is hij op zijn manier een verantwoordelijk mens, die zijn verantwoordelijkheid kan en daarom moet (!) waarmaken.
En zó wordt de rechtzinnige mens en 'vrome' mens zonder God 'beziggehouden'.
Zijn leven wordt gecorrigeerd en daarin gecultiveerd, maar nooit bekeerd door en tot God in Christus. Op een verkapte remonstrantse wijze wordt hij 'beziggehouden' met het zoeken naar enige 'kenmerkende' welwillendheid zijnerzijds, die aan zou kunnen sluiten op de welwillendheid van God, maar tussen hem en God blijft die 'afstand' als opstand (!), omdat hij zich met God niet laat verzoenen in het offer van Christus uit genade alleen! Genade, die niet aansluit bij zijn behagen van God of zijn welbehagen in God, maar genade, die opkomt uit Gods welbehagen in hem. Het moet slechts een andere vorm van dit remonstrantse 'vrij spel' worden genoemd, wanneer men de verkiezing laat opgaan in de verwerkelijking van het heil als zodanig. Je kunt dan aan je eigen verkiezing 'werken' of min of meer zelfs 'bewerken'. Maar daarmee verdwijnt het eeuwigheidskarakter van de verkiezing en wordt de menselijke verantwoordelijkheid in wezen weer 'van de mens uit' vorm gegeven.
Geen medewerking
ledere vorm van samenwerking (synergisme of co-operatie) tussen God en mens wordt door Dordt afgewezen ofwel ten stelligste ontkend. Want niets minder dan het genadekarakter van de genade bleek en blijkt in het geding te zijn! Het 'sola gratia' (alleen door genade) van de Reformatie zal schitteren in de genadige toewending van God naar de mens, zoals God hem vindt in zijn geestelijk dood-zijn, en niet naar de al enigszins naar God toegewende mens!
Het kwalijke onder ons is, dat men doorgaans met een zgn. 'historisch geloof' al wat meent te hebben of te zijn. Men hééft nl. rechtzinnigheid en men is rechtzinnig, eventueel zonder genade! Deze laatste (soms gerespecteerde) mogelijkheid maakt de rechtzinnigheid tot een vreselijk gewrocht en een gruwelijk gedrocht, met alle mogelijke vergroeiingen vandien. Maar ze is in al haar geledingen per definitie remonstrants zonder Gods genade.
Al zal de rechtzinnigheid zich in haar 'goede momenten' nog herinneren dat 'de paap in ons aller hart woont', toch mag deze 'paus' in het 'voorstadium op de genade' blijkbaar 'ex cathedra' vele bindende uitspraken doen, om o.a. met het gezag van de onfeilbaarheid dit vast te stellen, dat dit 'voorstadium' op de genade in ieder geval een noodzakelijk kwaad is, om dan nog maar niet te spreken van een noodzakelijk goed!
En zó is de rechtzinnige mens bezig (!) zich te 'schikken tot verbetering' (D.L. III, IV, 3) via het cultiveren van het licht der natuur en hij weet niet (meer), dat hij dit licht 'in ongerechtigheid ten onder houdt' (D.L. III, IV, 4). En wel omdat dit 'licht der natuur' wezenlijk behoort tot zijn geestelijk dood-zijn voor God! Door dit wezenlijk niet te onderkennen of te miskennen, wendt hij zich met zijn 'historische geloof' zich niet zo veel mogelijk naar God toe, maar in tegendeel, zo wendt hij zich juist zo veel mogelijk van God af! Ondertussen is deze rechtzinnige mens druk bezig (!) zo veel mogelijk van de verantwoordelijkheid van de mens te redden of waar te maken, evenals de remonstrant trouwens. Want hij probeert althans één groot kwaad zo veel mogelijk te vermijden of te overwinnen, nl. de lijdelijkheid! Maar hij tracht dit in feite te doen door middel van een vorm van activisme. Dan wel hij probeert de dood te verdrijven met de dood, want lijdelijkheid en activisme verhouden zich tot elkaar als lood om oud ijzer. Ze zijn immers eikaars spiegelbeelden. Door 'niets te zijn' kan men ook wat zijn en door 'niets te doen' doet men ook wat en omgekeerd. Lijdelijkheid en activisme zijn in wezen identieke (dezelfde) vormen van vijandschap tegen God, waardoor onze geestelijke dood wordt gekenmerkt.
Daarbij zijn ze niet meer en niet minder dan een verkapte 'werkvorm' om zo dicht mogelijk en zo goed mogelijk de genade van God tegemoet te leven. Een genade, die men doorgaans niet heeft of 'beleeft', maar waarvoor zo goed mogelijk voorwaarden worden geschapen en kanalen worden gegraven om deze te ontvangen. Men geeft grif toe dat het 'allemaal niet genoeg is', maar daarbij gaat men er wèl onuitgesproken vanuit dat het 'begin' er is.
Ontkerstening
Zonder de uitverkiezing van eeuwigheid is er geen genade.
Wie deze principiële en radicale inzet van Gods kant niet verstaat, die leeft vandaag in de gemeente in wezen net zo geseculariseerd (ontkerstend) als ieder ander, alle remonstrantse vernis in linkse of rechtse kleuren ten spijt!
Alleen afhankelijkheid overstijgt de hedendaagse secularisatie, ook onder ons. Want ook in de gereformeerde gezindte is God in feite naar de rand van het bestaan gedrongen. De godsverduistering in ons leven is praktisch niet veel minder reëel dan bij niet-christenen. De reden is, dat we nauwelijks meer weet hebben, althans op een 'Dordtse' wijze, van 'een steile en diepe afhankelijkheid' van Gods genade, waarbij zowel de lijdelijkheid als het activisme als bestaanswijze en bestaansgrond ons onder de voeten is weggeslagen!
Want God geeft niet alleen de kracht om te geloven, maar ook het geloof zelf. Niet alleen het kunnen, maar ook het willen geloven, dankt de gelovige aan de genade van God. Medewerking onzerzijds is uitgesloten, niet per definitie, maar per gratie!
God is niet alleen de Almachtige, maar ook de Vrij machtige! Want de genade zou haar genadekarakter verliezen, als God haar aan iemand schuldig was, om welke reden dan ook.
Al zullen we op onze hoede moeten zijn voor isolering en abstract spreken over de soevereiniteit of vrijmacht van God, om niet te vervreemden van het hart van de Kerk. Het spreken over Gods vrijmacht moet wèl theologie blijven en mag nimmer verworden tot filosofie.
We zullen dan bedenken in onze geseculariseerde tijd en juist heel nadrukkelijk in deze God-loze tijd, dat Gods vrijheid staat in het teken van Zijn goedheid ofwel van Zijn genade. En het ontvangen van deze genade overstijgt alle ontkerstende kaders en structuren en loopt uit op de eeuwige lofprijzing van God.
Leven of dood
Ondertussen gaat het bij deze genadeleer wèl om zaken van leven of dood. Luther brengt dit zelfs op haar allerscherpste formulering als hij vraagt wie er nu eigenlijk soeverein (vrijmachtig) is: God of de mens, en of God moet doen wat de mens wil danwel of de mens moet doen wat God wil? ! En dit laatste blijkt dan in feite puur Evangelie te zijn!
De almacht van de goddelijke ontferming is nodig om de mens te brengen tot onderwerping aan en aanvaarding van het Evangelie.
Ongetwijfeld zijn er vele aanrakingsvlakken tussen de evangelische beweging en de gereformeerde gezindte, maar het zijn doorgaans en ten langen leste die vlakken waar men vlak tegenover elkaar komt te staan!
In ieder geval speelt de verkiezing - en zéker de verwerping - bij de evangelischen een ondergeschikte rol, die bijna 'pro forma' (voor de vorm) moet worden genoemd, maar die nooit beleden wordt in de zin van Dordt. En dit raakt dan uiteraard de gehele genadeleer en daarom ook wezenlijk de geloofsleer.
Het prijskaartje aan de evangelische gezindheid in de gereformeerde gezindte is hoger dan men doorgaans beseft. En op de bazar van het gereformeerde leven staat ze vandaag zelfs bizar hoog genoteerd. Bovendien leidt de verzelfstandigde nadruk op de heiliging bij de evangelischen vandaag tot een ongekend 'wettisch bezig zijn'.
Er vindt hierbij niets minder dan een omslag plaats van de 'theologia crucis' (theologie des kruises) van de Reformatie naar de 'theologia gloriae' (theologie der heerlijkheid) van de roomse kerk, wat tot uitdrukking komt in het vooruitgrijpen op het 'eschaton' (de toekomst des Heeren).
En opnieuw is daarmee de genade in het geding en uiteindelijk de predestinatie. Het gaat hier om zaken waarmee de kerk staat of valt!
Vandaag valt de kerk op van bovenaf, of zij leed aan niet tijdig onderkende remonstrantse gevoelens en was niet meer! Want de kerk moet noodzakelijk leven om niet te sterven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's