De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de zekerheid van het geloof (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de zekerheid van het geloof (2)

10 minuten leestijd

Reformatie en daarna

Voor de reformatoren gold dat de zekerheid van het heil tot het wezen van het geloof behoorde. Voor hen was geloof zonder zekerheid onmogelijk. Later hebben Puriteinen en Nadere Reformatoren zich intensief beziggehouden met deze belangrijke materie en zij kwamen ertoe om over de zekerheid van het heil te spreken als vrucht van het geloof. Op uiterst pastorale wijze hebben zij daarover geschreven, om vooral leiding te geven aan kleine zielen.

We denken aan mannen als Richard Sibbes, John Preston, Thomas Goodwin, en in ons land Alexander Comrie en Wilhelmus a Brakel. Koelman vertaalde het werk van Guthry, 'des Christens groot interest', dat ook op deze materie breed ingaat. In hun pastorale praktijk ontmoetten deze schrijvers mensen, die niet zo stellig durfden zeggen dat zij deelden in het verlossingswerk van Christus en dus een kind van God waren. ledere ambtsdrager kent ze wel, mensen die uitstralen dat zij de Heere liefhebben. Hun hart gaat naar Hem uit en ze kennen tijden dat ze zich hartelijk in Hem verblijden. Maar er zijn ook zovele momenten in hun leven dat alles in nevelen en mist gehuld is. En om nu deze mensen er niet buiten te zetten brachten genoemde theologen onderscheid aan tussen geloof en zekerheid. Hoe gingen zij dan om met die zwakgelovigen? Zij wezen hen niet terug naar zichzelf, maar op Christus, om op Hem te steunen in al hun aanvechtingen en bestrijdingen. Want alleen in de levende ontmoeting met Hem zal het geloof worden versterkt en bevestigd. Evenwel rijst de vraag of zij wel voldoende de consequenties onder ogen hebben gezien van hun theologie, met betrekking tot de kenmerkenleer die later zo sterk opkwam in de kerken. Wij vragen ons dus ernstig af of het methodisch wel juist is geloof en zekerheid te scheiden?

Gevoel en geloof

Over geloof en gevoel is ondertussen ook al heel wat geschreven. We vallen van harte de stelling bij dat er wel gevoel zonder geloof, maar geen geloof zonder gevoel is. Geloof is immers niet een koude verstandszaak, maar heeft met heel ons bestaan te maken. Dus ook met ons hart. Hoe zou ik zonder enige aandoening kunnen geloven dat God in Christus mij ellendige zondaar genade heeft geschonken? In de Bijbel is sprake van hongeren en dorsten. We horen van tranen en andere gemoedsaandoeningen. In de Catechismus lezen we van een beginsel der eeuwige vreugde, dat de gelovigen hier reeds in hun harten gevoelen. En de Dordtse Leerregels wijzen op de zekerheid die gelovigen hebben van hun eeuwige verkiezing uit de vruchten, die ze met innerlijke vermaking en blijdschap bij zichzelf waarnemen. Het gaat hierbij steeds om vrede en blijdschap die in het hart ondervonden wordt als vrucht van het geloven! Hopelijk is de bedoeling duidelijk geworden. Wij moeten ons niet op ons gevoel verlaten, ook dat raakte ontwricht door de zonde. maar op de betrouwbare beloften van God en daarop betrouwen! Erskine zegt ergens: het is rijk als Gods belofte met kracht tot het hart komt, maar het is beter als het hart tot de krachtige beloften van God uitgaat!

De Christelijk Gereformeerde prof. C. den Hartog noemde de Heilige Geest in dit verband eens een wijze pedagoog. Die net doet als een moeder wanneer zij haar kind de eerste stapjes leert zetten. Zij zal de kleine haar sterke hand doen gevoelen. Maar het doel blijft om straks zelfstandig te kunnen lopen. Zo leert ook de Heilige Geest om zonder de ondersteuning van het gevoel de vastheid en betrouwbaarheid van Gods Woord te geloven, opdat wanneer we in duisternis wandelen en geen licht hebben, we nochtans op de Naam des HEEREN zullen vertrouwen en steunen op onze God (Jesaja 50 : 10)!

Juist dan ook komt de kracht van het geloof openbaar, als het temidden van allerlei tegenspraak op hoop tegen hoop vasthoudt aan de betrouwbare beloften van God en daarin zijn sterkte vindt. Geloof is dus niet zonder gevoel. Maar gevoel is niet meer dan de vrucht en het gevolg van het geloof, het gaat er dus beslist niet aan vooraf en buitenom.

Verschuivingen

Helaas is in de eeuwen die volgden op Reformatie en het Puritanisme een andere wind gaan waaien in de Kerk. Binnen de muren van het orthodox protestantisme kon men tenslotte zelfs de opvatting horen verkondigen dat zekerheid des geloofs aan verwaandheid grensde. Twijfel werd gecultiveerd en soms wel als een kenmerk van het ware verheven boven het geloof, ja gehouden voor teken van grote ernst. Tot op de huidige dag weten sommigen hun ongeloof onder de schijn van ootmoed te verbergen. Men is het geloof onwaardig.

Men bedenkt zich wel een aantal keren alvorens de vuile handen te leggen op de beloften van het reine Evangelie. Hoe schoon dergelijke argumenten ook klinken, we hebben ons goed te realiseren dat de Bijbel geen goed woord over heeft voor ongeloof van de onbekeerde zondaar en evenmin voor het ongeloof in de gelovige. Wat het eerste betreft denken we aan een wel zeer geladen woord van de Messiasbelijdende jood Rabbi Duncan. Wie onder een vervuld Evangelie verloren gaat, moet over de rommelende ingewanden van Gods barmhartigheid naar de hel. En wat de mening betreft dat een mens eigenlijk niet zeker van zijn zaak kan zijn, herinneren we, er graag aan dat men zo niet het getuigenis van de Reformatie doorgeeft, maar de opvattingen van Rome en remonstranten vertolkt.

Waarom? Wel, Rome's kerk verwerpt de gedachte dat een mens zeker dient te zijn van zijn aandeel aan Christus. Het concilie van Trente noemde het zelfs een ijdel en goddeloos stuk, een ketterij! En de remonstranten hebben op de Synode van Dordt 1618/19 gesteld dat er 'in dit leven geen vrucht en geen gevoel is ter heerlijkheid; ook geen zekerheid, dan die hangt aan een veranderlijke en onzekere voorwaarde' (Verwerping der dwalingen, I, 7).

Terecht werd deze stelling dan ook fel bestreden van de zijde der gereformeerde theologen.

Triglandt schrijft in zijn 'kerkelijke geschiedenissen' (p. 644vv) van een ontmoeting die in 1613 op last van de overheid in Delft plaatsvond tussen remonstrantse en contra-remonstrantse predikanten. De bedoeling ervan was om te komen tot bijlegging van onderlinge geschillen.

Zeer nieuwsgierig zijn wij om te horen hoe men in beide kampen dacht over geloof en de zekerheid daarvan.

Van de zijde der contra-remonstranten, ofwel gereforrneerden, werd gesteld 'dat het saligmakende geloove niet en kan wesen sonder kennisse van den persoon ende verdiensten J. Christi, en dat niemandt kan salig worden, dan die de weldaden Christi met een oprecht geloove aanneemt'. Vervolgens, 'dat tot een waer geloove vereischt wordt, een vast vertrouwen des herte, waerdoor een iegelijk geloovig mensche hem selve versekert houdt, dat niet alleen anderen, maer ook hem vergevinge der sonden, eeuwige gerechtigheit ende zaligheit, van Godt geschonken sij, alleen om de verdiensten J. Christi'.

Plaats daar nu eens tegenover het geluid dat uit het kamp der remonstranten klonk. Het is meer dan goed in deze tijd daar grondig kennis van te nemen. Soms heten remonstranten vandaag immers gereformeerd!

Vanwege het belang van de zaak schrijf ik het remonstrantse gevoelen maar weer letterlijk voor u over. Naar hun mening kan men 'zalig worden door een geloove, 't welk is sonder kennisse van den persoon ende verdiensten J. Christi'. Herlees deze regel nog eens voor uzelf! Vervolgens stellen zij: 'Dat tot een waer geloove niet en wordt vereischt een vast vertrouwen, waerdoor de geloovige hem versekert houdt, dat hem sijne sonden om de voldoeninge Christi vergeven sijn'.

Geen ootmoed

Het is dus niet te verdedigen dat onzekerheid met betrekking tot de vergeving der zonden en het deel hebben aan Christus en Zijn arbeid een teken is van ootmoed. Die dat meent heeft niet de Schrift mee, wel de tijd, want onzekerheid typeert de moderne mens. Herman Bavinck sprak in het voorwoord van de derde druk van zijn 'Zekerheid des geloofs', over de 'twijfelzucht van deze eeuw'.

Bovendien is het ook op geen enkele manier waar dat het hebben van zekerheid een mens alleen maar hoogmoedig maakt. De zekerheid die Gods Geest door het Woord in onze harten werkt maakt juist nederig! Want de Geest van Christus is een Geest van ootmoed, liefde en zelfverloochening. Echt geloof is het tegendeel van zelfverzekerdheid! Het zomaar aannemen van Gods beloften, zonder te steunen op Hem, in Wie al die beloften 'ja en Amen' zijn, dat maakt hoogmoedig. De Engelse predikant Watson - hij leefde in de zeventiende eeuw - merkt ergens zeer terecht op dat veren omhoog waaien, maar goud bezinkt! En daarom, zo zegt hij, blijft iemand die de gouden zekerheid des geloofs bezit een ootmoedig mens. Een zekerheid die zonder strijd verkregen werd is meestal een zekerheid zonder grond!

Slaan wij de Bijbel op en de gezonde getuigenissen van Gods kinderen, dan horen we hen niet de twijfel, maar de blijde zekerheid des geloofs bezingen. En is het niet Petrus, die de gelovigen vermaant, dat zij hun roeping en verkiezing zouden vastmaken? Op de vraag naar het 'hoe' daarvan, past slechts weer een antwoord, namelijk 'door het geloof. Het geloof dat de Schriften hanteert en het gebed als een krachtig wapen in de strijd tegen alle twijfel en aanvechting. Leunend op het ontwijfelbare woord van zijn Heiland kon Stefanus het hele sanhedrin aan. Dit is het geloof dat de wereld overwint (I Joh. 5 : 4). Laat het voor elkeen duidelijk zijn of worden dat geloofszekerheid er alleen en uitsluitend komt in de weg van leven met Christus.

We vallen van harte bij de Reformatorische leuze dat het geloof in zijn wezen altijd zekerheid meebrengt. In het geloof is geen twijfel. Niet de minste zelfs. Geloof en twijfel sluiten elkaar uit! Echter, zoals eerder reeds opgemerkt, is in de gelovige wel veel bestrijding en onzekerheid. Welke gelovige kent niet de geweldige strijd in zijn binnenste?

Er kunnen factoren van psychische aard zijn, waardoor we erg onzeker zijn over ons aandeel in Christus. Onkunde, misvattingen, wanbegrip en verkeerde prediking kunnen er ook toe bijdragen dat een ziel in het donker gehouden wordt. De bekende Utrechtse hoogleraar dr. Gisbertius Voetius (1589-1676) wijdde in zijn dagen een uitgebreid geschrift aan deze problematiek, de 'Disputaty van Geestelicke Verlatingen', dat een vervolg ontving de hand van prof. Johannes Hoornbeeck. Het gaat in dit werkje, dat enige jaren geleden nog weer eens een herdruk ontving, over de gevoelige zekerheid omtrent de genadestaat. Het gemis van gevoelige vreugde in God wordt door de auteur aangeduid met 'geestelijke verlating'.

Ook de Puriteinen hadden aandacht voor de 'geestelijke verlating'. Met pastorale bewogenheid wezen zij er op hoe een slordige levenswandel oorzaak is van geestelijke duisternis. God kan met de zonde geen gemeenschap hebben. Hoe verwoestend werkt het toegeven aan een boezemzonde? Het koesteren van een lievelingszonde?

Toegeven aan de zonde bedroeft de Heilige Geest en zal Diens getuigenis verzwakken. De Godgeleerde Samuel Rutherford van St. Andrews drukt zich wel heel kernachtig uit wanneer hij de zonde vergelijkt bij een mes en dan vraagt: 'wie zou het mes dat zijn liefste doodde kussen en omhelzen? '

Een ding moet ons echter duidelijk zijn geworden. Nooit mogen wij de oorzaak van onze onzekerheid zoeken in de wil van God. We moeten de redenen bij ons zelf zien op te sporen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Over de zekerheid van het geloof (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's