Over de zekerheid van het geloof (3)
Vuur en rook
Calvijn schrijft in zijn Institutie, dat waar het vuur van het geloof is, ook de rook van de twijfel gezien wordt. We lezen in boek III (2, 17) 'wanneer wij leren dat het geloof zeker en onbekommerd moet zijn, stellen wij ons niet een zekerheid voor, die door geen enkele twijfeling geraakt wordt (...) Ja, veeleer zeggen wij dat de gelovigen een voortdurende strijd hebben met hun wantrouwen'. Calvijn weet er dus wel degelijk van dat het vertrouwen niet altijd even sterk is. Maar hij weet ook dat niets zo heilzaam werkt in deze als veel wantrouwen jegens onszelf (Inst. III, 2, 23).
Voor Kohlbrugge is het aangevochten geloof zelfs het enige echte. Want dit is immers het geloof dat elk houvast buiten het Woord verliest. In zijn verklaring van de Heidelberger (Wever, z.j., p. 194) schrijft hij: 'Wat niet door het vuur door gaat wordt niet zalig. Daar moet het hart des mensen verbrijzeld, zijn hoogmoed gebogen en stuk geslagen worden, de steunsels waarop hij zich verliet moeten vernietigd worden.'
Bekend zijn de woorden van ds. Th. van der Groe, dat naar de maat van het geloof ook de mate van zekerheid is. In zijn 'Beschrijvinge van het oprecht en ziel-zaligend geloove' (1742), een opmerkelijk geluid in zijn tijd, lezen wij: 'Heeft iemandt een klein geloove of swak geloove, soo heeft hij kleine of swakke versekeringe en groote sterke twijffelinge, en soo in 't contrarie (tegenovergestelde geval), heeft iemandt een groot en sterk geloove, hij heeft ook een groote en sterke versekeringe en kleine swakke twijffelinge. Ik schelde de versekertheid geen sints van het geloove, also min als ik het licht spude scheiden van de sonne en de waermte (warmte) van het vijer (vuur)'.
Laat echter vooral niemand de verkeerde veronderstelling maken dat ds. Van der Groe doet alsof er geen 'swakgeloovige, sukkelende, duistere en twijffelmoedige Christenen soude of konnen sijn...'.
Voor hem staat vast dat zelfs 'de allerswakste geloovige' nochtans in zijn hart altijd wel iets van de zekerheid moet hebben. Want waar de Geest regeert is zekerheid. En aangezien een gelovige nooit geheel zonder de werkingen van Gods Geest is, zal hij ook nooit volledig zonder zekerheid zijn. Opmerkelijk is hier de sterke overeenstemming met Calvijn. In zijn verantwoording had Van der Groe overigens al nadrukkelijk laten weten meer op te hebben met de 'oude reformateurs' dan met de algemene mening van zijn dagen.
De slotsom luidt dan ook dat onzekerheid niet behoort tot het wezen van het geloof. Naar het Paulinisch getuigenis in Romeinen 14 : 23 sluit geloof twijfel buiten. En Jakobus schrijft in zijn zendbrief (1 : 6) de behartigenswaardige woorden neer dat 'wie twijfelt een baar der zee gelijk is'.
Fout
Een veel gemaakte vergissing is om zekerheid te zoeken in kenmerken. We gaan bekommeringen, werkzaamheden, berouw en allerlei gevoelige aandoeningen nauwkeurig registreren en proberen langs die weg te komen tot geloofszekerheid. Maar wat moeten we scherp toezien, de zekerheid van het geloof niet te funderen in onze ervaringen. Nee, zekerheid wordt alleen werkelijk gevonden in Gods onwankelbare toezeggingen en daden. Ze berust dus niet in iets van ons, maar op wat God in Zichzelf is. Ze kijkt niet bij zichzelf naar binnen, maar ziet op naar Boven om op God te letten. De blik moet dus niet binnenwaarts gericht zijn, maar op Christus. Wie houvast zoekt in zichzelf, raakt in de problemen (A. de Reuver in 'Bedelen bij de bron'). Treffend is de opmerking van Kohlbrugge dat op deze manier nooit gelden kan dat het leven ons Christus is!
In deel 5/6 van zijn 'twaalf twaalftallen', p. 126/7 lezen we: 'Zoekt ge een grond waarop ge staan kunt, een grond onder uw voeten, die in eeuwigheid blijft (...), zoodat ge een vaste hoop hebt (...), begeert ge een verzekering te ontvangen dat de Heere in de hemel ook u genegen is (...), zoo blijft niet langer hangen tussen hemel en aarde. Christus, op niets anders hebt ge te zien. Want dat is de enige grond die vast zal blijven, ook al dreigen al de elementen te vergaan'.
In een preek over 2 Korinthe 3:17 (twaalf twaalftallen: . 253vv) zegt hij: Het is toch opmerkelijk, hoe wij mensenkinderen het voortdurend in onszelve zoeken. Velen uwer meenen, omdat zij bekeerd zijn, omdat zij wedergeboren zijn, gelovig zijn, kinderen Gods geworden zijn, zoo hebben zij Christus reeds achter de rug'. Wij moeten van de levende Bron niet afgaan. 'Wie zijn vertrouwen op Christus stelt, die ondervindt het wel waarom Christus 'de Christus' is'.
Heilszekerheid is dus niet gelegen in genadebezit, maar in de genadige God (A. de Reuver, ibidem).
Nogmaals een citaat van Kohlbrugge: 'Wilt ge waarachtige troost ontvangen, steek dan de hand niet in eigen boezem, want daar vindt ge in de aanvechting noch steun, noch troost, daar vindt ge een geweten dat u aanklaagt, moedeloosheid en vertwijfeling. Leg uw hand op Gods Woord, daar kunt ge niet mee omkomen. Zoek uw leven niet in uzelf, zoek het buiten uzelf in hristus...' (Heidelberger, p. 171).
'Dus niet de kracht waarmee een belofte in uw ziel kwam, en niet de diepte van ontdekking, waar u doorheen ging, en niet de wondere en mnige gestalten, die u mocht genieten' kunnen het fundament van uw hoop zijn (prof. C. den Hertog). Er is zoveel bedrieglijks in ons mensen. Alle gronden buiten Christus zijn onzekere gronden. Want wanneer kan ik er zeker van zijn dat ik genoeg verbrijzeld en verslagen ben, genoeg honger en dorst naar gerechtigheid? Die zijn vastheid zoekt in gronden buiten Christus, is bezig in een vicieuze cirkel te draaien en komt steeds bij zichzelf uit. Wanneer het erop aankomt blijkt dat men er niet op durft sterven. Wie zekerheid zoekt in zichzelf doet niet anders als die schipper die het anker in eigen ruim wierp. Er is maar een grond en dat is Christus. De Christus der Schriften, door het geloof omhelsd. Dus moet het anker der hoop worden uitgeworpen niet in eigen ruim, maar worden vastgemaakt in de onwankelbare Rots der eeuwen, in Jezus' kruis en zoenverdiensten.
Wanneer Paulus zegt: Wij weten dat wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen...' dan geeft hij als antwoord op de vraag hoe hij tot die wetenschap kwam: Omdat wij niet aanmerken de dingen die men ziet' (2 Korinthe 5:1).
De hoop van de christen hangt dus niet aan een zijden draadje. Het is niet zoiets als 'dat hoop ik maar', en 'als ik me niet bedrieg dan...', integendeel, het geloof klemt zich vast aan de Middelaar van het Nieuwe Verbond en hetgeen Hij gezegd heeft.
De levende Christus
Thomas Watson zegt wat vleugels zijn voor een vogel en gewichten voor een klok is de zekerheid voor de gelovige. Het maakt hem standvastig en doet hem over veel leed heenzien. Het maakt dat hij veel dragen kan. Kunnen wij zekerheid hebben over ons deel aan Christus? Dat kan niet alleen, een ieder die iets leerde kennen van de werkingen van de Heilige Geest in zijn hart, gaat er ook naar staan.
De normale situatie van een christen moet niet de onzekerheid zijn, maar de zekerheid.
Het moet aan op de levende Christus. Eens en telkens weer.
Staat u naar zekerheid? Zoek de levende Christus te ontmoeten in Schrift en gebed-. Zodra wij de Schriften verachten, wordt het licht van de Geest in ons gedoofd. Luther zegt: 'Waar het Woord wordt veracht regeert de duivel'. Laten we ook de sacramenten, niet verachten. Zij zijn ons door de Heere gegeven eveneens tot versterking van het geloof.
Augustinus zegt: 'Indien wij gemeenschap hebben met Christus, hebben wij daarin een duidelijk bewijs dat onze namen geschreven staan in het Boek des levens des Lams'. En ook Luther wist geen andere weg dan te wijzen op Christus. En Calvijn zei: de ogen op Christus, want in Hem rust des Vaders hart en daar alleen kan ook ons hart rusten'. Het geloof zoekt zijn kracht niet in ervaring en bekering, niet in kenmerken en hoedanigheden, maar 'in het Woord en de wonden van Christus. In het welbehagen van God en in het werk van de Heilige Geest. Van deze Drievuldige God is het geloof zeker, zo zeker als Hij is en was en komen zal' (dr. A. de Reuver, Wapenveld, 1988).
Verhoogde Heiland, trek ons hart Uit vrees en smart Tot U naar boven! Laat ons, door Uwe Geest geleid, in need'righeid Uw Woord geloven. De waarheid straal ons helder aan, leer ons verstaan, wat GIJ wilt schenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's