Boekbespreking
G. H. ter Schegget, Vrijheid door gehoorzaamheid. Over de Tien Woorden voor onze tijd, Uitgeverij Ten Have, Baarn, 1995, 193 blz., ƒ 39, 50.
Dit boek begint met de uitspraak van Friedrich Nietzsche dat de ethiek een pretentie voert die zij onmogelijk kan waarmaken. Zij presenteert zich als boven de tijd verheven, rustend op eeuwige normen en waarden, die onveranderlijk gelden. In werkelijkheid maakt zij echter deel uit van de menselijke geschiedenis. Daarom is zij niet vrij van het streven naar macht. Eeuwig geldende waarden, die boven de tijd uitgaan, zijn er niet. Dat geldt ook voor de Tien Geboden. Ze zijn gegeven in een bepaalde tijd, in een bepaalde situatie, aan bepaalde mensen. Hun strekking voor ons moet gevonden worden door het trekken van analogieën. Verder is de schrijver van mening dat we niet mogen uitgaan van een moreel bewustzijn of ethische subjectiviteit die we (ook al weer boven de tijd verheven) bij de mens vooronderstellen (8-10). Deze tweeslag bepaalt de structuur van dit werk. Als ik het goed zie, komt hierin de gedachte naar voren van een zekere parallellie in de wijze waarop door Nietzsche en de Tien Geboden de gangbare ethiek onder kritiek wordt gesteld. Er is geen moraal en er is geen moreel. Met dit onoverbrugbare verschil dat bij Nietzsche de Übermensch zwakkeren in de samenleving alle vrijheid ontneemt en tenslotte mede geleid heeft tot een uitbarsting van antisemitisme als nooit eerder in de wereldgeschiedenis voorgekomen. In de Tien Woorden wordt daarentegen een slavenvolk, 'behept met een slavenziel', aangesproken door de God van de bevrijding. In dit zich voortdurend aangesproken weten opent zich de weg naar de ware vrijheid. Dit geheimenis is gegeven met de heilige Naam: Ik ben er. Er is een 'Ik' en daarom is er een 'gij'. Het schema heteronomie - autonomie past niet op de Tien Geboden. Het heteronome ligt in het verbond en de erkenning daarvan door de mens (13v.). De Tora is een gebeuren omtrent een Gebeuren (K. H. Miskotte). De geboden zijn aanwijzingen. Ze zijn niet van de situatie te abstraheren. God kan in een andere situatie diametraal ook wat anders zeggen (15v.).
Bij de bespreking van elk gebod wordt ook een actueel thema aan de orde gesteld. Zo volgt op het eerste gebod een hoofdstuk over de mammon, op het zesde gebod een tweetal hoofdstukken over oorlog en geweld, suïcide, euthanasie en abortus, en op zevende gebod een tweetal hoofdstukken over erotische verhoudingen, enkele seksuele en andere vragen. Uit het hoofdstuk over het christendom blijkt dat de schrijver de klassieke leer van het plaatsvervangend lijden en sterven van onze Heere Jezus Christus verwerpt. Hij ziet in deze 'Christuscultus' zelfs een voorbeeld van ijdel gebruik van de Naam (79). Hiermee vergeleken vallen in mijn beleving alle andere krasse uitspraken uit dit boek in het niet.
Zoals bijvoorbeeld: de campagnes voor 'veilig vrijen' dient de kerk dan ook volledig te steunen (147).
Er zijn zeker ook verrassende opmerkingen te melden. Mij trof onder meer de uitspraak dat het vijfde gebod niet primair tot kinderen maar tot volwassen mensen wordt gezegd. Het gaat over hun oude, afgeleefde ouders. 'De zware woestijntocht is hun te veel geworden. Moeten we ze niet achterlaten en prijsgeven aan hun lot? Het gebod zegt hierop: Sjouw ze mee, laat ze niet achter!' (97).
Het boek is Barthiaans in de verwerping van de algemene openbaring en het algemeen religieus besef (18). De verhouding tussen enerzijds de Tien Geboden aan Israël en via Israël aan de kerk gegeven en anderzijds de werken der wet geschreven in de harten van heidenen die de Tora - en in het verlengde van de Tora het Evangelie - niet hebben, blijft met opzet buiten beschouwing (17). Daarmee is niet ontkend dat de Wet op grove wijze misbruikt kan worden als een machtsmiddel om mensen te onderdrukken. Dat kan ook met de benadering van de Tien Geboden in dit boek. In Romeinen 2 ontmaskert het aangnjpen van het gebod door ons mensen om zelf van het leven nog iets te maken als schuld voor Gods heilig aangezicht. Ook dat is een thema dat geen eigen leven mag leiden. Paulus schrijft daarover juist om uiteen te zetten dat het Evangelie een kracht van God tot zaligheid is, eerst voor de jood en dan ook voor de Griek. En dat is het Evangelie van het plaatsvervangend lijdden en sterven van onze Heere Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's