De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heeft de cultuur het laatste woord?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heeft de cultuur het laatste woord?

Triosynode over het huwelijk

10 minuten leestijd

Nadat de synoden zich op donderdagavond 7 november hadden uitgesproken over het concept-génerale regeling predikantstraktementen en predikantspensioenen, stonden voor de vrijdag die volgde nog 3 punten op de agenda.

1. De bespreking van het rapport 'de plaats van levensverbintenissen in de kerkorde'.

2. De bespreking van het Leuenberg-document over de kerk: 'De Kerk van Jezus Christus'. De reformatorische bijdrage aan de oecumenische dialoog over de kerkelijke eenheid.

3. De bespreking van het rapport 'rapportage wederzijdse erkenning predikantsopleidingen'. We willen een impressie geven van de bespreking van de hierboven genoemde agendapunten.

Inleiding

Ds. R. E. Vissinga, preses van de gereformeerde synode leidde de bespreking over het rapport van de commissie 'huwelijk en andere relatievormen' in.

Zijn conclusie, na het lezen van het rapport, was: dat de Geest ons nog geen eenstemmigheid in de zaak die aan de orde gesteld werd had gegeven en dat we elkaar daarom de ruimte dienden te geven.

Prof. dr. F. Schroten, de voorzitter van de commissie gaf een toelichting op het rapport. De commissie heeft zich beperkingen opgelegd om niet alles wat in kerkelijk verband gedaan is nog eens dunnetjes over te doen. De hoofdvraag: hoort er een artikel over het huwelijk en/of andere relatievormen in de kerkorde van de VPKN, bepaalde de commissie bij de kernvraag naar de kerkelijke betrokkenheid bij een huwelijk. Deze betrokkenheid blijkt dan voor alles een liturgische te zijn. De invalshoek werd daarom: wat kunnen wij vanuit liturgisch oogpunt zeggen over huwelijk en andere relatievormen? Een benadering vanuit de bijbelse theologie leidde in het verleden, door grote verschillen in hermeneutische vooronderstellingen, tot een scheiding der geesten. Een nieuwe invalshoek voor een nieuwe impuls aan het gesprek over relaties.

De commissie is niet gekomen tot een eensluidende waardering van 'het huwelijk en andere relatievormen' vanwege te grote verschillen in (theologische) vooronderstellingen en uitgangspunten. Het rapport geeft twee argumentatie-lijnen aan:

a. denken vanuit de overeenkomst tussen verschillende relatievormen; alle kunnen relaties 'in liefde en trouw' zijn;
b. denken vanuit het onderscheid tussen verschillende relatievormen.

De vraag naar 'huwelijk en andere relatievormen' interpreteert zij als de vraag naar de manier waarop niet-huwelijkse relatievormen naast het huwelijk kunnen bestaan.

In de conclusie heeft men in de commissie elkaar toch gevonden nl. als het gaat om de wijze waarop de kerk in haar pluriforme geheel met 'huwelijk en andere relatievormen' dient om te gaan:

1. er hoeft geen artikel over het huwelijk in de kerkorde;
2. de betrokkenheid krijgt primair gestalte in de liturgie en daarom moeten relatievormen een plaats in de kerkorde krijgen in het artikel over de eredienst.

Over de manier waarop dit laatste moet plaatsvinden gaan de wegen uiteen. Moeten huwelijksdiensten en diensten van gelofte, voorbede en zegen voor andere levensverbintenissen van elkaar onderscheiden worden?

Sprekers

In de sprekersronde vroegen zo'n 30 sprekers (vnl. HK) het woord.

Ds. N. J. Pronk (cl. Hoorn, HK) diende een voorstel in om in de ordinanties een regeling over de zegening van het huwelijk en andere relaties op te nemen. De beslissing of andere relatievormen als het huwelijk ingezegend worden zou overgelaten moeten worden aan de kerkenraad. Dit voorstel werd met 62 stemmen voor niet aangenomen.

In de bespreking tekenden zich twee lijnen af. Instemming met de conclusie (argumentatielijn a. of b.) enerzijds. Het rapport trok over de streep, was overtuigend, wekte bewondering vanwege twee denklijnen en het toch vinden van elkaar, grote lof. Het rapport ademde een geest uit van een. kerk waarin mensen niet veroordeeld worden, maar geholpen.

Anderzijds waren er meer dan 13 sprekers die grote bezwaren hadden tegen de conclusies van het rapport en het besluitsvoorstel van de moderamina. Zij bepleitten een artikel over het huwelijk in de kerkorde, zoals de huidige kerkorde van de NHK die kent.

Ds. B. van Vreeswijk (cl. Doom, HK) o.a. had grote moeite met de invalshoek vanuit de liturgie. Moet vanwege het verschil in hermeneutische vooronderstellingen de Bijbel zwijgen? Hij stelde een bespreking voor op de classes.

Ouderling-kerkvoogd D. Norel (cl. Hattem, HK) kon zich als enige van de cie van rapport in geen van beide denklijnen vinden. Hij bepleitte voor overname van hetgeen in de hervormde kerkorde aangaande het huwelijk geschreven staat. Niet minder dan 42 classes willen het huwelijk met name genoemd hebben, zo betoogde hij.

Ds. G. van Meijeren (cl. Heusden, HK) wees op het zelfgetuigenis van de Heilige Schrift. Er zijn toch door de Schrift heen constanten aan te wijzen! Hij vond het rapport onbevredigend. De leden van de cie. hebben zich erg laten leiden door de huidige stand van zaken, door de tijdgeest en hij verweet de cie. hermeneutische vooringenomenheid.

Laten we blijven bij het 'sola Scriptura' zo sprak oud. P. F. Noordam (cl. Alphen a/d Rijn) en oud.-kerkv. D. Leeflang (cl. Brielle, HK) wees op het bijbels spoor getrok­ ken door theologen als J. Douma en W. H. Velema. Diaken J. M. Verstoep (cl. Gouda, HK) riep op tot een eerbiedig luisteren naar Gods Woord. Daar wordt ons de wil des Heeren bekend gemaakt.

Ds. B. Weegink (cl. Katwijk, HK) sprak zijn zorg uit dat, wanneer we op de lijn van de cie. verdergaan uitkomen bij: 'alles zegenen wat in het zegenhuis komt'. De kerk moet helderheid verschaffen over het inrichten van relaties naar Gods inzettingen en beloften. Het uitgangspunt nemen in de liturgie is te kort door de bocht. De overheid is niet de enige die over het huwelijk iets te zeggen heeft. Als dat waar zou zijn, zijn we als kerk in deze zaak niet meer dan de afdeling nazorg van het notariskantoor.

Is de kerk op deze wijze niet meer dan trendvolger en loopt ze zo niet met de mode van de samenleving mee?

Ook diaken G. H. Hunink (cl. Amersfoort, HK) en ds. H. E. J. van der Laan (cl. Delft, HK) onderstreepten dit laatste en stelden voor dit rapport als discussiestuk te aanvaarden (34 aanwezigen steunden dit voorstel).

Ds. H. J. Lam (cl. Ommen, HK) noemde zijn bijdrage als de huid van een egel. Het rapport toont niet alleen aan hoe verscheiden onze kerk, maar ook hoe gescheiden zij is. Onze kerken komen zo weinig weg bij wat staat in art. 1 van het concept kerkorde nl. onze verbondenheid met de reformatorische belijdenissen. Ds. Lam vroeg zich af welke vooronderstelling het is om altijd maar 'respect' voor elkaar te hebben? En: worden andere relaties door het evangelie niet duidelijk gekwalificeerd?

Als de vraag niet meer is 'wat mag', is de vraag bepalend geworden naar 'wat kan'. Op deze wijze zitten we bij het typisch post-moderne 'moet kunnen', met alle permissiviteit die dat met zich meebrengt.

Spreker vindt het vreemd dat in de kerk het laatste woord aan de hermeneutiek gegeven wordt: jij hebt jouw insteek, ik de mijne. We moeten zo respect voor elkaar hebben, laten elkaar vrij en laten elkaar in wezen in de kou staan. Een vergelijk met de Richterentijd is op zijn plaats: een ieder doet wat goed is in zijn ogen.

Hebben we nog zoveel 'lef' (hart) voor elkaar dat de ander mij durft voor te houden: wat jij doet is kwaad in de ogen des HEEREN. Het is in het verleden misschien wel eens te gemakkelijk gebeurd, maar heden ten dage gebeurt het te spaarzamelijk. Hij pleitte voor opneming van een artikel over het huwelijk in de nieuwe kerkorde omdat juist in onze tijd het huwelijk zo onder druk staat en wij een belijdende kerkorde willen hebben! En, omdat we toch mensen op het oog hebben, mensen voor Gods aangezicht, die naar Gods geboden en naar Zijn beloften hebben te leven. Ds. Lam gaf het advies om toch de reformatoren te bestuderen (Bucer, Luther, Calvijn) opdat we verder komen dan een zeer eenzijdige interpretatie, zoals in het rapport plaatsvindt. Oud. J. Jager (cl. Alblasserdam, HK) wees op het exclusieve karakter van het huwelijk als inzetting van God (Gen. 2, 24; Matth. 19, 5). Hij vroeg zich in alle ernst af hoe ondanks alles in 1951 en tot op de dag van vandaag het huwelijk in de hervormde kerkorde is gebleven. Wanneer we het nu willen schrappen, zijn we dan in de voorgaande tijd goed bezig geweest?

De kerkelijke bevestiging en inzegening van het huwelijk is toch ook belijden dat dat verbond in de Heere gesloten is, ja belijden dat het huwelijk in de hemel gesloten is. Is juist het huwelijk tussen man en vrouw niet een afspiegeling van de band tussen Christus en Zijn Gemeente. 'Laten we vandaag als synode de geloofsmoed hebben in de situatie van deze tijd op belijdende wijze uit te spreken wat ons vanuit het Woord wordt voorgezegd.'

Ds. D. Breure (cl. Breukelen, HK) vroeg het moderamen waarom de cie. naar de mening van sommigen zo eenzijdig is samengesteld. Waarom iemand als dr. Hoek niet heeft meegedaan. Dr. K. Blei antwoordde, dat dr. Hoek gevraagd was, maar deze kon de benoeming niet aanvaarden. Naar zijn mening was de breedte van de kerk vertegenwoordigd in de commissie hetgeen ook in het rapport (met de twee denklijnen) openbaar is gekomen.

Ds. W. B. Beekman (preses synode HK) bepleitte een artikel in de kerkorde over het huwelijk. We zijn het er toch over eens dat het huwelijk heilig gehouden moet worden? ! Hij wilde weliswaar het spreken over 'huwelijk' inclusief andere levensverbintenissen opvatten.

Drs. W. P. van der Aa (cl. Bommel, HK) sprak zijn ongenoegen uit over dit rapport. Hij bepleitte een expliciet getuigenis aangaande het huwelijk in de kerkorde. De kerk moet helderheid verschaffen: hier zijn we en zo zijn we! Ze moet niet zwijgen omdat ze het over andere dingen (hebben andere levensverbintenissen recht op zegen? ) niet eens zijn.

Ds. H. de Leede (lid van commissie) vroeg de voorstanders van het rapport of ze de bezorgdheid over de eigen aard van het huwelijk kunnen honoreren. De tegenstanders vroeg hij of ze zich konden voorstellen dat de kerk niet alleen cultuurkritisch, maar ook cultuurvormend en daarom ook cultuurvolgend moet zijn. We leven in een andere tijd dan in 1951! We moeten zoekend en helpend een weg gaan. Die ruimte moet de kerkorde geven.

Het besluitsvoorstel van de moderamina werd met enkele wijzigingen aangenomen met 29 stemmen tegen. Een artikel in de kerkorde is dus niet nodig, over relatievormen zou gesproken moeten worden in het kader van het artikel over de eredienst, waarin gesproken wordt over trouwdiensten.

Het rapport wordt ter kennis gebracht van de werkgroep kerkorde en de gemeenten en kerken; en bij de bespreking van door de kerkelijke vergaderingen ingezonden consideraties en reacties betrokken.

Heilzame geboden

Tijdens dit gesprek ter synode is opnieuw duidelijk aan het licht gekomen dat de wegen uiteengaan inzake het verstaan van de Heilige Schrift.

Heeft de hermeneutiek dan het laatste woord? En is de weg die de kerk de eeuwen door in deze zaak gegaan heeft met een beroep op de Schrift achterhaald? Er zijn in deze zaak toch duidelijk constanten aan te wijzen in het geheel van het schriftgetuigenis. En zijn theologen als Douma en Velema niet anders dan biblicisten? Is het vanuit de geschiedenis juist niet aantoonbaar, dat in samenleving waarin het huwelijk niet meer als dé levensverbintenis tussen twee mensen (man en vrouw) gezien wordt, maar er alternatieve relaties de aandacht krijgen, er sprake is van een decadente en eroderende cultuur?

Het trieste van een gesprek als vrijdagmorgen gevoerd in de triosynode is de pijn die ervaren wordt bij mensen die het moeilijk hebben met hun seksuele geaardheid, die alleengaand zijn en die in dit alles begeren te leven naar Gods heilzame geboden. Onze houding t.o.v. onze homoseksuele naaste is bijna tot een schibbolet geworden. Laat de herderlijke bewogenheid van Christus in ons zijn. Laten we Gods Woord als lamp voor de voet, als licht op ons pad hanteren. Wanneer we die weg gaan is er zegen te verwachten. Dan ook te durven en te moeten zeggen: hier staan we... we kunnen niet anders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Heeft de cultuur het laatste woord?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's