De actualiteit van Dordt (4)
In het vorige artikel zijn enkele storende fouten gekomen, t.w.: op pag. 717 onder kopje 'Op de mens gericht', 12e regel staat: Geloven wordt niet..., dit moet zijn Geloven wordt hier....
Op blz. 718, Ie kolom, 7e regel staat: God is uit Zijn tempel gedaan..., dit moet zijn: God
is uit Zijn tempel gegaan. Onder kopje 'Verantwoordelijkheid', 3 regels daaronder staat: Gods beloven zal geloven. Dit moet zijn: Gods beloven niet zal geloven.
De roeping
De predestinatie wordt geopenbaard in de roeping.
Dordt belijdt dan de 'inwendige roeping' als binnenkant van de 'uitwendige roeping', die zich voltrekt onder de éne prediking van het Woord Gods. En dan blijkt dat beide ten nauwste op elkaar betrokken en van elkaar doortrokken zijn. Dan is het goed om vandaag te luisteren - temidden van 'allerlei wind van leer' - naar het kloppend 'hart van de Kerk'. Waar dit niet klopt, daar klopt de leer en de dienovereenkomstige prediking niet!
Als het waar is dat in de gereformeerde gezindte de leer van de predestinatie het best bewaard is gebleven, dan zou daar het meest van de aanbidding gevonden moeten worden. En ongetwijfeld wordt deze daar ook gevonden, echter verhoudingsgewijs dan toch maar incidenteel. Niet de aanbidding, maar de berekening, de beredenering in de prediking of de berusting dan wel een feitelijke miskenning maken doorgaans de dienst uit... van God!
Het is niet juist om de oorzaak daarvan in de predestinatieleer zelf te zoeken, veeleer moet die worden gezocht in de prediking en de prediker. Waar de aanbidding in de bediening der verzoening een 'gegeven' is, daar zal dit ook zijn in de gemeente. Zó de priester zó het volk!
De leer van de verkiezing mag dus niet worden verzwegen, maar dient te worden gepredikt. Het misbruik heft het gebruik niet op.
Het zal duidelijk zijn, dat de remonstrantse nadruk op 'neem een besluit' vandaag de dag hoogtij viert in evangelische kringen en zeker niet alleen daar! Niet gehinderd door enige kennis drinken tallozen dit arminiaanse of remonstrantse gif. Niet gehinderd door enige gedegen kennis van de Schrift en van het katholieke belijden van de Kerk der eeuwen.
De leer van de algemene verzoening verslaat momenteel zijn duizenden! Echter, in de prediking mag de genoegdoening van Christus en door Christus ook weer niet beperkt worden tot hen, die 'verstaan waar het om gaat'. Integendeel, het is een woord van Luther, dat God met Zijn heilswoord tot allen komt en als zodanig noemt hij Hem 'de God, die predikt' (Deus praedicatus). Voortdurend waarschuwt Luther ervoor om niet over de predestinatie te piekeren, maar zich te houden aan het geopenbaarde Woord van God. Nooit bedoelde Dordt dan ook met de predestinatieleer de oproep tot bekering en geloof af te zwakken, laat staan onmogelijk te maken.
De predestinatie staat immers niet boven het evangelie, maar is haar diepste grond. Zonder predestinatie zou er alleen maar een krachteloos evangelie zijn of eigenlijk helemaal geen evangelie.
Helaas moet worden vastgesteld dat er in de gereformeerde gezindte een voortdurende tendens te signaleren is om de intentie van de prediking ten aanzien van de extensie (uitgebreidheid) van de beloften tot allen en een ieder en de beperking van het heil tot de uitverkorenen te systematiseren in verstandelijk overzichtelijke en doorzichtige schema's, waarmee haar eigen 'wereldgelijkvormigheid' (paradoxaal genoeg) voortdurend aan het licht komt als vorm van godsverduistering en als voorbode van het einde van de gereformeerde orthodoxie. ,
Houden we ons aan de paradoxale theologie van de Reformatie! Luther betoogt dat de menselijke wil, die Christus niet aanneemt, schuldig staat. En dat God dit kwaad niet bij ieder wegneemt en het de mens toch toerekent, terwijl die mens niet in staat is zich ervan te bevrijden, dat kan en mag men niet onderzoeken, want God woont in een ontoegankelijk licht. En dan benadrukt Luther dat we ons te houden hebben aan de God, die vlees geworden is (Deus incarnatus) en Deze is de Gekruisigde.
In dit verband spreekt Luther zelfs van de verborgen God (Deus absconditus).
Nogmaals de verwerping
Voor Dordt komt de verwerping in de prediking niet aan de orde als mededeling, rnaar deze kan er zich voltrekken, nogmaals niet als de logische, maar als de doxologische (op de lofprijzing gerichte) keerzijde van de verkiezing. Als men meent de verwerping van eeuwigheid niet direct te kunnen herleiden tot het Schriftgetuigenis in deze, dan zou men deze toch minstens moeten afleiden uit het Bijbelse Godsbeeld van de eeuwige barmhartige en rechtvaardige God, die tot ons spreekt met de beide lippen van wet en evangelie. Het eeuwige Wóórd is bepalend voor het eeuwige antwoord!
Het vertrekpunt in het welbehagen Gods verkleint de reikwijdte van het evangelie niet, maar accentueert deze juist. De verkiezing realiseert en concretiseert zich dan in de volharding en de verwerping in de verharding.
Wanneer de prediking zich niet meer voltrekt coram Deo (voor het aangezicht van God), vernauwt de horizont zich binnen de grenzen van een 'semi-geestelijke wereld', waar 'de geestelijke mens' (!) zijn schuld transponeert in een algemene schuldigheid, waarvoor het evangelie dan op een algemene wijze soelaas moet bieden.
Het opheffen van de heilzame spanning in het Dordtse 'denken' leidt zo tot het verglijden en wegglijden in een algemene en hopeloze veroppervlakkiging van het gereformeerde leven, waar de hoogten en de diepten van het verzoende leven ten enenmale onbekend zijn geworden. En wel, omdat ze niet meer gepreekt worden!
Geen nivellering
Daarbij moet worden vastgesteld dat het Barthianisme ook zijn invloed heeft gehad en nog doet gelden op de hedendaagse orthodoxie. Verbond, prediking en verkiezing zijn daarbij ongeveer identieke begrippen geworden.
Daarbij gaat de verkiezing op in de prediking! Verkiezing is dan niet meer een onderstreping van het genadekarakter van de genade, maar een accentuering van de plichtmatigheid van het geloof als realisering van onze verantwoordelijkheid.
Maar het verbond gaat niet op in de prediking, en de verkiezing gaat niet op in het verbond, en dus niet in de prediking! De menselijke verantwoordelijkheid wordt evenwel niet waargemaakt of verwerkelijkt in de toewending van de mens naar God, maar in de genadige toewending van God naar de mens. De verantwoordelijkheid van de mens is niet antropologisch (vanuit de mens) bepaald, maar theologisch (vanuit God). Populair gezegd, betekent dit dat ook in dit opzicht 'de mens er buiten valt' en wel volledig.
Terug naar de Reformatie
Dordt kent geen zgn. 'bewegingsvrijheid' om zichzelf tot het goede te 'schikken'. Reformatorische prediking zal daartoe dan ook geen enkele ruimte bieden! Reden, waarom de zgn. 'werkheiligheid' in de gereformeerde gezindte in flagrante strijd is met theologie en prediking van de Reformatie. Als er gesteld wordt dat je moet doen wat je kunt om deel te krijgen aan het heil, dan is dit een feitelijke loocheliing van de erfzonde en een praktisch remonstrantisme. Ook al wordt dit 'doen' gereduceerd tot een zich 'schikken'. De mens staat op en vervolgens recht overeind in zijn 'vrome' opstand tegen het evangelie van vrije genade.
Nergens geeft Dordt de onbekeerde zondaar een schuilplaats of startplaats buiten de genade. Verstandelijk is dit voor de onbekeerde natuurlijke mens in zijn geestelijk-dood-zijn nooit toegankelijk of doorzichtig te maken, wat weer alles te maken heeft met de ergernis en de dwaasheid van het kruis.
Zolang de mens aan het werk gezet en gehouden wordt, zal een Egyptische duisternis de aarde van de gereformeerde gezindte bedekken. Zij behoeft ontdekking!
Werkheiligheid
De remonstranten waren zeer gesteld op 'het licht der natuur' en stelden vervolgens dat een mens daarvan gebruik kon maken om zalig te worden. God begiftigt dan met de prediking van de genade en met de genade zelf, maar een mens moest daar wel op een verstandige wijze gebruik van maken! Ook wezen de remonstranten graag op art. 14 van de N.G.B, waar gesproken wordt van 'kleine overblijfselen' van het beeld van God in de mens (in navolging van Calvijn). Van al deze vermeende mogelijkheden in de mens als even zovele aanknopingspunten voor God distantieert Dordt zich geheel en al: 'Maar zo ver is het van daar dat de mens door het licht der natuur zou kunnen komen tot de zaligmakende kennis van God en zich tot Hem bekeren'.
Róóms is ook de beschouwing van de mens als 'redelijk-zedelijk' wezen. In deze zienswijze ligt voor het Woord van God het aanknopingspunt in de redelijke en zedelijke natuur van de mens, waardoor hij in staat is de waarheid van dit Woord te onderkennen en te erkennen.
Wèl heeft Rome er weet van dat het geloof ook een beslissingskarakter heeft en dat er dus ook een wilsmoment in voorkomt, maar het verstandelijke karakter van het geloof neemt een overheersende plaats in.
Het zal duidelijk zijn dat er ook in rechtzinnige delen van de kerk of onder orthodox gereformeerden een heel subtiele en onderhuidse afbuiging naar Rome kan plaatsvinden via gesignaleerde niet onderkende remonstrantse gevoelens. Het voortdurend hameren op het verstand in de prediking en het dienovereenkomstig historisch geloof creëert een diep ingekankerd en misplaatst verantwoordelijkheidsgevoel!
Volgens Dordt is het enige wat de mens met 'het licht der natuur' blijkt te doen dit, dat hij 'op onderscheidene wijze dit licht der natuur geheel bezoedelt en in ongerechtigheid ten onder houdt'.
Deze dode remonstrantse vlieg van 'het licht der natuur' doet de rechtzinnige zalf van de apotheker op menige gereformeerde kansel stinken. Het zgn. historisch geloof is dan ook veel te hoog aangeslagen als 'opstapje' naar de genade.
Nee, het 'licht der natuur' of het zgn. 'historisch geloof (een ondoorzichtig begrip trouwens) stelt de mens des te meer verantwoordelijk voor het aangezicht van God. Het remonstrantse misplaatste verantwoordelijkheidsgevoel is nu wat en waar het wezen moet, nl. het gevoel van schuldig zijn voor Gods aangezicht. Daar is de mens Woordelijk verantwoordelijk! Zolang dit verantwoordelijkheidsbesef op de verkeerde plaats wordt gepreekt en 'waar gemaakt' zal de duisternis de gereformeerde afgrond blijven bedekken.
Een ongeloofwaardige verkondiging is dan de oorzaak en de schuld van het ongeloof van de gemeente, omdat een verstandelijk 'aftreksel' van Dordt niet de trekkracht kent van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Door het 'doen' en het 'toedoen' van de prediker kunnen mensen verloren gaan!
Wanneer men enerzijds de predestinatie als geïsoleerd idee laat domineren in theologie en prediking, poogt men vaak ander zijds de ontstane lacune in de verkondiging te compenseren met een zgn. 'ruime belofte-prediking'. Maar als deze belofteprediking niet christologisch is geënt in het 'eenmaal eens voor goed' van het werk van de Zoon en niet tegelijk theologisch is geijkt vanuit het eeuwig welbehagen en het Vaderlijk meedogen, dan moet er pneumatologisch (m.b.t. het werk van de Geest) een kortsluiting optreden, waarbij en waardoor de gemeente te kort wordt gedaan!
Een verwerpelijke prediking heeft in de zin van de predestinatie alles van doen met de verwerping van de prediker en dan en zó van hen, die hem horen, omdat dit horen niet werd gestructureerd met de eeuwigheidsdimensie, die wordt aangelegd door en op trinitarische prediking.
Horen
God roept 'mannetjes uit het stof verrezen' (Calvijn) om de éne roeping tot zaligheid te verwoorden. Aldus geroepen predikers weten zich geroepen het Woord Gods te verkondigen, lerend en lyrisch de grote werken Gods uitroepend in Christus Jezus en wel in betoning van Geest en van kracht. Daar en dan geschiedt (!) het Woord Gods en wordt er heilsgeschiedenis gemaakt en geschreven in de harten en levens van allen, die dit 'horen'. Op de wijze van het Woord en van de Geest gaat genadig in vervulling, dat doden zullen horen (!) de stem van de Zoon van God en dat die gehoord zullen hebben ook zullen leven. Leven bij de gratie van en in het 'horen'. De kracht van het Woord van God binnen de dynamiek van de verkondiging is dan bepalend voor een nieuwe schepping in Christus Jezus.
Het onderscheid tussen de uitwendige en de inwendige roeping mag de eenheid van de éne roeping nooit ontwrichten. De éne prediking van het evangelie gaat daar niet vanuit, maar heeft dit blijkbaar tot gevolg.
Verkiezing en verwerping zijn zodoende geen rem, maar een klem op die ene verkondiging van het evangelie. En aldus voltrekt de bediening der verzoening zich onder de hoogspanning van de eeuwigheid. Daar vallen dan ook eeuwigheidsbeslissingen! En wel in de dubbele zin des woords en van het Woord!
Prediking zal dan ook Woordbediening zijn en geen etalering van gestandaardiseerde systematisering van het heil.
Prediking bij de gratie van de predestinatie staat niet onder de beheersing van de predestinatie, maar omgekeerd staat de predestinatie onder de beheersing van de verkondiging van het Wóórd, er van uitgaande dat in den beginne het Woord bij God was en het Woord God zélf was. Zo komen tijd en eeuwigheid bijeen in het allesbeslissende moment van de Woordbediening!
Cultuur
Het belijden van de Kerk der eeuwen zal worden gecontinueerd van geslacht op geslacht en van de ene cultuur in de andere cultuur. Inculturatie van het Woord van God ofwel het verwoorden van het Woord van God in de woorden van de eigen cultuur is geboden ofschoon zij de perken van de incarnatie (de vleeswording) van het Woord niet te buiten zal gaan. Want dan zou de natuur gaan heersen over de genade! De cultuur is immers een vorm van 'natuur'. Hetzelfde geldt voor het ingaan van de woorden van het belijden van de Kerk der eeuwen in de hedendaagse cultuur!
Bij het zgn. 'dynamische belijden' dreigt de natuur te gaan heersen over de genade als de Dordtse genade-en geloofsleer niet restloos en zonder enige reserve wordt gecontinueerd als zijnde het belijden van de Kerk der eeuwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's