Het Avondmaalsformulier (5)
Belangrijke elementen praktisch belicht
Het dankgebed
Dit laatste artikel is gewijd aan de dankzegging op het Heilig Avondmaal. We laten onze gedachten gaan over het gebed waarmee het Avondmaalsformulier wordt afgesloten. De opbouw van dat gebed is eenvoudig en helder. Het eerste deel ervan verwoordt de dankbaarheid voor de zaligheid in Christus en voor het H. Avondmaal. Het tweede deel is een bede om Gods zegen over het H. Avondmaal voor de komende tijd. En tenslotte wordt het geheel afgesloten met het Onze Vader, waarmee de Heere op volmaakte wijze wordt aanbeden.
Lofprijzing en dankgebed
Het ontvangen van brood en wijn, als dubbel teken van de genade van Christus, mondt uit in een lofprijzing van de HEERE.
Er wordt met een vol gemoed gezocht naar woorden om God te verheerlijken.
Woorden die wij zo maar niet bij de hand hebben. Maar die wel voor het grijpen liggen in het Oude en Nieuwe Testament.
Het formulier in zijn oorspronkelijke vorm liet de mogelijkheid open om de lofprijzing te gebruiken als dankgebed. Toen stond er na de lofprijzing en voor het dankgebed te lezen: Of alzo. De opstellers lieten dus aan de bedienaar de keuze om het een of het ander als afsluitend dankgebed te gebruiken.
Al op de Dordtse synode (1618/1619) kwam hier wijziging in. Het dacht de afgevaardigden goed om steeds zowel de lofprijzing als het dankgebed te gebruiken in een Avondmaalsdienst. En gezien de rijke inhoud van beide, verdient dat besluit ons aller instemming!
Grondeloze barmhartigheid
In de eerste paar zinnen van het gebed wordt heel Gods werk van zaligheid onder woorden gebracht. 'O almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken U van ganser harte, dat Gij uit grondeloze barmhartigheid ons Uw eniggeboren Zoon tot een Middelaar en offer voor onze zonden en tot een spijs en drank des eeuwigen levens geschonken hebt (...).'
Voorop gaat Gods grondeloze barmhartigheid. Daar is het begonnen. God heeft Zich een volk tot het eeuwige leven uitverkoren. Een volk uit alle hoeken van de wereld. Uit alle tijden. Een volk van mensen die niets beter zijn dan andere mensen. Er is in hun gedragingen, in hun houding tegenover God en medemensen van hen zelf uit niets te bespeuren, dat hen er voor in aanmerking zou laten komen. Gods warme hart klopt voor hen zonder grond. Zonder reden daarvoor te hebben in hen. Nergens anders heeft God Zijn eeuwige voornemen om Zich een volk te verkiezen en zalig te maken op gefundeerd dan op Zichzelf.
Voor alle eeuwen nam God hiertoe redenen uit Zichzelf.
Wie in geloof terugkeert van de Avondmaalstafel mag terugdenken: Het is voor mij begonnen bij de almachtige en barmhartige God. Een eeuwigheid voor er iets van mij begon te leven had de Heere reeds mijn naam in Zijn boek geschreven. Die opgetekend in het Boek des levens. De heb het er niet naar gemaakt. Ik wilde het er zelfs niet naar maken. Het was vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog.
Een geschonken Middelaar
In het gebed wordt deze almachtige en barmhartige God en Vader er ootmoedig voor gedankt, dat Hij Zelf ervoor gezorgd heeft dat Zijn keuze om zondaren zalig te maken ook kon worden verwerkelijkt. 'Wij danken U, dat Gij ons Uw eniggeboren Zoon tot een Middelaar en offer voor onze zonden en tot een spijs en drank des eeuwigen levens geschonken hebt.'
De Heere is eenduidig. In Hem bestaat geen innerlijke strijd. Geen strijd tussen barmhartigheid en rechtvaardigheid. God de Heere zal bij het schenken van Zijn liefde tekort doen aan Zijn eigen gerechtigheid. Dat komt voor de dag in het schenken van Zijn Zoon als Middelaar en offer. God geeft Zijn Zoon om tussenbeide te treden. Om mensen weer bij God te brengen. Om de veelheid van zonden die in de weg staan, weg te nemen.
Een bovenmenselijke taak lag daarmee op Christus' schouders. Een ambt dat Hij alleen met goddelijke kracht kon volvoeren.
Hij Die in de gestaltenis Gods zijnde, het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn, heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden. En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja de dood des kruises. Daar bracht Hij het offer voor de schuld van vele mensen. Daar betaalde Hij de prijs voor het herstel van de band met God voor al de Zijnen.
En wie door Christus het leven heeft gekregen, die krijgt van Hem ook voedsel en drank om dat leven te onderhouden. Niet voor even, maar tot in de eeuwige vreugde! Denkt u maar aan de voeding voor de ziel, die Christus geeft aan Zijn tafel.
Een gegeven geloof
De verwezenlijking van Gods genadige keuze van een vast getal van zondaren uit de hele mensenmassa van alle tijden is echter niet gewaarborgd met het schenken van Gods eniggeboren Zoon alleen. Wat, als Gods geschenken in Christus door mensen niet worden aanvaard? Dat is niet alleen maar een geopperde mogelijkheid.
Dat is de bittere realiteit! Gods geschonken Middelaar wordt niet aangenomen.
Hij wordt niet geloofd. Niemand wil Hem.
Niemand taalt naar Hem. Beschamend is het, maar het is niet genoeg, wanneer de HEERE Zijn heerlijke genadegaven in Christus aan ons voorhoudt. We willen ze niet in ontvangst nemen. En..we kunnen ook niet. We hebben er geen 'handen' voor. Bent u er God de HEERE dan niet alle dank voor verschuldigd, wanneer Hij bij u ook daarin genadig heeft voorzien? 'O almachtige, barmhartige God en Vader, wij dan ken U van ganser harte, dat Gij uit grondeloze barmhartigheid, ons geeft een waarachtig geloof, waardoor wij zulke Uw weldaden deelachtig worden.' Achter die laatste woorden gaat het hele wonder van de wedergeboorte door Gods Woord en Geest schuil (H.C. vr. en antw. 8 en 20 en D.L. hoofdstuk III en IV paragraaf 10-14).
God is een God van volkomen zaligheid. Alle roem is uitgesloten, het is onverdiende zaligheid. Het is: door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen. Het is niets uit ons, maar het is al uit Hem, zo gaat het naar het hemelse Jeruzalem! Daar komt u gaandeweg al meer achter! Daar mag een gesterkte Avondmaalsganger biddend van zingen!
Geestelijk voedsel dat gedijt
'Wij bidden U, o getrouwe God en Vader, dat Gij door de werking van Uw Heilige Geest de gedachtenis van onze Heere Jezus Christus en de verkondiging van Zijn dood wilt laten gedijen tot dagelijks toenemen in het rechte geloof en in de zalige gemeenschap van Christus.' Avondmaalsgangers danken God. En tegelijk leven ze in het besef, dat ze nadien zonder God en Christus niet kunnen doen. Wie gelooft, heeft het nodig, dat God door de werking van Zijn Geest het Heilig Avondmaal bij hem of haar laat gedijen. Dat het geestelijk voedsel is, dat voor de komende tijd werkelijk sterkt. Eten en drinken dat nieuwe kracht geeft aan het leven van het geloof.
Moesten we het zelf in stand houden, het ging alleen maar achteruit. Hollende achteruit. Het zou verkwijnen. En in een oogwenk zouden we de toonhoogte van de dank aan God verlaten hebben. Om er nooit meer terug te keren.
Vandaar die bede. Woorden dooraderd van diepe zelfkennis. Trouwe God en Vader, houdt Gij mijn geloof in stand. En ook verder: vermeerder Gij dagelijks het geloof in mij.
Dat is kenmerkend voor het ware geloof.
Dat er in dat geloof een hang is naar meer.
Elke gezonde gelovige heeft smart over de tekortkomingen en de gebreken in zijn of haar geloofsleven. Ieder kind van God ziet uit naar meer genade. Bidt ook voor zichzelf het gebed van Paulus uit Efeze 3: Om deze oorzaak buig ik mijn knieën tot de Vader van mijn Heere Jezus Christus, opdat Hij mij geve naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens. Opdat Christus door het geloof in mijn hart wone en ik in de liefde geworteld en gegrond zal zijn. Opdat ik ten volle kon begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, de lengte en diepte en hoogte zij; en bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat. Opdat ik vervuld moge worden tot al de volheid Gods.
Denkend aan de typering van het boek Hooglied zou je ook kunnen zeggen: de bruidsgemeente van Christus verlangt telkens naar meer omgang met haar Bruidegom. Ze ziet er naar uit dat Hij meer in haar nabijheid wezen zal. Dat de band tussen Hem en haar wordt aangehaald. Dat de verbondenheid aan Hem zal groeien.
Wat mankeert er aan?
Het is met de geloofsvermeerdering en met de toename van de geloofsgemeenschap aan Christus wel eens droevig gesteld onder Avondmaalsgangers. Je hoort nogal eens klagen, dat dat wat ontvangen werd aan de Tafel zo spoedig al weer zoek is. Zou het hiervan kunnen komen, dat we onszelf overschatten? We niet meer in het besef leven, dat er alleen sprake zal zijn van instandhouding en vermeerdering van een en ander, wanneer God Zelf ons dagelijks begenadigt? Dan gaan we door eigen schuld al te vaak in het donker. Dan maken we het onszelf in het geloof al te vaak onnodig moeilijk. Dan bedroeven we een almachtige en barmhartige God en Vader..
Het tweede deel van het dankgebed in het Avondmaalsformulier legt ons de juiste woorden in de mond. En bindt ze op ons hart. Wij bidden U, o getrouwe God en Vader (wij zijn zo ontrouw!), dat Gij door de werking van Uw Heilige Geest de bediening van het Heilig Avondmaal wilt laten gedijen tot dagelijks toenemen in het ware geloof en in de zalige gemeenschap van Christus. Dat bidden we, al pleitend op de Naam van Uw Zoon Jezus Christus alleen.
Totdat Hij komt
Wordt het Heilig Avondmaal op de juiste wijze gebruikt, dan stemt Psalm 84 vers 4 berijmd ermee overeen: Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort. Elk hunner zal in het zalig oord van Sion haast voor God verschijnen. Met de bede om dagelijkse vermeerdering van het geloof en dagelijkse toename van de verbondenheid aan Christus reist de Bruidskerk voort. De Kerk van Christus is immers op weg naar Sion, naar het hemelse Jeruzalem?
De Avondmaalsbediening is naar het eigen zeggen van de Heiland maar van tijdelijke aard. Er komt een dag waarop het geloof niet langer hoeft te worden bevestigd.
Waarom de band aan Christus niet meer behoeft te worden versterkt. Dan gaat geloven over in aanschouwen. Dan mag de Kerk van Christus aanzitten aan een eeuwig bruiloftsmaal aan de zijde van haar Liefste.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's