Het geestelijk gesprek in kerk en gemeente
Regelmatig komt men in het kerkelijk leven de overtuiging tegen dat twijfel de hoogste vorm van zekerheid is. Twijfel hoort bij het moderne 'geloofstype'. Dat betekent soms zelfs, dat men aan alles twijfelen mag (moet), ook aan het bestaan van God of aan de Openbaring van God. Mensen, die aan het bestaan van God of aan de Openbaring, zoals Hij die in Zijn Woord gegeven heeft, niet twijfelen, worden al snel als triomfantelijk aangemerkt, mensen die menen de Waarheid in pacht te hebben.
Profeten, psalmisten, evangelisten en apostelen hebben zeker ook twijfel gekend. Die twijfel, liever aanvechting gold echter niet Gods bestaan en Zijn Openbaring. Ook wanneer God Zich verborg of verborgen hield waren ze ervan overtuigd, dat Hij er was. Dan hunkerden ze ernaar, dat Hij Zich opnieuw aan hen zou openbaren. Voed het oud vertrouwen weder! Ze kenden ook de vragen inzake de niet te doorgronden wegen die Hij ging, de vragen aangaande Zijn bestuur, Zijn vaderlijke hand. Dan riepen ze de hemel aan om in Gods heiligdom te mogen ingaan en te vertrouwen of opnieuw te vertrouwen op Zijn gang in de geschiedenis.
Daarom is moderne twijfel een andere dan de aanvechting, die we in de Schriften tegenkomen bij de bijbelheiligen. Dat heeft te maken met het feit, dat in de moderne twijfel de Godsopenbaring zélf, de Heilige Schrift mee inbegrepen is. We hebben echter het profetische Woord dat zeer vast is en we doen wel er acht op te geven als op een licht dat schijnt in duistere plaatsen (2 Petr. 1 : 19).
Gesprek
Wie twijfelt aan (het gezag van) de Schrift - binnen of buiten de kerk - wordt, naar de ervaring leert, door verstandelijke argumenten niet overtuigd. Waarom zouden - zo wordt dan bijvoorbeeld tegengeworpen - de heilige boeken van andere godsdiensten niet evenveel gezag hebben?
Hier geldt dan ook, dat het de Heilige Geest is, die getuigenis geeft in onze harten dat de Schriften van God zijn (art. 7 N.G.B.). Alleen de Geest overtuigt van de Waarheid der Schriften. Dat hebben we dunkt me te bedenken in het kerkelijk gesprek, zowel binnen de kerken als tussen de kerken onderling. Vele van die gesprekken zijn vruchteloos vanwege de verschillen in visie op de Schrift, vanwege allerlei Schriftritische benaderingen. Al te zeer kunnen gesprekken dan rationeel worden.waarbij de ene 'opvatting' tegenover de andere staat. Voor de één heeft de Schrift (absoluut) gezag, voor de ander is het een boek 'van onderop'. Voor de één is de Schrift tijd-betrokken, voor de ander tijdgebonden. En men passeert elkaar als schepen in de nacht, men roept elkaar nog wat toe van weerszijden van een kloof, die scheidt.
Moeten we in het kerkelijk gesprek het net dan ook niet eerder aan de andere zijde uitwerpen? Wat gelóven we echt? Kunnen we rekenschap geven van de hoop, die in ons is?
Hoe komen we de verlammende moderne twijfel te boven? Zijn de gesprekken niet al te veel theologische debatten? Het hart moet er echter in mee komen, wil er nog overtuiging kunnen zijn. Wij geloven met het hart en belijden met de mond! De kerkelijke gesprekken zullen geloofsgesprekken moeten zijn. Zulke gesprekken zijn niet louter ervaringsgesprekken. Geloofsgesprekken moeten immers een basis hebben. Alleen het Woord en de belijdenis kunnen voor gesprekken binnen de kerken of tussen de kerken die basis zijn. Maar die scheppen als het goed is geestelijk leven.
Zouden kerkelijke gesprekken niet aan diepte winnen wanneer het echte geloofsgesprekken zouden zijn, gericht op wezenlijke themata van de geloofsleer?
Gemeente
De kerk is intussen allereerst daar, waar de gemeente is. Hoe functioneert daar het geestelijk gesprek? Mensen vragen elkaar 'Hoe gaat het ermee? ' of 'Hoe is het? '. In negen van de tien gevallen is het antwoord 'goed'. Een mens geeft zo maar z'n problemen niet bloot bij een vluchtige ontmoeting. Zelden echter stellen mensen in de gemeente elkaar de vraag hoe het er geestelijk mee staat. Stel, dat men elkaar dat regelmatig in de gemeente zou vragen, wat zou het doorsnee antwoord zijn? Het lijkt me toe, dat minder vanzelfsprekend met 'goed' zou worden geantwoord. En dan heeft dat niet zozeer met moderne vertwijfeling te maken. Dan gaat het er meer om, dat mensen vaak in onzekerheid verkeren omtrent hun geestelijk leven als zodanig.
Komt het in de gemeente nog tot echt geestelijke gesprekken? Wanneer het geestelijk gesprek in de gemeente niet of niet meer functioneert, vermagert een gemeente. Er wordt vaak veel gesproken over de dominee, of hij voldoet of niet voldoet. Aan de preek worden hoge eisen gesteld. Maar wat krijgt de dienaar van het Woord ervan terug als hij de gemeente doorgaat? Is er het spreken over God en goddelijke zaken? Of staat de wagen al spoedig stil wanneer het om geloofsgesprek gaat?
Ook in de gemeente kunnen er debatten zijn: theologische debatten, debatten en gesprekken over kerkelijk beleid, plaatselijk en landelijk, gesprekken over zaken aan de omtrek van de kerk, terwijl het gesprek over het geestelijk leven ontbreekt. Nodig is het gesprek over het hart. Ook hier behoeft niet elk gesprek ervaringsgesprek te zijn. Een mens ervaart niet elke dag. Maar de vraag is wel of ook in de gemeente geldt, dat wat met de mond beleden wordt met het hart wordt geloofd.
Wie weet van vroegere (of huidige) huiselijke gesprekken of in gezelschappen van leden der gemeente over echte geloofszaken, bij het licht van het Woord, of inzake geschriften inzake de geloofsleer, of rondom het avondmaal, draagt dat in het leven niet zelden als kostbare herinnering mee.
Wanneer daar tenminste het geheim van mensenlevens achterstak, die gestempeld waren door de vreze des Heeren in de verborgen omgang. Recent schreef iemand, dat jongeren vandaag identificatiefiguren missen, mensen wier geestelijk leven aantrekkingskracht op hen uitoefent. Als dat echt zo is, betekent dat verarming.
Er is dunkt mij nieuwe oefening nodig in gesprek over het geestelijk leven. Dan mogen de eigen twijfels daarin best meekomen. Als het gesprek maar wordt gevoerd.
Dat geldt niet alleen voor de gezinnen, het geldt ook de gemeente als geheel, het geldt binnen kerkenraden, het geldt dunkt me ook (zelfs) voor predikanten onderling. Wanneer het gesprek over geestelijke zaken in de gemeente niet meer plaatsvindt is er, als het erop aan komt, ook weinig van het kerkelijk gesprek te verwachten.
Belemmering
Nu kan men regelmatig horen - althans in bepaalde kringen van gereformeerd kerkelijk leven - dat er (vrijwel) geen geestelijk leven meer is. De tijden zijn donker. Dan mag evenwel de vraag gesteld worden waarom er nog predikers uitgaan en telkens nog nieuwe dienaren des Woords worden geroepen en als zodanig worden opgeleid. Zolang het Woord nog open ligt op vele kansels en dit Woord naar de zin en mening des Geestes bediend wordt, mag er toch óók verwachting zijn, dat de Geest en het Woord samengaan in het wekken van geestelijk leven! Waar twee of drie in Zijn Naam bijeen zijn, wil Hij in het midden zijn. Ook vandaag gaat de Geest op het voertuig van het Woord, zo geloven we, nog voort om parelen te hechten aan de Middelaarskroon van Koning Jezus.
Er zou hier echter een tweeledig probleem kunnen zijn. In de eerste plaats kan men
zich afvragen of de Geest niet kan worden tegengestaan wanneer in de prediking slechts wordt benadrukt, dat er weinig of geen geestelijk leven meer is. Er kan immers ook een matheid over de prediking komen, die Geest-belemmerend werkt? 'Werp het Woord er (echter) maar in en ge zult zegen hebben', zei Kohlbrugge.
In de tweede plaats is het zo, dat vandaag gemeenten van gereformeerde signatuur ook diverse invloeden van buiten ondergaan, die op het geestelijk leven inwerken.
In het rapport van de visitatoren-generaal, waaraan we vorige week aandacht gaven, werd onder andere gesproken over de evangelikale stroming. Feit is, dat deze stroming er is. Ze wordt gevoed door de media, door familie-en jongerendagen, door mannendagen en vrouwenochtenden, door bladen en geschriften. Men mag zich hier allereerst wel afvragen of er dan niet bepaalde elementen zijn gaan mankeren in de prediking, bijvoorbeeld de blijdschap en zekerheid des geloofs, of in de gemeente - bijvoorbeeld gemeenschap en missionaire bewogenheid - waardoor er een sterke zuigkracht van de evangelische beweging uitgaat. Daar komt bij, dat in de gereformeerde theologie en prediking soms zaken buiten beeld kunnen zijn geraakt of zelfs weggeredeneerd, die nochtans in de Schrift staan. Wanneer vanuit de evangelische beweging, met een beroep op de Schrift, daarvoor aandacht wordt gevraagd, mag daarover in de gemeente de bezinning wel plaatsvinden. We denken aan de geestelijke gaven, het duizendjarig rijk, de eindtijdverwachting en de tekenen der tijden, aspecten van de heiliging, de vruchten van de bekering. In de gereformeerde theologie wordt de tekst ook in de context gezien. Maar daarmee is het laatste woord over allerlei teksten toch nog niet altijd gezegd?
Verwoording
Maar daar komt dan bij dat leden der gemeente - jongeren ook - die van harte leven bij het Woord Gods, de zaken van het geestelijk leven soms anders verwoorden dan het voorgeslacht. Zou het dan niet zaak zijn vooral te luisteren naar de zaken achter de woorden in plaats van naar de woorden achter de zaken? Zeker er kan achter andere bewoordingen ook een andere inhoud schuil gaan. Het zou echter niet voor het eerst in de geschiedenis zijn, dat bij verschraling van het geestelijk leven in de kerk, in de gemeente, mensen hun toevlucht nemen tot bewegingen, waar levend(ig)er over de zaken van het geloof wordt gesproken en gepreekt en waar het nog om (het leven van de) bekering gaat.
We zijn ten volle van overtuiging, dat in de gereformeerde traditie de rijkdom van het bijbels belijden het diepst is bewaard. Het gaat daarin, wat het geestelijk leven betreft, om het in twee woorden samen te vatten, om 'zonde en genade'. Dan gaat het echter ook wel om een zaak van het hart, van doorleving, van bevinding. En als deze in de gemeente wordt gemist? Het is overigens opvallend dat binnen bepaalde evangelische stromingen aansluiting wordt gezocht bij de Puriteinen en hun geestelijk leven.
Zou niet juist ook binnen de gemeente het geestelijk gesprek over deze dingen moeten worden gevoerd? Het zou kunnen zijn, dat mensen in andere bewoordingen vandaag hetzelfde zeggen als wat het voorgeslacht heeft gezegd en beleefd. Het zou ook kunnen zijn dat daar, waar het hart niet meer meedoet ondanks grote 'gereformeerde' woorden, de verschraling zich ook juist binnen de gemeente voordoet. Dode rechtzinningheid kan ook de twijfel voeden en zelfs raakvlakken hebben met moderne twijfelzucht.
Opwekking
Als vandaag gesproken moet worden van verschraling van geestelijk leven, is er verder ook alle reden om in bescheidenheid en ootmoed met elkaar om te gaan, binnen de kerken en tussen de kerken. We hebben binnen alle kerken een opwekking des Geestes meer dan nodig. Wie klaagt over geesteloosheid in eigen kring, moet maar niet te gemakkelijk de vinger uitsteken naar anderen. Dan is het beter om samen in verootmoediging het gesprek te zoeken.
Zolang het Woord echter open ligt mag, onder inwachting van de Heilige Geest, om geestelijke zegen worden gebeden en mag er ook verwachting zijn. We zien er hier en daar ook de tekenen van.
De wijze, waarop Paulus in de twee brieven aan zijn 'geliefde zoon' Timotheus schrijft, mag intussen wel model staan voor de geestelijke zorg, die we in kerk en gemeente voor elkaar zullen hebben. Ik sluit dan ook af met enkele woorden uit de eerste hoofdstukken van de Tweede Timotheusbrief:
'Zeer begerig zijnde u te zien, als ik gedenk aan uw tranen, opdat ik met blijdschap moge vervuld worden; als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd geloof, dat in u is...'
'Houd in gedachtenis dat Jezus Christus uit de doden opgewekt is. Welke is uit het zaad van David, naar mijn Evangelie'.
'Breng deze dingen in gedachtenis, en betuig voor de Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, hetwelk tot geen ding nut is dan tot afkering der toehoorders.'
'En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren en die de kwaden kan verdragen, met zachtmoedigheid onderwijzende degenen die tegenstaan.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's