Innerlijke verdorvenheid (2)
In ons eerste artikel peilden wij de innerlijke verdorvenheid meer naar de geestelijke zijde. Dat deden wij met opzet, omdat het geestelijk aspect maar al te zeer wordt overschat. Wij denken maar al te vaak dat onze gedachtenwereld rein en zuiver is.
Wij hebben daar aangetekend hoe principieel ook ons geestesleven is besmet. Nu gaan wij een stap verder en willen gaan omschrijven hoezeer dit geestesleven in diverse graden is ontwricht. Er is een veelheid van verkrommingen in openbaar. Dat moet dan de stof voor dit artikel zijn. Vleselijke zonden laten wij ook ditmaal buiten beschouwing, hoezeer wij ook erkennen dat er een wederkerige invloed is van vlees en geest. Wij laten dit evenwel nu terzijde om redenen van beperking.
Welnu dan, de besmetting des geestes komt naar voren in verschillende graden of trappen. Wij noemen een aantal graden; je zou ook mogen spreken van bewegingen. De besmetting des geestes vertoont zich in de staat van tweespalt. Er is geen vastheid in onze geest. Maar wispelturigheid en grilligheid. Het evenwicht is daarbinnen verbroken en de oorspronkelijke natuur is weliswaar niet vernietigd, maar door de macht der zonde beheerst. Een tijd lang kan die tweespalt sluimeren, onder de invloed van gunstige omstandigheden.
Maar vroeg of laat ontwaakt in iedere mens de strijd tussen rede en geweten aan de ene kant en lust en begeerlijkheid aan de andere kant. Wij kunnen die heidense dichter zo begrijpen, die klaagde: Ik zie het betere en ik keur het ook goed, maar ik volg het kwade en dat volbreng ik. Trouwens heeft ook de apostel Paulus niet iets van die tweespalt gevoeld, toen hij in het zevende hoofdstuk van de brief aan de Romeinen een scheur openbaarde in zijn hart en leven? Nu eens heeft het betere beginsel de boventoon, dan weer het lagere principe, maar als geen hogere verlossende macht optreedt, dan weten wij allen wat het resultaat is. De nederlaag is onvermijdelijk!
Een tweede trap is de staat van dienstbaarheid. Er komt een slaafse onderworpenheid. De vriend der zonde wordt haar slaaf. Natuurlijk kan men zich als met geweld beheersen en intomen, maar het vermijden van enkele zonden is toch nog iets anders dan waarachtig goed doen en goed zijn. De wil volgt niet alleen het verstand, maar bovenal de innerlijke drang van het hart. Ten gevolge van de zondigheid van het laatste, neigt ook de eerste gedurig naar het kwade. Er schuilt een diepe waarheid in de klacht: 'Ik kan al wat ik wil, behalve willen'. De macht van de zonde maakt de wil aan de verlamde springveer gelijk, die zichzelf onmogelijk opheffen en in de juiste richting kan keren. Het kan niet anders of op de hellende weg moet bij iedere stap het omkeren moeilijker, het voortgaan meer onvermijdelijk worden.
Wat een keuze was, wordt nu lot. Eindelijk kan men zich niet meer omwenden, al wilde men zelfs. Of liever, men zou nog wel wensen, maar eigenlijk wil men toch niet en met gebonden wilsneiging wordt men tenslotte geheel werkloos en willoos onder de macht van de verderver.
Zo komt er voorts een situatie van valse gerustheid. Wij zouden het ook kunnen noemen een diepe slaap, een gevangen zijn in de strikken van de duivel; of om het anders te zeggen: een verdoving van het geweten, en een traagheid van het vlees.
Herodes Antipas is een verschrikkelijk voorbeeld van deze zieletoestand. Zijn levensbeeld is gekenmerkt door een voortdurende wankeling, die in een zedelijke afstomping overgaat. Hij spot met de Heiland, bij het gerucht van wiens naam hij althans voorheen nog gebeefd had. Men is op dit standpunt voor het goede zelf onverschillig geworden, maar nog niet voor de schijn van het goede.
Er komt dan een staat van geveinsdheid, waarvan bijvoorbeeld een Kajafas tot type is. Dat toch huichelarij nog lager staat dan onverschilligheid voor het goede, is duidelijk. Zij is, weliswaar een onwillekeurige hulde door de ondeugd gebracht aan de deugd, maar tevens een openbaring van de macht der zonde. Niet enkel zelfzucht, maar leugen. Een verloochening van waarheid en liefde. De Heiland doet met name voor de geveinsden een 'wee u' horen.
Tenslotte komt er een toestand van verharding. Denk maar aan de Farao van Egypte.
De Schrift toont aan, dat God Farao verstokte, maar evenzeer dat hij zichzelf verhardde. Hier komt tweeërlei element in aanmerking. Bij de goddelijke komt ook een menselijke factor in rekening. De verharding wordt een lot, nadat zij herhaaldelijk daad is geweest. Wie begint met niet te willen, eindigt met niet meer te kunnen geloven. Op de duur naderen wij hier tot die zonde, welke de Heere als de enig onvergefelijke zonde beschrijft. Geen boete of bekering is meer mogelijk. De zelfbewuste en hardnekkige haat tegen God kan niet anders dan eindeloos woeden.
Het spreekt geheel vanzelf, dat deze toestanden zich alleen maar in de voorstelling scheiden. In werkelijkheid vloeien ze onophoudelijk in elkaar over. De laatste situatie wordt ook slechts door enkelen bereikt, de eerste is voor niemand onbekend.
De Heilige Schrift spreekt zeer duidelijk van een innerlijke dwang. De ene stap volgt op de andere. Het is niet moeilijk van dit innerlijk bederf vele voorbeelden te kiezen uit de Bijbel. Maar terwijl de Schrift altijd de eerste voorkeur verdient tot illustratie, wat een grote hoeveelheid stof biedt de wereldhistorie ons aan, om de romanliteratuur niet te vergeten!
Laat ons maar niet denken, dat wij alleen in de geschiedenis onze stof moeten zoeken. Bij het licht van Gods Woord kunnen wij ook rondzien in de werkelijkheid van heden. En als dan bij de waarheid van Gods getuigenis lichtbundels vallen in ons eigen hart, dan moeten wij alleen maar het hoofd buigen. Deze innerlijke verdorvenheid komt openbaar in geweldenarijen, opstanden, volksmoorden, oorlog, list en geweld zonder tal. Daar vloeit doorgaans bloed in stromen. Maar deze verdorvenheid is ook zichtbaar in vele ijdelheden van kunst en wetenschap. Niet weinig moeten wij ook letten op de stromingen in de wijsbegeerte. Volkomen willekeurig formeert de ene denker zijn stelsel via de andere. Wij moeten ook beducht zijn voor de gevolgen van een wijsgerige school.
Nog kort geleden heeft een filosoof van de moderne tijd gezegd: Ik heb slechts een theoretisch denkmodel opgesteld. Hoe kon ik vermoeden, dat mensen het met molotov-cocktails verwerkelijken wilden? Daar hebt ge nu de zaak. De geest raakt met alle intellectuele gaven toch verward in pure wolkenfietserij. Het systeem wordt met vuur en verve aan de menigte voorgedragen. De massa wordt een woedende horde en het einde is een revolutie. Zo was toch" immers ook het stelsel van Rousseau een fantasie. Desalniettemin heeft het Franse volk dit systeem willen realiseren. En wat is het einde geweest? Een beweging, die tot op de dag van heden niet is uitgewoed.
En moeten wij nu verdergaan? Het communisme ontspringt ook aan één denker, met name Karl Marx. Rusland heeft de man blindelings gevolgd. Maar het einde is geweest een uitgeput volk, een uitgeplunderd land, een bodemloze visie. Merkt u nu op, hoezeer de Heilige Schrift een geheel ander patroon ontwerpt? Gods Woord predikt geen utopie, maar predikt de werking van de Heilige Geest. Maar het gaat hier heel anders toe. Het Evangelie is niet voor religieus geïnteresseerden die bij de thee willen discussiëren, het is voor hen die het met hun ganse leven erkennen willen en aanvaarden.
De innerlijke verdorvenheid heeft dus grote consequenties. Wij behoeven derhalve meer dan ooit gereinigd te worden. Voor de lezer is wel duidelijk wat nu nodig is.
Maar daarover zullen anderen schrijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's