De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezonden... tot dienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezonden... tot dienst

10 minuten leestijd

In de wereld van de zending spreken we graag over de gezonden gemeente. In de jaren, dat ik bij de I.Z.B. werkte was het heel gewoon te zeggen: 'Een gezonde gemeente is een gezonden gemeente'. Om het maar wat uitgebreider te verwoorden: als de gemeente, waartoe we behoren graag gezond wil zijn, moet ze ernaar zoeken 'gezonden' te wezen. Of, om het nog maar anders te verwoorden: behoort het niet tot het wezen van de kerk, dat zij gezonden is

Daarom zou ik het zo willen omschrijven: feitelijk is de kerk gezonden in de wereld.

En waar de kerkelijke gemeente haar roeping verstaat, daar zal de gezondmaking van deze gemeente als vrucht ervaren worden.

Het is een stelling, waar misschien wel een en ander op af te dingen valt. Toch zou ik 'm staande willen houden. Wat betekent dat?

Beleid

In de afgelopen jaren hebben vele kerkenraden en diaconieën zich gebogen over het maken van een beleidsplan. Soms was dat niet meer dan een A4, maar waar wel stevige beleidsvoornemens in verwoord waren. Soms ook zien we lijvige rapporten, die in de veelheid van woorden soms niet anders zijn, dan weergave van wat er zoal gedaan wordt. Beleid maken als gemeente wordt anders, wanneer we er a priori vanuit gaan, dat we als gemeente 'gezonden' zijn, en daarom dus 'een boodschap hebben aan de samenleving om ons heen'! We kunnen er niet omheen, en we willen het dan ook niet. Wat er in ons dorp, in onze stad gaande is, daar kunnen we onze ogen niet voor sluiten!

Wanneer we zo ons beleidsplan bekijken of schrijven, wat valt ons dan op?

Om maar een paar voorbeelden te noemen: dan is bezoekwerk bijvoorbeeld er mede op gericht om vereenzaming, verarming of maatschappelijke ontwrichting op te sporen. Dan is de vorming en toerusting van onze gemeenteleden erop gericht daar oog voor te hebben, en waar mogelijk er (gezamenlijk) ook iets aan te doen. Een vereenzaamd iemand regelmatig bezoeken kan tot de mogelijkheden behoren; echter dat zou ook juist zijn/haar eenzaamheid kunnen accentueren!

Iemand zei eens tegen mij: 'Ik zie nooit iemand!' Het schoot eruit voor ik er erg in had, maar ik zei: 'Ik kom hier toch elke week!' Ja, jij! Maar verder komt hier niemand over de vloer. Vele ouderlingen kunnen soortgelijke ervaringen vertellen: van mensen die beweren nooit iemand van de kerk te zien, waarbij ze in feite zeggen: we zien de dominee ook nooit! Je bent er dan niet mee, met een grapje als: 'bezoek dan eens vaker een kerkdienst'!

Naast het bezoekwerk zou ook de eredienst met de leeswijzer van het 'per definitie gezonden zijn' bezien dienen te worden. Weten de kerkgangers dat zij als gemeente gezonden is? Of ademt de dienst de sfeer uit, dat er eerst maar eens in eigen huis orde op zaken gesteld moet worden.

Of, om het met de woorden van Handelin­gen 19 te zeggen: weten wij van meer dan de oproep tot bekering en geloof, die zondag aan zondag klinkt vanaf de kansels? Paulus vraagt: 'Hebt gij ook de Heilige Geest ontvangen, toen gij geloofd hebt? ' Wat een indringende vraag. Het ligt niet op het terrein van deze publicatie om breed aan exegese te werken. Maar een ding mag ik hier wel aan verbinden: geloven vraagt om geloofsgehoorzaamheid. Doen wat je zegt te geloven.

Antwoordend handelen, zoals vanaf de eerste mens de Heere God roept: Adam (=mens) waar zijt gij? En later tegen Kaïn: wat is er met u aan de hand? Waarom is uw aangezicht zo vervallen? (Gen. 4 : 6). Wij worden door de Heere ter verantwoording geroepen.

Wat heb je gedaan met de talenten, die Ik je gegeven heb? (zie Matt. 25 vanaf vers 14).

Kijk eens om je heen

De laatste tijd worden we in de nieuwsgaring met nogal tegenstrijdige berichtgeving geconfronteerd. Het gaat goed met de B.V. Nederland, en tegelijkertijd horen we mensen vanuit verschillende hoeken de noodklok luiden. 22.000 gezinnen, waar soms niet genoeg te eten is. Een bisschop (Muskens) die daar openlijk dingen over zegt. Dat moeten we niet alleen focussen op die ene, ontfutselde uitspraak, dat armen best brood mogen 'stelen'. Bij meer dan 40.000 gezinnen kan niet elke dag een warme maaltijd op tafel gebracht worden.

Weet u, waar ik me over verbaas? Ik ken eigenlijk niemand van de 22.000! Voorheen wist ik nog wel hier en daar gezinnen, waar armoede geleden werd (en dat is écht lijdenl), maar vandaag zou ik eigenlijk niemand bij naam kunnen noemen! Het aantal lijkt in eerste instantie best wel mee te vallen, maar tegelijkertijd is het ook zo anoniem! Als ik één gezin zou kennen, dat behoort tot die 22.000 dan zou het plotseling anders worden. Dan zou dat ene gezin symbool staan voor die 22.000... en had ik toch het gevoel er iets aan te kunnen doen.

Blijkbaar heeft de verandering van woonomgeving en werkplek ook in deze zin iets van vervreemding in zich. En toch hóef ik me daar niet bij neer te leggen... immers is ook in deze nieuwe woonplaats een diaconie, die mij op die weg kan wijzen? Mij kan helpen om mij heen te kijken, en opmerkzaam kan miaken op dat gezin, die familie, die alleenstaande moeder die steeds weer alle veel te korte eindjes aan elkaar moet knopen. Of die arbeidsongeschikt geraakte man, die nu in het isolement dreigt te raken (of eigenlijk al lang geraakt is!).

Kijk eens om je heen... als dat ook maar gevolgd kan worden met een plek voor ontmoeting. Waar zij elkaar kunnen ontmoeten, en weer uit die gesloten cirkel van hun bestaan kunnen breken, om opnieuw een zin-ervaring te kunnen opbouwen! Wat een woorden... maar misschien is het nodig om elkaar op nieuwe gedachten te brengen.

Een voorzetje

Om aan te sluiten bij de noodkreet van bisschop Muskens, en de signalen van vele diaconieën in onze provincie een handreiking te doen (er wordt steeds meer een beroep gedaan op de diaconale handreiking, de zgn. 'stille hulp').

Vele woorden zouden nodig in daden omgezet moeten worden. Dat begint bij de diaconieën, maar waarom zou u als 'gewoon gemeentelid' niet dit signaal aan uw diakenen gewoon doorgeven? Wellicht zou de diaconie eens in kaart willen brengen (onder ambtsgeheim uiteraard!) waar de armoede in onze gemeente zichtbaar wordt. Laat u gerust attent maken door de onderwijsmensen! Zij zien heel veel en weten meer dan zij kunnen hanteren met betrekking tot armoede in de gezinnen waaruit 'hun' kinderen komen. Weten zij van tien, twintig, vijftig gezinnen waar elke week opnieuw de eindjes aan elkaar geknoopt moeten worden. Ga daar dan eens praten, en kijk of er wat gedaan kan worden. Bedenk daarbij, dat wij dat mogen doen met eenvoud van hart! Men hoeft voor ons niet eerst alle boeken opengelegd te hebben! Je kunt beter tien keer te snel iets gedaan hebben, dan één keer te laat! Naast die ambtelijke lijn, die al heel vaak bewandeld wordt, kunnen ook andere gemeenteleden ingeschakeld worden. Daar ligt een gevoelig punt, omdat er sprake is van een ambtsgeheim, wat juist op het financiële vlak een grote zorgvuldigheid vergt. Toch zouden 'gewone gemeenteleden' (rare term eigenlijk!) op drie manieren ingeschakeld kunnen worden:

1. Zij kunnen signaleren. En diakenen attent maken op gezinnen. (Helpen waar geen helper is is immers zonder aanzien des persoons!)

2. Zij kunnen zelf aandacht geven, door vriendschapsbanden aan te knopen met dat. gezin. De kinderen met elkaar in verbinding brengen, zo nu en dan eens wat kleding 'doorschuiven', of bij tijd en wijle eens een attentie brengen, als we zelf ook een extraatje gebeurd hebben... er is zoveel creativiteit te ontwikkelen.

3. We kunnen onze diakenen ook stimuleren op deze weg daadwerkelijk iets te doen aan de armoede en verarming in onze samenleving. Als daarvoor een speciaal fonds gesticht wordt, waarin wij met z'n allen geld storten.

Als we nu elk bij het invullen van ons belastingformulier eens kijken naar het bedrag van boven de ƒ 50.000, - belastbaar (gezins-)inkomen, en van dat bedrag daarboven 1% in dat diaconale fonds storten... Daarmee zouden onze diakenen in onze eigen woonplaats veel handreiking bij verarming kunnen doen!

Wereldwijd

Terwijl ik dit schrijf horen we dagelijks over oorlogsgeweld in Oost-Zaïre. De Verenigde Naties hebben hun hulpverleners zelfs teruggetrokken, omdat het te gevaarlijk wordt om daar langer te verblijven. Moet u voorstellen: voedselhulp, medische zorg, opvang van vluchtelingen... wie moet het dan oppakken? Onze onmacht hierin wordt geïllustreerd in het terugtrekken van de hulpverleners.

Toch kijken de kerken daar niet machteloos toe. Van de A.A.C.C. (All African Council of Churches) zijn er mensen zeer intensief bezig te werken aan verzoening, en in het verlengde daarvan aan vrede.

Onlangs was bij mij op bezoek ds. Ngoy Mulunga, een werker voor die A.A.C.C., die niet anders doet dan werken aan het vluchtelingenvraagstuk in Afrika (ongelofelijk intensiever en erger dan in West-Europa!). Ook al voelen wij ons onmachtig bij al die berichtgeving... de christelijke kerk zit er midden tussen! En doet wat haar hand vindt om te doen.

Wij mogen vanuit ons werelddiaconaat daarmee verbonden zijn. Steeds weer vragen we vrijmoedig aan u, diakenen en kerkelijke gemeente, daar uw steentje aan bij te dragen. Ook daarin zijn we gezonden gemeente. Zichtbaar door de collecte, merkbaar vanwege de voorbede! Luisterend Dienen wil u daar zeer behulpzaam bij zijn, om het werelddiaconaat dichter bij (de belevingswereld van) uw gemeente te brengen!

Tot dienst...

Wie de gang van de Heere Jezus door het aardse leven volgt (het zou zeer aan te bevelen zijn daar eens een week 'lezen' voor uit te trekken) komt onder de indruk van Zijn 'dienst'. Dienst aan God, Zijn Vader in de hemel, maar ook dienst aan de naaste, de mensen om Hem heen. Of ze nu in de nacht tot Hem komen, of Hem daarvoor 's morgens vroeg storen in Zijn ochtendgebeden... Hij had oog voor mensen in hun eigen nood, in hun diepste nood! En dan wordt Hij innerlijk met ontferming bewogen. Indrukwekkend is het te lezen over de vele genezingen, die steeds weer aangemerkt worden als tekenen van het komende Koninkrijk. Als er één diaken was die deze titel ten volle verdient, dan is het onze Heiland wel, de Diakonos bij uitstek. Juist 'dienst' was het doel van Zijn komst in het vlees!

En deze Heiland zegt tegen de gemeente, die naar Zijn naam genoemd is: Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u!'. En, let op!, toen Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide: Ontvangt de Heilige Geest'. (Joh. 21 : 22).

Het is deze Geest van Christus die ons rusteloos wil voortdrijven op Zijn weg van zending en diaconaat, wereldwijd, dus ook in Nederland! Om zo in heel ons bestaan telkens weer gericht te worden op het Koninkrijk van God.

Laat daarom ons gebed mogen zijn: Heere, leer ons zonder vrezen steeds weer de minste te willen wezen. Leidt ons door Uw Geest, opdat andere mensen door ons heen U mogen leren kennen, en zo heil mogen ervaren. En help ons, om te delen van de overvloed die wij hebben ontvangen met hen, die zoveel minder hebben.

Vlaardingen, 31 oktober 1996.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gezonden... tot dienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's