Blijdschap
'En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij.' 1 Joh. 1 : 4
Blijdschap! Dat is eis van de Heilige Schrift. Blijdschap, dat is het waaraan het de christelijke gemeente zo dikwijls ontbreekt. Hier echter inspireert de Heilige Geest de apostel Johannes om de gemeente op te wekken tot blijdschap. En wat voor blijdschap? Neen, in de wereld ontbreekt het niet aan blijdschap en eerlijk gezegd aan droefheid en ellende nog minder. Deze aarde is een jammerdal (Heidelberger Catechismus). Gods Woord laat er ook geen twijfel over bestaan dat al die jammer de vruchtgevolgen van de zonde zijn. En daarom is de blijdschap van de wereld ook geen ware blijdschap omdat zij de oorzaak van de jammer, namelijk de zonde, niet wegneemt. Alle blijdschap die niet weet van het rechte geneesmiddel tegen de zonde is geen ware blijdschap. Bij alle blijdschap kent de wereld buiten God en buiten Christus toch eigenlijk géén blijdschap. En de christelijke gemeente die niet waarlijk leeft uit het heilgeheim van de verzoening in en door Christus oefent óók de ware blijdschap niet.
Maar God wil blijdschap. Er is voor Zijn gemeente reden tot blijdschap. Al is het met beving, verheugt u dan toch met beving, zegt de psalmist (2 : 11). Ontbreekt in de gemeente de ware blijdschap, te weten de vreugde des heils, dan geeft de gemeente geen goede reuk van Christus (2 Cor. 2 : 15) en daarin bezondigt zij zich tegenover God. Immers reeds in het Oude Testament laat God de vloek verkondigen over degenen die Hem niet zullen gediend hebben met vrolijkheid en goedheid des harten vanwege de veelheid van alles wat Hij schenkt (Deut. 28 : 47). Hoeveel temeer geldt dat in het Nieuwe Testament waar Hij de vervulling schenkt van alles wat in het Oude Testament profetisch is voorafgebeeld en wat uitloopt op het loflied van Paulus: Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave' (2 Cor. 9:15). God gaf Zijn Zoon en de Zoon gaf Zichzelf voor het leven der wereld (Joh. 6:51).
Dat is toch de hoogste reden tot blijdschap voor de gemeente? Johannes begint er zijn brief mee. Hij heeft het gehoord, hij heeft het gezien met zijn ogen, hij heeft met zijn handen het Woord des Levens getast. Hij heeft de Zaligmaker gezien, in Hem geloofd. Hem omhelsd. En hij verkondigt dit eeuwige Woord opdat ook wij gemeenschap met hem zouden hebben, ja meer nog, gemeenschap met de Vader en met de Zoon, Jezus Christus, 'opdat uw blijdschap vervuld zij'.
In Christus ligt de ware vreugde des heils.
Ook wij hebben dat Woord des Levens menigmaal gehoord! Maar hébben we het wel waarlijk gehoord? Drong het waarlijk levenwekkend door in onze dode zielen? Ook wij hebben dat eeuwige Leven menigmaal gezien; gezien in Christus' apostelen, in de martelaren, in het geloof van onze vaderen, in de levende kinderen Gods! Maar hébben we het wel waarlijk gezien? Zagen we het met ogen van geloof?
Ook wij hebben misschien iets van dat Leven getast! Het gaf indrukken in ons gemoed. Het verwekte jaloersheid. Het gaf ons smaak in de godsdienst. Maar hébben we het waarlijk getast? Grepen we het aan met de hand des geloofs? Hebben we in waarheid de Zaligmaker omhelsd?
Johannes wekt ons ertoe op als een rechte evangeliedienaar. Immers de rechte evangeliedienaar is een 'medewerker uwer blijdschap' (2 Cor. 1 : 24). In de gemeenschap met Christus ligt de ware blijdschap. Arme gemeente die daar niet uit leeft. Hoe menigmaal is het: met 'claghen, claghen gaen de daghen'. -
Maar is er dan geen begrip voor een zuchtende ziel in de duisternis? Een ziel als van Heman (Ps. 88), van der jeugd aan bedrukt en doodbrakende? Toch lag op de bodem van zijn hart die zekerheid: 'Heere, God van mijn heil!'
Kunt of durft u ook dat niet zeggen? Maar zeg dan, waar ligt uw hart? In de wereld? In de blijdschap van de wereld? Of ligt de diepste begeerte van uw hart in dat Woord des Levens waar Johannes van spreekt? In gebed en psalmgezang? Is er zo toch niet iets wat u voor al het goed en goud van de wereld niet wilt verruilen? Ligt er niet een verborgen hoop, een verborgen blijdschap achter de tranen? Ja, hoemeer eigen verdorvenheid en verlorenheid voor God wordt ingeleefd, hoe schoner Christus en Zijn Evangelie wordt voor uw ellendige ziel. Hoemeer de schuld voor God beweend wordt, hoemeer verheuging daar komt in de God des heils. Die naar zulken wil omzien; vertroosting en dus een stille verheuging in Christus, Die alle smart en angsten doorleed als Borg voor Zijn ellendigen: opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganselijk vertrooste, dat mijn Heere Christus door Zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikkingen en helse kwalen, mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft' (Heidelberger Catechismus, antw. 44). Johannes heeft die troost gesmaakt en hij schrijft ons ervan 'opdat uw blijdschap vervuld zij'. Vervuld, opgevoerd ten top, aangewakkerd tot een volheid. Zodat alle vrees wordt buitengesloten en de liefde volmaakt zij (1 Joh. 4 : 18) en wij liefde en lof voor Hem ten offer mengen in 't heiligdom waar 't volk vergaderd is.
De vrucht des Geestes is liefde, blijdschap en vrede (Gal. 5 : 22).
Welnu dan, wie bedroefd is met de droefheid naar God, zie op Christus, op Wie de apostel hier wijst. En ziende op Hem zij uw bede: 'Geef mij weder de vreugde Uws heils en de vrijmoedige geest ondersteune mij' (Ps. 51), 'opdat uw blijdschap vervuld zij'.
Dient God met blijdschap, geeft Hem eer! Komt, nadert voor Zijn aangezicht, zingt Hem een vrolijk lofgedicht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's