De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Synodalia

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Synodalia

6 minuten leestijd

Benoeming

De hervormde synode benoemde tot lid van de Commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs drs. W. J. Deetman, nu nog voorzitter van de Tweede Kamer, binnenkort burgemeester van Den Haag.

• Gesprek met Nederlandse Europarlementariërs

Op 10 oktober jongstleden had op het bureau van EECCS (de Europese Oecumenische Commissie voor Kerk en Samenleving) een ontmoeting plaats tussen drs. L. J. Hogebrink, mw. P. Robbers-van Berken en dr K. Blei met een aantal Nederlandse leden van het Europese Parlement. Aanleiding tot de ontmoeting was de publicatie van het synodale rapport 'Hart en ziel voor Europa? ' De gespreksleiding berustte bij ds. Mare Lenders, studiesecretaris van EECCS. Ook werd aan de ontmoeting deelgenomen door dr. J. Niessen, secretaris van de (in hetzelfde Brusselse gebouw gehuisveste) Commissie van Kerken inzake Migranten in Europa (CCME). Van de 31 Nederlandse Europarlementariërs waren er 8 aanwezig; een vertegenwoordiging van alle fracties, behalve de sociaal-democratische (PvdA). Het begeleidend schrijven waarmee het rapport 'Hart en ziel voor Europa? ' aan de Nederlandse Europarlementariërs is toegezonden is als bijlage aan deze Informatienota toegevoegd, evenals een afschrift van de beide uitnodigingsbrieven en de tekst van het na afloop opgestelde persbericht.

Hier worde slechts gemeld, dat het gesprek een geanimeerd verloop had waarbij de aanwezige politici waardering uitten voor de kwaliteit van het rapport en waarbij ook werd ingegaan op de vraag of een dergelijk grondig en gedetailleerd rapport over een sociaal-politieke aangelegenheid eigenlijk wel van een kerk mag worden verwacht.

• Visitatierapport

Bij de behandeling op de synode van het (algemeen gewaardeerde) vijfjaarlijkse rapport van de visitatoren-generaal, waarover we schreven in het nummer van 16 november 11., sprak ouderling J. de Jager (Sliedrecht) o.a. het volgende:

'Mijn vroegere catechisatie-dominee heeft ons destijds geleerd, dat kerkvisitatie te vergelijken is met het huisbezoek, dat door de ouderlingen bij de gemeenteleden wordt gebracht. De visitatie vindt dan natuurlijk wel plaats op het niveau van de kerkenraad en gemeente. Vanuit deze gedachte heb ik na eerste lezing van het rapport getracht die vergelijking terug te vinden. En dan kan ik me niet aan de indruk onttrekken, die bovendien steeds sterker werd, dat in het rapport vrijwel uitsluitend genoemd wordt, 'wat in de kerk gedaan wordt. Hele lijsten van werkzaamheden worden opgesomd. Nu gaat het woord "activisme" me in deze te ver, maar de vele activiteiten, die genoemd zijn, moeten blijkbaar aangeven "waar de kerk is", zoals de titel van het rapport luidt.

Slechts een enkele maal kom ik iets tegen, dat wijst op een "verticale" lijn, bijv. op de laatste bladzijde: "Het is van belang telkens terug te gaan naar het begin: God zoekt mensen. Zijn hart gaat naar hen uit. Dat is de blijvende inspiratiebron voor de bezinning op wat de kerk te doen staaf'.

Maar ook daar gaat het dus direct weer over het doen van de kerk. Nergens kom ik tegen, dat bij de visitaties van predikanten, kerkenraden en gemeenten navraag gedaan wordt naar het gehalte van het geestelijk leven in de gemeente. Even had ik de hoop, dat dit aspect aan de orde zou komen, toen op blz. 51 de eerste opdracht voor de visitatie genoemd werd: "onderzoek naar en opzicht over het geestelijk leven van de gemeente", maar helaas wordt dit verder niet uitgewerkt. Mijn vraag is concreet: Wordt er bij de visitatie nog wel gesproken over de vrucht van de prediking in bekering en geloof, over de persoonlijke omgang in het leven des geloofs met Christus, over de toe-eigening van het heil, over de vreze des Heeren in de gemeente, en dergelijke zaken meer, juist ook rond het gebruik van de sacramenten.

Ik ontkom niet aan de indruk tijdens het lezen van het rapport, dat dit allemaal vanzelfsprekende zaken zijn. De zin op blz. 62 is in dit verband tekenend voor mij: "Daarvoor zijn we immers volgeling van Jezus Christus geworden".

Van nabij weet ik, dat tijdens het visitatiegesprek navraag wordt gedaan naar de prediking. Dat is niet alleen bemoedigend voor de predikant, maar ook stimulerend voor een kerkenraad. Op blz. 44 wordt gewezen op het belang van de prediking in de kerkdienst, met name als leerdienst, maar het gaat in de prediking toch ook om de dienst der verzoening? De vraag die dus hierin overblijft voor de visitatie is of de prediking wel "landt" in de gemeente. En vandaaruit werken gemeente, kerkenraad en predikant aan de van Godswege gegeven opdracht.'

' En over S.O.W.:

'Ik vind het (...) te gemakkelijk gezegd in het rapport en in de toegevoegde "punten van belang" om de bezwaren tegen SoW weg te werken door het gezamenlijk gesprek te stimuleren (ik veronderstel tenminste dat met deze gezamenlijkheid bedoeld wordt de gereformeerden en luthersen). Als hervormden zijn we in 180 jaar niet verder gekomen dan een modalitaire hotelkerk en zou het dan nu met de gereformeerden en luthersen zoveel beter gaan? Bovendien heeft elke gemeente het recht om hervormd te blijven. En ik pleit en voor dit ook als classis te kunnen uitspreken.

Ook heb ik in dit hoofdstuk over SoW met grote zorg gelezen (blz. 27) dat er nog al wat "afhakers" zijn als er een SoW-gemeente gevormd wordt. Laten we die zomaar gaan? Is het ons dat waard? Ik denk dat in onze Hervormde Kerk de kerkverlating al zo groot is, dat we dit niet extra moeten bevorderen door een onvrijwillig meegenomen worden in het So W-proces.

In het rapport van de visitatoren had ik hiervoor graag meer voorzichtigheid bemerkt.'

• Faculteiten

Vier theologische faculteiten, waaraan de toekomstige predikanten van de Nederlandse Hervormde Kerk worden opgeleid, is teveel van het goede. Ter synode lag een 'Beleids-en Formatieplan van het Hervormd Theologisch Wetenschappelijk Instituut', getiteld 'Me? geheel uw verstand'. Aan de orde komen mogelijke samenvoegingen van Amsterdam en Leiden, waarbij dan de kwestie van de locatie een belangrijke rol speelt (de lutheranen worden in Amsterdam opgeleid) of van Groningen en Utrecht. In het aanvankelijke bestuursvoorstel lag de beslissing bij het moderamen van de generale synode. Door een motie van ds. J. Brezet, die 39 stemmen kreeg, houdt de synode de beslissing aan zich. Naar het zich laat aanzien zullen Leiden en Amsterdam wel moeten samengaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Synodalia

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's