Uit de pers
Het verhaal gaat...
Zo luidt de titel van het eerste deel van een serie hervertellingen van bijbelse verhalen door ds. Nico ter Linden. Onlangs vond de presentatie plaats in 'De Rode Hoed' in Amsterdam, omlijst met bijdragen van cabaretier Paul van Vliet en musicus Louis van Dijk en in aanwezigheid van o.a. de burgemeester van Amsterdam, de heer Patijn. Intussen is ds. Ter Linden op tournee en leest hij overal in het land verhalen voor uit zijn boek. Hij laat zich daarbij vergezellen door een sopraan en een harpiste die Jiddische en Hebreeuwse liederen rond de tora zingen en spelen. In één week tijd werden drie drukken van elk tienduizend exemplaren verkocht. Twee weken geleden al prijkte Ter Lindens boek op de eerste plaats van de VN-top-10 non-fictie.
Je kunt zeggen: de reclamecampagne werkt. De bekendheid van ds. Ter Linden door het tv-programma van enkele jaren geleden 'Op verhaal komen in de Wester' zal ook meewerken aan dit verkoopsucces. Zelf verklaart Ter Linden de aandacht voor zijn nieuwste boek vanuit de nieuwsgierigheid van de jongste generatie naar de verhalen uit de bijbel.
Wat wil hij ermee bereiken? In Hervormd Nederland van 2 november 1996 zegt hij dat het zijn bedoeling is om 'aanslibsels weg te halen' rond de verhalen uit de bijbel. Voor een breed publiek is de bijbel onbegrijpelijk geworden. Daarom heeft hij de verhalen op zijn manier naverteld. Tegelijk heeft hij ze ontdaan van oud roest: misverstanden, kwalijke interpretaties en onduidelijkheden.
Wie dat zo leest, zou kunnen denken: dat is een goede zaak die ds. Ter Linden ter hand heeft genomen. Maar het is de vraag of dat inderdaad zo is. Daarover verderop in deze rubriek. Eerst laten we ds. Ter Linden nog even aan het woord via het interview dat Jan Goossensen van Hervormd Nederland onlangs met hem had.
'Wat beoogt u met uw boeken?
Een kinderbijbel voor volwassenen schrijven. Zoals een oud schilderij in een museum aan waarde wint als je iets van de voorstelling en de maker weet, zo gaat eén bijbelverhaal leven als je de achtergrond kent. Het boek is zó niet voor consumptie geschikt. Ik heb de verhalen herverteld met verhelderende en actuele krullen erbij. Veel verhalen, want als je een kleine selectie maakt, mishandel je ze. De evangelisten laat ik afzonderlijk aan het woord. Ze zijn theoloog en literator, je moet ze niet in de. mixer gooien.
Wat ik graag wil, is mensen weer gevoeligheid voor het verhaal bijbrengen. En in het verlengde daarvan, omdat het om bijbelverhalen gaat, gevoel voor het mysterie van het leven, het sens du mystère.'
Ds. Ter Linden geeft aan dat hij met zijn weergave van de bijbelse verhalen staat in de lijn van wat wel genoemd wordt de 'Amsterdamse School'. Te denken valt dan aan namen van de intussen overleden Frans Breukelman en prof. Karel Deurloo. Van Deurloo verscheen in 1981 een geschrift met de titel 'Waar gebeurd'. Uitvoerig ging hij in op het 'onhistorisch karakter van bijbelse verhalen'. Kort samengevat: je moet de verhalen in de bijbel niet lezen als letterlijk en historisch. Ze zijn niet echt zó, zoals het er staat, gebeurd. Maar er ligt wel een gebeuren achter. En dat gebeuren is wel echt, levensecht om zo te zeggen. Voor mensen van alle tijden herkenbaar echt. Het gaat erom zo de bijbel te lezen dat die echtheid boven tafel komt.
'U legt de nadruk op het verhalende karakter van de bijbel.
Het verhaalkarakter ervan dringt pas langzaam door. Helaas wordt de bijbel nog steeds historiserend gelezen, met alle gevolgen van dien. De verhalen, die de weg naar het geloof zouden moeten banen, barricaderen die juist als ze niet in het juiste licht worden gezet.
De schoonheid, de troost en de inspiratie van de bijbel zit in de verhalen. Door een uitleg word je niet ontroerd. Maar uitleg is wel nodig om het verhaal helder te krijgen, zodat het z'n werk kan doen.
U voelt zich een puinruimer?
We moeten ophouden het volk te misleiden, zei mijn leermeester Breukelman. Zo is het. Het is het Gebot der Stunde. Aan de universiteiten is het allang gemeengoed wat ik zeg, maar veel gemeentepredikanten durven geen klare wijn te schenken. Jammer. Een man als Maarten 't Hart worstelt nog steeds met een letterlijke bijbelopvatting. Dan windt hij zich op over een verhaal in Exodus, waarin God Mozes zoekt te doden. Dat daar een collega-literator aan het werk is, schijnt hem te ontgaan. En de vragen zijn al zo oud: wat heeft Multatuli niet geschreeuwd! Wat is dat voor een God die Abraham opdraagt zijn zoon te offeren, die God der wrake, die de misdaden bezoekt tot in het vierde geslacht? En dan zijn er nog de vragen die we stellen omdat we last hebben van die natuurwetenschappelijke bril op onze neus: de schepping in zes dagen, en een dode tot leven wekken. Er wordt door de kerken weinig verhelderd en veel flauwekul verteld.'
Wat ds. Ter Linden met die 'flauwekul' bedoelt, geeft hij aan met dit voorbeeld.
'Op veel plaatsen wordt zeker geïnspireerd verteld. Maar het bereikt maar zo'n klein kuddeke. Ik woonde laatst een trouwdienst bij, waar de predikant de bruiloft van Kana voorlas, het verhaal dat Jezus water in wijn verandert. Alsof het een bericht uit de krant was, zo werd het bewonderend naverteld. Jezus maakte niet één glaasje wijn, nee, wel tachtig liter! Want de maten van de kruiken had de man keurig aan de hand van oude handboeken omgerekend. Ik zag de mensen om me heen verbijsterd kijken. Met dit soort onzin gaan we dus door.
Onder predikanten, kerkenraden en schoolbesturen heerst hier en daar grote angsthazerij. Een nieuwe weg inslaan vraagt innerlijke kracht. Iedereen wil het restje van z'n club bij elkaar houden. Begrijpelijk. Maar de mensen lopen intussen weg. "Wat in de kerk gezegd wordt, gaat niet over mij." Ze hebben gelijk. Ondertussen doen we nauwelijks onderzoek waarom gelovigen afhaken. Boosheid en angst verhinderen ons goed te kijken. En ondertussen veroordelen we de weglopers ook nog.'
Hoe hij het zelf ziet, blijkt tenslotte nog uit dit citaat:
'U beklemtoont de psychologische laag in de bijbelverhalen.
Ook ja. ledere verteller heeft een ziel en de gestalten die hij neerzet hebben ook een ziel. Mozes deinst terug als hij geroepen wordt. Ja, wie wil er nu profeet zijn? De verzoeking in de woestijn is het verhaal van de verzoeking in ieders hart, het gevecht met de inwonende duivel. In alle culturen worden helden uit maagden geboren. Wat betekent dat, niet alleen theologisch maar ook psychologisch? Het aardige is, dat de bijbelverhalen door allerlei brillen kunnen worden gelezen. Door literaire, theologische, godsdienstwetenschappelijke, archeologische maar ook door psychologische brillen.
Hoe lang zal uw bril meegaan?
Weet ik niet. Goede theologie en goede psychologie raken niet gedateerd. Er zijn verworvenheden die blijven. Ik hoop nergens de illusie te wekken dat ik de ultieme verklaring geef, alsof ik eventjes God uit de doeken doe. Zo is het niet. Dat kan ook niet. God hoort in de doeken.'
Intussen zal uit dit gesprek wel duidelijk zijn dat wat ds. Ter Linden doet met de bijbel minder onschuldig is als het wellicht in eerste instantie lijkt. Het woord 'verhaal' verraadt trouwens wat hier gebeurt. Wij spreken liever over de 'geschiedenissen' van Gods Woord.
Verhaal - geschiedenis
In Opbouw van 15 november 1996 geeft drs. P. J. van Kampen zijn commentaar op 'Het verhaal gaat...'. Hij schrijft erboven 'Van waarheid en troost; Nico ter Lindens nieuwe Bijbel'. Hij citeert eerst een reeks zinnen en uitspraken die indruk op hem hebben gemaakt. Wat een talent om zo te kunnen vertellen. Maar helaas, aldus Van Kampen, kan ik daarmee niet volstaan.
'Achter zijn gevoelige en poëtische taalgebruik is een opvatting over de Bijbel terug te vinden die ik met de beste wil van de wereld niet "klassiek-christelijk" kan vinden en die mijns inziens ook op termijn ons niet verder helpt. Ook daarvan een wat uitvoerige weergave. De openingszinnen van "Jn den beginne" zijn direct raak: "Het verhaal gaat dat in den beginne God de hemel en aarde schiep. Een verhaal van Israël is het en het werd naar verluidt zo'n zesentwintig eeuwen geleden opgeschreven, toen de Israëlieten aan Babylons stromen gevangen zaten. Stil, Israël vertelt een verhaal. Een priester uit Israël vertelt een verhaal. Een priester zonder tempel is hij. Ook hij is ver van huis. Denk niet dat die man het over het begin van de wereld heeft, want daar weet die man niets van en hij is er bovendien niet in geïnteresseerd. Hij houdt geen verhandeling over hoe de wereld is ontstaan, "hij zingt een gelovige ballade waartoe. De priester gaat zijn wanhopige volk dus niet geologisch uiteenzetten hoe God met de hemel en de aarde begonnen is. Zelfs al zou hij het weten, hij zou hen er niet mee troosten. Nee, hij vertelt theologisch en naar beste kunnen waar het God met zijn hemel en aarde om begonnen is, waar het God in beginsel om begonnen is."
Natuurlijk worden hier een aantal zaken bijeengebracht die in (een deel van) de theologische gemeenschap algemeen aanvaard worden. Niettemin is het wel nadrukkelijk een verhaal "van onderen". Het gaat om de visie van mensen, hoe zij zich het begin van onze werkelijkheid voorstellen; er zit geen spoortje van "gezag" bij, van goddelijke openbaring. Bovendien wordt de spanning tussen de geologie en de theologie hier ondraaglijk groot gemaakt, ben ik geneigd te denken. Die man zegt-niet wat echt gebeurd is, maar wat dat volk aan Babylons stromen echt troost! Die indruk wordt bevestigd door het volgende: "En wat die priester aan goede gedachten bijeengesprokkeld heeft, van her en der, van toen en nu, biedt hij de ballingen aan in de vorm van een lied. Een leerdicht."
Is er wel Iemand?
Iets verderop lees ik: "En God zei... Wie zegt dat God iets zei? Wat moeten we ons bij dit spreken Gods voorstellen? Het kan toch alleen maar 'bij wijze van spreken' zijn dat God spreekt? " Hij vertelt dat een jongen op de school waar hij godsdienstles gaf de vraag stelde of God dan echt spreekt. "Ik weet echt niet meer welk antwoord ik destijds gegeven heb. Nu zou ik zeggen: Natuurlijk is het fantasie, mijn beste jongen, fantasie van Israël over God. Over God valt slechts te fantaseren. Op het doek van het wolkendek, op het scherm dat tussen hemel en aarde hangt, projecteren wij onze beelden van God, onze denkbeelden over God: Moeder, Vader, Schepper, Voleinder, Arend, Koning, Rechter, Herder, Koopman in oud roest. Allemaal beelden uit onze werkelijkheid, want waar zouden we ze anders vandaan moeten halen? Is God dan slechts vrucht van onze projecties? Moet je niet in plaats van "God schiep de mens" zeggen dat de mens God schiep? Wie garandeert ons dat die projecties van ons ergens op slaan? Misschien is er slechts leegte aan gene zijde van het doek! Dat zou kunnen. Maar het zou ook kunnen dat God aan gene zijde van de wolken woont, boven het dak van ons denken.'
Terecht stelt Van Kampen de vraag aan de orde naar de zekerheid van het getuigenis aangaande God en Zijn handelen. Wat moet je ermee als alles 'beeldsprakig' en 'symbolisch' is? Moeten we dan tegen jonge mensen zeggen: Kijk maar of hier niet wat voor je bij is, inspiratie bij je mens zijn bijvoorbeeld.
'"De god van de verhalenverteller" weet imponerende dingen te doen, het leven te beveiligen en psychologische zekerheden te geven. Niet dat die "god" daarmee dus per sé Degene is die de verhalenverteller zich voorstelt, maar het helpt wel om ons staande te houden in deze barre wereld, mens te blijven. Het heeft een machtig vertroostende werking. Toch denk ik aan een verhaaltje, een navrant verhaal, van een pastor die een vrouw uit de gemeente gaat opzoeken. "Een jonge vrouw", zei ik bijna maar dat klopt niet helemaal; ze is niet meer zo jong en komt erg verdrietig tot de conclusie dat ze nog steeds geen partner gevonden heeft en die ook in dit leven vermoedelijk niet meer zal vinden. Dan komt de pastor en die wil haar troosten. Hij zegt: "Kop op, je kans is nog niet verkeken! Je bent nog niet zo oud dat je de moed moet opgeven." Hij zegt op haar zucht dat leeftijd er niet toe doet, dat ze toch niet aantrekkelijk is, dat ze dat wèl is, dat ze zelfs èrg aantrekkelijk is, dat hij - ja hij is getrouwd en dus kan het niet - haar dusdanig attractief vindt dat hij onder andere omstandigheden graag met haar gehuwd zou zijn! Als zij na die vurige troostwoorden haar tranen droogt, heeft ze nog één vraag: "Is dat echt waar? " De pastor, die in zijn pastorale ijver misschien toch wat verder gegaan is dan hij oorspronkelijk beoogde, aarzelt en hakkelt: "Nou nee, maar ik dacht dat het je wel goed zou doen om dit te horen! Het zal je op zijn minst troosten!" Zij, plotseling fel (en groot gelijk!) zegt vernietigend: "Maar iets wordt niet waar omdat het troost! Het troost alleen omdat het waar is...'"
De basis waarop de verhalen rusten is smal. Menselijke ervaringen hebben meer van een moeras dan van een rots. Welke God spreekt er nu in de 'verhalen'? Wie is Hij eigenlijk? Wat belooft Hij eigenlijk? Waar liggen de garanties voor wat Hij ons belooft? Daar komt het toch op aan? Je leven en eeuwige toekomst bouwen op drijfzand is niemand aan te bevelen. Als ik bij een sterfbed zit of er zelf op kom te liggen, moet ik dan al lezend in de bijbel vermoeden dat het zo misschien ook wel met mij zou kunnen gaan? Vragen van die strekking stelt drs. Van Kampen onder andere en ik voeg er een paar van mezelf aan toe. Weer ligt de vraag op tafel: Hoe lezen we de bijbel? Welke sleutel steken we in het slot?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's